p 134

COUTUMES DES SEIGNEURIES DE PERCK ET ELEWYT.

Costuymen der heerlijckheden van Perck ende Elewijt[1].

Eerweerdighe, wijse ende seer voorsinnighe heeren, mijn heeren dencancelier ende heeren van den raede der Conincklijcke Majesteyt gheordon-neert in Brabant, eer, dienst ende reverentie.

Alsoo van weghen der Conincklijcke Majesteyt is onder de heerlijk-heydt van Perck ende Elewijt ghepubliceert gheweest seecker placcaet ophet overbrengen van de costuymen van rechten, die teghenwoordelijckgheobserveert worden binnen der heerlijckheden voorschreven, ende om't selve onder alle reverentie te voldoen, soo verclaeren wy, Jan van Baten,Huybrecht van Gruendelbeke, Peeter van Hame, Pauwels de Helt ende AertBernouts, als schepenen der vryheydt van Perck ende Elewijt, voor sooveele in ons is, nopende de costuymen, alhier 't ghene des hiernaer volght.

1 en 2. Eerst, dat een aenleggher, van ouden her-comen, is gehouden,t'elcken ghenecht daeghe, de hof ende ghericht costen te betaelen, teweten, etc. (volghen hiernaer de costen ende salarissen, etc.), ghelijckinsghelijckx is inhoudende den derden artickele van de voorschreven cos-tuymen, die daerom alhier worden gheomitteert [?].

3. Item, van daeghen op den grondt van erven heeft den meyer, mettwee van ons schepenen, acht stuyvers, ende voor verlette renten, die ghehy-poteceert staen op gronden van erven staende te quytene, evinceertmen oprekeninge volghens d'Uckelsche rechten.

4 en 5. Den vierden ende vyfden artickele specificeert de salarisen van deofficieren, ende schepenen, etc., dan [dus] alhier voor memorien.

6. Item, die heere van Perck ende Elewijt heeft hooghe, middele endeleeghe justitie. ghehouden te leene van onsen genadighen heere den Coninck,als hertoghe van Brabant, ende alle reële ende civile saken staen onder derechten van Uccle, soo wel van lotinghe ende deylinghe, als oock by appel-latien, tot welcke rechten van Uccle wy ons gheheel zijn refererende, alswesende ons competent hooft.

7. Item, ende aengaende de saken concernerende crim, verclaeren wy,dat de voorschreven heer van Perck [ende] Elewijt, overmits de hoogheheerlijcheydt, competeert justitie criminele.

p 136

8. Ende als eenighe delinquanten alhier ghevanghen zijn, die wordenbedinght van derden daeghe te derden daeghe, ende[2] souden zij metalsulcken delinquanten handelen naer de landt-chartere, blijde incompstenende placcaten die hertogen ende hertoginnen van Brabant, hoogher memo-rien, hier voortijdts daerop verleent [hebben], ende oock volghens de edictenende placcaten eertijdts van weghen der Keyserlijcke ende ConincklijckerMajesteyten, hoogher memorien, ghepubliceert, ende voorts op de confessievan alsulcken delinquanten.Eerweerdighe ende seer wijse heeren, anders noch breeders en weten wij,schepenen, volgende den voorschreven placcate te verclaren noch descri-beren, ende dien volghende hebben wij, schepenen voorschreven, gheor-donneert Peeter vander Reest, wesende nu ter tijdt clerck, by provisie,dese onse verclaringhe in onsen naem te onderteeckenen; d'welck ick, hier-onder gheschreven, ter relatien ende begheerten van de boven ghenoemdeschepenen. geerne ghedaen hebbe, op den 13en junij 1570.

Ende was onderteeckent: P. VANDER REEST.



[1] Brabandts recht, p. 314.

[2] Ende, " et" est de trop.