ONTWERPCOSTUMEN BORNEM (1643)

 

(Voorlopige transcriptie van Bornem, Kasteelarchief, Register 189)

 

Ed. J. Monballyu (dd. Maandag 29 juli 2000)

 

 

Inleiding

 

In de hierna volgende uitgave worden alleen register Bornem, Kasteelarchief, nr 189 gebruikt. Het is bij ons weten het enige handschrift dat bewaard gebleven is met de tekst van de (ontwerp)costumen) van Bornem.

Bij de tekstuitgave wordt een compromis nagestreefd tussen enerzijds een vrij getrouwe weergave van de oorspronkelijke tekst en anderzijds een tekst die de hedendaagse lezer vlot kan begrijpen. We volgden daarbij zoveel mogelijk de regels in gebruik bij de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis[1]. Aan de talrijke, her en der in de tekst verspreide schrappingen wordt geen aandacht geschonken. De standaardisering van de ij (ter vervanging van y, ii, iy) is niet in de voetnoten opgenomen.

Schrijffouten van de kopiïst worden als volgt verbeterd. Gewone toevoegingen vindt men tussen vierkante haken terug. Bij weglatingen, kleine wijzigingen, dittografieën of het omwisselen van woorden wordt in de uitgave de verbeterde tekst opgenomen, terwijl de handschriftelijke versie in de voetnoot is weergegeven. Voor het overige wordt de orthografie zoals opgenomen in de handschriften gerespecteerd.

In het handschrift kan men bij i/j combinaties niet altijd opmaken welke letter de kopiïst precies bedoelde. Derhalve worden in de editie alle varianten van ii, ij en iy als ij uitgegeven. In woorden als juge of justitie wordt steevast voor een j geopteerd. De in de tekst veel voorkomende afkorting t' van het die ook zeer veel gewoon aan het volgende woord wordt geplakt (bijv. t'hof en thof), wordt in de uitgave systematisch op de laatste wijze opgelost. De doorgevoerde woordsplitsingen beogen de leesvriendelijkheid te bevorderen. De richtlijnen van het huidige Nederlands dienen hierbij als leidraad: bijvoorbeeld et cetera, als dat, al naer, maar anderzijds ommedat, tenzy, totdat, updat. Niet-splitsbare combinaties zoals datter (in de betekenis van "dat er") of esser (in de betekenis van "is er") hebben we behouden.

Romeinse cijfers worden systematisch omgezet in arabische cijfers. Bij muntaanduidingen worden de in de tekst voorkomende afkortingen lib. (lb.), s., d., par. en gr. (gron) respectievelijk tot ponden, schellingen, denieren, parisis en groten vervolledigd. In de editie hebben we foliëring (//)manuscript overgenomen. De foliëring wordt in de marge vermeld. De indeling in rubrieken steunt eveneens op dit handschrift. De weinige passages alwaar een niet meer te achterhalen woord is weggevallen, worden door het hiernavolgend teken aangeduid : [...].

 

 

RUBRICA PRIMA

VAN DER JUSTITIE ENDE JURIDICTIE ENDE ADMINISTRATIE VAN DIEN

 

1. Het landt ende casselrije van Bornhem is begrijpende de prochien ende heerlijckheden van Bornhem, Hinghene ende Mariekercke met heurlieden appendentien ende dependentien, alwaer de justitie, zoo criminele als civile geexerceert wordt, te weten binnen de baronnie van Bornhem ende prochie ende heerlijckhede van Mariekercke van wegens ende in de naeme van den Baenderheere van aldaer bij sijnne respective schepenen ter manisse van zijnne baillius elck int zijnne, midtsgaders binnen de prochie ende heerlijckhede van Hinghene appendentie ende dependentie / in den naeme van den Grave van Ursele als heere van Hinghene, ende den voorschreven baenderheere als heere, voocht van de zelve heerelijckheijt bij henlieden gemeijne schepenen, ter manijnghe van heurlieder respective meijers, achtervolgende de sententie provisionnele van zijnne Majesteijt Grooten Raede tot Mechelen in date van den 19den juli 1631.

 

2. Nemaer int faict van princelijcke beden, subventien ende alle andere lasten, soo ordinaire als extraordinaire, den voorschrevenen lande overcommende, soo worden zij beschreven, gesmaldeelt ende getauxeert bij baillij, burchmeestere ende schepenen van den voorschreven // lande van Bornhem, wiens ordres sijlieder schuldich sijn tontfangen ende achtervolgen, zoo ende gelijck gedaen ende gepracticqueert wort bij andere casselrijen int regard van haerlieder contributien, ende dat ingevolghe van arrest van de voorschreven Grooten Rade van den 15den junij 1633.

 

3. Ghelijckerwijs sij van de zelve ontfangen de placcaeten ende alle andere princelijcke ordonnantien die de generaliteijt van de voorschreven raeckende.

 

4. Ende sijn de voorschreven wetten ter beschrijfvijnghe van de voorschreven baillij ende schepenen van Bornhem gehouden te compareren omme te aenhooren tgone men hun vertoogen ende proponeren / sal, in alle saecken de voorschreven generaliteijt raeckende ende hun advis daer over te geven.

 

5. Van den voorschreven baenderheere ter causen zijnder baenderije van Bornhem wordt oock te leenne gehouden de heerlijckhede van Opdorp, hoe wel niet begrepen in den transport van Vlaenderen onder de quotisatie van de voorschreven casselrije, in consideratie zij altijt vrij ende exempt es[2] geweest van alle lasten [ende] aijden, zoodat de selve ter saecken van dien bij den voorschreven niet en worden beschreven.

 

6. Ende zijn de leenmannen van de voorschreven heerlijckheijt van Opdorp gecoustumeert van allen auden // tijde over te bringen bij accorde aen mannen van leenne van de voorschreven baronnie ende lande van Bornhem sulcke questien ende gedinghen dewelcke zij niet wijs en zijn te termineren, ende te versoucken hooftvonnisse als van haerlieder wettelijck hooft, hetwelcke hemlieden gegeven wordt met last van tselve alsoo tachtervolgen.

 

7. Alle baillinghen ende criminele[n], om wat delict dat tselve zij, refugierende ten voorschreven lande ende aldaer bij de respective officiers geadmitteert, genieten vollen vrijdom sonder eenichsints gemolesteert te mogen worden, uuijtgesteken vrouwecrachters, brantstichters ende kerckroovers. /

 

8. De gevangenen geapprehendeert binnen den voorschreven lande, moeten gebracht ende bewaert worden ten casteele van Bornhem volgens doude coustumen, behoudens dat gepermitteert wort bij seker vonnisse provisionnel van den Grooten Raede dat den meijer gestelt tot Hinghene van wegens den heere Grave van Ursele, degone bij hem geapprehendeert aldaer vermogen te bewaeren.

 

9. Boven het vermogen, judicature ende berecht competerende de voorschreven respective prochien ende heerlijckheden van alle saecken criminele, personnele civil[e] ende reele, geene uuijtgesteken. Soo hebben zij oock de kennisse bij preventie tegens het geestelijck hof. //

 

10. Noch competeert de voorschreven schepenen ter interventie van de respective baillij ende meijers elck int sijnne te maecken alsulcken ordonnantien, keuren ende statuten als heurlieden oirboir ende proffijtelijck dunckt, (tot) onderhoudt van de politie, neiringhen ende andere diergelijcke saecken, op sulcke boeten, peijnen ende verbeurten alsser bevonden sullen worden ter materie dienende, (ende) die te veranderen, minderen ofte meerderen thaerlieder goetduncken.

 

11. Alsulcke gerechticheijt ende jurisdi[c]tie als toecommen aen de voorschreven respective heerlijckheden te lande, hebben sij oock op de revieren van de Schelde ende Ruppel, midtsgaders / den stroom der selver, sulcx dat dofficieren van dander zijde geen voorder gesach en hebben dan soo verre als sij connen aenraecken mette roede van justitie staende op den oever.

 

12. Ende omme te beter alle diverijen, beschaetheden ende ongeregelde moetwillicheden te achterhaelen, vermogen de respective baillijs ende meijers, elck int sijnne ter interventie van de weth, alle jaere, emmers ten tijde dat zij sulcx bevinden sullen te convenieren, thouden een stille waerheijt[3], alwaer eenigelijck, gedachvaert zijnde uuijt crachte van ordonnantie van de weth, schuldich is voor hemlieden te compareren ende te verclaeren sijnne[4] // kennelijckheijt van tgone hem gevraecht sal worden, op seker peine als sij sullen arbitreren, omme de gone bedregen zijnde (naer dat zij in hunne deffentie gehoort zijn) gepuniert te worden naert bevint van den faicte.

 

13. De voornomde baillius ende meijers ende schepenen hebben macht op de denomminatie van den afgaenden kerck- ende heijlichgeestmeesters (ende) ter interventie van den heere pastoir ende elck int sijnne te stellen ander kerck- ende heilichgeestmeesters, midtsgaders te hooren sluijten ende examineren haerlieder rekenijnghe, die sij jaerlijcx schuldich sijn te doenne elck in sijn geheel omme te staenne over dauditie van diere.

 

14. Ende sijn oock de voorschreven schepenen nergens / ter causen van haerlieder vonnissen betreckelijck nochte reformerelijck dan voor[5] die van den provinciaelen Raede in Vlaenderen bij appelle ofte reformatie.

 

15. Aengaende de kennisse van mannen van leene van de respective hoven binnen den voorschrevenn lande, die sullen ter interventie ende maeninghen van haerlieden baillius gelijck van auden tijden hebben het berecht ende judicature van allen de leenen privativelijck, soo int regard van erfven als onterfven ende oock alle andere saecken de leenen concernerende.

 

16. De respective baillius ende meijers hebben // oock vermogen, ter interventie van de weth elck int sijnne ten tijde als bij de placcaeten ende anderssins den noot verheijst ende bequamheijt toelaet, omme te gaen ende visiteren alle de straeten, herewegen, pontweghen, waeterloopen, beheijninghen ende diergelijcke, midtsgaders de deffaillanten te condemneren thaerlieder mannisse in eenne boete van 10 schellingen parisis voor deerste reijse, ende daernaer deselve te doen maecken ende beteren, ende dies in faulte blijvende, die ex officio te repareren ende hemlieden te condemneren in den dobbelen tweijtschat[6]. /

 

 

RUBRICA 2

VAN ARRESTEN, CLACHTEN ENDE APPREHENTIEN

 

1. Binnen den lande ende casselrije van Bornhem worden darresten ende clachten gedaen bij de respective baillius ende meijers elck in sijnne jurisdi[c]tie, midtsgaders oock bij haerlieder officier in haerlieder absentie[7] ofte ook met hunnen consente. Die gehouden zijn de selven baillius ende meijers danof oock dadelijck[8] te adviseren, met eenen oock te laeten aen den gearresteerden billiet van den selven arreste daertoe vermaent zijnde, inhoudende de cause van diere ende tot wiens versoucke tarrest gedaen is ende ten wat tijde, alles op peijne van nulliteijt.

 

2. Sonder dat zij vermogen sullen op hun eijgen plicht den gearresteerden ofte de goederen te slaecken // op peine van tinterest van partije te refonderen ende arbitrairelijck geboet te worden naer de merite van de zaecke.

 

3. Den gearresteerden persoon ofte goet is slaeckelijck op sekere, ofte bij middel van namptissemente van de somme daervoren darrest gedaen is mette costen daeraenne clevende, ende anders niet. Ende dengonen die geenen seker oft nam[p]tissement en vermach, blijft in vanghenisse totter tijt ende decissie van den arreste, maeckende gelijck de clachte intert van wette.

 

4. Wel verstaende nochtans dat indien den gearresteerden verclaersde op eedt geenen seker te vermogen ofte connen becommen ende presenteerde cautie juratoire, de selve stede hebben sal, als / nochtans naer de gelegentheijt van de saecke ende ter discretie van de weth.

 

5. Den gearresteerden geene persoonne seker vermogende ter plaetse van den arreste, vermach de selven aldaer te stellen met immeuble ofte souffisante meuble goederen niet perissable wesende.

 

6. De temporele catheijlijcke goederen van geestelijcke persoonen sij[n] arresteerlijck binnen den voornomden lande gelijck ander. Ende is den proprietaris gehouden voor eenige lichtinghe seker te stellen omme te recht te staenne ende tghewijsde te betaelen, ofte bij fault[e] van dien blijft het goet in arreste. //

 

7. Men procedeert in materie van arreste van drije dagen te drije dagen, jae oock ten selven daghe van den arreste indien schepenen noch vergadert sijn, oock dat den gearresteerden sulcx versoeckt ende hemlieden daertoe expresselijck dede vergaderen ten coste van ongelijcke bij hem te verschieten.

 

8. Sijnde den arrestant niettemin gehouden, al ist dat den gearresteerden niet en versoeckt, ter eerster ordinaire vergaderinghe van de weth de cause van sijn arrest over te geven ende pertinenten heesch te maecken. Ende daer hij dies in faulte blijft, soo soude den gearresteerden hem te rechte verbinden (ende) van den arreste geslaeckt worden.

 

9. Indient gearresteert goet in arreste blijft ende / apparent is bedorven te worden ofte daervan notable schade soude commen, soo sal tselve bij den officier metten stocke publiquelijck worden vercocht ende tgelt danof procederende onder de justitie gebrocht worden telcx rechte, behoudelijck nochtans voorgaende decre[e]t van de weth die hun daerop informeren sal.

 

10. Het goet dat in arreste gevonden is, en mach niet veralieneert, vertransporteert oft belast worden in prejuditie van den arrestant op peine van nulliteijt, midts tselve bij middel van dien geaffecteert wort ten proffijte van den arrestant voor de schuldt bij hem[9] gequirelleert. Ende heeft den voorschreven arrestant[10] daerop recht van preferentie voor de andere, tenwaere dat haerlieder schult waere gepreviligeert ofte dat den gearresteerden geen ander genouch//saemich goet en hadde, in welcken gevalle sij sullen concur[r]eren ofte geprefereert worden als naer rechte.

 

11. Eenen inwoonder van den voorschrevenn lande, doende eenen vremdelinck ofte afsetenen ar[r]esteren, en is niet schuldich seker te stellen voor darreste ofte costen danof dependerende, tenwaere omme ligitime redenen als van notoire insolventheijt ofte ander ter discretie van de weth.

 

12. Nemaer vremde, arresterende vremde persoonen, sijn schuldich seker te stellen voor alle costen, schaden ende interresten, ende dat voor eenige proceduren op peijne van slaeckinghe indient bij partijen[11] versocht wordt. /

 

13. Indien den gearresteerden persoon vertreckt uuijt vangenisse op de plaetse daer hij als gearresteerden bewaert wiert ofte die hem op sijn versoeck voor vangenisse sonder bewaernisse gelaeten was, (ofte) oock indien ijemant tgearresteert goet vertransporteert [ofte] versteckt uuijtte plaetse van (d)arreste daerbij laste van justitie gestelt was, sonder consent van justitie, incurreert de boete van arrestbraecke.

 

14. Die arrestebraecke committeert verbeurt de boete van tsestich ponden parisis ten proffijte van den heere ende is daerenboven schuldich te redintegreren de hant van justitie ende vangenisse te houden indien hij achterhaelt wordt. Ende bij faulte van redintegreren moet verandtworden voor de schult daervoren darrest gedaen was, ende is daerinne condemnable indien die geverifieert wordt. //

 

15. Alle clachten bringen[12] mede intert van wette ende geven recht van hijpoteque zoo op leenen als andere immeuble goederen, midts geschiedende ten overstaen van baillij ofte anderen maenheere, ende int regard van de leenen voor twee leenmannen ende van ander goederen schepenen ofte laeten naer elck vermogen, behoudens niettemin dat de passeringhe ten lantboecke geannoteert wordt.

 

16. Tis oock georloft clachten te doenne op huijsen, groijende boomen ende alle staende vruchten, (ende) ten effecte van (dien) te genieten intert van wette ende prefferentie.

 

17. Den arrestant tsijnen voordeele sententie / verweckt hebbende, heeft keure ende optie van die ter executie te leggen op den gearresteerden ende sijnne goederen ofte op den seker, weder deen ofte dander de saecke deffendeert oft hij oock doptie in executie ge[p]refereert heeft.

 

18. De steen- ende montcosten van den gearresteerden moeten bij den arrestant pendente lite ende ten coste van ongelijcke verschoten worden. Ende moet den gearresteerden zijnne montcosten hebben naer zijnne qualiteijt, hebbende de weth keure ende optie omme haerlieder costen te verhaelen op den eenen ofte den anderen midts gevende cessie van actie voor den hilft.

 

19. Den arrestant sal gestaen verclaerende den // gearresteerden van arreste te slaecken sonder seker midts simpel adveu te wette ende domicilie kiesende, ende sal de nul[l]iteijt van den arreste ten principaelen gevonden ende gekent worden.

 

20. Daer suspitie van vlucht is ofte verlies op het eedelijck solemnel verclaers van den arrestant, vermach men ijemant voor oft naer sonnenonderganck tarresteren.

 

21. Den baillij ofte sijnne officieren vermogen eenen vremdelinck beticht van delict tarresteren tot intert van wette ende met eenen voorschreven recht te leggen op alle goederen die den heere maintineert hem toe te commen / die in arreste blijven totter decisie van de saecke principaele, tensij omme redenen de weth anderssints moverende.

 

22. Staende clachte gedaen op tgoet van den debiteur duert alleendelijck ses weken. Ende thende van diere smelt van selfs, tenzij die vernieuwt ofte bewettich worde midtsgaders ten lantboecke geannotteert. //

 

 

RUBRICA 3

VAN BORCHTOCHTEN, REELE ENDE PERSONELEN SEKER

 

1. Meuble goederen en mogen in seker gestelt worden midts voorgaende overleveringhe aen den crediteur ende dat danof souffisante preuve can worden g[ed]aen.

 

2. Die hem borghe constitueert voor ontfangers ende pachters van sprincen-, casselrije- ofte prochiepenninghen, midtsgaders voor arresten, slaeckinghen, executien, lichtinge van genampteerde penninghen, / vercoopinghen van perisable goederen, opheve van vruchten ende diergelijcke, bedijt borger ende principael.

 

3. Soo wanneer den seker, bij ijemant gestelt sonder consent ofte acceptatie van partije, compt te failleren, soo vermach den juge van offitiewege partije te bedinghen tot het stellen van anderen seker.

 

4. Soo wije hem borghe gestelt heeft onder eenen anderen ende den principaelen fugitif ofte afgaende van goede is, oft dat de borge thien jaer in de obligatie gestaen heeft, soo mach hij van den zelven principaelen te versoucken ontslegen te worden ende gedurende de litigie met clachte ofte ander praminghe hem doen versekeren. //

 

 

RUBRICA 4

VAN GARANTE

 

 

1. Den gonen die in eenige saecken garant versouckt, sal hebben twee dinghdaghen naer tselve versocht [thebben] omme zijn garant inne te bringen. Ende soo langhe sal de saecke principael stille staen.

 

2. Nemaer sullen (de) brieven van daginghe worden geconsenteert met insertie van [de] cause daeromme dat hij is betrocken ende bij wien, lastende bij de zelve brieven den gedaechden daerop (den) garrant dat hij tselve sal commen aenveerden ofte ontseggen op peijne dat tsijnnen laste, / weder hij compt ofte niet, sal worden geprotesteert naer stijle alles op peijne van nul[l]iteijt van de zelve daginghe.

 

3. Ingevalle den gesommeerden comparareert[13] ende de saecke wilt verantworden ende aenveerden ofte hem inde saecke medebringhen, hij sal tselve mogen doen sonder prejuditie van sheeschers recht, die ingevalle van adjudicatie van sijnne conclusien optie sal hebben in executie tot laste van deen ofte dander, tsij datter protestatie geschiede van thebben keure in executie oft niet.

 

4. Nemaer indien hij doet executeren den originelen // verweerere, soo sal hij verweerere uuijt crachte van de selve sententie den garandeur oock mogen doen executeren.

 

5. Niettemin hangende tvoorschreven litigie, hij sal mogen agieren tot laste van den gesommeerden ende dat voor competenten rechter, tensijnne hij gecondemneert worde de saecke aenne te nemen ende te defenderen onder den versoucker van garante.

 

6. Als persoonen te garante geroepen zijnde, tsij afsetenen, geestelijcke, oft weerelijcke[14], niet comparerende, wort evenwel theurlieder laste geprotesteert in forma. /

 

 

RUBRICA 5

VAN RECONVENTIE

 

 

1. Reconventie en heeft geen stede niet meer jegens arreste dan ander actien, tenwaere dat de reconventie oirspronck hadde uuijt (den) selven contracte ofte cause daeruuijt dat spruijt de conventie ofte innegestelde actie als deel ende accessoir van dien, midtsgaders in matterie van injurien, in lijfve, eere ofte goede gedaen met wo[o]rden, raede ofte faicte, dan de conventionele conclusien moetten in sulcken gevalle genomen worden mette antworde gedient jegens de gheinstitueerde actie.

 

2. Reconventie plaetse hebbende in materie van injurie, in lijf ofte eere alsvooren geseijt is, sal den juge regard nemen wie meest geinjurieert ende geinterresseert is. //

 

 

RUBRICA 6

VAN HUERINGHE ENDE VERHUERINGHE

 

 

1. Huere gaet voor coop, soo wel van huijsen, gronden van erfven als ander saecken, tenwaere anders int verhueren besproken.

 

2. Men mach niemant gedurende de huere van den huijse ofte erfve de selve benemen noch doen verhuijsen, tenwaere bespreck ter contrarien ofte bij authoriteijt van de weth, de gelegentheijt ende circonstantie van de saecke inne(ge)sien hebbende ende naerdien dat partijen daeroppe sommierlijcke gehoort sijn. /

 

3. De catheijlen bij den huerere ofte pachtere gebrocht int gehuert ofte gepacht huijs of tgoet daerop[15] ende -inne bevonden den pachter toebehorende, sijn ende staen verbonden voor de schult van den heurere midtsgaders voor [de] leenijnghe ende latijnghe, daerinne den verpachtere preferentie heeft voor alle andere. Van gelijcken int regard van den naerpachter, die hij oock als principael vermach te convenieren tot betalinghe van het deel bij hem gepacht.

 

4. Den meester ofte proprietaris vermach sijne opgaende houten staende op sijn pachtgoet te doen vellene sonder dat den pachter daeraenne eenigh recht heeft voorder dan happe ende ha[u]mes beloop en heeft als deselve boomen rechtestonden. //

 

5. Den pachter en vermach niet af te hauen[16] eenighe opgaende houten, al waer[t] dat hij de selve binnen voorgaenden termijn hadden laten opwassen, als de selve schuldich sijnde te volgen aen den meester ende sijnnen grondt sonder daeraf den pachter recompentie te moeten doenne. Nochte en vermach (hij van) opgaende (houten) genne troncken te maecken.

 

6. Nemaer eenen huerrelinck plantende op den grondt die hij in pachte houdt eenighe bomen, mach die wederomme uuijtdoen ten expireren van sijnnen eersten termijn van huere. Ende[17] die laetende commen ende staen in sijnnen tweeden oft anderen voorder termijnen, sal den proprietaris die vermogen te behouden op prijs ende schattijnge als staende. /

 

7. Insgelijck wat hueraere op sijnnen gepachten grondt stelt eenighe huijsen oft ander edificien, bij consente van den proprietaris ofte buijten consente, den selven proprietaris mach deselve huijsen ofte edifitien behouden op prisije te doenne al oft die ter aerden lagen, tenwaere dat tusschen partije anders besprocken wierde voor het maecken van de voorschreven edifitien.

 

8. Soo wie van huere van den huijse ofte erfve binnen den voorschreven lande langer gebruijckt dan sijnnen tijt ende sonder eene nieuwe voorwaerde blijft besitten, is gehouden te betaelen de beseten huere voor tgeheel loopende jaer gelijck hij gehouden was dlaetste jaer te betaelen. Ende en is // niet gehouden daeruuijt te gaen voordat hij daertoe versocht is bij den verhueraer oft proprietaris omme te scheeden thenden van den loopenden jaere. Ende sal de tacite conductie ofte reconductie elck respectivelijck naerwercken voor een jaer, (ende) dan moet den opsegh gedaen worden tenminsten vierthien dagen voor Kerssavont.

 

9. Pacht ofte huere van gestruijcte leenen ende weesengoederen langer dan drije ofte ses jaeren en sullen geen effect sorteren.

 

10. Kerckmeesters ende dischmeesters ofte andere en[18] vermogen geenne kercken- ofte dischlanden te / verhueren dan bij kerckgeboden ende meestbiedende de naeste ter interventie [van] heere ende weth van de plaetse daer de kerck ofte disch gestaen is, op peijne van nulliteijt ende de kercke ofte disch de schade ende interrest te moeten instaen.

 

11. Tvermaecken ende onderhoudt van de straeten gelegen ontrent de pachtlanden, midtsgaders de poinctinghe ende settinghe ende andere oncosten van den erfachtighen, compt ten laste van den pachter, oncoste den erfachtighen, sonder afslach van den pacht, tenwaere anders besproeken ofte wel dat de pachters insolvent waeren. In welcken gevalle den meester gelijcke borghe mach toegesproken worden, behoudens dat sulcx geschiet binnen de jaere naer dat ijder settinghe // besleet ofte geroepen is geint te worden. Nemaer de dijckgesochten ende alle andere lasten van dijckaige de leeghe landen overcommende, blijven ten laste van den proprietaris.

 

12. Alle pachten naer daflijvichijt van den pachter worden getransporteert op de weduwe ende hoirs van den overledenen elck ter helft. Die daerinne continueren totten expireren van den termijn, behoudens andermael presterende seker, ende blijven voor den pacht in solidum verbonden.

 

13. Den gonen hem verhuert hebbende, tsij metser, temmerman, cnaep, maerte, handtwercker oft / andere omme eenich werck ofte dienst te doenne, moet tselve alsoo volcommen, ofte partij en maecht doen doen thennen coste ende hem sommierelijck daerinne doen condemneren midtsgaders in costen, schaden ende interresten. Ende sal (niemant) den persoon elders geen werck mogen geven, de kennisse gedaen zijnde van zijn gebreck.

 

14. Niemant en vermach een anders knecht ofte maert taenveerden[19] gewoont hebbende desen lande tensij dat hemlieden blijcke dat meester ofte vrauwe thaerlieden laste niet en weten te pretenderen, anders sijn verobligeert aensocht zijnde tselve te betaelen behouden huerlieden regres. //

 

15. Dienste van boden ofte maerten van de leste twee jaeren wordt geprefereert voor andere gepreviligeerde schulden.

 

16. Den pachter en vermach geenne reparatie te doene van eenighe consideratie aen huijsen, posten, stallen ofte schueren daerinne den meester gehouden is, tenwaere bij consente van den selven meester ofte dat hij daeroppe geadverteert hebbende, sulcx bij hem[20] gedelaijeert oft gerefuseert wiert. In welcken gevalle sullen die gedaen reparatien, gebeurt naer den heesch van de wercken, hem goet gedaen worden ten seggen van mannen hemlieden dies verstaende. /

 

 

RUBRICA 7

VAN VERCOOPIJNGHE ENDE BELASTINGHE

 

 

1. Alle contracten aengegaen ende gesloten sijn schuldich te sorteren effect ende volcommen te worden naer haerlieder vorme ende inhouden, sonder tegestaenne met presentatie van costen, schaden ende interresten dan alst in de macht niet en is van deen ofte dander van partijen contractanten te volcommen.

 

2. Nemaer de contracten ofte coopmanschepen gemaeckt in herberghen te wijnne ofte biere, vermach men te wederroepen ende // daeraf te scheeden, midts bij dengonen die gerouwt betaelende het gelach daerop verteirt ende doende daervan insinuatie aen partije ter handt zijnde, ofte tenminsten an den weert daert contract geschiet is in presentie van twee getuijgen, alles binnen 24 hueren naer het sluijten van den contracte, sonder dat men in de contracten aen tvoornoemde recht van peniteren vermach te renunchieren.

 

3. Ende den cooper en mach op sijn plichten sonder consent van den vercooper voor het overstrijcken van den voorschreven 24 hueren geen hant te slaenne aen het vercoocht goet, tsij roerelijck ofte onroerelijck, op peijne van te betaelen schaden ende interresten indien den vercooper is peniterende. /

 

4. Als een vercooper tweemael aen diversche persoonen een goet vercoopt, soo is daeraf de naeste aen wie eerst de leveringhe ofte derfvenisse gedaen is, alwaer deene vercoopijnghe wettelijck gedaen ofte niet, tensij hij kennisse gehadt heeft van den voorgaenden coop ofte datter arreste ofte andere beletsel ende acte van justitie tevorent daerop gedaen waere, hebbende den anderen regres op den vercooper voor sijn interrest. Maer daer noch deen noch dander traditie ontfangen en heeft, soo wordt den eersten cooper geprefereert voor dander omme tagieren tot traditie.

 

5. Die bedrogen is over dhilft van den justen prijs, tsij cooper ofte vercooper, vermach tagieren ten fijnne de justen prijs // gesuppleert ofte gededuceert worde oft dat den coop worde geannulleert, dobtie van dien toecommende den coopere. Welcke actie competeert soo wel in vercoopijnghe die wettelijck ofte bij decrete gedaen wort, als uuijtter handt.

 

6. Int vercoopen van eenighe huijsen, erfven oft lande, soo verre als men verswijcht sijnnen cooper de huijshuere sulcx als die is ofte eenige renten, servituten ofte eenige andere lasten hoedanich die sijn, soo is den coop nul indien den cooper belieft voor derfvenisse. Dan die gedaen zijnde, moet den vercooper den cooper oprechten al tgone dat hij verswegen heeft ten seggen van lieden hem dies / verstaende ofte van den juge. Ende worden de verswegen heerelijcke grontrenten ende andere onlosselijcke cheijnsen geextimeert van den penninck 24.

 

7. Men vermach geen renten vercoopen onder de justen ende gepermitteerden prijs, te weten erfvelijcke losrenten onder den penninck 16, ende lijfrenten thunnen lijfve onder den penninck achte, ende twee lijfven onder den penninck thienne, op peijne van nulliteijt ende arbitraire[21] correctie ten laste van den cooper, alwaert dat de lett[e]ren van constitutie [den] justen prijs inhielden, soo verre contrarie blijcken coste. //

 

8. Alle vercoopinghen van renten daer den cooper ende renthier themwaerts gereserveert sijn capital te mogen repeteren alst hem belieft, sijn nul ende van onweerden, ende den cooper wordt arbitrairelijck gepuniert. Gelijck oock van onweerden sijn de renten ende den coop punierlijck, als in[t] capitael van de zelve rente eenich toecommende crois begrepen is.

 

9. Men mach geene renten coopen met waere ofte coopmanschepe. Ende danof blijckende, zijn die van onweerden alwaert dat de letteren van constitutie anders inhielden, tenwaere deselve waere ofte coopmanschap goet hadde geestimeert geweest / ten justen prijse naer gemeenen mertganc.

 

10. Van leeninghen ende winninghen gedaen op dobbelen ende tuijspel, en spruijt geen actie noch en wert daerop geen recht gedaen ten voordeele van den leender ofte windere, alwaer daeraf cedulle gemaeckt ende cause verandert, tensij in georlo[o]fte spelen ende daerinne de menschenmacht gebruijckt wordt.

 

11. Den cooper vermach de renten ende reele lasten die deuchdelijck geaffecteert staen op den gecochten grondt ofte huijse, te lossen ofte betaelen in minderinghe van[22] sijnne coopsomme. //

 

12. Den crediteur ofte renthier hebbende speciale hijpoteque, en moet sijn actie hijpotiquare niet splijten, nochte en wordt sulcx verstaen met danof gespleten ontfanck te nemen.

 

13. Die eenich gestolen goet coopt, midts bij den waerachtegen proprietaris danof betooch doende, is gehouden totte restitutie, behoudens sijn regres op den vercoopere. Ende sal soo wel deen als dander daervan gepuniert worden, elck naer sijn misdaet te trecken uuijt de gelegentheijt van de saecke, hunne qualiteijt, cleijnheijt van prijse ende ander[e] circonstantien./

 

 

RUBRICA 8

VAN DECRETEN, SENTENTIEN ENDE EXECUTIEN ENDE ACTEN VAN NAMPTISSEMENT

 

 

1. Den rentheffer hebbende uuijtgewonnen sijn hijpotecque tot genouchdoen, es gehouden de selve wettelijck te doen verhueren voor eenen termijn van drije jaeren.

 

2. Ende daer deselve huere soo veele uuijtbrincht als den afwinders act[i]e mette costen van de afwinninghe ende andere tot daertoe geschiet sijn beloopende, soo is daermede ten vonnisse van schepenen voldaen. Ende wordt den hueraer gehouden promptelijck de huere binnen seven dagen naer den valdach te furnieren op peine // van daervoren geexecuteert te worden.

 

3. Nemaer daer die te hem hem voorent bij den proprietaris deuchdelijck ende behoorelijcken termijn is, sal den afwinder tot laste van den pachter deselve actie hebben die jegens hem was hebbende den voorschreven proprietaris.

 

4. Ende daer dhuere van drij jaeren het principal ende costen niet en soude connen blusschen, emmers jaerlijckx niet uuijt en[23] brochte dobbel rente, soo vermach den afwinder te versoucken ordonnantie van de weth omme ten naesten daghe te procederen tot decretement van vercoopinghe van de voornomde / gewonnen hijpotecque, dwelck hun geconsenteert wordt in der maniere naervolgende.

 

5. Alvoren sullen worden gedaen drij sondaechsche vervolgende kerckgeboden van vierthien dagen te vierthien daghen sonder interruptie ter plaetse daer de goedinghen gelegen sijn, ende een vierde van gratie, bij twelck wordt geboden dach van eerste kersbrandinghe, daermede dachvaerdende alle degone die eenige actien aen de selve hijpotecque soude mogen pretenderen, tsij rentheffers ofte andere omme de selve over te bringen op peijne van verstekijnghe.

 

6. Den welcken eersten daghe van kersbrandijnghe den decretant ofte andere uuijt sijnnen naeme moet compareren omme tgoet in te stellen. //

 

7. Deerste kerse gebrandt sijnde, wordt bij de weth geordonneert dinsinuatie gedaen te worden aen den proprietaris omme sijnnen gront tontlasten ende suijveren opdat hem goet dunckt.

 

8. Tsondaechs voor tgenachte daernaer wordt geboden op den dach van rechte te branden de tweede kersse, daer eenijghelijck wordt aenveert omme te moghen verhoogen op de conditien van den decrete daervan insinuatie gedaen wordt alsvoren. Ende dat men ter[24] naester vierschare sal branden een derde ende leste kersse superabondant, ende dat den decretant ofte lesten hooger sal worden geerft indien den selven decretant middelertijt niet[25] voldaen en wort. /

 

9. Welck branden van de derde kersse geboden wordt tsondaechs voor het derde genachte. Ende soo daer niemant en compt omme den selve decretant ter voldoenne ofte behoorelijcke calengieringhe en is, wordt den lesten verhooger geerft op de zelve conditien.

 

10. Maer ingevalle ij[e]mant daertoe gerecht zijnde de selve goederen wilde vernaerderen, sullen daertoe worden verstaen ende tnaerderschap gekent oft aengewesen zijnde, is ghehouden ten daghe van de erfvenisse over te leggen de penninghen van den coop op peijne van te vervallen van teffect van de selve naerhede ende voorts alles te voldoenne naer tinhouden van de conditien mette redelijcke costen ten regarde van dien gebeurt op vonnisse van mannen ofte schepenen. //

 

11. Al twelck oock geobserveert sal wesen int decreteren van eenighe huijsen, landt ende erfve tot verhael van condemnatien gegeven in actien personnele ofte andersindts liggende in executie, die men sal mogen decreteren vierthien dagen naer de condemnatie.

 

12. Sententien ende ordonnantien bij schepenen ende mannen van leenne gegeven in executie liggende, verjaeren ende moeten executoire gewesen worden bij den selven juge daertoe meer verheesten wordt een dachvaert.

 

13. Sonder dat men op het wijsdom executoire eenige andere exceptien admitteren sal den principaele ende peremptoire die in executie vermogen geproponneert te worden. /

 

14. Dan ingevalle den juge bevint dat die liggen in groot ondersoeck en kennisse van saecken midtsgaders dat den opposant commende ter deffentie niet ter handt en heeft prompte blijcken, soo sal die juge, soo ex offitie als ten versoucke van partije, vermogen te decerneren provisie van namptissemente ende lichtijnghe van[26] sekere ingevalle dat het gewijsde niet audt en is thien jaeren ende dat anderssindts de meriten van de saecke sulcx toelaet.

 

15. Soo wanneer den heeschere agiert uuijt crachte van eenen claer[e] obligatie[27] ofte andere schult die in confesso is, niet excederende de thien jaeren, moet den verweerere doende eenige versoucken, mede ter provisie antworden ende daerbij voeghen het preparatoire blijcken dat hij heeft // aengegaende sijn geallegierde[28] ofte wel indien hij sulcx niet en doet, soo sal men den heesschere mogen aenwijsen provisie van namptissemente ende lichtinghe van seker.

 

16. Nemaer daerbij voughende sijn blijcken, vermach den heeschere met tdienen van antworde de conclusie ten principaelen den saecke op provisie in recht concluderen te furnieren bij advertissementen hinc inde.

 

17. Gheene decisoire delatien van eede en sullen de provisie commen stremmen, tensij dat den procureur betooch doet van daertoe thebben speciael last. Soo oock dallegatien / van litispendentien ofte diergelijcke sonder preuve ofte andere concludente apparentie niet en sullen stremmen het versouck ende te mogen decerneren provisie.

 

18. Ende sullen oock geen executien en vermogen te geschieden dan naer voorgaende sommatie, daerbij aen den gecondemneerden dach verleent wordt van seven dagen ende nachten. De welcke soo wel vermogen te geschieden op sijnnen persoon als op sijnne goederen sonder ordre ofte executie te moet[en] achtervolgen.

 

19. Men sal oock niet useren het leggen van weddeboden tensij bij speciale ordonnantie van de weth oft daer questie is van het volcommen ende presteren van eenich faict. //

 

20. Van gelijcken en is niet georloft twee executien tsamen te doenne omme eenne schult dan wel saissement omme deenne executie volbracht zijnde op dander gesaisierde goederen, daernaer te verhaelen de cortheden.

 

21. Niettemin den gecondemneerden geexecuteert ende in vangenisse gerecommandeert sijnde niet volcommende, soo sal aen den crediteur georloft sijn sijnne goederen te vercoopen ofte wet te decreteren naer stijle. /

 

 

RUBRICA 9

VAN GIFTEN ENDE DISPOSITIE SOO WEL METTER WERMER HANDT ALS BIJ TESTAMENTE

 

 

1. Eenijegelijck zijn selfs ende machtich sijnde omme van sijnne goedinghen te disponeren, sal vermogen wech te geven metter wermer handt ende donnatie inter vivos alsulcke gronden, erfven, smal- ende volchleenen, rente[n], beset ofte onbeset, ende alle andere goedinghen van vrij dispositien, behoudens dat hij hem daeraf ontmaeckt doende traditie ende erfvenisse daert behoort ende den begiften deselve acceptere ende aenveerde binnen den leven van den gevere. [Ende] sal themwaerts mogen reserveren het bladt ofte usufruict sijn leven lanck gedurende, maer niet de proprieteijt. //

 

2. De gone die kinderen ofte descendenten heeft, en vermach in prejuditie van de zelve inter vivos niet voor te disponeren[29] dan tot een derde van de goederen die sijn van vrije dispositie.

 

3. Alle testamenten ende uuijterste willen sijn van weerden niet jegenstaende dat daerinne niet geobserveert[30] en sijn de solemniteijten van de geschreven rechten. Nemaer es genouch dat daeraf blijcke bij den handtgeschrifte ofte hantteecken van den testateur beneffens twee getuijghen, oft dat anderssins tvoorschreven testament gepasseert sij voor den pastoir, onderpastoir ofte notaris ende twee getuijgen ofte wel wettelijck. /

 

4. Ende mach elck bij sijn testament ende vuijtersten wille geven tgerechte derdendeel van al sijn deelsaem goet[31] in Vlaenderen gelegen ende niet meer, waeronder oock begrepen sijn de smal- ende volchleenen. Ende soo verre ijemant meere wech geeft, in wat manieren dat het sij, tselve wordt gereduceert totten derde.

 

5. Nochtans en is den hoir niet dwingelijck den begiften, tderde van de leenen ofte ander gronden van erfven te splijten, maer vermach te ontstaene midts recompenserende ende betaelende de weirde van dies met anderen goede oft gelde.

 

6. Gifte van tderde is te haelen in actie // personnele, tensij voorgaende traditie, sonder dat den begiften eenige actie reele ofte hijpotecquaire competeert. Den welcken moet betaelen alle andere testamentaire giften ofte ordonnantien naer de doot sonder den cost ofte last van de hoirs ende oock het derde van de funeraille, midtsgaders het derde van den commere ende schulden ten sterfhuijse. Ende is schuldich daervooren seker te stellen dies bij thoir versocht sijnde.

 

7. Testamenteurs ende executeurs van de vuijtersten wille en mogen de testamenten niet ter executie te stellen tensij uuijt dhanden van de hoirs gefurniert wesende, oft bij wege ende[32] middele van tselve testament te doen wijsen executoire, alwaert dat hemlieden execu/teurs bij den zelven testamente breeder macht gegeven waere, dan zal de weth daerinne sommierelijck ende bij provisie voorsien oock met corte delaijen ofte anderssints naer de noot ende exigentie van de saecke.

 

8. Ghehoude vrouwen vermogen bij testamente te disponneren van hunne goederen sonder consent ofte authoriteijt van hunnen man, gereserveert dat sij hunnen man in bijlevijnghe niet en vermogen te prejudiceren. //

 

 

RUBRICA 10
VAN NAERHEDE ENDE PREFERENTIE

 

 

1. Alsser eenige renten vercocht ofte getransporteert worden die besedt sijn op eenige perceelen van leenen, erfven ofte huijsen, binnen den voorschreven lande gelegen, tsij grontrenten, losrenten, eeuwighen cheijns ofte andere, de persoonen wie de percheelen toebehooren daerop sulcke renten gehijpotecqueert ofte besedt staen, sijn de naeste omme de vercochte renten te calengieren bij naerheden indient hemlieden belieft, ende dat binnen acht, uuijtterlijck vierthien dagen naerdat hun den prijs van den zelven / coop bij den cooper ofte cessionnaris te kennen geven wordt ter presentie van twee souffisante persoonen, midts den selven cooper rembourserende sijnne verleijde penninghen die hij bij eede verclaeren sal ter causen van den zelven coop verleijt ende te coste geweest thebbene. Soo oock den cooper gehouden wordt te verclaeren bij eede ingevalle dengoenen die de naerhede calengiert, tselve begeert. Twelcke oock plaetse hebben sal int regard van schulden, servituijten ende leninghe bij cedulle, tsij wettelijcke ofte onder het hantteecken.

 

2. Als[33] gestruijckte ofte pa[t]rimoniale leenen ende andere erfgoederen oft huijsen gelegen // binnen de voorschreven casselrije vercocht worden, soo vermach dengeenen, bestaende van den sijden daeraf tgecommen is, denselven coop te calengieren, tenwaere dat den cooper dien naer bestonde. Ende als er meer persoonen sijn even naer bestaende de naerhede leggende, soo sal den gonen eerst sijnne naerheden geleijt hebbende geprefereert worden, gereserveert int regard van de volle leenen alwaer geprefereert sal worden dengenen die de prologative soude hebben in de successie. Ende de voorschreven calengierders niet even naer bestaende, soo wordt den naesten bestaender geprefereert.

 

3. Alle geconquesteerde goederen, al worden die / naermaels bij den geconquesteerden weder vercocht ofte belast, hoe dichwils het zij, en valt geen naerhede, tenwaere dat sulcken geconquesteert goet commen waere uuijt den struijcke ofte patrimonie van de persoonen dewelcke den conquesteerder was bestaende te goede ende te blode, in welcken gevalle het goet subject sal sijn de naerhede als dat[34] vercocht ofte gealieneert wordt.

 

4. Alst er geen naerlinck en compt, ofte dat den cooper selver den vercooper niet en bestaet van bloede van der sijde danof de erfve commen is, soo[35]  vermach den heere daeronder dat tgoet gelegen is soo den coop voor erfvenisse houden // ende reserveren, behoudens dat hij van dooder hant niet en sij. Ende en heeft den zelven heere in sulcken gevalle geenen wandelcoop gelijck hij profficteren soude indien dat ijemant bestaende van bloede calaingie van naerhede quame te leggen.

 

5. Elck calengierende van naerhede es gehouden sijnne calaingue te doenne binnen de behoorelijcke kerckgeboden, emmers voor derfvenisse ende[36] niet daer naer, gereserveert uuijtlantsche ende onbejaerde, dewelcke sullen mogen commen binnen den jaere naer erfvenisse, alles op peijne van versteken te sijnne van naerheden sonder hoope van restitutie weder datter kerckgeboden gedaen sijn ofte [niet] naer uuijtwijsen van den 37ste article[37] vant / eeuwich edict van de[n] jaere 1611 ende dinterpretatie daerop gevolcht den 20sten april 1616.

 

6. Soo wie eenighe naerhede lecht, is schuldich tselve te doenne van den geheelen coop van den goede alsser diversche partijen tsamen vercocht worden in eenen coop, sonder eenich te mogen calengieren ende dander te laeten varen, tenwaere dat den calengierder alleenelijck bestaende waere te respecte van eenige vercochte partijen ende niet aen alle. In welcken gevalle nochtans den cooper hebben sal de keuse van alleendelijck den calengierder te laeten volgen de partijen daervan het bestaet oft wel den geheelen coop indistinctelijck. Ende sal den calengierder in sulcken gevalle den selven coop oock schuldich // sijn taenveerden dan voor soo vele alst aengaet. Den heere[38] die en moet maer calengieren de goedere[n] van hem gehouden.

 

7. Den calengierder is schuldich ende gehouden terstondt, emmers binnen drij dagen ten uuijttersten, tnaederschap bekent ofte aengewesen sijnde, over te leggen de penninghen soo veele als den cooper ende vercooper affirmeren bij eede bedragen sonder fraude midtsgaders de redelijcke lijfcoopen ende godtspenninghe, emmers al te voldoenne naer tinhouden van de waerachtighe voorwaerde ofte contracte. Twelck den calengierder sal vermogen te betoonen nietjeghentaende den eedt bij den cooper ende vercooper gedaen alsvooren, op peijne van te verliesen het effect van diere. /

 

8.[39] Van gelijcken is eenen naerlick gehouden op eedt te verclaeren dat hij de naerhede pretendeert voor hem selven sonder eenige fraude. Ende is schuldich selve ter erfven te commen sonder sijn recht ander te mogen overgeven ofte transporteren, dan wordt sulcx toegelaeten aen den heer leggende naerhede dominicale.

 

9. In erfvelijcke mangelinghe van gront op gront en valt geen naerheden, tenwaere dat van deen oft dander sijde meer waere gegeven in gelde ofte in prijse van ander meublegoet dan dat bedraecht den weerde van den gronde die gederft wordt, in welcken gevalle sulck contract sal gehouden worden voor coop ende sulcken gront bij manghelinghe vercregen volch te sijde van degone die sijnnen gront daervoren gederft heeft. //

 

10. Als twee ofte meer persoonen gemeen sijn in eenich leen ofte gronden van erfven gelegen binnen den voorschreven lande ende dat een van hemlieden sijn deel vercocht aen eenen derden, soo vermach dengonen dander mededeel hebben[de], tvercoocht deel te vernaerderen midts betaelende den coopschat alvooren. Ende die tmeeste deel heeft, woordt geprefereert voor dengonen tminste deel hebbende.

 

11. Voor erfvenisse blijft de naerhede open voor den tijt van dertich jaeren.

 

12. De naerhede binnen huwelijcke geleijt en wordt niet gereputeert voor conquest maer[40] // voor patremoine aen de sijde waerover die geleijt is aen de welcke de vernaerderde goederen sijn volgende behoudens recompense voor deen helft van den prijs.

 

13. Elck proprietaris ofte meester verhuert hebbende zijn goet, huijse ofte erfven ende bevindende tselve bij den pachter in deele oft int geheele voortverhuert te sijnne, is de naeste omme tselve sijn goet int geheele te aenveerden ende tselve voorts te verpachten ofte anders sijnnen wille daermede te doene sonder den voorpachter ofte naerpachter eenige baete te moeten geven. , dan vermach den pachter sijnnen meester[41] tot deselve aenveerdinghe, die in sulcken gevalle sijnne intentie moet verclaeren binnen vierthien daghen op peijne van exclusie. Nemaer // niet aensocht sijnde ende danof evenwel de wete off kennisse gehadt hebbende drij maenden, soo comt daernaer te laete, dan heeft optie van sijnnen pacht ende voorder conventie te verhaelen op den voor- ofte naerpachter.

 

 

RUBRICA 11

VAN SERVITUTEN ENDE GHEBURELIJCKE RECHTEN

 

 

1. Men mach bij genen anderen middel servituten te vercrijghen dan bij wille, consente ende conventie tusschen partijen ofte inmemoriale possessie[42]. /

 

2. Niemant en is gehouden af te sluijten ofte beluijcken tgescheet van sijnder erfve hij en wilt, tenwaere datter van outs geluijck in[t] gemeene geweest hadde, in welcken gevalle een gebuer bedwingelijck is tot gelijcke reparatie ende beheijninghe.

 

3. Hagen ende gelendt en scheeden geen proprieteijt ofte domminie van erfve, tenwaere dat de selve te dien fijnne gemaeckt[43] geweest hadden ende dat daeraf bleke. Maer mueren, fundamenten, ende snede van steene oft palen met kennisse van saecken oft onder smenschen gedenckenisse gestelt, beteeckenen scheedinghe van domminie, tensij bij preuve ter contrarien.

 

4. Elck moet gedooghen dat sijnnen gebuer / over sijnne erfve ofte bijvanck reparatie doet soo behooren[44], behoudens dat men reparere ende betere sulcke schade alsser geschiet mach sijn.

 

5. Grachten staende int gescheet van erfven, sijn te houden over gemeene, ende weerden alsulckx gesuijvert ende onderhouden, tenwaere dat bleke ter contrarien ende dat de eerde oijnt[45] van allen auden tijden geworpen hebbe geweest over deen sijde voor teeckenne dat de proprieteijt der selver sijde toebehoort.

 

6. Boomen staende inde middel van[46] / eenighe grachtkens, dijckxkens, hagen ofte andere bestopsels, sijn ende blijfven gemeene nietjegenstaende dat de[e]n ofte dander die geplant mach hebben ten aensienne,  wel wetene ende gedooghe van sijnnen gebuer.

 

7. Elck proprietaris dies versocht zijnde, [es] gehouden te weren de croppen ende tacken van sijnne opgaende boomen, troncken, blusschen ofte ander hauten hangende over anders gront binnen genachte naer insinuatie aen den pachter op de boete van drije ponden parisis ende op peine van den haut en van de overhangende tacken te verbeuren jegens den heere ende niet min geweert te sijnne thaerlieder costen. //

 

8. Die fruictboomen hangende heeft tacken over sijns gebuers erfve moet de overhangende tacken afhauwen ofte zijnnen gebuer laeten volgen alle de vruchten die alsoo overhangende zijn tsijnnen gebuers geliefte ende keure.

 

9. Niemant en vermach jegens eenen gemeenen muer, ende vele min[47] jegens den muer van sijnnen gebuer, eenighe regenbacken, steenputten ende privaten te maecken, haudt [te] legghen ofte eenige hautmijten te stellen, mesch, more, slijck smijten ofte anderssints ijet doen daer perijkel vuijlicheijt, natticheijt, stanck uuijtcommende oft den muer hinder hebben zoude, tensij dat hij tusschen beede maecke ende onderhoude / eenen muer geme[t]st met terras ofte anderssins behoorelijck [so]datter geen schade af en comme ofte dat zijnne gebueren daerdeure geenen interrest en lijden, wel verstaende dat dhautmijten moeten liggen vijf voeten van alle dacken.

 

10. Heusiedruppen vallende van schaillien- oft tichelendack bewijsen dat den proprietaris van die huessie heeft eenen halfven voet erfve uuijten zijnnen muere, ende van stroijen dack eenen voet en half.

 

11. Die vensteren ofte locht geeft op een anderlieden // erfve, hetsij bij title ofte sonder, sal gehouden zijn deselve vensteren te bevrijden met ijseren baeren ende gelaesen sonder die open te mogen doen dan van sijnder sijde, tenwaere conventie ofte bespreck ter contrarien.

 

12. Wie van nieuwe sal willen locht nemen op een ander lieden erfve, sal de vensteren moeten maecken seven voeten hooge ende mannenslage, bestopt met gelaesen ende versekert met ijseren baeren soo voorseijt is, sonder nochtans daerbij te vercrijghen recht van[48] servitute.

 

13. Men[49] vercrijcht binnen den voornomden / lande jegens private persoonen recht van van servitute rural ende continuel oft eenvoudich deur smenschen toedoen ofte daer niet van noode en is, gelijck van de waterloopen ende ander diergelijcke, bij paisible possessie ende ter goeder trauwen van dertich jaeren ende[50] sonder title. Ende van servituten rurale discontinuele daer smenschen toedoen concureert, gelijck van wech ofte dreve[51] thebben, te voet,[52] te peerde ofte te waghen door ijemants erfve, ofte waetere met beesten ofte anderssints watere, savele, marle, zant ofte leem, in ofte deur ij[e]mans grondt te mogen haelen ofte gelijcke saken, sullen geprescribeert worden mettertijt van dertich jaeren, behoudens goeden trauwe alsvoren.

 

14. Als ijemant eenich edifitie geme[t]st heeft // op sijns gebuers erfve naerdat het in calck, mortel oft haudt volbracht is, ende dat den edifiant oft de gone zijnne actie hebbende danof gebruijcke heeft paisivelijck sonder obstaekel 1 jaer, soo blijft tselve ediffitie in sijnnen staet eeuwelijck staende omme bij den edifiant tselve te gebruijcken ende te possesseren midtsgaders in proprieteijt thouden staende midts[53] daervoeren sijn gebuer op wiens erfve tselve edificie staet betaelende jaerlijckx cheijns ter estimatie van schepenen ende erfscheeders, behoudens ende dat int regart van den uuijtlantschen ofte anderen geprevilegeerden, die sullen hebben den tijt van drije jaeren./

 

15. Ende soo wanneer dat iemant eenighe passagie genomen heeft den tijt van thien jaeren int regart van presentie, ende eene van absentie ofte gepreviligeerde[54] twintich jaeren continuelijck ofte successivelijck naer de exigentie van de zaecke, voor eenige landen, meersschen ofte andere goedinghen, met wat specien van beesten ofte saecken dat het zij, indien hij daertoe niet en is gerecht, sal oock daerinne vermogen te continueren behoudens int lant alsvoren.

 

16. Voorts soo wanneer dat eenich lant geene passagie en heeft ofte aldaer door merckelijck beletsel geenen passagie benommen en can worden, soo sal den proprietaris ofte huerder tsijnder naester gelegentheijt ende ter minster // schade sijnne passaigie vermogen te nemen midts aen den gebuer instant geschiedende sommierelijcken[55] te seggen van twee gedeputeerde wethouders. Ende sal sulcx passagie gecontinueert worden totter tijt datter andere sal gedesigneert worden ofte het beletsel geweert zijn, alles ter goeder trauwen./

 

 

RUBRICA 12

VAN PRESCRIPTIEN ENDE POSSESSIEN

 

 

1. Alle actien, personnele reele ende mixte, midtsgaders trecht van proprieteijt van eenighe goeden, tsij leen ofte erfve, wordt geprescribeert bij de continuele possessien, paisible ende ter goeder trauwen, van dertich jaeren, gereserveert jegens de gepreviligeerde persoonen, als sijn kercken ende cloosters, gemeenten, onderjaerigghe, uuijtlantsche ende diergelijcke, jegens de welcke men hem sal reguleren naer de geschreven rechten. Ende wordt metten tijt // van dertich jaeren de goede trauwe soo gepresumeert dat dengene die contrarie al[l]egierende danof schuldich is te doenne een concludente preuve.

 

2. Prescriptie minder dan van[56] dertich jaeren en heeft binnen den voorschreven lande geen stede in wat saecken dat het zij, uuijtgedaen de gonne danof is bij placcaerte, ordonnantie ende mandemente anders gedisponneert is, ende oock de gone van rechtswege sijn van drije jaeren, ende daeronder, de welcke sullen effect sorteren achtervolgende de selve dispositie.

 

3. Als eene rente personnele, reele, erfvelijcke / ofte lijfrenten, losselijck ofte onlosselijck, binnen den tijt van dertich jaeren niet betaelt en is geweest, soo is de voornomde rente extruijct in crois ende principaelijck[57], gereserveert de heerlijckheit- ofte cheijnsrenten.

 

4. Den hueraer ofte pachter en mach binnen geenen tijt het gehuert goet tprescriberen nochte oock [dengenen die] bij bijlevinghe ende uuijten naeme van den proprietaris tgoet geposseert heeft[58] bij wat title dat het zij, ende noch veele min die daeraf bij gedooghe gebruijck heeft. //

 

 

RUBRICA 13

VAN CONTRA[C]TEN VAN HUWELIJCKE, MIDTSGADERS STAET ENDE CONDITIEN VAN GHEHUWDE LIEDEN, RECHT ENDE MACHT OP HEURLIEDER KINDEREN

 

 

1. Alle contracten van huwelijcken gesloten voor eenigen bant van trauwe, sullen sorteren effect ende stede houden naer haerlierder vorme ende inhouden tusschen de contrahenten ende haerlieder hoirs, nietjegenstaende datter kinderen ofte kint ter eerster doot zijn, levende ofte niet, behoudens dat daermede niet gecontravenieert en / worde het sevenentwintichste article van den eeuwighen edicte van den jaere 1611. Soo oock effect sorteren sullen alle belooften ende giften gedaen bij vader ende moeder, vrienden ende maghen, ofte ander in voorderinghe van huwelijcke, sonder prejuditie nochtans van der ligitieme portie van andere kinderen oft in officiositeijt van gifte.

 

2. Huwelijcke gifte eerst ipso facto den begiften, weder die iudicielijck gedaen es ofte niet, sonder dat van noode is eenige solemniteijt van erfvenisse ende onterffenisse ofte ander(e) traditie dan alleenelijck annotatie ten // lantboecke. Nemaer int regard van de leenen sulle gedaen worden dhovelijcke debuoiren.

 

3. Man ende wijf mogen elcanderen niet verschoonen binnen huwelijcke, alwaert oock bij contracte danof teffect eerst sorteren soude naer de doot, anders noch breeder dan van eenen tamelijck juweel ofte catheijl naer den staet ofte conditie van den gevere ofte geverigge.

 

4. Man ende wijf naer consumatie van / huwelijcke sijn in gemeensaemhede van alle havelijcke ende roerelijcke goederen, actien ende crediten, passive ende active schulden[59] gecontracteert soo voor als gedurende de huwelijcke, ende voorts in alle conquesten.

 

5. Nemaer indiender eenighe passive schulden gecontracteert ende besedt waeren voor huwelijcke op de goederen bij deen ofte dander van de conjoincten ten huwelijcken gebrocht, sullen die blijfven tot laste van de hipotecque, gelijck oock de leenen ofte erfven ende van hemlieden bij versterfte toecommende, niet anders en // sullen sijde volgen dan met laste van de besette renten daeroppe voor dat van versterfte gerealiseert geweest zijnde.

 

6. Dan man staende thuwelijcke es meester van de meublen ende oock van de conquesten gedurende tselve huwelijck gedaen, uuijtgedaen van geconquesteerde leenen ofte andere goederen daer twijf ter erfven gecommen is.

 

7. Gehuwde vrauwen sijn in de macht van haerlieder mans in sulcker wijs dat sij hemlieden nochte heurlieder mans niet en belasten / nochte prejudicieren en mogen bij eenige contracten ofte dispo[si]tien inter vivos ofte metter wermer handt, ten waere openbare coopvrauwen int faict van haerlieder handel alleenelijck, die daermede hemlieden ende heurlieder mans verbinden mogen ende daeromme convenieerlijck ende excuterelijck zijn.

 

8. De vrauwe[60] gedurende thuwelijck is niet toesprekelijck, van gelijcken oock niet executeerelijck in heuren persoon voor de schult ofte contract[61], mesdaet ofte verbeurte van haeren man. Soo oock den man niet gehouden en is in den delicte ofte crim gecommitteert bij sijnnen wijfve. //

 

9. Alsser binnen huwelijcke gebeurt eenige vermangelinghe van goede om goet, soo sal sulcx vermangelt goet volgen de natuere van den vermangelden goede.

 

10. Een vrouwe en vermach niet te staene in jugemente, nochte oock vercoopen veralieneren ofte belasten haere propre erfachticheijt tot proffijte van eenen derden persoon sonder expres consent ofte authorisatie van haeren man. [Soo oock den man] derfachticheijt van sijnne vrauwe niet en mach vercoopen ofte belasten sonder haer consent ende bij hem ten effecte van tselve consent daertoe geauthoriseert sijnde. /

11. Gronden van erfven wesende patrimoine waer die gelegen zijn in Vlaenderen, oock renten losselijck, onlosselijck, erfvelijck ofte lijfrenten, volgen[62] de zijde daervan die gecommen zijn.

 

12. De kinderen sijn ende blijfven inde macht ende bedwanck van haerlieder vader ende moeder tot dat zij gecommen zijn totter aude van 25 jaeren ofte bij emancipaetie, priesterschap, huwelijcke ofte anderen staet daerbij men naer rechte sijn selfs bedijt, hun selfs man geworden zijn. //

 

13. Metter doot van vaeder ofte moeder vallen de kinderen in [de] macht van den lancxlevenden ofte van hunne voochden ofte curateurs, die hemlieden van wegen weth als oppervoochden ofte bij testamente gestelt worden totdat zij haerlieder selfs geworden zijn bij een van de middelen alsvoren.

 

14. Kinderen mogen het bedde geheel zijnde ge[e]mancipieert ende uuijt den broode gedaen zijn van wat oude sij sijn bij de weth op trapport ende versouck van vader ende moeder geassisteert met met vrinden ende magen omme voorts / aen haerlieder eijgen proffijt te doenne ende anderssints heurlieder selfs bekent te zijnne.

 

15. Het bedde gebrocken zijnde, de voornomde kinderen mogen oock bij vader ofte moeder ofte voochden gestelt worden ter opheve ende bladinghe van heurlieder goedinghen, behoudens dattet geschiede voor oppervoochden met heurlieder consent.

 

16. Soo sij oock in der maenieren alsvoren geauthoriseert mogen worden te vercoopen ende belasten heurlieder immeuble goederen als men dat bevinden zal proffitable ofte noodich, ende anderssints niet. //

 

17. Allen tgene dat de kinderen binnen den tijt dat sij noch sijn in den macht, aet ende dranck van vader ofte moeder, conqu[e]steren met haerlieder dienst, aerbeijt, met wel leven, ofte anderen goeden gouvernement, behoort toe den vader ofte moeder, gereserveert sulcx als hemlieden voor defloratie van maechdomme, ofte dat sij elders, oncost vader ende moeder woonende, deuchdelijck winnen ende vercrijgen.

 

18. Kinderen wesende onder de macht, aet[63] ende dranck van haerlieden / ouders, vermogen oock wel begift te worden van derde persoonen, ende volcht hemlieden de proprieteijt van den gegeven goede, blijvende het usurfruijt aen den vader ende moeder gedurende donbejaerthede van hunne kinderen ofte tot dat zij anderssints hun selfs bedijden, midts seker doende voor de restitutie van den zelven goeden.

 

19. Onbejaerde kinderen mogen hemlieden niet verobligeren dan alleendelijck[64] in cas van crieme als sij van competenten aude zijn, wetende goet ende quaet. //

 

20. Een kindt wesende onder de subjectie van vader ende moeder, en mach vader ende moeder niet verbinden noch belasten niet meer bij contracte dan bij delicten ofte misdaet, tenwaere in cas van boeten, breucken ende verbu[e]rten van ordonnantie ende edicten ten laste van douders gestelt.

 

21. Niettemin de voornomde kinderen committerende eenich misdaet, als van competente oude zijnde wetende goet ende quaet, soo verre datter pecunaire amende toestaet / ende dat de kinderen[65] van heurlieder tweghen niet en hebben omme de voornomde amenden te betaelen, ende dat vader ende moeder die niet betaelen en willen, soo worden sij lichamelijck gepuniert. Ende soo verre datter corporelle punitie ofte zij haerlieder faict in persoon verantworden, ende sullen gepuniert zijn naer dexigentie van den delicte[66].

 

 

RUBRICA 14

VAN HOUDENISSE, REGERINGE, ADMINISTRATIE VAN WEESEN ENDE HAERLIEDER GOEDINGHEN

 

 

1. Naer toverlijden van vader ofte moeder,kinderen achterlatende, sal de lancxlevende binnen viertich[67] daghen naer tselve overlijden de weesen doen voorsien van voochden ende oock vergaderen ende maecken pertinenten staet van goede op de boete van vier ponden parisis ende voorts op arbitrarie correctie te verhaelen deselve aende vader oft moeder. Nemaer beede overleden zijnde, sal tselve moeten besorcht worden / bij den autsten naesten vrient woonende ter[68] plaetse van den sterfhuijse ofte ter naesten plaetse van dien, tenwaere dat hij andere persoonen conste bethoonen naerder bestaende, alles op peijne alsvoren.

 

2. Welcke voochden, naer den eedt bij hemlieden gedaen, [ghe]houden worden binnen vierthien dagen daer naer over te bringhen ende exhiberen den voorschreven staet van goede van de selve weesen in gebannen vierschare ende die bij den greffier laeten onderteeckenen, stellende den dach van de presentatie, op de boete van vier ponden parisis ende voorder naer advenant sij sullen delaijeren. Oft, indien deselve vierschare in behoorelijcke // tijde nietten worde gehouden, sullen doen blijcken ter eersten vierschare dat sij den selven staet in behoorlijcken tijt gegeven hebben in handen van den selven greffier, die gehouden wordt rapport te doenne an de weth ter eerster vierschare.

 

3. In welcken staet claerelijck moet gestelt ende gespecifieert worden al tgoet in baete ende commere, te weten lenen[69], erfve, renten, huijsen, pachten ende crediten de weesen competerende waer die gestaen ende gelegen zijn, wat die gelden midtsgaders de commeren ende lasten daeruuijt gaende, ende oock den / inventaris van de meublen, beesten ende catheijlen, tenwaere dat danof uuijtcoop ghedaen waere bij consente ofte adveu van oppervoochden ofte vercoopinghe bij uuijtcoep geschiet. In welkcken gevalle de voorschreven voochden den selven uuijtcoop gehouden zijn te stellen in den zelven staet, op peijne indien de voorschreven voochden in eenighe van de voorschreven poincten in gebreke waeren, te verbeuren de boete van vier ponden parisis.

 

4. De selve voochden en sullen gehouden sijn binnen de vierthien daghen naer den voorschreven eedt bij hemlieden ghedaen, te stellen souffissanten seker voor hemlieden // handelinghe onder de vierschaer daer den selven staet van goede overbracht wordt, op ghelijcke peine van vier ponden parissis ende voorder naer het bevindt van de saecke, al waer den selven voocht rijcke ende gestaet genouch.

 

5. Soo verre de voorschreven weesen geen voochden en gecrijgen machtich seker te stellen, in dien gevalle schepenen als oppervoochden sullen elcanderen rapport doen ende voorts daerinne voorsien soo sij bevinden sullen te behooren.

 

6. Indien voor toverbringhen van den staet / van goede eenighe questien ofte differenten reijsen ten sterfhuijse, omme dewelcke sij hun souden willen excuseren van toverbringhen van den selven staet, men sal dien altijt vermogen over te bringhen onder de protestatie omme deselven differenten beslist[70] zijnde, in behoorelijcke vorme over te geven, wel verstaende nochtans dat tselve protest geschieden sal present heere ende weth, ende dat de voochden aldaer vertooghen sullen de voorschreven excusen ofte causen waeromme sij den staet niet claerelijck overbringhen en connen, omme hemlieden gehoort geordonneert te worden naer behooren op de boete van vier ponden parisis.

 

7. Daer houdere ofte houderigge in gebreke // sullen gebleven zijn van haerlieden kinderen te doen voorsien binnen den voornomden tijt van voochden, ende met hemlieden procederen tot het maecken, overgeven ende besweren van pertinenten staet ende inventaris van goede in baete ende commeren, sal naermaels staen in de keure ende optie van de selve kinderen ofte haerlieder descendenten tsterfhuijs van haerlieder overleden vader ofte moeder te aenveerden in sulcken staet als sij sullen connen betooghen tselve geweest thebben ten overlijden van den selven vader ofte moedere, ofte wel in sulcken staet als men sal bevinden de gesteltenisse van den sterfhuijse ten tijde / vant maecken van den staet ende verdeele, daerinne oock begrepen de conquesten die den selven lancxtlevenden tsedert den tijt van tselve overlijden gedaen soude moghen hebben.

 

8. Soo verre naermaels meer goederen bevonden waeren dan den houdere oft houderigge bij staete overgebroocht en hadde, sal tselve goet den voocht alleene hebben voor sijnne weesen als verloochent ende versweghen.

 

9. Soo wanneer de weesengoet naer // dovergeven ende besweiren van behoorlijcken staet van goede bevonden wordt redelijck competent ende niet excessif te sijnne, soo sal de vader oft moeder naer seker gedaen bij de weth, bevolen worden de houdenisse ende onderhoudt van ate ende dranck, cleeden ende gereeden van haerlieder kinderen, midtsgaders de selve doen leeren ende onderwijsen tamelijck naer state, ende insgelijckx daministratie, bewint van de hoven ende derfac[h]ticheijt, midts doogende renten ende behoorlijcke reparatie, al onvermindert het principael sonder rekenijnghe ende tot dies de selve kinderen hun self bedeghen sijn, te weten dat sij gecommen zijn tot doude van vijfventwintich jaeren, priesterschap, huwelijck oft anderen geapprobeerden staet. /

 

10. Als der weesengoet notable ende excessif is, sullen de voochden ende schepenen als oppervoochden de houdenisse, ofte alimentatie modereren met toevlucht van seker jaerlijcksche competente somme, ende ordonneren het overschot te emploijeren ter weesen proffijte, ofte aen de voochden dadministratie danof laeten midts doende[71] rekeninghe.

 

11. De voochden sullen van heurlieder handelijnghe alle jaeren, emmers alle twee jaeren, rekeninghe, bewijs ende reliqua doen ende deselve rekeninghe presenteren in gebanne[n] vierschare, present heere ende weth, aldaer dach versouckende // omme present vrienden ende magen gehoort te worden, die onder[72] de greffie blijven sal, uuijt de welcke een double ofte copie van de selve rekeninghe gelevert sal worden aen de voocht op de boete van vier ponden parisis ende daervooren sonder gewijsde geexecuteert te worden behoudens voorgaende wete, ende daerbij beteekenen den dach ofte tijt die den minsten moet wesen vierthien daghen.

 

12. Ende sullen hebben de twee schepenen bij de weth daertoe gecommitteert, / voor elcke rekeninghe te hooren gelijcke rechten als bij den reglemente op tfaict van salarissen gestatueert is, op peijne dat indien hiernaermaels de[73] wesen haerlieder selfs sijnde, bevonden meer themlieden laste gebrocht te sijnne, sullen tselve vermogen te verhaelen aen den hoirs ofte goedinghe van haerlieden voochden. Ende indien den baillij tselve bij de rekeninghe bevonde, sal danof de voochden vermogen te heesschen de boete van vier ponden parisis sonder dat de wethouders vermogen sullen eenige gelagen te passeren in rekeninghe alwaert dat de wesen[74] ende vrienden consenteerden, ten waere tgelaghe datter verteirt soude mogen worden ten daghe van de rekeninghe bij de geenne // die geenen sallaris en trecken over haerlieder presentie ende vacatien, behoudelijck niettemin dat tselve oock redelijck[75] ende niet excessif en zijn.

 

13. Schepenen hoorende de selve rekenijnghe sullen de voochden vermogen te tauxeeren eenen redelijcken salarisse van haerlieder noodelijcke vaccatien die sij voor den weesen gedaen souden mogen hebben.

 

14. Voorts sal den greffier houden den boeck ofte registre van den staet / van de weesengoed ende schulden, zijnde de salarissen daertoe staende, [ende] de selve te registreren ende den selven secret [te] houden. Gelijck sullen doen de wethouders [zonder] uuijt weesenrekeninghe iemant copie te geven nochte selfs inspectie dan aen den baillij ende meijers, respective op peijne van twintich ponden parisis ende voorts arbitraire correctie.

 

15. Geene voochden en sullen vermogen te vercoopen ofte belasten heurlieder weesegoedinghen sonder authorisatie van oppervoochden naer gehoor van vrinden ende maghen tot betalinghe van sweesen urgente schult ofte omme ander evident proffijt van de selve weesen, op peijne // van nullijteijt ende de boete van twintich ponden parisis ende op dobble boete indient tselve getoocht waere bij vrienden ofte magen. Nochte en sal aen hemlieden sonder interventie van de weth eenige aflossinghe van renten gedaen worden.

 

16. Niemant en sal vermogen te borgen eenige [leeninghen] ofte eenige obligatien stipuleren op haerlieder huwelijcke ofte haerlieder ouders doot, ofte jegens hemlieder coopmanschepe doen voorder dan sij met gereeden connen betaelen, op peijne van nulliteijt van de contracte / ofte obligatie ende van geen vergelt te mogen hebben van sulcken leeninghe ende obligatie ende bovendien de boete van ses ponden parisis telcker reijse.

 

17. De voochden en sullen niet vermogen te intenteren over de voorschreven weesen eenige processen sonder authorisatie van oppervoochden, tenwaere omme te geraecken tot betalinghe van haerlieder incommen ende andere licquide saecken op peine van geen vergelt ofte betalinghe van costen ter dier causen geschiet te verwachten.

 

18. Geene vriende[n] oft maeghen en mogen // eenige weesen ten huwelijcke geven onder belofte van eenich quijtschel ofte gewincx op peine van nulliteijt van dien ende soo verre daer ijet gegeven waer te repereren boven andere arbitraire correctie.

 

19. Donbejaerde weesen, broeders ende suster[s] van geheelen ofte halfven bedde en sullen niet voorder gemeen zijn gedurende heurlieder minderjaericheijt dan in de goederen ende innecommen van diere procederende van der zijde daer af sij bestaen, ende zal elck van hemlieder draghen doncosten van sijn onderhoudt. /

 

 

RUBRICA 15

VAN OVERJAERIGE[76] WEESEN

 

 

1. Schepenen vermoghen op trapport van de vrienden ende magen persoonen in curatele te stellen, de welcke haerlieder goet quaelijck ende onnuttelijck verdoen ende verquisten oft wel onbequaem sijn van hun te gouverneren, maer sullen vermogen naer voorgaende informatien daeroppe gehoort sijnde in heurlieder defentie. Ende niettemin sal naer den heesch van wercke ende gelegentheijt van de saecke daerinne // interdictie ofte provisie vallen.

 

2. Als overjaerighe wees[77] gehuwet is, soo stel[t] men twee voochden [aen], eene van sijnnen tweghe ende eene van sijnne wijfs weghe indien de vrienden ende maghen versoucken, besonder daer eenigh goet van importantie is van zijnne huijsvrouwe seijde. Ende als de saecke sulcx verheescht sijn[78], sulcke voochden ofte curateurs gehouden van haerlieder administratien rekeninghe ende bewijs te doenne door schepenen des bij de vrienden vermaent zijnde.

 

3. Niemant en geraeckt uuijt de selve / curatele tensij bij[79] de consente ende accorde van schepenen op trapport van de huijsvrauwe, van vrienden ende maeghen. Ende de prodigue in curatele gestelt zijnde sall men uuijtroepen ter plaetse daer men gewoone is publicatie te doene, ende en sal niemant hem vermogen te crediteren.

 

4. Men sal oock niemant vermogen om sijn quaet regiment ofte gebreck van sinnen sonder consent vande weth te leggen in vangenisse ofte andere besloten plaetse te castijemente.

 

5. Doverjaerige weesen en vermogen geene testamenten te maecken dan met dinterventie ende consente van de weth.

 

 

RUBRICA 16

VAN STERFHUIJSEN VAN MAN OFTE WIJF, MIDTGADERS VAN BIJLEVINGHE ENDE ANDERE RECHTEN DEN HOUDER OFTE HOUDERIGGHE COMPETERENDE JEGENS HET HOIR SOOWEL OP LEENEN, ERFVEN ALS ANDER GOEDEN

 

 

1. Naer het overlijden van eene van de conjoincten, den lancxlevende deelt jegens sijnne kinderen ofte ander hoirs ten sterfhuijse van den overledenen de gerechtighe helft van alle de mobilaire baete ende cathelijcke goederen als huijsen, schueren, stallen ende materialen, staende oft liggende op den grondt, opgaende boomen buijten de grepe met twee handen ter burst / slachhoudt, tronckboomen ende geinte boomen, leenijghe, latinghe, gemunte ende ongemunte penninghen, baguen, juweelen, huijscatheijlen, wapenen, boge, stocken ende ander munitien, peerdenharnasch ende generalijcke al tgone voor sulcx gereputeert wordt.

 

2. Soo sij oock deelen de helft van allen conquesten binnen thuwelijcke vercregen, midts betalende dhilft van de schulden ten sterfhuijse bevonden.

 

3. Nemaer man ende wijf in huwelijcke wesende, conquesterende eenige volle leenen met haerlieder gemeene penninghen //, wije dat van hemlieden daervan ter erfven compt, soo es den coopschat van den zelven leene ter eerster doot van hemlieden deelsaem tussen den houdere ofte houderighe van den sterfhuijse ende de hoirs half en half, behoudens dat den selven geerfden heeft keure ende optie het leen te behouden ofte renunchieren midts profficterende voor sijn aendeel van den selven coopschat.

 

4. Indien den houdere ofte houderigge van den sterfhuijse erfachtich sijnde alsvoren in gebreke waeren deen ofte dander te volcommen, soo vermogen dhoirs hemlieden daertoe bedwinghen bij actie[80] personnele, tsij omme het volle leen te laten varen ofte coopschat op te leggen, sonder daeromme te leenhove te moeten procederen. Ende gelijcke actie competeert / oock den houdere ofte houderigge indien tgeconquesteert leen ofte thoir verstorven is omme overlech van coopschat thebben.

 

5. Soo verre als den voornomden houdere ofte houderigge van dies voorschreven blijft in gebreke van den coopschat over te leggen ofte het volle leen te renunchieren, vermach dautster naester hoir van den overledenen selve het leen te aenveerden ende daeranne hant te slaenne midts den voorschreven coopschat in deele bringende.

 

6. Alst gebeurt dat man ofte wijf die het // volle leen binnen huwelijcke geconquesteert heeft ende daerinne ter erfvene gecommen is, overleijt deser werelt, soo sal van gelijcken dautste naeste hoir op wije tleen vervalt, subject ende gebonden sijn den coopschat van dien inne te bringhen in der manieren ende op de conditien als voren ofte recompensie te doenne met anderen goede uuijtten sterfhuijse commende, wel verstaende dat deselve audtste hoir oock sal mogen inhauden ende profficteren van sijn contingent in den selven coopschat naer quote heriditaire.

 

7. Ter eerster doot van man ofte wijf de / gestruijcte goedinghen van[81] deen ende dander sijde volgen de sijde van die [zij] gecommen zijn, tsij dat zij die ten huwelijcke gebrocht hebben ofte datse hemlieden binnen huwelijcke verstorven ofte gegeven zijn. Wesende daeronder oock begrepen alle renten, soo losselijck als onlosselijck, besedt wesende.

 

8. Eenen houdere ofte houderigghe es aensprekelijck [voor] alle de schulden[82] van den sterfhuijse ende en can tselve niet vlieden. Ende daeromme en is niet schuldich hoir tadmitteren in deele, tensij alsvoren bij tselve hoir stellende souffissante sekere omme baete te heffen ende commer te gelden. //

 

9. Het hoir van den overleden moet alleen betaelen den cost[83] ende last van de sepulture, uuijtvaert ende begravinghe ende alderande funeraille van den selven overledenen, midtsgaders de testamenten ende codicillen ende giften testamentaire, sonder dat den houder ofte houderigge daerinne gehouden es. Nemaer van den cost van de maeltijt van den uuijtvaert sal den lanckxlevenden gehouden zijn te betaelen deen helft ende dhoirs dander helft. Ende alsser noch houder nochte houderigge en is, wordt de maeltijt gedoocht ende betaelt tussen de hoirs onderlinge[84] naer staet van hoirije.

 

10. Den lanckxlevende man oft wijf / heeft sijn leven lanck geduerende voor sijn douairie costumier deen hilft van de jaerlijckx incommen van alle soverledene erfachtighede ende gerealiseerde losrenten gecommen van den eersten overledenen ende daer hij erfachticheijt vuijt versterft, waer die gestaen ende gelegen zijn binnen Vlaenderen. Ende is daeraf possesseur ende soo vrij als thoir is in de proprieteijt[85], ten waere ander geconvenieert int contract van huwelijcke, in welcken gevalle naer dafflijvicheijt van eenen sal den lanckxlevende hem tevreden houden metter douaire conventionele sonder daeraenne te mogen renunchieren, ende hem te houden aen tcoustumier, ten waere oock anders bij den contracte antenuptiael geconditioneert.//

 

11. Soo hij van gelijcken behoudt sijnne tochte op de wederhelft van de geconquesteerde leenen, erfven ende besette renten de hoirs van den overledenen competerende. Ende indien de voorschreven leenen, gront van erfven ofte renten belast met bijlevinghe vercocht ofte geerft worden sonder dlast van der selve bijlevinghe, heeft danof de leeftochter den vierden penninck van de geheele coopsomme soo verre hij de vercoopinghe houdt over danckelijck.

 

12. Den lanckxtlevenden man oft wijf bijlevinghe haudende aen de leenen van den overledenen, es[86] schuldich die te helpen verheffen ende betaelende[87] de hilft van de reliefven ende camerlinckgelt sonder mee soo verre sij te vorent binnen huwelijcke niet en hadden helpen verheffen ende onderstaen het decksel van de selve bijlevinghe. Ende vermach de de houder ofte houderigge niet te stellen oft committeren baillij ofte andere justiciers, noch eenich recht thebben aen de presentatie ofte colatie, nemaer behoort het selve toe den proprietaris alleenne, den welcken in prejuditie ofte schade van de tochtenaere niet en vermach te composeren oft quijtschelden de boete ofte andere vervallen.

 

13. Den proprietaris van den leenne ofte erfve subject der bijlevinghe, en vermach in prejuditie van de tochte, nochte sonder de tochthouders daerover te roepene, niet te verpachten de landen, meublen, huijsen ofte andere goeden daermede gaende. Ende soo verre sij daerinne niet en connen veraccorderen, vermach den tochtenaere van tgone dat divisibel es, versouckende afslach van sijn contingent ende met den gebrujcke van dien sijn proffijt doen.

 

14. De gone tochte hebbende op leenen ende ander patrimoniale goeden, vermach zijn boomen te laeten op den grondt in tochte beseten[88]. Nemaer indien / deselven boomen noch op den grondt stonden als den tochtenaer ofte tochtenaesse overleden sijn[89], soo vermach den eijgenaer deselve behouden op prisie al oft die op den grip boven der aerden gevelt laghen.

 

15. Den tochtenaere houdende bijlevinghe op hofsteden, huijsen, meulens ofte andere goedingen, moet gelden ende contribueren inde nootsaeckelijcke refectien ende reparatien naer advenant dat sij inden pacht gerecht es, sonder te moeten contribueren in eenige muerwercken ende ediffitien, tenwaere dat men in stede van doude nieuwe moeste [maecken], oft oock vernieuwen eenige groote deuren //, leien, meuren, daecken, gevelen, backen ende diergelijcke wercken, in welcken gevalle sal den bijlever ofte bijleverigge moeten betaelen een deurgaende vierde van de nootsaeckelijcke wercken ende edifitien.

 

16. Bijlevinghe wordt gegeven bij den lanckxtlevende op de goederen bij testamente ofte oirsaecke van de doot gealieneert, maer niet op de gone gealieneert inter vivos nochte oock op tgoet bij ouders aen de kinderen gepa[r]tageert, tensij conventie ter contrarien. /

 

17. Men mach binnen den voornomden lande vercoopen ende transporteren sijn recht van bijlevinghe gelijck men doet onder meuble goet recht ende actien midts danof doende de kennisse voor de weth ende notitie ten landboecke. [Ende] dies sal den eijgenaer daer van vermogen thebbende naerhede als wesende zijnne commere.

 

18. Ter doot van den tochtenaere (ofte heurlieder professie[90] te reliqie[91]) soo slaet den proprietaris handt aen sijn leen ende erfve, midtsgaders aen de vruchten daerop staende, geschoren te velde[92] liggende oft niet geschoren, houdt// ende bosschen gemaeckt ende gevelt noch te velde liggende ofte niet gemaeckt, ende voorts aen al dat hij vindt op de selve goederen. Ende is tselve hem schuldich te volgen sonder dat het hoir van den douagier ofte douagiere daerinne recht heeft, wel verstaende indien den tochtenare tvoorschreven leen [ofte] erfve zelve heeft gebruijckt.

 

19. Nemaer al het gone dat geoust, getast, gemijt ende int schuere is ten daghe van den overlijden oft professie in relegie van douagier ofte douagiere, es deelsaem. Soo oock sijnde pachten ende paijementen danof te vallen staende. / Ende indien den tochtenaire tvoorschreven leen ofte erfve aen ijemant el verpacht heeft, zal den pacht gemaeckt bij den tochtenaire alleenne met sijnder doot[93] ofte profes extinct zijn, tenwaere dat de proprietaris daerinne geconsenteert hadde. Maer als hij niet geconsenteert en hadde, sal den pacht oock extinct zijn, ende nietmin den bedrijver gerecht wesen omme vergelt thebbene van dricht ende saet naer lantrecht.

 

20 Int regard van der rente sullen dhoirs van tochtenaere die profficteren naer rate van tijde. //

 

 

RUBRICA 17

Van successien ende van hoirie soo van kinderen in vullen als halfven bedde

 

 

1. Den dooden erft den levenden en sijnnen baerblijckelijcksten hoir hable om succederen naerdat hij hem hoir verclaert ofte apprehentie van goede gedaen heeft. Ende continueert de possessie van den overledene op den selven hoir sonder eenige solemniteijten van wette daertoe te moeten gebruijcken dan alleendelijck danotatie ten lantboecke.

 

2. Religieusen geprofest in eenen geapp[r]obeerden/ regele ofte ordre, hoedanich dat is, en succederen niet noch en worden[94] niet gesuccedeert.

 

3. Bastaerden nattuerelijck ofte[95] ongetraude kinderen en succederen niet int goet van haerlieder vader nochte vrienden van de vaderlijcke zijde, maer wel int goet van haerlieder moeder ende van alle vrienden van de moederlijcke zijde gelijck als getrauwde ende ligitime hoirs. Ende werden[96] oock de bastaerden gesuccedeert bij haerlieder ligitime kinderen ofte bij gebrecke van diere bij haerlieder moeder ofte ander naeste van den moederlijcke sijde, uuijtgedaen bastaerden geprocureert in overspel van gehuwde persoonen[97], tsij man oft vrauwe, ofte van religieusen // ofte van persoonen bestaende elcander in verboden grade, die niet en sullen mogen succederen noch hemlieden gesuccedeert worden bij de moederlijcke zijde dan alleendelijck bij haerlieder descendenten.

 

4. Niemant van den bloede bestaende ofte graet van hoirije hebbende in een sterfhuijs en is hoir nessessaire hij en wille, maer vermach tabstineren ende de successie hem gevallen te vlieden indien hem goet dunckt. Nemaer naerdat hij hem eens hoir gefondeert heeft met intert van gedeele ofte aenveerdijnghe van goede, oft niet eens expresselijck hem hoir judicielijck verclaert thebbende, en[98] mach van de selve / hoirije niet renunchieren, behoudens minderjaerige ende andere die uuijt eenige suffissante redene ende van rechtsweghe daeraf gereleveert mogen worden.

 

5. De getrauwde kinderen hebben den eerste graet oft ordre van hoirije. De welcke mogen erfgenaemen zijn ende succederen van vader ende moeder, deelende alle haerlieder goedinghen, hooft ende hoofts gelijcken, uuijtgesteken patrimoniale ende matrimoniale volle leenen, die heurlieder in alle successien regulieren sullen naer leenrecht hiernaer te declareren. //

 

6. Insgelijcke kindskinders ende voorder descendenten in rechte linie succederen den grootheere, grootvrauwe ende andere van hoogeren grade indien datter geen kinderen sijn noch levende danof sij afgecommen zijn.

 

7. Representatie heeft stede sonder distin[c]tie van grade zoowel in linie directe als collaterale. Ende daeromme alle descendenten in den tweeden, derden ende voorderen graden succederen bij representatie met haerlieder ooms, audeooms ofte voorder in goedingen van haerlieder descendenten van rechte linie, niet in capita maer in stirpes, dat men noempt bij struijcke, te weten in sulcken deele als den goonen / die sij representeren souden gehadt hebben, uuijtgedaen in alles van volle[99] leenen.

 

8. Vader ende moeder ofte andere ascendenten representeren de tweede spetie van hoirije. Soo wanneer eenighe van heurlieder kinderen overleden sonder kindtskinderen ofte voorder descendenten achter te laeten, de voornomde vader ende moeder sittende in geheelen bedde succederen aen de goederen bij hemlieden achtergelaeten, soowel de gone gecommen sijnde van hunne seijde als geconquesteert, ter[100] exclusie van alle ascendenten ende collateralen. Maer het bedde gebroken sijnde[101], soo sal het goet patrimoniael volgen de sijde vandaer tselve[102] gecommen is, ende de deelsaeme goederen als meublen ende dat voor // meuble gerekent is, midtsgaders de conquesten, sullen gedeelt worden tusschen broeder[s] ende susters van den overleden kinde[ren] ofte degonne hen representeren half en half.

 

9. Daer sulcke kinderen overlijden sonder achter te laeten vader ofte moeder, suster noch broeder ofte die hun representeren, soo vermoghen grootvader ofte grootmoeder noch levende toecommen in de stede[103] respectievelijck van vader ofte moeder.

 

10. Daer broeders ofte susters sijn van vollen bedde ende eenighe van hemlieden overlijden / sonder lichaemlijck hoir achter te laten, nochte ook vader oft moeder succederen in der manieren alsvooren, soo succederen sij deen den anderen in capita ofte hooftsgelijcke.

 

11. Nemaer alsser sijn broeders ende susters van twee ofte meer bedden ende deen van heurlieder overleijdt sonder lichaemelijck hoir achter te laeten, nochte oock vader ofte moeder succederen in der manieren alsvoren, soo sullen de broeders ende susters bestaende den overledenen van vullen bedde, hebben in de deelsaem goedinghen deen helft over de vaderlijcke zijde, hooft ende hoofts gelijcke, tensij onder der linghe[104] oft niet anders broeders ende susters alleendelijck bestaende/ van deselve vaderlijcke zijde. Ende bovendien deelen zij dandere helft van de moederlijcke zijde neffens ende gelijck dander broeders ende susters alleendelijck bestaende van de zelve moederlijcke zijde, de patrimoniale ende matriomoniale gestruijckte goederen altijts sijde volgende.

 

12. Daer ten sterfhuijse geen kinderen sijn, noch broeders, susters, broeders- ofte susterskinderen, ende de successie valt ende succedeert op de derde, vierde ofte voorder graet van hoirije, sal het gedeelich goet als cooplanden, meublen ende catheijlen ende al dat voor sulcx wordt gerekent, gedeelt worden op den vierden quaertieren te weten svaders vaderlijcke ende svaders moederlijcke zijde, smoeders vaderlijcke ende smoeders moederlijcke sijde. / Maer aengaende de patrimoniale ende matrimoniale landen sullen die altijt houden de sijde danof die gecommen sullen wesen. Ende waere datter van een van de vier sijden ofte quaertieren niemant en waeren bestaende, soo soude van dier sijde deelen den heere daert goet gelegen is, ende sulcx rechte vermoge[105] midts betaelende sijn advenant in de schulden.

 

13. Eenen persoon absent ende buijten lande sijnde seven jaeren sonder binnen dien tijt eenige waerachtighe tijdinghen van sijn leven thebben, soo vermogen de apparente hoirs sijn goet te deelen midts doende goede suffisante seker van tselve goet, wettelijck geinventarieert ende gepresen sijnde, waeromme te restitueren[106] mette vruchten // vandien als hij naermaels bevonden waere noch levende oft dat hij wederomme quame ende de restitutie geschieden moste.

 

14. In alle de voorschreven successien, uuijtgroetijnghen, vercavelinghen ende verdeel[ynghen] van goe[deren] bij de hoirs onderlinghe ofte metten lancxtlevenden gedaen, tsij wettelijck oft int vriendelijck, soo wort men geerft ipso facto. Ende bedijt elck erfgenaem erfachtig van sijn aendeel ofte toelech, tsij erfvelijcke renten ofte diergelijcke, sonder andere solemniteijten van erfvenisse ende erfvenisse te moeten doenne, behoudens annotatie ten lantboecke ende sonder distinctie van wat sijde deselve goederen ande sterfhuijse gecommen sijn, uuijtgedaen van alle leenen / die hem reguleren naer coustumen van de leenhone aengaende de toecompste.

 

15. Niemant en mach leen aenveerden sonder hoir te bedijden niet meer van collaterale sijde dan van vader ofte moeder.

 

16. Valter questie wie de naeste ende bequaemste hoir is, soo wert het deel litigieux[107] gestelt in bewaerder handt telcx rechte ten coste van [den] ongelijcke, tensij datter haudere ofte hauderigge is, in welcken gevalle sullen die sulcx deel mogen houden in bewaernisse midts doende seker van het goet te bringhen ten gerechten deele. //

 

17. Die hem hoir fonderen wilt moet intert doen van gedeele met het stellen van souffisanten seker ter plaetse daer het sterfhuijs gelegen is oft wel met andere ter plaetsen van sijn residentie, ofte, sulckx geen vermoghen, met sijnnen persoon ende goet. Ende tot alderstondt hij behoorelijck seker sal hebben gedaen, hij sal ten sterfhuse geene baete hebben, maer sal sijn deel gestelt worden in bewaerder handt.

 

18. Als wanneer een sterfhuijs soo becommert is dat hem niemant en darf hoir simpel declareren, soo vermach hij tselve te doenne bij benefitie van inventaris daer [geen] houder ofte houderigghe en is. /

 

 

RUBRICA 18

Van inbringhen ende reconpense

 

 

1. Kindt ofte kinderen begift zijnde bij vader ende moeder ofte eenich van hemlieden, mach mette selve gifte blijfven uuijten sterfhuijse van de gevers indient hem belieft.

 

2. Indien sulcke begifte in den sterfhuijse comen wildt, ister have ofte gedeelich goedt, hoedanich dat het zij, danof dat hij van vader ofte moeder begift is ofte bij eenich van hemlieden staende den huwelijcke van wat sijde tgoet gecommen zij, moet deen hilft van su[l]cken goede bringhen in deele // ter eerster doot ende dander hilft ter tweede doot van de gevers ofte stille staen tot dat sijne ander broeders ofte susters, ofte haerlieders kinders hemlieden representerende, soo vele oock uuijt gemeene goede weg [ghenomen] sullen[108] hebben.

 

3. Ende bij soo verre dat vader ofte moeder het bedde gescheeden zijnde, een van de kinderen begift hadde, soo moet sulckx inbringhen gedaen sijn oft stille staen van geheele gifte int sterfhuijs van den gevere.

 

4. In gevalle van eenige immeuble goederen, tsij leen ofte besette renten, gecommen van de sijde van man ofte wijf gedurende haerlieder / huwelijck, veralienieert ofte gelost[109] wierden, oft[110] ook dat deselve goedinghen van deen ofte dander sijde gecommen, belast wierden, soo sal ter eerster doot van conjoincten[111] danof recompensie gedaen worden van den prijs van de voorschreven veralienieerde goederen, soo tselve vercocht is ende niet naer de weerde soo die was ten tijde van het overlijden van eene van de conjoincten.

 

5. Niemant en vermach meer in rechte linie[112] bij testamente, legate, ofte gifte ter oirsaecke van de doot samen gifte ende deel van hoirije hebben. Maer in linie collaterale vermach de begifte [sijnne gifte] te behouden ende deel hebben in het sterfhuijs van den gevere. //

 

6. Erfachticheijt gecocht ofte vercreghen voor huwelijcke bij [113] man ofte wijf met loopende paijementen ofte renten staende noch te betaelen, ende dat daeraf in tgeheele ofte deele de betalinghe ofte lossinghe gedaen wordt binnen huwelijcke, soo verre den cooper ofte vercrijger daeraf voor huwelijcke ter erfve gecomen was, sal hem ende sijne zijde volghen, als sijne proprieteijt, midts recompensie aen de andere van den conjoincten naer rate van de penningen binnen huwelijcke betaelt. Maer indien hij niet ter erfnisse was, sal tselve naer advenant gerekent worden voor conquest.

 

7. Van inbringhen ofte stille staen vermach den houdere ofte houderigge niet proffiteren maer dhoirs alleene/.

 

 

RUBRICA 19

Van leenen soo in materie van dispositien als vooren ende van successien als hiernae volght

 

 

1. Binnen de baronnie van Bornhem ende heerlijckheijt van Hingene, appendentien ende dependentien, sijn tweederande leenen: deerste genaempt volle leenen, de tweede genaempt volch- ende smalle leenen, die telckens verhandelinghe, versterfte [114] ofte belastinghe hemlieden reguleren naer de coustume van dengone daervan zij respectivelijck gehouden zijn.

 

2. Daer gestruijckte patrimoniale of matri/moniale leenen sijn, deselve versterven ende succederen op den naesten hoir, altijt den hoir marle wesende geprefereert voor femenin in gelijcke grade van successien. Ende daer geen hoir marle [es] op dautste vrauwelijcke hoir doverledenen naest bestaende van de sijde danof dleen gecommen is, die tot elcx memorie in de respective greffien sullen geregistreert worden opdat eenijder diet aengaet, daeraenne soude mogen exces[115] hebben. Ende sal niettemin den voorschreven hoir feodal renuncerende aen de allodialle successie, gehouden sijn te contribueren in de schulden van den overledenen in solidum.

 

3. Ende volcht tvoorschreven leen thuijs / van plaissantie ofte huijsen van defentie[116] hebbende optreckende brugghen met arttilerie, pijcken, stocken, bogen, buspoeder ende andere weren ofte munitien daerbinnen, sonder in deele gebracht te moeten zijnne.

 

4. Alle volch- ende smalle leenen, gestruijckte oft niet gestruijckte, sijn van goeder libere dispositie ende gedeelich tusschen den hoir van den overleden, tsij marle ofte femelle. Dewelcke men oock sal mogen te vercoopen ende te belasten gelijck ander erfve, soo men oock sal mogen [met] de geconquesteerde volle leenen.

 

5. Men vermach geen volle leenen, tsij patrimoniaele // ofte geconquesteerde nochte oock de voorschreven smalle ende volghleenen niet te[117] splijten sonder expres consent van den heere. Ende in gevalle van de selven consente, sullen de gone commende aen de voorschreven, schuldich tsijn tselve te verheffen van de principale leenhere ende doen alle andere hovelijcke debvoiren ofte de voorschreven splete het principael waere.

 

6.[118] Den leenheere vermach soo veele persoonen te leene tontfanghen als hun daertoe / presenteren ende ontfanghen van elcken een relief sonder naermaels gehouden te zijnne tot restitutie van diere.

 

7. Den gone die acquireren bij successie ofte anderssints eenighe volle smalle ofte volchleenen sullen gehouden wesen, ende elck van hemlieden binnen den tijt bij den placcaeten van den leenrechten geprescribeert, te volcommen alle hovelijcke debvoiren ende leenrechten, midtsgaders hemlieden ten lantboecke bekent te maecken, twelcke alsoo achtervolght worden aen elcanderen succederende.

 

RUBRICA 20

Stijl van procederen in saecken criminele die men onder houden sal binnen den lande ende baronnie van Bornhem

 

 

1. De baillius, meijers ende officiers onder wiens district dat eenich criem sal wesen gecomitteert, sullen terstont, soo wel int faict als binnen 24 uren daernaer, alle mogelijcke debvoiren doen omme den perpretrant te apprehenderen ende te leveren in vangenisse sonder ten dien finen te moeten hebben ander ordre dan devidentie van den faicte.

 

2. Ende midts dus dat sij den misdadighen becomen conen / ofte niet, sullen hemlieden sommierelijck informeren op de waerachtighe geschiedenisse van de faicte, exhiberende dinformatie aen de weth die, gehoort doende, deselve ten dien fijne te doen vergaderen extraordinairelijck eijst noot.

 

3. Sonder dat naer de vierentwintigh hueren[119] georloft wesen sal aen eenighe baillijs ofte ander officiers te procederen tot vanghen van de opsetene van den voorschreven lande, tenwaere bij decreet van de weth ofte apparentie van vluchte.

 

4. De criminele gevangenen sullen terstont, [ende] uuijtterlijck binnen derden daghe naer vangenisse ende apprehentie, gestelt // worden te rechte voor de weth met haerlieder tichten, te stellen van wegens den baillij ofte officier bij articulen, daerop sij oock bij de weth, emmers bij twee van hemlieden metten greffier, sullen worden geexamineert. Ende sal thaerlieder laste worden geprocedeert van derden dage te derden daghe ofte eer, tsij bij inquisitie ende versouck van den stucke[n] oft wel bij tdienen van heesche als ter ordonnantie van de weth.

 

5. Dexamen van den gevanghenen met haerlieder confessie ofte loochenijghe ende circonstantien daer behoefven, sullen claerlijck worden gestelt bij geschrifte. Ende dexamen voleijnt zijnde, sal tselve den gevangenen worden voorgelesen ten fijnne dat hij tselve / onderteeckene. Ende soo verre dat hij ter herlesen ofte daer tevorent daerinne dede eenige correctie, sal danof oock notitie gehouden worden sonder te gebruijcken van uuijtschakinghe[120].

 

6. Soo verre de juge de saeke reguleert omme te procederen bij inquisitie, soo sullen de tichten gehouden worden voor heesch ende texamen van de gevanghenen voor antwoorde. Ende sal de juge terstont voor[t]gaen tot [t]hooren van oirconschepe, soo wel ter ontlastinghe als belastinghe van de gevanghenen.

 

7. Oftewel, de saecke soo criminel niet // vindende, sal den jughe moghen ordonneren te dienen van heesche ende den verweerere van antworde, ende voorts replicqueren[121] ende duplicqueren van derden daghe te derden daghe soo voorseijt is, tenwaere bij den juge voorder vuijtstel geconsenteert wierd uuijt causen.

 

8. In alle criminele saecken sal den heesch ofte tichten mogen worden geaugementeert met[122] nieuwe faicten die souden mogen te voorschijnne commen tot laste van de gevanghenen.

 

9. Sal oock den gevanghenen tot vervoorderinghe van sijnne defentien bij de weth / gegeven [worden] eenen taelman ofte procureur, ten coste als naer rechte, indien hij bij de weth daerop gevraecht zijnde, zulcx begeirt. Ende sal oock vermoghen bij hem tontbieden sijnnen vrienden, tenwaere dat tfaict soo evarine[123] waere dat den juge cause hadden omme sulcx te verbieden, ofte wel omme niemant te gedooghen bij den gevanghenen te gaene dan tsijnder presentie ofte een van de weth, den officier ofte cipier.

 

10. Alle de depositien van oirconden in criminele saecken sullen secreet blijfven in sverweerers regard, alwaer de saeck oock maer civilijck criminelijck geintenteert.

 

11. Van deen ende dandere sijde sal geconsenteert // worden op naemen ende toenaemen, midtsgaders op overlech van letteren, te dienen van reprochen ende contradictien, ende daernaer van salvatien ende solutien, met corte peremtoire delaeijen soo voorseijt is, examinerende oock den gevanghenen soo dickmaels als van noode wordt.

 

12. Soo verre datter confrontatie schuldich[124] waere te geschiedene, sal de selve ter presentie van de weth gedaen worden ter selver plaetsen alst behooren sal, houdende bij den greffier pertinente notitie zoo van de interrogatoire als van de antworde midtsgaders van de variatien[125], circonstantien, manieren van doenne ende andere acten van de geconfronteerde.

 

13. Alle oirconden sullen appaert worden geexamineert, / ende niet twee ofte meer tseffens op wat pretexte het zij, stellende elckx depositie, bijsonder deselve den oirconden vooren lesende, ende hem dien doende onderteeckenen soo verre hij teeckenen can, daer neen, soo sal den juge dies notitie houden ende teeckenen de despositie over den oirconden. Ende en sullen doirconden op attestatie niet moghen gerecolleert worden, tenzij daerinne resumerende alle substantien daermede men hem behelpen wilt.

 

14. Allen de persoonen die vant faict weten te spreken, sullen worden gehoort als getuijghen opdat de selve waerheijt in tlicht comme, weder dat de selve oirconden bij den baillij ofte partije worden genaempt ende beleet ofte niet, ende weder dat sij souden tuijgen ter ontlastijnghe van den gevangenen ofte anderssins. Ende en sullen noch geestelijck nochte weerdelijck daer//van mogen geexcuseert zijn, tenwaere als naer rechte.

 

15. Soo oock den selven rechter in criminele saecken daer lijf aencleeft, [sal] selve doirconden hooren ende examineren, tenminsten bij twee van de weth die daertoe sijn gecommitteert ende den greffier, sonder in desen te gebruijcken van letteren requisitoirale, tenwaere op circonstantien die niet en dependeren van[126] tfaict principael ofte wel oock uuijt andere goede merckelijcke groote redenen, als naementlijck de cleene importantie van den questieuse faicte.

 

16. Op alle versoucken van slaeckinghe sal naer / antworde ofte examen, ende eer niet, promptelijck worden geordonneert de cautie tot gelimiteerde somme van gelde ende belofte van bij den gevangenen hem te representeren tallen tijde dies vermaent zijnde, op peine van gehouden te sijnne voor verwonnen van de sticke hem ten laste geleijt oft anderssints ter discretie van de weth.

 

17. Wel verstaende dat soo wel van de ordonnantie van slaeckinghe, cautie als van de voorschreven belofte, sal gemaeckt worden wettelijcke acte.

 

18. Sonder dat aen de baillius ofte officiers georloft wordt eenige criminele // gevanghenen te slaecken op haerlieder authoriteijt ofte met hemlieder te composeren in eeniger manieren, tenwaere sententie ende aengaende de geltboete alleendelijck.

 

19. Verbiedende oock aen alle baillius ende officiers eenighe gevangenen op te houden sonder die te presenteren in wette ofte oock de proceduren met delaijen ende anderssints uuijt te stellen ende protracheren op peine als naer rechte ende placcaeten.

 

20. Alle criminele processen sullen gelesen worden int collegie van schepenen opdat sij / sekerlijck sullen mogen weten ende verstaen wat dat zij te wijsen hebben. Ende danof eijst noot hemlieden [te] beraden met geleerde indien de saecke sulcx verheijst.

 

21. Geresolveert zijnde den gevanghenen te bringhen ter pijnbanck, sal tselve gedaen worden ter presentie[127] van den officier ende juge, die den gevangenen particulierlijck sal examineren ende vragen op de tichten ofte poincten daerop hij hem soude verstaen te pijnnen, oncleet wesende ende in de plaetse van torture, houdende van sijnne confessie goede notitie.

 

22. Van gelijcken sal particulieren ende curieuse nottitie / ghehouden worden van de confessien, loochenijnghen, acten, geschreemen ende andere manieren van doenne van den patient in torture.

 

23. Vierentwintich uren ofte[128] beth naer torture sal den patient worden voorgelesen buijten de plaetse van torture tgone dat hij in de selve torture sal hebben verkent, hem vragende oft hij tselve houdt voor waerachtich ende oft hij daer[op] persisteert, houdende notitie van de voorschreven vraghen ende van sijnne antworden, ende hem deselve doen teeckenen alsvoren.

 

24. Soo wanneer dat sententie van de doot sal worden geresolveert, soo sal den rechter neer[s]telijck sorghe draghen dat den patient / danof met soeticheijt ende discretie wordt[129] veradverteert goeden tijt voor de pronunchiatie ende executie van diere, hem besorgende van eenen goeden biechtvader om hem te troosten, ende doende de sententie executeren bij daghe van de pronunchiatie.

 

25. Als dengone gev[l]uecht van crim niet en is becommelijck, soo sal jegens hem worden geprocedeert bij daghinghe personnele ende saississement van sijnne goedinghen met communicatie van banissemente ende confiscatie van goede, ende van acht dagen tacht daghen, uuijtterlijck van vierthien te vierthien daghen, al ter discretie van de weth.

 

RUBRICA 21[130]

Van citatien, litiscontestatie ende andere proceduren tot furnissemente van den processe

 

 

1. Die ijemant in eenighe vierscharen in rechte wilt betrecken, is schuldich alvoren te lichten een billet[131], onderteeckent bij den greffier ofte in sijnne absentie bij ijemant van de wethouders, inhoudende de cause, hoe ende waeromme, den naeme van den heeschere ende van den ghedaechden, met eenen voor wat juge midtsgaders plaetse van de vergaderinghen, hetwelck hij overleveren sal aen den officier teneijnde van partijen te dachvaerden, / laetende copie van tselve billet bij heur geteeckent metten dagh van instantie, ende wederbringhende het origineel ten daghe dienende met behoorelijcke relaes, alles op peijnne van nulliteijt ende geenen sallaris te mogen profficteren.

 

2. De daginghe moet geschieden twee daghen voor den dagh dienende als den gedaechden woonachtich is binnen de prochie van de vierschare. Ende daerbuijten moet die geschieden vier daghen tevorent, ende uuijten de limitte van de casselrije, zeven daghen op peijnne alsvoren.

 

3. Als den gedaechden niet en compareert naer rapport van de daghinghe, wordt tsijnnen // laste gedecerneert deffault ende verleent consent van ander daginghe, daervan dacte ter ferie geteeckent alsboven tot dien fijne sal worden gelicht. Ende tot contumatie wordt tsijnen laste geprocedeert als volcht.

 

4. Indien den gedaechden ter tweeder dachvaert niet en compareert, men decerneert naer rapport van daginghe tweede deffault. Ende wordt verleent consent van de derde, die oock geschieden moet uuijt crachte van deselve ordonnantie, met laeten van billiette behoorelijck onderteeckent soo voorschreven is, alles op peijne van nulliteijt.

 

5. Ter derder daghinghe den gedaechden[132] / niet comparerende, naer exhibitie van den relaese onder den voet te stellen van de voorschreven ordonnantie, wordt tsijnnen laste gedecerneert derde deffaut ende tot proffijt van dien gehouden int advis.

 

6. Den heeschere begeerende uuijtinghe van tvoorscreven proffijt, is schuldich texhiberen ende ter greffie te furnieren sijnnen intendit bij vorme van heesche, inhoudende pertinente conclusien, daermede oock exhiberende [ende] app[l]icquierende de litterale[133] preuve met de welcke hij den selve wilt verifieren, neffens da[c]ten van proceduren ter ferie bedincht. //

 

7. Op welck furnissement recht gedaen wordt ter provisie ofte ten principaelen soo men in rechte sal vinden zal te behooren. Ende als trecht verheescht, den gecontumaceerden wordt bij sententie interlocutoire geordonneert tvoorschreven overlech over te nemen omme daerjegens te dienen van contradictien binnen sekeren gelimitteerden tijt, op peijne van dies versteken te sijnne ende andermael recht gedaen op de selve stuckx ende op profijt van de verstekinghe.

 

8. Nemaer indien de saecke consisteert in faicte die met oirconden moeten geverifieert wesen, den / heesschere wordt daertoe geadmitteert. Ende sijnne oirconden[134] willende produceren, wordt gehouden teenen sekeren competenten daghe ende huere bij de weth daertoe gestelt, bij eene peremtoire dachvaert te doen dachvaerden doirconden die hij van intentie is te laeten[135] produceren alsoock den gecontumaceerden omme deselve oirconden te sien ende hooren stellen in eede, daervan mentie gemaeckt sal worden bij enqueste.

 

9. Ende indien de voorscreven oirconden, naer relatie van gelijcke daginghe, niet en compareeren, // sullen schepenen gecommitteert zijnde omme die te hooren, daertoe verleenen ander dach met ordonnantie ten laste van de deffaillanten dat sij gehouden zijn te compareren tot tgeven van hunne getuijgenisse, op peijne van tincureren eenne boete van ses ponden parisis, die sij ten voorschrevenen daghe dienende partijen niet comparerende sullen vermoghen te decreteren, midtsgaders oock deselve daernaer oock aughementeren soo sij vinden sullen te behooren. Die daervoren executable sullen wesen op dacte van de selve schepenen bij den greffier onderteeckent met de costen ter saecken van dien gebeurt.

 

10. Nemaer deselve alsoo behoorelijck verpijnt / zijnde ende datter soude moeten prinse de corps gedecerneert[136] [sijn], gelijck somtijts gebeurt, sullen commissarissen dan heurlieden gebesoingneerde rapport doen aen de weth, omme met breeder kennisse van saecken daerinne geordonneert te worden.

 

11. Denqueste voldaen hebbende, sal oock gehouden wesen te doen dachvaerden bij billette den verweerere omme te commen dienen van reprochen oft bij gebreke van dien de saecke te sien concluderen in rechte. Soo geschieden[de] sal den selven niet compareren behoudens relaes van de dachvaert alsvoren te stellen onder de voet van de ordonnantie van de wet te lichten tot dien fijne. //

 

12. De saecke in rechte gevallen ende andermael gefurniert zijnde, sal op den voorschreven intendit ende verificatie recht gedaen worden so men bevinden sal te behooren.

 

13. Soo wanneer den gedaechden compareert[137] ende niet den heeschere de daginghe gedaen doen hebbende, den gedaechden wordt aengewesen orlof van den hove midts docerende van daghinghe ende den heeschere behoorelijck verbeijt hebbende tot het verlaeten van de vierschare. Ende den heeschere, de saecke gebracht hebbende te rechte[138], sal den verweerere bij gebreke van heesch, naerdat hij versocht / sij, insgelijckx aengewesen worden orlof van den hove, behoudens dat hij heeschere tselve vermach te purgieren ten naesten berechdach.

 

14. Die gedachvaert is op obligatie ende omme te kennen ende loochenen zijn hanteecken ofte van sijnne voorsaete, ende ter eerster dachvaert compareert, hij sal hebben een delaij van vierthien daghen omme tselve te doenne. Ende tvoorschreven delaij gepasseert zijnde, sal alsdan tselve hantteecken kennen ofte loochenen, op de peijne dat tselve bij provisie sal gehouden wesen overgekent. Ende op s'heescheres versoucke sal gedecerneert / [worden] namptissement met lichtinghe indien de saecke daertoe is gedisponneert, ende ten principalen sal de saecke worden gereguleert omme tantworden perem[p]toirement ten naesten.

 

15. Indien den gedaechden op hanteecken niet en compareert metten eersten deffaulte, wordt tselve[139] overgekent gehouden. Ende ter tweeder daginghe van deffaute, naer exhibitie van den obligatie op tversouck van den heeschere, wordt gedecerneert namptissement met consent van de lichtinghe op seker. Ende ten derden deffaute zal hij op gelijck versouck van den heeschere, ende naer furnissemente gecondemneert worden int inhouden van de obligatie en costen. /

 

16. Dexceptie van datter geen gelt getelt en is ofte datter geen coopmanschap gelevert en is, en sal niet beletten namptissement van de obligatien procederende, tenwaere[140] sulckx souffissantelijck verifierende bij preparatoire[141] preuve, daertoe den gedaechden verleent sal worden tijt van vierthien dagen.

 

17. Alle namptissemente sullen gheschieden onder de respective greffiers van elcke vierschaere. Daervan sij sullen ontfangen van de gene die deselve lichten sal, het recht in de sallarissen gedeclareert. //

 

18. Den heesch gedient sijnde, sal den verweerere schuldich sijn daerjegens te dienen van antworde ende taccumulleren alle zijnne exceptien tsamen, geene uuijtgesteken.

 

19. Ten waere dat hij proponeerde exceptie declinatoire gefondeert op de incompetentie van den juge [ofte] exceptie litisfinite ofte litispendente, die alleene ende sonder ten principaelen te concluderen mogen geproponneert worden. De welcke hij schuldich wordt promptelijck, emmers ter naester vierschare, te proberen op peijne van te moeten andworden tallen fijnnen alsvoren. /

 

20. Naer litiscontestatie en vermach den heeschere niet veranderen[142] sijnne conclusie sonder te scheeden van de instantie ende den verweerere daervan te laeten absolveren met abjudicatie van costen. Maer wel sal de mogen corrigeren ende openstaen tbenefitie van den prince als naer rechte.

 

21. Niettemin den heeschere hebbende te vele geheescht, hij sal totter sententie deselve conclusien [vermoghen] veranderen ende restringieren sonder te scheeden van de instantie ofte costen te betaelen, tenwaere dat den verweerere te voren presentatie gedaen hadde // accorderende mette restrictien ende inhouden van sheeschers conclusien.

 

22. In welcken gevalle zal den heeschere gecondemneert worden in de costen geschiet tsedert tdoen vande pertinente presentatie ende oock in de gone tevorent geschiet als de selve presentatie gedaen is voor het instel van de zaecke bij antworde geretireert sonder voorgaende frivole proceduren.

 

23. Omme te dienen van antworde zal den verweerere naer tversouck van copie / noch hebben twee delaijen omme alsoo ten derden daginghe ipso facto te dienen van antworde, tenwaere dat schepenen omme merckelijcke redenen bij procureur van partije geallegiert ende geverifiert, tenminsten onder eede de calumnia breeder delaij consenteerden.

 

24. Op antworde sal den heeschere replicqueren ende den verweerdere daerjegens duplicqueren naer versouck van copie, daertoe sij sullen hebben gelijcke delaijen alsvoren.

 

25. Daer partije bij sijnne schrifture hem[143] vanteert van eenige stuckx over // te leggen daermede hij hem wilt behelpen, sal gehouden worden op het versouck van de wederpartije danof exhibitie te doenne, op peine van versteken als naer rechte ende costen van den incidenten.

 

26. Het triplicqueren en sal niet moghen geschieden sonder expres consent van schepenen, die tselve sullen accorderen als den verweerdere eenige nieuwe faicten bij duplicque geposeert heeft oft dat sij sheeschers versouck redelijck vinden, midts bij den verweerder te quadruplicqueren op dordinaire delaijen.

 

27. Naer tdienen van duplicque ofte quadruplicque sal de saecke vervallen int advijs. /

 

28. Partije meest haeste hebbende, sal haere stucx ter greffie mogen laeten furnieren, ende daerbij exhiberen dacten van proceduren daerinne bedinght, betaelende an de respective greffiers den sallaris daertoe staende.

 

29. Welck furnissement ten eersten dinghdaghe sal worden bekent gemaeckt, als wanneer de wederpartije geordonneert sal worden ten naeste dinghdaghe van gelijcken te doenne ende tenselven effecte te commen teeckenen den inventaris op peijne van verstekinghe. Ende sal recht gedaen worden op de stuckx van partije gedient ende gefurniert sonder regardt te nemen op de gonne gedient bij de voorschreven wederpartije. Ende dies in faulte blijfvende, sal deselve verstekinghe alsoo gedecreteert worden. //

 

30. Niettemin sal het furnissement van elcken mogen ontfanghen worden bij de voorschreven greffiers tot aldertijt dat men de geconcipieerde sententie gaet pronuncieren, midts bij den gonen soo laete furnieren[de] instantelijck[144] alleenne betaelende doncosten van terminatie ende geconcipeerde sententie.

 

31. Gheene furnissementen en sullen geadmitteert worden tensij daerbij overleggende procuratie voor de weth ofte wel ter ferie gepasseert, ende voor notaris int regardt van den assetenen, daerbij blijcke uuijt wat crachte de procureurs sullen hebben geagiert. Ende sullen over hunne faulte boven interrest / van partije gecondemneert worden in eenne boete van twintich schellinghen parisis, daeroppe de voorschreven schepenen int termineren regard sullen moeten nemen.

 

32. Partijen geadmitteert zijnde te faicte ofte ten eede in supplemente van preuve, sijn[145] gehouden mette zelve preuve voorts te vaeren haerlieder dilaijen alsvoren gerefereert sulcx dat ten tweeden dinghedaghe de respective procureurs in vierschaere daertoe dach sullen moeten versoucken. Die hemlieden geaccordeert sal worden omme alsoo ten derden dinghedaghe naer admissie te faicte gerenunchieert te worden van de zelve // preuve op peine van verstekinghe, tenwaere doirconden niet comparerende. In sulcken gevalle sal daerinne geprocedeert worden soo hier vooren geseijt worden.

 

33. Tselve gedaen sijnde, is partije gedwonghen sijnne contrarie preuve te doenne op gelijcke maniere ende van de selve oock te renunchieren op de peine alsvoren, alles tenwaere soo aen deen als aen dander van partijen ( als de sake sulckx verheescht) breeder uuijtstel gegeven wierde bij schepenen ter auditie van de selve oirconden gecommitteert, aen de welcke eerst vooral van deselve admisse schriftelijck sal gebleken worden. /

 

34. Denqueste voldaen ende partijen dus afgegaen zijnde, sullen ter greffie mogen lichten copie vande selve enquesten midts dat men naer communicatie van diere geene breeder testimoniale preuve admitteren en sal, omme daerjegens respectivelijck te mogen dienen van reprochen ende daernaer van salvatien, hemlieden dilaijen alsvoren gerefereet, daermede de saecke sal vallen in rechte. Ende sullen partijen dienvolgende geordonneert worden haerlieder stuckx ter greffie te furnieren omme rechte te genieten naer behooren.

 

35. Welcke usantie sal gevolcht worden in alle andere saecken ende sententien interlocutoire, tsij van overlech van stuckx oft anderssindts // die partijen sullen mogen debatteren ende salveren.

 

36. In saecken op requeste beleedt wordende, sal men den zelven stijl oock volgen ende onderhouden soo verre als doendelijck sij.

 

37. Nemaer men sal geene saecken bij requeste laeten vervolgen dan degone die sommierlijck connen gedecideert worden ofte die sommierelijck moeten vervolcht sijn ter discretie van schepenen. Die naer bevindt de saecke van requeste op het rolle ofte econverso sullen vermoghen te trecken ende renvoieren. //

 

38. Alle sententien sullen bij de respective baillius ende meijers ter executie geleijt worden. Die deselve executien sullen mogen voldoen gedurende de vacantien als de sommatien voor den inganck van de selve vacantien gedaen is.

 

39. De groote vacantien sullen alsnu[146] innegaen den 15den julij ende expireren sdaeghs naer Sint-Gillisdach.

 

40. De vaccantien van Paesschen sullen ingaen sdaeghs voor Palmensondach ende expireren smaendaechs naer Quasimodo.

 

41. De gone van Sincxen, tsaterdaechs tsavonts // voor den heijlighen dagh van Sincxen ende expireren op den octave van Sint-Sacramentsdach.

 

42. De vaccantien van[147] Kersmisse zullen ingaen op kersavondt ende expireren sdaechs naer Derthiendach, ende men sal geen ander vaccantien admitteren.

 

43. Ende opdat te beter de voorschrevene poincten int faict van procederen binnen de respective vierscharen van de casselrije soude moghen onderhouden worden, sullen schepenen, volgende den eedt bij hemlieden gedaen, partijen berechten met alle deligentie / ende expedientie, ende tot dien, ter manisse van haerlieder baillius ende meijers, vergaderen van vierthien daghen te veerthien daghen, uuijtgenomen de vaccantien, wel verstaende dat soo verre den dach van de vierschaere viele op eenen heijligendach, sal den dinghedach hem continueren tot tsanderdaechs, die men altijt tsondaechs behoorelijck sal publiceeren opdat niet meer de weth als andere daer van ignorantie en souden pretenderen.

 

44. Ingevalle eenighe van schepenen ofte greffiers in gebreke blijven hemlieden ten voorschreven daghe ende voor tbannen van de vierschare, uuijtterlijck voor den elf huere voor noene, aldaer te presenteren sonder gedaen te hebben hunne ligitime excusen aen de // respective baillius, meijers ofte wel aen den burchmeestere, sullen verbeuren elck twee ponden parisis tapplicqueren tot proffijte van de comparant ende met de voorschreven baillius ende meijers tsamen. Dwelck oock plaetse sal hebben in tregard van de selve baillius ende meijers, midtsgaders ten regarde zoo van deen als dander in alle extraordinare vergaderinghen, niet comparerende op den gestelden tijt hemlieden bij officier geinsinueert.

 

45. Ende oft gebeurde datter soo vele schepenen defaillanten waeren dat den heere geene volle banck en hadde soodat de justitie soude stille staen ende partije daerdore / verac[h]tert worden, sal elcken van[148] sulcken absenten, tenwaere ligitime excuse alsvoren, verbeuren tdobbel van diere soo voorseijt is.

 

46. Soo wanneer eenighe partijen buijten den ordinaeren dach van rechte versoucken gedient te wesen, sullen de voorschreven baillius ende meijers hemlieden tot dien finen dachvaerden ofte wel door hunne officieren, die gehouden sijn te compareren deselve dachvaert geschiet sijnde tenminsten twee hueren te voorent op de extraordinaissen sallaris daertoe staende.

 

 

RUBRICA 22

Stijl ende maniere van procederen in materie van leene

 

 

1. Alsoo diesaengaende bij de Ertshertoghen van Oostenrijck, graven van Vlaenderen etc., gemaeckt ende uuijtgegeven is een particulier placcaet staende in den nieuwen placcaetboeck folio 246[149], sal tselve alhier achtervolcht worden gereserveert int regard van eenige poincten [die men] alhier sal declareren. Te weten:

 

2. Soo wanneer eenich denombrement bij den / heere ofte zijnnen bailliu (ontfaen sal zijn), dat den vasael gehouden is te lichten ende den heere geobligeert is te laeten volgen eenne recepisse[150] van tselve rapport, twelck bij den baillij sal uuijtgegeven ende geteeckent worden, geschreven zijnde bij den greffier van den hove daervan tleen gehouden is midtsgaders geregistreert ende geteeckent, die daeronder sal verclaeren wat van de voornomde enregistreringhe, opdat eenijegelijck aen het registre sijn secours soude moghen nemen ende dat alle voorgaende inconvenienten souden belet ende de verduijsteringhe van leenen verlicht worden.

 

3. Daervooren, alsoock voor de kennisse/ te nemen bij den voorschreven baillij ende mannen van alle ander acten ende den greffier voor sijnne depessche, sij profficteren sullen respectivelijck den sallaris bij den voorschreven placcaete gementioneert ende degone van nieus geordonneert bij sijnne Majesteijt decreterende de coustumen der stede ende Lande van Dendermonde den 13den novembris 1628.//

 

 

RUBRICA 23

Van den eedt soo wel van calumnio als anderssindts

 

 

1. Daer deen of dander van de collitiganten aen zijnne partije eenighe saecken lecht in deelinghe van eede, soo verre den eedt is decisoir, sal dien moeten worden geaccepteert ofte gereserveert ten naestvolgende dinghdaghe naer delatie ofte relatie. Ende bij gebreke van dien sal den deffaillant worden[151] gehouden voor verwonnen [ende] dienvolgende gecondemneert int principael ende costen.

 

2. Elck van [de] litiganten, telcken dies // versocht zijnde, es schuldich te doenne den eedt de calumnia in persoone oft door sijnnen procureur daertoe specialijck last hebbende, midts denselven eedt presterende voor den juge daer de procuratie gepasseert wordt, uuijtgesteken in saeken daer den verweerdere in judicio niet en heeft gecompareert.

 

3. Als den heeschere den voorschreven heesch weijgert ofte hem dies laet versteken naer precise ordonnantie van den rechter, hij wordt met sijnnen heesch verclaert te sijnne niet ontfanckelijck [ende] den verweerdere[152] geobserveert ende hij gecondemneert in de costen. Ende den verweerdere tselve refusserende oft dies versteken zijnde, / wordt sheeschers heesch gehouden over gekent ende den verweerdere gecondemneert in sheeschers conclusie.

 

4. De procureurs ende raet van de litiganten sullen gelijck[en] eedt moeten doen[153] dies versocht zijnde, verclaerende expresselijck dat[154] sij niet meer int nemen van superflue delaijen als andersindts en sullen callumnieren.

 

 

RUBRICA 24

Van appel

 

 

1. Men[155] sal niet mogen appelleren van sententien interlocutoire geene cracht hebbende van diffinitive.

 

2. In facie judicie de sententie pronuncherende, en sal niemant mogen appelleren niet meer van sententie ter rolle gegeven als van andere, op de verbeurte van drij ponden parisis ofte andere boete ter arbitraige / van schepenen naer de mesachtinghe van den juge ende het incivil spreken van den appellant.

 

3. Van gefurnierde processen daere vele aencleeft ofte daer sonderlinghe swaricheijt aen dependeert omme appel te schauwen, soo in criminelle, civille als van leenrechten[156], sullen de selve senden worden ten advise met ijemant van schepenen oft den greffier daertoe te deputeren.

 

4. Ende naer cleijnicheijt van de zaecke sullen de differenten niet connende gedecideert worden int[157] collegie bij schepenen, // gesloten ende gezegelt worden ende ten minsten coste gesonden aen sulcke advocaeten als sij daertoe denomineren sullen. De welcke tselve different geadviseert hebbende, wederomme met haerlieder advijs sluijten ende segelen sullen. Ende es dengonen tproces dragende, gehouden tselve alsoo wederomme te leveren int collegie ofte wel aen de voorschreven greffiers omme, ter vierschaere overbracht zijnde, geuuijt te worden.

 

5. Doncosten dependerende an de voorschreven consult (te noteren onder het voorschreven advis mette vacatien tsij van de voorschreven greffiers/ oft boodenloon), sullen verschoten worden bij den gonen meest haest hebbende omme tproces te sien wijsen, daervoren dander partije naer de pronunchiatie van diere executerelijck sal wesen over deen hilft inghevalle de sententie niet definitif[158] en zijn uuijt crachte van acte bij greffier danof te maecken met dander costen getauxeert worden ten laste van partije secumberende.

 

6. Als van eenighe sententie geappelleert wordt[159] (dwelcke sal moeten geschiede[n] binnen tsiaers naer tgeven van de sententie), sullen de respective greffiers ten coste van de appellant het proces[160] par escript thove bringhen[161], daerbij vougende [e]xtraict van alle de proceduren[162] daerinne bedinght met de sententie daervan geappelleert sal wesen.//

 

Opt faict van de[163] respective baillius ende meijers

 

 

1. De voorschreven baillius ende meijers, naer presentatie van de[n] behoorelijcken eedt, sijn gehouden te stellen seker voor de handelinge van de penninghen van de partije ende de prochie aengaende, totter somme van drije hondert guldens, die sij behoorelijck gepasseert ende geverifieert moeten overleveren ter greffie van haerlieder vierschare alleer sij sullen vermogen hun officie voorder texerceren, blijvende de wethouders verobligeert[164] / te besorgen dat in plaetse van de afgestorven borghen ander souffisante genomen worden.

 

2. Sijn oock gehouden, ontfangende eenige acten van partijen als billietten van overgeven van de prochiesettinghe ende andere die in executie liggen, haerlieder te geven recepisse dies versocht sijnde, inhoudende de somme, dach ende date op den sallaris van 4 schellingen parisis [ende] op peijnne van 10 ponden parisis te verbeuren sheeren proffijte.

 

3. Welcke executien sij oock schuldich zijn te volcommen binnen vijfthien daghen naer het overgeven van diere, ende de penninghen / als dan promptelijck te furnieren aen partije, tenwaere bij wettelijcke certificatie bleke van insolventie, consente van den crediteur, oft dat zij intijts alle behoorelijcke debvoiren gedaen hadden op peijne, indien partije hem dies beclaechde naer het overstrijcken van ander vijfthien daghen, sij verbeuren zullen ten proffijte alsvoren de boete van 30 schellingen parisis, ende bij burchmeestere ende schepenen hemlieden sommierlijck gehoort, ofte ter tweede dachvaert gecontumaceert zijnde, gecondempneert te worden de schult te betaelen in hennen priveen naeme, die daervoren executerelijck zijn zullen te weten den lieutenant baillij als executeur binnen Bornhem bij den hooftofficier aldaer ende int regard van de baillius/ ende meijers van dander prochien ende heerelijckheden bij ander princelijcke officier bij den hove daertoe tauthoriseren[165], tsij bij apprehentie van huerlieder persoon ofte anderssins, soo zij sullen bevonden te behooren op peijne dat op gelijcke clachte van partije daerjegens versien sal worden in den Raede van Vlaenderen. //

 

 

RUBRICA 26

Op tfaict van de procureurs

 

 

1. Gheene procureurs en sullen voortaen mogen postilleren tenzij daertoe bij de respective baillius, meijers ende schepenen van elcx vierschare geadmitteert zijnde, die hun informeren zullen op hunne capaciteijt ende dat naer voorgaende advijs van den heere.

 

2. De welcke naer den behoorelijcken eedt ende publicatie van desen gehouden zijn / ter greffie van de voornomde vierscharen over te bringhen goeden personnelen zeker, behoorelijck gecertifieert totter somme van twee hondert guldens, soo tot versekertheijt van sheeren- ende wethsrechten als van partije. Ende welck oock plaetse sal hebben[166] ten regarde van de gone alreede geadmitteert op peine van suspentie.

 

3. Sijnde deselve gehouden te compareren ter vierschaere voor tbannen van diere op de boete van drije ponden parisis, ende aldaer heurlieden saken targueren met ongedeckten ho[o]fde tot reverentie van justitie op de boete van telcker reijse te verbueren / twintich schellinghen parisis, alles tenwaere merckelijcke indispositie ofte andere notable saecken hemlieder excuserende ter discretie van de weth.

 

4. Als sij hemlieden over eenige partijen presenteren, en sullen sij gehouden wesen ten voorschreven dage texhiberen haerlieder procuratie emmers ter naester vierschare [ende] daernaer indient partije versouckt, op peine van daerinne niet toccuperen tenzij stellende zeker ende caverende de rate.

 

5. Die hemlieden sullen gepresenteert hebben sonder procuratie ende van partijen daernaer / comparerende, worden gedesadvoceert, sullen betaelen alle de costen totten daghe van het desadveu midtsgaders tinterrest van partije.

 

6. En sullen niet vermogen te dienen eenige schrifturen ofte overlech par debet sonder ter dachvaert datelijck te voldoenne. Nemaer sal elcken gehouden wesen ten dien behoorelijck te furnieren bij reele exhibitie oft consignatie van den voorschreven schrifturen ende overlech, op peijnne van dies versteken te worden.

 

7. Daer men bevinden sal bij de selve gedient te zijne eenighe schrifturen in blancho, sullen // gecondemneert worden in eenne boete van twintich schellinghen parisis. [Ende] daert meer dan eens gebeurt in eenne saecke, op andere boete ende peine arbitraire ter discretie van schepenen.

 

8. Sullen oock gehouden zijn pertinentelijck te cotteren ende onderteeckenen de schrifturen ende requesten die sij over partijen dienen ende presenteren sullen, op de boete van twintich schellinghen parisis. Daerinne sij ipso facto, tcontrairie blijckende, op het versoucke van de respective baillius ende meijers sullen gecondemneert worden.

 

9. Bij deselve schriftueren en vermogen zij elcanderen / nochte de principale litiganten[167] tinjureren nochte schimpighe wo[o]rden ofte faicten aen te schriven die niet en dienen van bewaerenisse van[168] haerlieder meesters recht, alwaert dat haerlieder meesters tselve advoijeerden, op arbitrairie correctie.

 

10. Als schepenen bevinden int termineren eenige boeten verbeurt te sijnne, sij sullen daervan condemnatie doen metter decisie vande principale saecke et unico contextu.

 

11. In alle saecken die de voorschreven procureurs aennemen, sullen [zij] gehouden wesen in persoone te occuperen oft wel in haerlieder noodige absente door andere procureurs in haerlieder name, op peijne van de schade ende interest te moeten presteren die haerlieder meesters daerdeure sullen commen te lijden ende arbitraire correctie en boete.

 

12. De voornomde procureurs en sullen op pretexte van non betalinghe van haerlieder sallarissen de stucx van haerlieders meesters // niet mogen ophouden, maer sullen danof tauxatie moeten versoucken, overgevende tot dien eijnde tvolume van haerlieder sallarissen aen de weth omme deselve, jegens de ferie geconfereert zijnde, bij hun getauxeert te worden.

 

13. Dies sullen hunne meesters tot laste van de weth sij versoucken de tauxatie, tot dien gedaecht worden omme die te hooren ende sien tauxeren. Ende niet comparerende, sullen naer relatie vande selve daghinghe versteken ende de voorschreven costen ter naervolgende vierschare getauxeert worden.

 

14. Haerlieder sallaris sal moet judicielijck geheest worden binnen de twee jaeren naer dat de saecke diffinitivelijck gewesen ofte geappoincteert sal wesen, tenwaere dat sij in haerlieder dienst waeren contribuerende.

 

15. Indien gedurende tlitigie voor furnissement / den procureur van deen van de litiganten sterft, partije is gehouden sijn wederpartije te doen dachvaerden omme nieuwen procureur te stellen.

 

16. Ende indien oock een van de litiganten sterft, sijnnen procureur sal tselve bij comparuit schuldich zijn te doen teecken ter rolle ofte registre Ende binnen den jaere naer het teeckenen van comparant sal den lancxlevenden moeten dachvaerden dhoirs van den overledenen op het aennemen van de arrementen van de saecke, op peijne dat dinstantie doot ende geperimeert sal zijn, tenwaere dat hij uuijtslands waere, in sulcken gevallen men hem reguleren sal naer de placcaeten van zijnne Majesteijt ende geschreven rechten.

 

17. Ende teneijnde de procureurs geene ignorantie[169] en pretenderen van tgone sij schuldich zijn te doenne in de zaecke van heurlieder meesters, / sullen gehouden wesen te houden op haerlieder manuaelboeck notitie van alle delaijen ende proceduren accorderende mette ferie ofte registre van de greffier, op peijne van te verbeuren de boete van dertich schellingen parisis in elcke saecke daer de notitie alsoo niet bevonden en wordt tenminsten in substantie[170]. Daertoe de ferie aen de respective baillius ende meijers gea[c]cordeert sal worden, ende[171] sal het ondersouck van diere gedaen worden ter presentie van de weth, ten minsten van twee schepenen.

 

18. Als partijen veraccordeert sijn sullen ten naesten genachte, moeten [zij] uuijtte weth scheeden ende betaelen gelijck recht als van incommen.

 

19. Van gelijcken sullen schepenen ex officio de sake van de respective procureurs, naerdat die op rolle gebracht ende verscheijden vierscharen stille gestaen hebben, vermogen[172] te stellen in staete op[173] den salaris van het ordinaire hofrecht ten laste van de selve procureurs, die hun regres sullen hebben // ten laste van hunne meesters omme niet te retarderen den voortganck van dander saecken op de subsequentierolle ende ferie gestelt.

 

20. Welcke saecken in dier voughen ofte oock anderssints bij hemlieden in staete gestel[t] zijnde, en sullen niet meer opgeroepen worden moghen ten laste van partije vervolcht, tensij bij voorgaende daginghe omme daerinne voorts te procederen naer de retroacte[n].

 

21. Gheenne procureurs dienende ter vierschare van schepenen, en moghen ijemants actie te coopen in deele ofte geheele op arbitrarie correctie ende privatie van haerlieder offitie.

 

22. In de vierscharen daer procureurs geadmitteert zijn, en sal niemant mogen spreken dan bij rade ende taelman off buijten ordre ofte consent op de boete van 30 schellingen parisis. /

 

23. Soo wanneer de processen bij hemlieden geinstrueert[174] int advis geconcludeert sijn, soo sullen de voorschreven procureurs schuldich sijn haerlieder stucx ter greffie te furnieren ende daerbij doen vougen het extraict van de proceduren daerinne bedincht, neffens de voorschreven acte van conclusie in rechte, omme[175] deselve bij schepenen getermineert te worden alles binnen den tijt van twee maenden, daernaer op peijne van tincurreren eenne boete van 30 schellinghen parisis, tenwaere hunne meesters ter saecken van dien daccord waren breeder uuijtstel verleendt hadden, waervan sij schuldich sullen sijn[176] de respective baillius ende meijers schriftelijcken te laecten blijcken willende geexcuseert wesende aen de voorschreven boete, omme also te beletten nieu[w]e voordere inconventen, ongeregeltheden ende interrest van de plaidoiaenten.

 

24. De stucken bij de voorschreven procureurs gedient, sullen blijven als van auden tijde ter greffie van de respective vierscharen, alwaer de wederpartijen sullen gedient worden van copie omme ter conclusie van de saecke bij hemlieden ter requisitie van de zelve ofte henne procureurs, / tsij in ferie oft anderssins, naer stijle geinventarieert, ende alsdan daerop bij de weth recht gedaen te worden naer behooren. Van gelijcken omme in cas van appel tot soustenu ende deffentie van die bij de zelve greffiers an de overrechters behoorelijck geevangelisseert over gedragen ofte overgesonden te worden.

 

25. Sonder dat zij in preiuditie vande rechten van voorschreven greffiers deselve hunne schriftueren communicqueren ofte overlenen sullen aen elcanderen, op peijne van te verbeuren telcker reijse dertich schellinghen parisis.

 

26. Ende weder die gelicht worden ofte niet, sullen evenwel int recht van diere condemnerelijck sijn van gelijcken. Oock int regard van de voorschreven furnissemenent ende depesschen bij hemlieden gedaen, midts dat het blijcken van haerlieder versouck ter ferie int present[at]ie van de saecke ofte andersints, alwaert oock soo dat hunnen meesters middelertijt daccort waeren.

 

27. Soo sij oock schuldich sijn, soo haest als het gedinge geeijnt sal wesen, de respective baillius ende meijers, schepenen ende greffiers van haerlieder hofrechten volcommen satisfactie te doenne voor het scheeden uuijtte vierschare op peijne van daervoren geexecuteert te worden. /

 

 

RUBRICA 27[177]//

Verclaers van de sallarissen ende diensten toecommende baillij, schepenen greffier ende officiers van desen lande

 

 

1. In den eersten den voornomden baillij, schepenen ende greffier en sullen voordaen niet mogen vacheren, tensij dat sij daertoe behoorlijcken geauthoriseert zijn ende, pretenderende betaelinge vande selve vacatien, texhiberen dacte van deputatie oft wel het resolutieboeck die voortaen[178] sal gehouden worden op peijne van geen vergelt.

 

2. Voor tvisiteren van eenen // beschrijfbrief ende omme andere saeken een huere, twee soo drije besoingnerende, elck 20 schellingen parisis.

 

3. Als de voorschreven briefven inhouden eenighe sommen van penninghen op tlant verheescht, sal thaerlieder interventie danof gemaeckt worden de reparti[ti]e hoevele dat elcke prochie daerinne te draeghen heeft, die sij alsoo teeckenen sullen in het resolutiebouck omme / uuijt crachte van diere bij den greffier duuijtsentbriefven gedepescheert[179] te worden, daervooren den voornomden greffier sal profficteren, inne begrepen 't dobbel van selve repartitie ende minute van sijnne briefven, gelijck hij tot noch toe gecostumeert is, 2 ponden 16 schellingen parisis.

 

4. Beschrijvende de respective wetten ten fijnne van gedeputteerde mette double van diere 12 schellingen parisis.

 

5. Voor alle andere briefven // die hij schrijven sal ten dienste van den lande, mette double van elcke, 8 schellingen parisis.

 

6. Voor een ordonnantie 6 schellingen parisis.

 

7. Voor tstellen van tlants rekeninghe voor elcken bladen papiers, 8 schellingen parisis.

 

8. Appostillerende ten daeghe van de auditie, 3 schellingen parisis.

 

9. Voor de copie van diere mette / apostillen ende autentiquatie van elcken blade papiers 6 schellingen parisis.

 

10. Baillij, schepenen ende greffier vacherende binnen prochie ten dienste van de generaliteijt sullen profficteren op haerlieder costen sdachs, 3 schellingen parisis.

 

11. Ende in den lande uuijten haerlieder prochie, 4 schellingen parisis.

 

12. Vacherende buijten den lande, soo naer Brussel, Mechelen, Gent, Dendermonde Aelst ende elders op hunnen cost sdachs, 10 ponden parisis. /

 

13. Vacherende over dauditie van slants rekeninghe die men telcken jaere doen sal en sullen niet meer an de selve als de minder wetten daerover comparerende geene vacatien betaelt worden in consideratie van vrij gelach, behoudens tselve niet en excederen de 30 guldens.

 

14. Alle resolutien van baillij ende schepenen sullen voordaen in tvoorschreven resolutiebouck uuijt de minuten danof gehouden / geregistreert worden. Ende tot dien oock alle ordres ende brieven van importantie noodich sijnde bij den greffier van desen Lande op den sallaris van twaelf schellingen parisis ijder bladt behoorlijck geschreven ende geteeckent, declarerende daerbij de presenten wiens acte alsoo geloove sal dragen.

 

15. Den messagier ofte officier van den lande insinuerende baillij ende schepenen ten fijne van te compareren, sullen profficteren voor tgeheel collegie 20 schellingen parisis. //

 

16. Nemaer geene wete doende aen tvolle col[l]egie, en sal maer profficteren 12 schellingen parisis.

 

17. Voor het draegen van eenige brieven eene mijle gaens ende keerens, ander naer advenante, 12 schellingen parisis.

 

18. Vacherende, tsij met den baillij, schepenen ofte greffier binnen den lande op hunnen cost sdachs, 24 schellingen parisis.

 

19. Ende buijten den Lande, soo tot Brussel, Gendt, Dendermonde ende elders, 3 ponden parsis. //

 

20. Dies en sullen de selve officiers omme mede te vacheren uuijten 's lands niet geemploijeert worden dan ter kennisse van den burchmeestere geassisteert sijnde met eenen schepenen van tcollegie. /

 

 

Sallarissen voor de baillius ende officiers van de respective vierschaeren binnen den voorschreven Lande

 

1. Sal betaelt worden voor eene daghinge laetende billet ende doende exhibitie van relatie 4 schellingen parisis.

 

2. Doende daginghe daerbuijten, van elcke mijle gaens ende keerens, boven 't recht van obijssance, wel verstaende dat hier inne begrepen is recht van instantie ofte daghinge, 20 schellingen parisis. //

 

4. De baillius voor haerlieder hoftrecht van elcke zaecke ter ferie gepresenteert daer schepenen afschrijven 6 schellingen parisis, 2 schellingen parisis.

 

5. Voor eene maeninghe in sententien interlocutoire, 4 schellingen parisis.

 

6. Van sententien diffinitive dobble

 

7. Int regard van collegien, kercken godtshuijsen, sterfhuijsen ende daer meer als eenen persoon agiert, dobble.

 

8. Voor haerlieder comparitie / comparerende extraordinairelijck omme de vierschaere te bannen, 20 schellingen parisis.

 

9. Voor tafnemen van alle eeden, midtsgaders van kennisse te nemen van de passeringhen van procuratien, borchtochten ende diergelijcken in vierschaere, dobbel hoffrecht te weten 4 schellingen parisis.

 

10. Buijten vierschaere daer eedt gepresteert moet worden, dobbel ende voorder niet. 11. Voor tafnemen van[180] eedt van elcken oirconde, soo binnen als buijten vierschaere, 4 schellingen parisis.

 

12. Voor tafnemen van den eedt van ijder voocht in vierschaere, 't staecken van diere als over 't besweren van staet van goede van ijder persoon, 4 schellingen parisis.

 

13. In productie van oirconden uuijt crachte van letteren requisitorialen, dobbel soo binnen als buijten vierschaere.

 

14. Dofficiers doende daghinge aen deselve oirconden, van elcke 4 schellingen parisis.

 

15. Voor taccorderen van een obeijssance, 11 schellingen parisis. //

 

16. Van erfscheijden, veues de lieux, voetstellinghen ende diergelijcke, daer den heere ende weth haerlieder met oirconden moeten binden ter plaetsen die litigient sijn, sal betaelt worden voor een halfven dach, boven trecht van teeden, van elcken orconde 2 schellingen parisis.

 

17. Minder ofte meerder duerende naer advenant ter tauxatie van de weth.

 

18. Van ijder kerckgebodt 4 schellingen parisis.

 

19. Bij decrete dobble.

 

20. Voor daffictie van twee billetten / van decrete die de respective baillius van de ordonnantie van schepenen sullen gelevert worden bij de greffiers van de vierschare met oock tderde billet ten fine van publicatie behoorlijck onderteekent, sullen profficteren van elck 2 schellingen parisis.

 

21. Ende bovendien voor teeckenen van de selve publicatie onder den voet van elck billet, gelijcke 2 schellingen parisis.

 

22. Voor dinsinuatie die sij daervan doen sullen den proprietaris van den goede, inne begrepen den billette ofte copie van de bovenschreven ordonnantie, 12 schellingen parisis. //

 

23. Voor de insinuatie buijten prochie, naer advenant hier voorent geseijt, is voor haerlieder ganck boven trecht van de insinuatie als vooren ….[181]

 

24. Voor dontsteken van elcke kerse soo bij decrete als anderssints mette voorder debvoiren als dan gerequireet van toproepen in vierschare, 16 schellingen parisis.

 

25. Buijten vierschaere tdobble.

 

26. Voor eene sommatie laetende billet, 10 schellingen parisis.

 

27. Doende afpandinghe van meublen omme uuijt crachte van tgewijsde te vercoopen, 20 schellingen parisis. //

 

28. Doende vercoopinghe, 10 schellingen parisis.

 

29. Voor dininsinuatie op de lossinghe, 8 schellingen parisis.

 

30. Nemaer executerende ijmant in zijnne persoon naer voorgaende sommatie, 30 schellingen parisis.

 

31. Elcken officier liggende als wette bode sdaechs, 20 schellingen parisis.

 

32. Voor een arrest ofte bevel op persoon oft goet, soo binnen als buijten vierschaere, 10 schellingen parisis.

 

33. Voor een insinuatie, 8 schellingen parisis. //

 

34. Voor tonterfven ende erfven op dach van rechte, 4 schellingen parisis.

 

35. Daer meer persoonen zijn dobble als oock bij decrete.

 

36. Buijten dach van rechte dobble.

 

37. Van venditie die men doet bij stockslaeghe ter presentie van schepenen telcken dage, sullen hebben voor toproepen, 2 schellingen parisis.

 

38. Voor thooren van sweesenrekeninghen sullen profficteren gelijck recht als schepenen. /

 

39. Voor tinventarieren van eenighe meublen die gesequestreert worden ter interventie van de weth, voor eenen halfven dach, 2 schellingen parisis.

 

40. Langer duerende naer advenant.

 

41. Voor daenschauw van een doot lichaem, 4 schellingen parisis.

 

42. Voor thauden vande informatie op de toecomste van den faicte, 2 schellingen parisis.

 

43. Apprehentie uuijt crachte …[182].

 

44. Voor een actie van prinse de corps van schepenen ofte anderssints, 3 schellingen parisis. //

45. Elcke officier bij daghe, 20 schellingen parisis.

 

46. Bij nachte dobble.

 

47. Dofficiers van de gevangenen te bewaeren in herberghen gestelt sijnde thaerlieder versoucke ofte ordonnantie van weth op haerlieder cost s'dachs, 24 schellingen parisis.

 

48. Voor cipiraigierecht, emmers van gevangenen te besorghen van cost ende dranck, van elcken dach, 8 schellingen parisis.

 

49. Voor tuuijt ende innegaen telcker reijse als sij geexamineert worden,12 schellingen parisis. /

 

50. De baillius vacherende binnen de prochie ten dienste vande selve, sdachs, 2 schellingen parisis.

 

51. Visiterende eenige beschrijfbriefven ofte omme andere saecken eene huere ofte twee besongnerende, 20 schellingen parisis.

 

52. Binnen den lande vacherende, 3 schellingen parisis.

 

53. Buijten den lande vacherende, soo tot Brussel, Gent, Dendermonde als elders s'dachs, 8 schellingen parisis.

 

54. Dofficiers voor tvergaederen van de weth binnen den dorpe, 12 schellingen parisis. //

 

55. Ende voor tgeheel collegie, 20 schellingen parisis.

 

56. Voor alle extraordinaire diensten die de respective baillius ende officiers doen sullen in de prochie, sullen danof gesallarisseert worden ter tauxatie van schepenen.

 

57. Naer alle welcke sallarissen van de respective baillius henlieden oock regulieren sullen de twee meijers binnen de prochie ende heerlijckheijt van Hingene.

 

58. Dan alsoo de selve sallarissen procederende over de voorschreven acten van justitie tussen hemlieden staen verdeelt te worden half en half, soo sullen ten regarde van de acten naer beschreven moghen proffijtteren naer doude coustume ende gebruijck sulcx als daerbij verclaert[183] is.

 

59. Ende dat op de aggreatie nochtans van den hove, alvoren daeroppe gehoort sijnde de gone convenierende gehoort overmidts de voorschreven burchmeestere ende schepenen hemlieden hiermede niet en verstaan te prejudicieren. //

 

60. Eerst voor haerlieder comparitie ter extraordinaire vergaderinghe van schepenen omme der vierschaere te bannen als anderssints, 2 schellingen parisis.

 

61. Voor tafnemen vanden eedt van elcken oirconde in vierschaere, 8 schellingen parisis.

 

62. Buijten vierschaere dobbel.

 

63. Voor tgeven van consent tot het houden vande publicque vercoopinghe van meublen bij stockslage, 12 schellingen parisis.

 

64. Voor haerlieder presentie over de selve venditie, 3 schellingen parisis. //

 

65. Ende dat boven de 30 schellingen parisis van haerlieder officiers

 

66. Voor thooren van sweesen rekeninghen, 3 schellingen parisis.

 

67. Voor tontsteken ende branden van ijder keersse van decrete als van alle andere, soo binnen als buijten vierschaere, 2 schellingen parisis.

 

68. Voor een affpandinghe van meublen naer sommatie, 2 schellingen parisis.

 

69. Doende vercoopinghe van diere, 20 schellingen parisis.

 

70. Nemaer iemant executerende in sijnnen persoon naer gelijcke sommatien, 3 schellingen parisis. /

 

71. Voor een insinuatie, 12 schellingen parisis.

 

72. Voor tonterfven ende erfven, soo binnen als buijten vierschaere, tdobbel van tgone voorseijt is.