p 412
COUTUMES DE LA VILLE DE
LIERRE.
TEXTE[1].
COSTUMEN VAN DER STADT VAN LIERE ENDE HEUREN BIJVANGE.
Gecolligeert vuijt dordonnantie ons genadigen heeren des
conincxs, naevolghende Sijns Majesteijts placcaet-brieven van date xiijen meert
XVC LXIX, naer stijl van Brabant [1570 n. s.], ende inder voirschreven stadt
gepubliceert opten xxiijsten der selver maent.
TITEL I.
ENDE EERST VAN OFFICIEN, JURISDICTIE ENDE ADMINISTRATIE VAN
JUSTITIE BINNEN DE VOORSCHREVEN STADT
ENDE HEUREN BIJVANGE.
1. Inden eersten wordt die schouteth vander stadt van
Antwerpen ende marckgrave s'lants van Rijen gehouden voor die overste officier
ons genadighste heeren, in criminele saken den lijve oft leth aengaende, binnen
der voorscreven stadt ende heuren bijvanghe; in sulcker voeghen dat die
scouteth van Liere in oude tijden heeft altijt de gevangenen in criminele saken
beticht, ter presentien des voorschreven scouthet van Antwerpen, ende is alsnu
gewoonelijck die voorschreve scouthet van Antwerpen ende marckgrave s'lants van
Rijen te constitueren den scouthet van Liere ende sijnen stadthouder om
respective van sijnen t'wegen t'zijnen laste[2]
te bedienen totter executien vanden vonnissen toe exclusive; ende de
voorschreve misdadighe ghecondemneert zijnde, stelt de voorschreve scouthet van
Antwerpen de selve vonnissen ter executien.
2. Item, wordt binnen der voorschreve stadt van Liere
ende heuren bijvange van onsen ghenadigen heere ghestelt die voorschreve
scouthet, die gewoonlijck is schiltboortigh te sijne.
3. Item, de voorschreve scouthet van Liere is overste
officier onsgenadighste heeren, behalven inde voorschreve criminele saken den
lijve oftleth aengaende, binnen der selver stadt van Liere ende heuren
bijvanghe.
p 414
4. Ende ijemant binnen der voorschreven stadt van Liere
oft heurenbijvanghe ijet ghedelinqueert hebbende tegens de justitie,
uijtgenomen insaken boven geruert, is de voorschreven scouthet, van sijnder
officie wegen,gheauthoriseert die te accuseren ende te betichten, ende de
vonnissen daer-af ghewesen te executeren; ten ware sulcke delinquant waere
specialijckgheprivilegieert, ende sijnder privilegie wilde voor
litiscontestatie ghenieten.
5. Ghelijck oock delinquanten in criminele saken den
lijve ende lethaengaende , hebbende privilegium fori , sijn gewoonlijck daer[3]
teghenieten voor litiscontestatie.
6. Item, de poorters vande steden van Loven, Brussel ende
Antwerpen,ende mede de Peeterslieden van Loven, soo wel buijten de selve steden
alsdaerin woonende, sijn ghewoonlijck dat sij, in rechte betrocken wesendevoor
die voorschreve wethouderen vander stadt ende vanden bijvange vanLiere, het sij
in criminele oft civile saken, moghen voor litiscontestatieexcipieren vanden
gerechte, ende versoecken de sake, als die niet en isreële, gherenvoyeert te
worden voor henlieden gherechte, tot welcken finesij ghewoonlijck zijn te
impetreren de besloten brieven van heuren gherechteaen die scouthet ende
schepenen der voorschreve stadt van Liere oft heurenbijvanghe.
7. Behoudelijck dat de buijten-poorters ende buijten-Peeters-lieden
staenten ghebuerlijcken rechte, daer sij geseten oft henlieden goeden
gelegensijn, te weten van straten te maken, van waterloopen te ruijmen,
dergoeder lieden schade, die heure beesten souden mogen doen in de vruchten,te
vergildene, den schutter oft preter sijn schot te betalen, die goeden
tebehoeden, die beesten te herderen, ordinantien van ambachten ende
anderediergelijcke t'onderhouden.
8. Ende dat oock niemandt hem en behoort te bevrijen van
hanteringhevan montcosten, van pijne ende arbeijt, van handtwercken, van loon
vanboden, van knaepen ende maerten, maer daeraf rechts pleghen ter plaetsendaer
die ghevrijde woonachtigh zijn.
9. Item, de voorschreve scouthet vander stadt ende vanden
bijvange vanLiere is gewoonlijck te hebben eenen stadthouder, die hij bij
advise vandeschepenen vander stadt van Liere oft den meestendeel van hen
ghewoonlijck
p 416
is te deputeren ende te stellen, die in absentie oft
sieckte vanden scouthetal doen magh dat der officien vanden scouthets ampte
aengaet oft compe-teert; maer in presentie vanden scouthet en placht die
stadthouder gheenmacht te hebben.
10. Item, is de voorschreven scouthet ghewoonlijck te
hebben tot sijnendienst twee meijers, eenen vorster ende eenen sweerdt-drager
ende ishem nu cortelincx noch eenen dienaer toe gevoeght; ende heeft de
vorstervoorschreven den last om de gevangenen te bewaren; welcke
voorschrevensergeanten worden geconstitueert, te weten: de voorschreve
sweertdraghervan ons genadighste heeren weghen, ende die andere bij de
schepenenvander stadt van Liere, die oock ghewoon sijn alle andere officien
inde selvestadt vallende (uijtghenomen den scouthet ampt) te confereren dien
hengoet dunckt.
11. Item, inder voorschreven stadt van Liere sijn seven
schepenen, dewelcke jaerlijcx op Sinte Jans-Baptist dagh in midsomer oft daer
ontrentworden gheordonneert uijt de inghesetenen vande selve stadt, bij
tweecommissarissen ons ghenadighste heeren uijt Sijnder Majesteit rade
vanBrabant, ter presentien vanden scouthet, twee rentmeesters ende de tweesecretarissen
vander voorschreven stadt, ende wordt bij de voorschrevenheeren commissarissen
een vande voorschreven seven schepenen, dien henbelieft, gheordonneert om 't
selve jaer te presideren.
12. Item, zijn binnen der selver stadt noch twee dekens,
seven ouder-mans, ende twee knapen vande laken-gulde, die bij de voorschreven
com-missarissen, ten tijde ende ter presentie als voren, jaerlijcks worden
ghesteltende genomen uijt de ingesetenen der voorschreven stadt.
13. Item, sijn oock seven schepenen vanden bijvange van
Liere, die oockbij de voorschreven commissarissen jaerlijcx, ten tijde ende ter
presentienals voorschreven staet, gestelt worden, te weten de drij daeraf uijt
de colle-gien vande schepenen vander stadt, ende de vier andere uijt de
inghesetenenvanden bijvange, te weten eenen uijt den dorpe van Nijlen, item,
eenen uijtden dorpe van Kessel oft Bevel, den derden uijt der prochien van
Emblem,oft uijter tenten van 't Haghenbroeck, ende den vierden uijt de
tentenvander Mijlen oft Lechenen.
14. Item, den vader ende sijn kindt, noch twee gebroeders
te samen, enmogen in schependom niet ghestelt worden.
p 418
15. Item, de voorschreve schepenen vander stadt van Liere
hebben d'au-thoriteijt om jaerlijcx twee oft meer rentmeesters vander selver
stadt teconstitueren.
16. Item, die selve seven schepenen vander stadt van
Liere sijn ordinarisrechteren, judicature, kennisse ende berecht hebbende, ter
manissen vandenvoorschreven scouthet, over alle poorteren ende inwoonderen der
voor-schreve stadt ende heure vrijheijt, in alle saken reële personele ende
mixte,civile ende criminele, ter kennisse vanden ordinaris rechter
behoorende,uijtghenomen saken concernerende de wullen laken ende wullen
wercke,ende der comenschap van zijden, saeijen ende lijnen wercke, de
welckebehooren ter kennisse ende judicature van die voorschreve dekens
endeoudermans vander lakengulde.
17. Hebben oock die schepenen vander stadt van Liere
judicature incriminele en mixte saken, als van keuren ende breucken over de inghesetenvanden
voorschreven bijvange van Liere.
18. Item, hebben oock noch kennisse ende judicature van
alle questien,differentien ende processen rijsende oft opstaende van alle
gronden vanerven, geen leen-goeden sijnde, binnen der stadt ende vrijheijt van
Liergeleghen, met oock van alle arrestementen binnen der selver stadt endeheure
vrijheijdt ghebeurende, met des daeraen cleeft; behalven dat
eenigelaeth-bancken aldaer sijn de welcke judicature hebben over de
goedenwaerafmen gront-chijs der selver bancken ghevende is.
19. Item, de schepenen van Liere moghen stellen ende
ordineren allestatuten, gemeijnlijck ceuren geheeten, inder stadt ende inden
bijvanghevoorschreven nae dat sij willen oft hen oorbaerlijck dunckt, ende, om
diestatuten te houden, setten een oft twee goede mannen die daertoe nut
sijn,welcke mannen oft meesters vande statuten, amovibel sijn[4]
ter discretienvander weth, macht hebben de breucken ende rechten te nemen van
allenden ghenen die de voorschreven statuten oft eenighe van die niet en houden.
20. Achtervolgende welcken sekere ordonnantien opde
procedure vanderjustitien is anno XVC Iiiij ghemaeckt ende vernieuwt, waeraf
eenighe arti-culen hierna onder diversche titulen sijn gheschreven, [ende
eenighe sijn ineen ander cohier hierbij ghevoeght][5].
p 420
21. Item, de voorschreve schepenen vanden bijvanghe
hebben kennisseende judicature over alle de inghesetenen vanden bijvanghe,
uijtghenomenin criminele saken, ende oock van keuren ende breucken, ende hebben
oockjudicature van alle questien ende processen rijsende van alle gronden
vanerven, geen leenen zijnde, binnen den bijvange gelegen, met oock van
allearrestementen binnen den selven bijvange gebeurende, met des daeraencleeft;
behoudelijck dat sekere laeth-bancken inden voorschreven bijvanghezijn die ter
eerster instantien judicature hebben over de goeden waeraf mengront-chijs der
selver bancken ghevende is.
22. Item, de voorschreve schepenen vanden bijvanghe sijn
insgelijcxrechteren van alle appellatien ende hooft-vonnissen aldaer ten
resortekomende, te weten :Die scouthet ende schepenen vander vooghdije van
Molle.Die drossaert ende schepenen van Westerloo.Die meijer ende schepenen van
Tongerlo.Die meijer ende schepenen van Norderwijck, ende die meijer ende
latheninden hove van Broeckhove ende oock ten Straten-eijnde aldaer.Die meijer
ende schepenen van Hersselt.Die meijer ende schepenen van Westmeerbeke.Die
meijer ende schepenen van Houtvenne.Die meijer ende schepenen van Casterle.Die
meijer ende schepenen van Wustwesele.Die schepenen van Esschen ende
Callempthout.Die drossaert ende schepenen van Vorsselaer.Die scouthet, meijer
ende schepenen van Herenthout ende die lathen aldaer.Die meijer ende ghesworen
lathen van Morchoven.Die meijer ende gesworen lathen van Wickevorst.Die meijer
ende gesworen lathen van Bouwele, nu scouthet ende schepe-nen van Bouwele
[achtervolgende d'octroij ge-impetreert bij den marckgravevan Antwerpen vanden
date des thiensten octobris anno 1611, onderteeckentvanden Wouwere, onder den
selven marckgrave heer Henrick van Varick,ridder, als heere van Bouwel
berustende, den schepenen alhier verthoont.I. van Postel][6].
p 422
Die scouthet van Herentals ende die lathen ons ghenadighe
heeren totLichtert.Die meijer ende lathen vander capitlen van Liere onder
Nijlen.Die meijer ende lathen vander selver capitlen onder Liere.Die meijer
ende lathen vander selver capitlen onder Boechout.Die meter ende schepenen
vander gelver capitlen tot Meerhout.Die meijer ende lathen vander selver
capitlen tot Lichtert.Die meijer ende lathen der abdissen van Nazareth.Die
meijer ende lathen van Lechenen.Die meijer ende lathen van wijlen Gabriel
Triapeijn[7]
tot Wechelaersande.Die meijer ende lathen Jans van Vriessele wijlen tot
Ghierle.Die meijer ende lathen van Soerle.Die meijer ende lathen Jans van Wesenbeke
wijlen tot Pulle.Die meijer ende lathen shofs van Vriessele onder Liere.Die
meijer ende lathen shofs van Arckele.
23. Welcke voorschreve bancken onder den bijvanck
resorterende endehunne leeringhen daer halende, sijn ghebruijckende ende
hebbende, oftimmers behooren te gebruijcken, de selve rechten die men inden
bijvanckuseert.
24. Item, soo wie hem bevint gegraveert bij eenige
vonnissen bij devoorschreven schepenen vander stadt ende vanden bijvange van
Liere gege-ven, is ghewoonlijck te appelleren, te weten : vande vonnissen bij
die vandestadt ghegeven, aen de borgermeesteren, schepenen ende raet der stadt
vanAntwerpen.Ende vande vonnissen bij die vanden bijvange ghegheven, aen
mijneheeren den cancelier ende andere vanden rade van Brabant.
25. Item, den scouteth vande stadt en vanden bijvange van
Liere heeftd'authoriteijt, om de schepenen vande selve stadt ende van heuren
bijvangete doen vergaderen, en t'zijnder manissen sijn sij gehouden hem ende
oockpartijen des behoevende heure vonnissen uijt te reijcken.
26. Die voorschreve scouthet ende die schepenen vande
stadt van Lieresijn ghewoonlijck alle weken eens rechtdagh te houden, om
partijen justitie,te administreren.
p 424
27. Ende alle veerthien daghen zijn de scouthet ende
schepenen voorschreven, ende oock de voorschreven schepenen vanden bijvange
gewoon-lijck vierschaer ende genechtdagh te houden, ten eijnde als voore, in
welckevierschare de schepenen vande stadt ende bijvanghe voorschreven
t'samenende gelijckelijck sitten ende administreren justitie, elck vande
saeckenhen toebehoorende, soo die bij ordre voorts-gheroepen worden uijt
eenderrolle, alwaer die alle in geschreven worden soo die bij de procureurs
sijnghepresenteert.
28. Item, alle saecken spruijtende oft toekomende van
kost ende dranck,van pijne ende arbeijt, van huijshueringhe, van lanthueringhe
binnen decuijpen vander stadt gelegen, van coopmanschappen gedaen met
gereedengelde ende sonder eenighen dagh te gheven, ende voorts van keuren
endebreucken, ende oock van der stadts accijsen, staen te raet-dage ende
nietten genechte.
29. Item, een poorter ende bijvancxman van Liere mach
sijnen schulde-naer van buijten selver aentasten, ende houden tot der tijt toe
dat hij denheere krijgen kan om hem dien te leveren.
30. Den heere en mach geenen schuldenaer geleij gheven
binnen derstadt oft den bijvange van Liere, sonder consent van den ghenen dien
hijschuldigh is.
31. Item, alle goet d'welck men niet en weet wien dat
toebehoort volghtden heere.
32. Die eenigh sulcke goet vindt is schuldigh 't selve binnen
XXIV urente condigen den scouthet oft sijnen stadt-houder, die 't selve goet
bewarenmoet XL. daghen, ende doen condighen ter plaetsen daermen gewoonlijck
ispublicatien te doen, met drij sondaeghsche uijtroepinghen binnen der
pro-chien daer sulcke goet vonden is : dat alle de gene die hen recht
vermetenaen 't selve goet, [sulcx] te kennen gheven binnen de voorschreven
XL.daghen, oft dat sij anders van hun recht versteken sullen blijven.
33. Ende die binnen de XL. dagen sijn recht te kennen
geeft ende 't selvekan bethoonen, dien moet 't selve goet volghen, midts
betalende de costendaerom ghedaen, ende indien niemant daer en comt binnen de
XL. daghen,soo blijft 't selve goet tot profijt vanden heere.
34. Item, die eenich sulcke goet vindt ende 't selve behout
sonder tecondighen als voor, is daeraf corrigibel naer arbitragie van
schepenen.
p 426
35. Item, soo wanneer eenige enorme quade feijten,
mesusen oft excessengebeuren, is die scouthet daeraf gehouden terstont te nemen
informatie terpresentien vande schepenen.
36. Item, alle poorters ende ingesetenen, die tot eenige
officien der stadtghecoren worden, sijn schuldigh 't selve officie te
aenveerden ende den eedtdaertoe staende te doen ; ende indien sij 't selve
weijgerden, soo soudemenhaeren persoon, soo verre sij binnen de jurisdictie
bevonden werden, settenin besloten ghevangenisse, totter tijt toe sij 't
voorschreven officie aenveertende den eedt gedaen hadden; ende indien sij
absent waeren, soude denheere soo lange in 't goet ligghen mogen met twee oft meer
dienaers, naerdiscretie vander weth, tot dat sij den voorschreven last aenveert
ende deneedt ghedaen hadden.
37. Item, niemant en mach gesworen van eenigen ambachte
binnen deserstadt sijn, hij en sij eerst daertoe bij die scouthet ende
schepenen geadmit-teert, ende soo wanneer die gesworen begeeren nieuwe
ghesworen ghesteltte hebben, soo zijn sij ghehouden in een billet vier oft vijf
goede mannenvanden selven ambachte den scouthet ende schapenen over te geven,
vandenwelcken, oft andere vanden ambachte, die voorschreven scouthet
endeschepenen stellen moghen tot regimente vanden ambachte, die hen dunckennut
ende bequaem te zijn; ende is dit te verstaen van allen ambachten,uijtgenomen
vande wulle-wevers, want die gestelt ende vernieuwt wordenbij de dekens ende
oudermans vande laken-gulde.
38. Item, d'ambachten oft hare regeerders en moghen geen
ordinantien,statuten oft keuren maken oft ordineren, sonder consent ende
approbatievan die scouthet ende schepenen eendrachtelijck, ende andersints
gemaeckt,zijn nul ende van onweerden.
39. Item, de ghesworen oude-cleercoopers ende haere
clercken, die ineenighe sterf-huijsen oft andersins eenige haeffelijcke goeden
vercoopen bijoproepinge, moeten instaen voor de penninghen ende de selve goet
doenwaervoor de have vercocht wordt, waeraf sij t'samen hebben, van elckenponde
groot brabants, drij stuijvers.
40. Item, niemant en mach hem generen met uijtroepen,
noch clerckzijn, hij en sij eerst daertoe bij de schepenen gheadmitteert, ende de
uijt-roepers moeten sekeren eedt doen, ende oock borghe stellen.
41. Item, de voorschreve oude-cleercoopers mogen metten
heere alle de
p 428
ghene die bevonden worden ijet t'achter te sijn vande
goeden bij hen ineenighe sterf-huijsen oft andersins met oproepen ghekocht doen
afpanden,naer dat den tijt van betalinge, daeraf alhier van oudts geobserveert
endeonderhouden, is verstreken ende overleden, ende dat tot volcomender
beta-lingen toe vanden voorschreven ghebreke, sonder eenighe procedure
oftordene van recht daerom andersins te moeten voortskeeren oft onderhoudenin
eenigher manieren.
42. Item, die dekens ende oudermans vander lakengulde
binnen deserstadt hebben volcomen macht te dingen ende recht te doen vanden
voor-schreven wolle-wercke ende van al dat daertoe behoort, te wat stede
endewanneer dat sij willen, ende hoe dickwils dat te doen waere.
43. Item, die scouthet noch schepenen van Liere en moghen
hen dervoorschreve gulden niet onderwinden, noch van geene dingen die
daertoebehooren, uijtgenomen dies, waert saecke dat ijemant ware vander
guldeverwonnen met eenen vonnisse van dieften, dat die guldekens dien
zijnschuldigh te leveren den voorseijden scouthet, oft eenen anderen
machthebbende alhier criminele saecken te executeren; uijtghenomen oock, datdie
schepenen van Liere mogen maken mette dekens ende oudermans alder-hande
ordinantien ter gulde behoef vander draperijen, ende oock daeropsetten ceuren
ende breucken.
44. Item, soo wie hem bevindt gegraveert metten vonnisse
vande ouder-mans vande voorschreven lakengulde, ende willende daeraf
appelleren,mach dat doen het zij voor den raedt van Brabandt, oft voor den
scouthetende schepenen van Liere, daer die selve partijen appellerende dat
ghelie-vende is.
45. Item, d'officieren vande smalle heeren en moghen
d'ondersaten nietvoorder belasten inde betalinghe vande penninghen van
dooder-hant, vanoverstaene van goedinghen, van ontfanghe van leene, van
chijnsen oftandersins, dan sij naer recht belast en worden vande officieren ons
gena-dighste heeren.
46. Item, soo wie renten heffende is op eenighe goeden
binnen de voor-schreven stadt oft haren bijvange heeft keuse oft hij wilt
procederen opsijne panden, oft dat hij wille convenieren den ghebruijcker vande
selvepanden, behoudelijck, eest soo dat die proprietaris den pant niet
enghebruijckt, maer ijemant vremts, dat sulcken vremden ghebruijcker onghe-
p 430
houden sal zijn de rentieren meer te betalen dan vanden
jaere dat hij't verbonden goet sal hebben ghebruijckt.
47. Item, waert dat ijemant ontamelijcke woorden sprake
teghen deghenen die van s'heeren weghen waeren, oft vander stadts regimente,
oftten keurmeesters waert, oft teghen den ghenen die in s'heeren oft
inderstadts dienste zijn, om eenigher saken wille den heere oft der stadt
aen-gaende, oft om eenigh recht, oft om eenighe keuren, oft om eenighen
dienstwille vander stadt, die magh ghecorrigeert worden met alsulcke
correctienals den heere ende de stadt overeen-draghen naer gelegentheijt
vandersaecken.
TITEL II.
VAN CRIMINELE SAECKEN ENDE CIVILE- BOETEN.
1. Dieverije wordt gestraft met de doot, ende wordt een
dief ghehanghen,ten waere dat schepenen, om de kleynigheijt vander saecken,
ordoneerdendat hij met minder correctie behoorde te ghestaen.
2. Wordt oock ghehouden voor criem, soo wie eenigh
ploeghen oftploechcouter inden velde stelende is.
3. Die sijn ghestolen goet binnen der stadt van Liere oft
haeren bijvanghebevint, willende 't selve sijn maken, is schuldigh 't selve te
kennen te gevenden scouthet ende twee schepenen, die terstont sulcke goet voor
oogen doenbrengen, ende indien bij bethoonen kan dat 't goet hem toebehoort,
endeten heijlighen affirmeert 't selve hem gestolen ende teghens sijnen
danckhem afhendigh ghemaeckt te zijn, soo behoort 't goet hem te volgen
endegerestitueert te worden vrij ende los, niet teghenstaende dat [het] op een
vrijemerct oft bij eenen ouden-cleercooper ghekocht waere, oft bij den
scouthetin sheeren naem aenveert; behoudelijck datmen dien officier, die den
aen-tast vanden persoon (bij hem hebbende 't voorschreven gestolen goet)
salghedaen hebben, sal ghehouden zijn daeraf sijnen redelijcken salaris
tegheven ter discretien vande weth.
4. Item, die eenen dief met sijnen goede bevint, mach den
dief sijn goetafhendigh maken, oft indien den dief 't goet van hem worpt, 't
selve aen-veerden, behoudelijck dat hij binnen vier en twintigh uren den
scouthetdaeraf moet adverteren, ende presenteren, indien ijemandt 't goet sijn
p 432
maken wilde, daeraf te rechte te komen, sonder dat hij
schuldigh is 't selvegoet in handen vanden scouthet te leveren.
5. Item, soo wie fortse ende ghewelt op eens anders huijs
doet verbeurtx pont swerten, van xxvj stuijvers ende ij deniers Brabants 't
pont.
6. Van gelijcken verbeurt oock, die binnen eens anders
huijs comt omhem te evelen, weder bij hem evelt oft niet en evelt, x pont.
7. Dat de ghene, die sijn bloot mes[8],
uijt gramschap, uijttreckende is,om ijemandt te quetsen, verbeurt ij pont.
8. Item, soo wie ten eijnde voorschreven sijn sweerdt,
rapiere, steeck-sweert, braeckemaert, dagghen oft anderen stock uijttreckt,
verbeurtiij pont.
9. Item, soo wie iemandt steeckt met een bloot mes,[9]
verbeurt iij pont.
10. Item, met een rappier, sweerdt oft braeckemaert,
verbeurt vij ponten half.
11. Item, soo wie iemant steeckt met eenen poignaert oft dagge,
verbeurtx pont.
12. Item, met een pasmesse, v pont.
13. Item, soo wie iemanden slaet met een rapier, sweerdt,
pasmes,braeckemaert oft poignaert, verbeurt v pont.
14. Item, soo wie iemandt slaet oft steeckt met eenen
gepinden stave,verbeurt v pont.
15. Item, soo wie iemandt slaet met eenen kluppel, die
niet daertoegemaeckt en is, noch die ge-ijsert noch geloot en is, opdat hij hem
gheenledt in twee en slaet, verbeurt ij pont.
16. Item, soo wie iemanden slaet met eender ghenagelder
kudsen verbeurt v pont.
17. Item, soo wie iemandt slaet met eene slach-colve, die
geloodt is,verbeurt iij pont.
18. Item, soo wie iemandt slaet met eenen steen, daer
gheen mencke inen valt, verbeurt iij pont.
p 434
19. Item, soo wie iemandt worpt ende raeckt met eenen
pot, candelaeroft tenne teliore, sonder mencke, verbeurt iij pont.
20. Ende als hij [hem] niet, en raeckt verbeurt xx
stuijvers.
21. Item, wie eenen slaet, met een plateijne, die
be-ijsert is, daer gheenmencke in en valt, verbeurt ij pont.
22. Item, soo wie eenen slaet oft worpt met eenen stoel,
het zij drijvoetofte anderen stoel, daer gheen mencke in en valt, verbeurt ij
pont.
23. Item, soo wie eenen anderen slaet met de hant oft
vuijst ofte trecktbij den haijre, vervalt inde breuck van xxvij stuijvers.
24. Item, wie over eens anders erve gaet[10]
sijns ondancks, ver-beurt xxvij stuijvers.
25. Item, niemandt en magh des avonts, na dat de clocke
van thien urenis gheluijt, gaen met eenighe wapenen, achter straten sonder
licht, op deverbeurte van de wapenen, ende noch van alsulcken breuck als, naer
ghele-gentheyt vanden tijt, wordt bij de weth gheordonneert.
26. Item, daermen onder iemant bevindt onrecht gewicht,
oft onrechtewaghe, verbeurt voor elck eenen carolus gulden, d'een derdendeel
totbehoef vanden heere, het tweede tot der stadt, ende het derde tot
behoefvande ceur-meesters, oft die dat bevonde ende voorts brochte, ende
daer-en-boven noch het ghewichte ende de waghe half s'heeren ende half tot
derstadts behoef
27. Item, daermen onder iemandt bevint onrechte mate verbeurt
tweecarolus guldens, t'appliceren in drijen als voren.
28. Item, soo wie iemandt schade doet aen sijn coren,
gerst,[11]
oft hoij,oft aen sijn coolen, wermoes, rapen, erweten, boonen, appelen,
peiren,wijnbesien oft eenigherhande vruchten, ende die iemandt iet name,
afsnedeoft aenveerde, oft iemands thuijne oft heijminge opbrake, oft sijn
boomen,poten, rijsers oft theenen afhiele, sonder wete oft consent vanden
ghenendie dat goet toebehoorde, die verbeurt daeraen eenen gulden peeter,
totbehoef als vore, ende daertoe moet hij de schade oprechten den ghenen
p 436
diese gheschiet ware, ter goeder lieden segghen ; ende
droegh de schadeboven de weerde van eenen halven peeter, soo soude hij, boven
den keur ende[de] schade, voort daeraf staen tot des heeren ende der stadt
correctie, welverstaende, dat ruerende 't afhouden van iemants houte etc. 't
voorschrevenarticule is gheaboleert, midts den edicte ons genadighsten heeren
des conincxghemaeckt ende uijtghegheven dien-aengaende vj maij anno 1560[12],
endein't selve jaer op den achtsten dagh augusti navolghende Sijnder
Majesteijtbesloten brieven gepubliceert.
29. Item, soo wiens beesten binnen der voorschreve stadt
ende heurecuypen bevonden worden, bij nachte oft bij daghe, inder goede
liedenvruchten oft gers, oft op der stadt vesten, daermen niet en placht te
varennoch te rijden, oft die met veken oft met stappen ghesloten sijn,
verbeurteenen gouden peeter, t'appliceren in drijen, als voor; ten waere sijn
beestensijns ondancx hem ontbraeckt waeren, d'welck hij, swerende, gestaet,
mitsbetalende voor elcke beeste iij pont paijement, valet een blancke endevj
mijten, ende is in allen ghevalle gehouden te betalen de schade, ter
goedermannen segghen.
30. Ende soo wiens gansen bevonden worden in ijemants
goede, verbeurtvan elcker cudden x pont paijement, beloopende twee stuijvers,
een blanckeende twee mijten, tot behoef als voor, ende is niet min gehouden te
repa-reren oft te betaelen de schade ten segghen als voor.
31. Item, inden bijvange, soo wiens horenbeesten oft
peerden, een oftmeer, gheschut worden binnen sonneschijn, moet, boven de schade
derpartijen aengedaen, den schuttere, voor't schotrecht, betalen eenen
stuijver;item, vande schapen ende gansen, weder luttel oft vele als voore,
vierstuijvers, ende van oock een oft meer verckens eenen stuijver; ende na
dersonne geschut zijnde, 't dobbel van dien.
32. Item, niemant en mach eenighe weiren, hachten, commer
oft letselmaken oft setten inde strom vande twee rivieren deser stadt
passerende,geheeten de Nethe, noch oock inde zijde-laken vander selver Nethen,
dieloopende strommen hebben, soo van thuijnen, hoerden, russchen, eerden,houte,
netten, fuijcken, balnetten, corven oft andersins, wat weiren oftletsel datter
oock zij, van bamisse tot halfmeert, allen den sonier lanck, op
p 438
den keur van xxvij stuijverslovens,d'welck sijn drij
carolus guldens.........[13]
ende oock op de verbeurte vanden ghetouwe.
33. Item, soo wie inden bijvanghe wordt ghecalengiert van
dat hij nietbehoorlijck en heeft gheheijmt , verbeurt iij pont paijements,
valet eenblancke vj mijten.
34. Item, inder stadt is den breuck vau quader
heijminghen, als daerbecroon aen den heere oft aen, de stadt oft keurmeesters
af komt, eenengulden peeter, in drijen, als voore is gheseijt.
35. Item, soo wie gecalengiert wordt van quader rumagien
in eenenwaterlaet, vervalt inde breuck van vij pont[14]
paijement, d'welck is eenenstuijver, een oort ende thien mijten paijements.
36. Item, soo wie ghecalengiert wordt van quader rumagien
op een beke,vervalt inde breuck van x pont paijements, beloopende ij stuijvers,
i blancke,ij mijten.
37. Item, soo wie gecalengiert wordt van quade rumagie
inder Nethen,vervalt inde breuck van xx pont paijements, beloopende v stuijvers
en halfende iiij mijten.
38. Item, als aen ijemants erve de Nethe, eenen[15]
waterloop, oft eenbeke, sulcks is vervuijlt, dat het water sijnen loop daermede
wort benomen,is alsdan verbeurende xxvij stuijvers Lovens.
39. Van gelijcken verbeuren oock die gemeijne vroenten
innemen, oftdaerop timmeren, oft die hen grachten oft huijsen buijten heurer
erven terstraten oft ter vroenten waert uijtsetten, xxvij stuijvers Lovens.
40. Ende zijn naer behoorlijcke vermaninge gehouden
'tgebreck te repa-reren binnen xiiij daghen, oft bij ghebreke van dien, maghmen
dat doenvolcomen op dobbelen kost, ende aenveerden de huijsen op der
stratengheset zijnde, ten waere dat de schepenen, door eenighe consideratien,'t
selve modereerden.
41. Niemant wie hij sij, van buijten der stadt ende
bijvange van Liere,
p 440
en magh bijen setten om te swermen binnen der stadt,
vrijheijt oft bijvanghevan Liere, op eenen keure van eenen gulden leeuw[16]
van elcken vate oftbuijcke, d'een derdendeel den heere, d'ander der stadt, ende
't derde dengenen, die dat bevonde ende voortsbrachte, ende oock op de
verbeurte vanalle de buijcken met de bijen s'heeren behoef; ten ware dat die
ghene diesijne bijen alhier soo brenghen oft setten woude, selve woonachtigh
waremetten meestendeel van sijnder familie stedevast inder stadt oft
heurenbijvange, niet tegenstaende oft ijemant allegeren mochte, dat hij
eenigherve oft huijs hadde met tange ende hale, alsoo verre als hij daer selve
nietwoonachtigh en is met het meestendeel van sijnder familien, ende voor
dentijt dat die bijen daer gebracht waren, ende daernaer drij maenden, oftmeer,
sonder arghlist.
42. Ende en magh niemant eenighs vremts mans bijen hier
inder stadtvrijheijt oft bijvange voorschreven op 't zijne oft binnen sijn
bewinde settenoft laten setten, op eenen keure van twee gulden peeters van
elcken vate,te bekeeren in drijen als voor.
43. Item, niemant en magh brandereelen oft loode appelen
oft loodegewichten oft diergelijcke bij hem draghen, op de verbeurte van eenen
halven ponde ouder grooten, beloopende ses carolus gulden, half s'heerenende
half tot der stadt behoef, ende op eenen wech tot Milanen.
44. Item, soo wie met eenighe bussen oft gespannen bogen
gaet achterstraten om iemanden te evelen, verbeurt een pont ouder grooten, dat
sijntwelf guldens, tot behoef als voor, ende, oft [het] iemant dede die den
voor-schreven keur niet gegilden en koste, soo moet hij daervoor doen eenenwech
te Sint-Peeter tot Roomen, ende niet weder inde stadt komen, hij enhebbe eerst
den selven wegh gedaen, op dobbele correctie; ende altijt devoorschreven bussen,
boghen, brandereelen oft diergelijcke verbeurts 'heeren behoef.
45. Item, soo wie iemanden van buijten herberghde,
huijsde oft hoefde,die eenen poorter, bijvanxman oft ingeseten quetste, sloegh,
evelde ofteenigen oploop dede, jaeghde oft vreesde, die verbeurt ij pont
oudergrooten dat sijn vierentwintigh guldens s'heeren behoef, ende daertoewort
hij voor principael gehouden, indien hij hem aen den heijligen niet
p 442
ontschuldigen en dorste met zijn huijsgesin, dat hij niet
en wiste dat sij omeenigh arch oft quaetdoen uijt waeren; ende soo wat
persoonen aldusdanighelieden overquamen daer hen aen twijffelde, oft daer sij
eenigh gheveerdevan vichtinghen oft van wapenen aen saghen, die soude dat
terstont moetenbrengen aen den heere ende aen de stadt, op den selven keur ende
pene,waer hijs niet en dede eer daer iet op misschiede, opdat hij 't coste
gedoen,sonder arglist.
46. Item, soo wie eenen anderen op- ende overseet
openbaerlijck vandieften oft van eenige andere saken sijnen lijve ende sijne
eer aengaende, inernste oft in fellen moede, ende dat niet bijbrengen oft
gethoonen en kandat'et soo is, als hij den anderen op- ende overgeseijt heeft,
die staet daeraf[tot] s'heeren ende der stadt correctien, ende moet dat beteren
den genendien hij dat alsoo overgeseijt heeft [te] s'heeren ende ter stadts
segghen,naer gelegentheijt der saken; ende soo wie hem vermet sulcken
opsegghen,goet te doen openbaer, die is ghehouden de sake te verborgen goet te
doenende te vervolghen ten eijnde uijt, met alsulcken goede borghen als
denheere ende der stadt wel genueght, oft hij moet daervoor gaen inde
vroente,totter tijt toe dat de sake ge-eijnt is, oft dat bij s'heeren ende der
stadtende oock sijnder wederpartijen goeden moet heeft.
47. Die schepenen vander voorschreven stadt sijn bij
heuren vonnissengewoonlijck de misdadige alleenlijck te condemneren gebannen te
wordenbuijten der stadt ende heuren bijvange, hoewel dat bevonden wordt
bijsekere registren, dat in oude tijden eenighe bij schepene vonnissen vanLiere
sijn ghebannen uijt Brabant ende eenighe uijt de marckgraefschap.
48. Die iemants huijs oft goet dreijght af te branden,
verbeurt sijn lijf.
49. In criminele saken plachmen al mondelinghe inder
vierscharen teprocederen, sonder eenighe notulen vander proceduren te houden
oft eenichgeschrift te schrijven, uijtgenomen de getuijghenisse; maer binnen
sekerejaren heeft men oock de criminele saken in geschrift mogen bedingen
endeworden van de procedure notulen gehouden.
50. Item, den heere is schuldigh alle gevangenen, indien
sij´t versoeckenende begheeren, binnen drij daghen ter wet te stellen, ende hen
voor sche-penen ticht te geven; ende van ghelijcken is oock den gevangen
schuldighbinnen andere drij dagen te antwoorden, ende sijne defentie te verthoonen,
p 444
ende soo voorts respective te procederen van derden daghe
ten derdendaghe, ten ware de schepenen uijt eenige merckelijcke redenen
andersinsordonneerden.
51. Item, indien den ghevangenen ten derden daghe gheen
ticht enwierde ghedaen, oft niet te rechte ghebrocht ten daghe hem
bescheijden,soude moghen versoecken, ende sijn schepenen schuldigh hem
t'absolverenvander instantien, ende soude den heere hem [binnen de?]
vier-en-twintighuren moeten laten los gaen.
52. Item, den heere en magh niemant pijnen oft ter
bancken brenghen,ten sij sulcx [sulcken] met vonnisse van schepenen daertoe sij
gecondemneert,waertoe die schepenen hem sijn schuldigh te condemneren, indien
sij suffi-ciente indicien bevinden teghens den misdadigen vande feijten ende
mesusendie hem opgheseijt worden; ende alsoo ghecondemneert zijnde,
behoortsulcken misdadige in presentie van twee schepenan ten minsten (die bij
denvoorschepen worden gedeputeert) gepijnight te worden; maer en magh denheer
niemant langher noch andersins doen pijnighen dan de schepenenaldaer present
zijnde redelijck ende gherequireert dunckt.
53. Item, den heere is gehouden sijne getuijghen in
persoon te doencompareren inder vierschare, ende aldaer te doen eeden ter
presentienvanden ghevanghen.
54. Ende worden alle de ghetuijgen secretelijck ghehoort,
ghelijck inandere saecken, behalven dat in d'examinatie der ghetuijghen in
criminelesaecken present sijn twee schepenen.
55. Item, als die heer ende die gevangen hebben van
voorderen thoongherenuncieert, soo wordt het getuijgenisse gepubliceert inder
vierscharen,behalven dat de namen vande ghetuijgen niet en worden
ghepubliceert,maer wordt gheseijt: d'eerste ghetuijghe verklaert dat enz., de
tweedeverklaert dat enz.
56. D'welck ghedaen zijnde, wordt den procureur vanden ghevangennoch
wel ghecommuniceert 't ghetuijghenisse, maer en magh op sijnen eedtniet segghen
den ghevangen de namen van de ghetuijghen die teghens hemsouden moghen
ghetuijght hebben.
57. Nae de voorschreven publicatie, sijn de heeren ende
den gevangen
p 446
gehouden te reprocheren, ende nae reproche te salveren
ende inder sakente sluijten.
58. Ende als inder saecken is ghesloten, en is die
officier niet ghehoudenden gevanghen ter vierscharen te brenghen voor dat die
vander weth hebbenhet proces oversien ende gheresolveert sijn, wes sij daerinne
hebben te wijsen.
59. Die eenen anderen quetst, moet den chirurgijn betalen
van sijne cure,ende al dat den ghequetste van medecijn ende anders behoeft te
nemen, totgrootinghe vande schepenen, ende den gequetsten voor sijn smerte
endeverlet t'dobbel van dien, ende anders niet, ten ware dat bij
schepenenanders daerinne versien werde.
60. Item, alle de ghene die in een gevecht in velde ende
in verde strijt-ghier zijn, daer iemant ghequetst is oft doot blijft, worden
ghehouden alsprincipale, ten waere klaerlijck bleke, wie de wonde, waeraf de
doot komt,gegeven hadde.
61. Item, wanneer meer persoonen hantdadigh sijn in een
ghevecht oft aeneenen dootslagh, ende d'eene van hen peijs oft soen maeckt
metten gequetstenoft montsoender, soo worden daer mede inne begrepen allen
d'ander diemede strijtghier gheweest hebben, want peijs oft soene voor eenen is
soenevoor allen.
62. Item, die vader en magh gheen montsoender sijn van
sijnen sone,maer een anderen manspersoon den overleden naest bestaende van
sweerdtzijde; behoudelijck alsser gheen broeders oft broeders-sonen en zijn,
dat diesusters-sone montsoender is.
63. Die montsoender neemt tot sijn profijt 't gene dat in
't soenen gelooftwordt, sonder te exprimeren waertoe de penningen sullen worden
ghe-imploijeert[17].
64. Item, niemant en is ghehouden des overleden schulden
te betalen uijtsaecken vande penningen die hij vander soeninge ontfanght, soo
verre hijhem anders egeen erfgenaem en draeght.
65. Item, als de mombaren van eenen montsoender, die
onder sijn jaerenis, die soene maken, soo mach die montsoender, als hij tot
sijne jaeren comt,de soene voor goet houden, believet hem, oft die refuseren,
midts weder-keerende de penninghen voor de soene ghegheven.
p 448
66. Item, een gevangen, 't sij voor misdaet oft schult,
magh bij anderecrediteurs oft voor ander misdaet inde gevangenisse beswaert
worden.
67. Item, den vorster oft bewaerder vande gevangenisse,
indien hemeenigh gevanghen ontgaet oft ontquame bij sijn toedoene oft
negligentie,moet goet doen ende innestaen daervoor hij ghevanghen was.
68. Item, niemandt en magh om civile saecken in
gevanghenisse gehoudenworden, soo verre hij cautie stelt van te rechte te staen
ende 't gewijsde tevoldoen, ter plaetsen daer ende soo dat behoort, ten waer
dat iemant waergevangen voor gewijsde dingen, oft voor des princen penningen
endeschulden, oft om te volcomen eenighe bevelen vanden heere oft vanderstadt.
TITEL III.VAN ARRESTAMENTEN.
1. Die scouthet oft sijn dienaers en moghen gheen goet
van eenen poorteroft ingeseten vander stadt, oft vanden bijvange van Liere,
niet voorvluchtichsijnde, oft daeraff gheen fame ende apparentie van fugien en
sijn, niet doenarresteren voor eenighe schulden oft actien, ten waere voor
gewesen von-nissen, oft voor geloften voor de weth oft gulde alhier ghedaen
ende bevon-nist, oft dat de ghene die d'arrestament versochte tselve goet wilde
zijnmaecken, oft paert oft deel daeraff.
2. Item, eenen crediteur, vindende zijnen schuldenaer van
buijten binnender stadt van Liere oft heuren bijvange, mach den selven bij
eenen dienaer,te weten binnen der stadt bijden vorster, den sweerdt-dragher
ende denderden dienaer, ende inden bijvange bijde, meijers, elck onder sijn
gerecht,doen arresteren, om hen alsoo te rechte alhier te betreckene, behalven
endeuijtgenomen datmen hier niemanden, comende ter veedemerct veede tecoopen
oft te vercoopene, en mach arresteren, ten waere om ende tersaecken van eenige
actie procederende uijt saecken van henlieden coopman-schapen alhier op de
merct gedaen, behalven ende uijtgenomen oock datsekere daghen, soo inde
jaermerct als ten omgange oft kermisse, wordengehouden dat een ijegelijck
alhier vrij mach comen ende gaen sonder temoghen gearresteert worden in civile
saecken den partijen aengaende.
p 450
3. Item, [oft] een meijer, vorster oft dienaer, versocht
sijnde, op denbehoorlijcken loon, eenen vrempden man, oft eenich arrestabel
goet presentende voor ooghen wesende, te arresterene, [sulcx] niet doen en
wilde, oftnaer d'arrestement gedaen, den man oft goet liet gaen of versteken,
als hijmachtich waere dat te belettene, sonder den crediteur met
souffisanteborchtochte oft anders wettelijck te versiene ende te besorgen, die
moetdaervoore innestaen ende verantwoorden, oft betalen de schult daervoore
d'arrestement ghedaen was, oft versocht was ghedaen te wordene.
4. Item, eenen crediteur, vindende sijnen schuldenaer van
buijten, oftoock van binnen, daeraff apparentie van fugie is, ende beduchtende
is, dathij hem absenteren soude aleer hij eenen dienaer soude connen
gecrijgen,mach selver sijnen schuldenaer aentasten ende vast houden, tot dat
hij eenendienaer gecrijgen can, den welcken hij dijen terstont leveren moet,
die opsijnen loon gehouden is den selven schuldenaer t'ontfangene ende
arresterenvan s'heeren wegen, ende inder vroenten te leveren, opte pene lest
voor-schreven, ende van gelijcken meubele goeden, die getransporteert
endeverborgen souden moghen worden.
5. Item, die eenich goet binnen sijnen huijse oft
bewaernisse gearresteert,ende den last van't selve te bewaeren aenveerd heeft,
ende daerenbovenewech laet draegen oft versteken, is schuldich dat te
verantwoorden endedaervoore inne te staene, oft de schult oft actie daervoore
t'selve ghearres-teert was te betaelen.
6. Item, een vrempt persoon alhier gearresteert, moet in
hachte gaen,totter tijt toe dat hij borchtochte ende cautie gestelt sal hebben
van hier terechte te staen ende t'gewijsde te voldoen, ten waere dat hij gheen
borghegecrijgen en conste, ende dat scepenen, considererende de gelegentheijtvander
saecken, ordineerden dat hij gestaen soude met cautie juratoir endezijnen eede.
7. Item, een vrempt oft geestelijck persoon, willende
eenen anderenvrempden persoon oft sijn goet alhier doen arresteren oft te
rechte betrecken,is schuldich terstont voor den schouthet ende twee schepenen
borge te stellen,met ingesetenen, souffisant sijnde, naer gelegentheijt ende
grootheijt vandersaecken, voor alle costen ende schaden die der stadt oft
heuren poorterenende ingeseten ter causen vanden voorschreven arreste oft
recht-voorderinghesouden mogen toecomen, ende daeraff behoorlijcke brieven te
passeren.
p 452
8. Item, dat alle de ghene, hebbende alhier ijemanden oft
sijne goedengearresteert, moeten binnen den derden naestvolgenden dage voor de wethverclaren,
indijen de gearresteerde dat versoeckt, de redenen waerommesij dat ghedaen
hebben, oft anderssins souden die persoonen ende goedendaeraff ontslagen moghen
worden, ten waere dat de wethouderen om redenendat uijtstelden totten anderen
daghe.
9. Item, alle meubele goeden binnen deser stadt van Liere
oft heurenbijvange gearresteert sijnde, waeraff de clager zijn recht ende
ghebreckwettelijck wilt vervolghen, is gehouden binnen den veerthien daghen
naerd'arrest, midts dat d'arrest maer veerthien dagen en duert, de
gearresteerdemeubele goeden te evinceren ende uijt te winnen, ende dat doende,
isgehouden op t'selve goet te doen voor-gedaghen voor die scouthet
endescepenen, ende daernaer tot drije andere genechten d'een naer d'ander
tevolghen, ende daer en t'eijnden, binnen den naestvolgenden ghenechte,wordt
den clager t'sijnen versuecke gelevert t'voorschreve gearresteert goet,midts
vooral bij eede ghewarigende sijn schult, om vande ghearresteerdegoeden sijne
schult te innen metten wettigen costen; dies is de voorschrevenheijscher
gehouden ierst wettige wete te doene den ghenen waerondert'voorschreve
ghearresteerde goet is berustende, ten eijnde dat hij dat nieten laet gaen, oft
ijemanden anders dan den clagher over en levere, opte penevan t'selve te moeten
verantwoorden ende goet te doene als voor, ende moetnoch oock de wete doen den
ghenen die t'goet toebehoort, oft t'sijnen woon-huijse, met brieven van deser
stadt, addresserende aende officiers oft wet-houders vander plaetsen vander
residentie des debiteurs, soo verre hij sekerewoonstadt heeft, ende ingevalle
hij gheen sekere woonstadt en heeft nochoock eenighe bewinthebbers binnen den
lande van Brabant oft inder stadtMechelen, soo mach de wete worden gedaen met
drije malen, t'selve opdrije sondagen ter palen [puijen] alhier aff te
publiceren, bij den ghenen diede publicatien vanden goeden die te coope gestelt
worden, is doende; welverstaende, waert soo, dat de arrestant niet en begeerde
terstont naer deveertien daghen op t'goet te procederen, mach d'arrest doen
vernieuwen,d'welck wederomme veerthien daghen duert, ende mach dat soo langhe
doeneals hem goetdunckt ; maer naer d'leste arrest moet hij sijn
uijtwinninghebeginnen binnen de naestvolgende veerthien daghen.
p 454
VAN VREDE TE GHEVEN.
1. Die twist ende gheschil heeft teghens eenen anderen,
ende hem beduchtvan ghequetst oft ghesmeten te sijne, mach sijn wederpartije
doen in vredelegghen bij schouteth, vorster oft sweert-dragher.
2. Item, soo wie weijghert vrede te gheven verbeurt twee
gouden peeterstot s'heeren behoef; ende soo wie, des aldus versocht sijnde ende
egeenenvrede gheven en woude, maer daerom wegh ginghe oft hem daervore
lietvanghen ende opleijden eer hij vrede gegeven hadde, verbeurt een pontouder
grooten, d'welck sijn xij carolus guldens, tot ons ghenadichsteheeren behoef,
ende eenen wech tot Sinte-Ambrosius te Milanen, der stadtter eeren, ende twee
roeijen muers der stadt daervoore te doen maken;nochtans soude de onschuldighe
vrede hebben ghelijck oft hij dien vredemetter handt ghegheven hadde.
3. Behoudelijck oft iemant eenen naerderen bewijsen woude
hier binnender stadt oft den bijvange geseten, die naerdere waere dan hij, al
liet hijhem dan opleijden voor dien vrede, soo en soude hij nochtans niet
dienvoorschreven keur verbeuren, maer de heere en salse uijt sijnen handenniet
laten gaen, noch hij en sal niet eer los daeraf sijn, de vrede en sal eerstaen
hem oft aen eenen anderen gheseijt sijn[18].
4. Item, als twee partijen d'een tegens den anderen in
vechtinghenoft in geschille comen, daer d'eene ghesteken, gheslaghen,
ghestootenoft ghevreest wordt, soo is de misdadighe oft oplooper, die den
anderenmisdaen heeft, verbonden bij sijne maghen dat te doen vreden
aendenghenen die misdaen is, oft aen sijn maghe, ende aenden heere dien vrede,te
moeten versuecken oft doen versueken binnen xxiv uren naer datt'ghevechte oft
t'gheschil geschiet is, het en waere, oft dat eer vierent-wintich uren daernaer
ghesoent oft gepeijst werde ; ende waer desaldus niet en geschiede, soo
verbeurt de misdadighe een pondt oudergrooten [t] s'heeren behoeff, ende moet
eenen wegh tot Milanen der stadt ter
p 456
eeren doen; ende oft partijen in beijden sijden ghequetst
waeren, soo sal deghene dien vrede doen nemen die den eersten oploop dede oft
ghedaenhadde, op den selven keur.
5. Item, soo wat poorter oft bijvancx-man vrede begheert
ende in vrededoet legghen eenighen vremden man van buijten, is de selve
buijtenmanghehouden seker ende borge te setten van poorters oft van
bijvancx-lieden,te sijnen vrede te comen, op den selven keur, oft hij moet
daervoor indevroente gaen totter tijdt dat hij borghe gheset heeft.
6. Item, soo wat lieden onderlinghe in vreden staen sijn
ghehouden allesesse weken, ende eer de sesse weken ende eenen dach eijnden, te
vernieuwenende versoecken haren vrede, beijde dien misdaen is ende die
misdaenheeft, op de pene van v pont swerte te verbeuren bij eenen
jeghelijckendaerin gebrekelijck sijnde.
7. Behoudelijck dat partijen mogen consenteren dat den
vrede soudedueren een jaer lanck.
8. Item, soo wie sijnen vrede uijt het gaen ende t'sijnen
vredaghe nieten quame, die soude verbeuren, des eersten daeghs als hij dien
laet uijtgaen,een pont ouder grooten, d'welck sijn xii carolus guldens, tot ons
ghena-dighste heeren behoef, ende daertoe soude hij eenen wech moeten doen
derstadt ter eeren tot Sint-Jacobs in Galicien, oft twee roeden muers der
stadtdaervore doen maeken; ende waert dat hij dien vrede des
anderdaeghsdaernaer liet overgaen, dan soude hij oock verbeuren ii pont ouder
grootent'sijnder ghenaden behoef; ende soo [het] waere [dat][19]
hij dien vrede denderden dach liet overgaen, dan soude hij oock verbeuren drij
ponden oudergrooten tot sijnder ghenaden behoeff, ende daer en t'eijnden soude
hijdaeraf staen tot s'heeren ende der stadts correctien ; het en waere
saeckedat iemant buijten lants waere, ende [ofte] dat hem nootsake dede dat hij
tesijnen vrede niet te tijde ghecomen en conste, soo mach comen een ofttwee van
sijne naeste maghen, daer zijn wederpartijen mede verwaert[20]
zijn in zijn stadt, ende dien vrede doen nemen ende dat verwaeren; endesoo waer
dat in tijts gedaen wort, soo sal die man daeraf ongeschaet endeongekeurt
blijven; oft waer hij sweeren dorste, dat hij dien vrede onwe-
p 458
tende ende niet met moets willen uijt hadde laten gaen,
sonder argelist,ende oock niemanden daer en binnen daeraf misdaen en waere, soo
ensoude hij daeraf gheen schade hebben.
9. Item, die boven vrede den anderen qualijck toesprake,
oft teghenshem murmureerde, oft met wercken oft met woorden misdede, vervalt
sulcxin dobbel boete aenden heere, der stad ende aen partije, al oft hij
t'selvebuijten vrede hadde ghedaen, ende alnoch soo vele meer als schepenen,
naergheleghentheijt vander saecken, vinden behoorende.
10. Item, dat afle de ghene die vrede heijsschen sijn ghehouden,
desversocht sijnde vanden heere, vander weth, oft van partije, te sweeren,
datsij dien sijn versueckende niet om de wederpartije te quellen, te
provocerenoft te injurieren, maer alleenlijck uijt sorghe van twist oft
gheschille, oftanderssins buijten recht gemolesteert oft ghehandelt te worden.
11. Item, indien iemant den anderen oploop dede, oft naer
hem smete,wierp oft stiete, oft daerop wachte oft laeghde, oft dreijgementen
gave vanslaen oft misdoen, moet sulckx den anderen, indien hij't versueckt ende
vaneenighe van des voorschreven is doet blijcken, bij bekennen van partijen
oftbij ghetuijgenisse, versekeren met eenen oorvrede.
12. Ende ingevalle de ghedaeghde niet en compareert,
behoort bij provi-sien, indien de schepenen dunckt behoorende, den oirvrede
gheleijt endegedecerneert te worden, soo langhe ende totter tijdt toe, partijen
ghehoort,anders sij geordineert, ende voorts de wete daeraf ghedaen te worden
tenhuijse vanden ghebrekelijcken, ende vande twee naeste ghebueren, indienhij
niet vintbaer en sij.
13. Item, soo verre die beclaegde, comparerende, ontkende
de feijtenvanden claghere, ende daerdoor sustineerde geenen oorvrede te
dervengheven, moet de selve beclaeghde, indien de clagher dat versoeckt,
indehachten blijven totter decisien vander saecken.
14. Item, soo verre de beclaeghde, ghedaeght sijnde om
oirvrede tegheven, niet en compareerde, ende vintbaer waere binncu der stadt
oftheuren bijvange, mach bij advise van schepenen, indien hen dunckt vannoode
oft geraden, gehaelt ende inder hachten, gestelt worden [totterdecisien vander
saecken][21].
p 460
15. Item, die oirvrede gheeft moet gheloven ende sweeren,
in presentievanden schouteth oft sijnen stadthouder ende van twee schepenen,
dat hijden ghenen die hij versekert niet misdoen en sal, doen noch laeten
misdoen,bij hem selven oft iemanden anders van sijnen t'wegen, met woorden
nochmet wercken, heijmelijck noch openbaer, bij sijnen consente oft wetene,
ingheender manieren; ende oft hij iemanden wiste, oft namaels weet die hemerch,
hinder oft letsel doen woude, dat hij hem dat altijt goet tijdts salcondighen
ende daeraf adverteren naer sijn macht ende vermogen, sonderargelist.
16. Item, die handtvrede gheeft ghelooft zijne partije
niet te injurierennoch te misdoen, in woorden noch in wercken, ende soo verre
hij iet teghenshem uitstaende heeft, dat te behandelen met rechte, ende
andersins niet,op de correctie vander stadt.
17. Item, die oirvrede ghegheven inder manieren
voorschreven blijft altijtvan weerden, tot dat partijen, in presentie van twee
scepenen, den selvenafleggen, sonder dat van noode is den selven te vernieuwen.
18. Item, soo wie den oirvrede breeckt wordt gheacht ende
gherekentvoor peijsbreker ende vrede-breker, ende oversulx arbitralijck
ghecorrigeert.
TITEL V.
VAN POORTERS.
1. Soo wie van buijten begeert poorter van Liere te
worden, moet voor aldoen blijcken, bij behoorlijcke certificatie, dat hij is
van goeden naeme,faeme ende gheloove.
2. Item, alle poorters die g'heen ingheboren en zijn
worden ontfanghentotter poorterijen, op conditie dat hen de poorterije niet en
sal dienen ofthelpen in saecken gheboren voor aenveerdinghe vander poorterije.
3. Item, een poorter van Liere houdende binnen Liere
huijs ende huijs-ghesin ende familie, ende vertreckende van hier in een ander
stadt oftdorpe, ende aldaer sijn neringe doende, oft vrijheijdt aennemende,
verliestsijne poorterije ende ambachte van deser stadt, in sulcker vueghen, al
wildehij weder binnen Liere comen woonen, en soude hij alhier sijn ambachtniet
moghen doen sonder die poorterije ende d'ambacht weder te coopen.
p 462
4. Item, een poorter van Liere egheen huijs oft huijsinge
houdendebinnen Liere, ende in andere steden oft dorpe tot houwelijck comende,
endealdaer vrijheijt oft ambacht aennemende, en verliest sijn poorterije oftambacht
niet, maer mach altijdt weder comen woonen binnen Liere, sijnpoorterije ende
ambacht ghebruijcken.
5. Die poorters van Liere ende d'ingeseten vanden
bijvanghe, moeten inallen saecken ghehandelt worden met rechte ende naer
vonnisse van sce-penen der selver stadt, soo ende in sulcker vueghen, dat men
geenen poorternoch bijvancxman vander heerlijckheijt weghen en mach corrigeren,
tensij dat de selve poorter ende bijvancxman daeraf bij vonnisse eerst
ver-wonnen sij ; ende dat men oock niemanden afpanden en mach hij en sijeerst
met rechte verwonnen voor de schult; ten waere iemant hadde ver-worven brieven
van executorien ende[22]
vanden prince, om liquide schultte doen namptizeren; ghelijck oock de gesworen
oude-cleercoopers ghewoon-lijck sijn te doen executeren de schulden waeraf
blijckt bij den boecke vanheuren clerck, sonder eenige proceduren, waeraf hier
voore is gemen-tioneert; ende oft die schouteth van Antwerpen oft Liere
eenighen van henanders handelden oft handelen wouden, soo mochten de voorschreve
sce-penen hen in dien ghevalle weijgheren te sitten ende vonnissen uijt
tereijcken tot ander tijt[23]
dat t'gene dat daerteghen ghedaen soude moghensijn afgedaen ware.
6. Item, men en mach gheenen poorter oft bijvancxman van
Liere omegeenderhande misdaet vueren noch betrecken buijten der vrijheijt
vanderstadt van Liere, maer moet dat uijtgherecht worden bij den schouthet
vanAntwerpen oft van Liere, dien dat competeert, naer vonnisse van scepenenvan
Liere; uijtghenomen misdaet van ghequetste majesteijt, ketterije, onghe-loove
ende dierghelijcke.
7. Item, die binnen der stadt van Liere woont in sijn
selfs huijs daerinnehij ghegoeijt ende ghe-erft is, oft jaer ende dach binnen
der stadt ghewoontheeft, wordt ghehouden, gheacht ende gereputeert voor een
ingheseten derselver stadt.
8. Item, een poorter oft bijvancxman van Liere en mach
den anderen niet
p 464
doen arresteren buijten der stadt van Liere oft heuren
bijvange, ten waeredat sulcke persoon fugitif waere, oft daeraf suspect; ende
soo wie contrariedaeraf doet verbeurt daeraen x realen van achthien stuijvers
t'stuck.
TITEL VI.
VAN CONTRACTEN, VOORWAERDEN ENDE BORCHTOCHTEN.
1. Niemandt en mach bij eenighe voorwaerde, contract,
coopmanschapoft conventie vercrijghen erffelijckheijdt in eenighe onruerlijcke
oft erffe-lijcke goeden, huijsen, chijnsen oft renten gelegen binnen der stadt
oft denbijvange van Liere, oft die oock belasten met eenige renten oft somme
vanpenninghen, ten sij dat de selve voorwaerde, coopmanschap oft
conventiegepasseert oft bekent sij, respective voor den rentmeester ons
ghenadichsteheeren in Liere, oft den grontheere ende aen schepenen vander stadt
oftvanden bijvange van Liere, oft den lathen daeronder de selve goeden,huijsen,
chijnsen oft renten gelegen sijn, oft voor die wethouderen vanderhooft-stadt,
ende dat daeraf gheschiede erffenisse ende onterffenisse ; uijt-genomen
alleenlijck bij houwelijcke voorwaerde, ende bij testament oftuijtersten wille,
oft met scheijdinge ende deijlinge voor schouteth endescepenen ghepasseert.
2. Item, alle erffelijcke goeden, huijsen, chijnsen oft
renten weesen oftonbejaerde kinderen, kercken, godtshuijsen, gasthuijsen,
heijligh-gheest-huijsen, der stadt, gemeijnten, ambachten oft geestelijcke
plaetsen toebe-hoorende, oft tot Godts dienste geordineert, oft die vercocht
worden omiemants uijtersten wille te voldoen, oft voor uijtgewonnen renten,
moetenden meesten daervoor biedende vercocht worden, te weten de goedenvanden
godtshuijsen, waeraf de stadt heure rekeninghe hoort ende passeert,voor twee
scepenen ten minsten, ende der stadt ende gemeijnte goedenter presentien vanden
meestendeel vanden scepenen, ende de uijtgewonnengoeden ter presentien vanden
schouteth ende twee scepenen.
3. Item, als eenighe goeden vercocht worden met verdieren
ende denmeesten ende hooghsten daervoor biedende, soo is t'verdieren naer
oudercostumen half tot des vercoopers ende half tot des coopers oft
verdierdersbehoef.
p 466
4. Item, den cooper die eenighe erven oft huijsen coopt,
op sekere chijn-sen oft renten daeruijt gaende, moet t'sijnen laste draghen de
chijnscn enderenten die verloopen naer dat bij daerin is gegoeijt, oft naer
date vandendaghe genoemt ende gheaccordeert totter goedenisse, ende den
vercoopermoet t'vercocht goet suijveren ende vrij houden van achterstelle
verloopentotten daghe vander goedenisse oft die daertoe is ghenoemt.
5. Item, die erve vercoopen, versetten oft met renten
ofte chijnsen belastenwilt, is schuldich te specificeren ende, indien hij
versocht wort, bij eede tedeclareren alle chijnsen, renten ende lasten daervoor
uijtgaende, ende tebeloven waerschap; mits welcke belofte van waerschap alle de
goeden van-den belovere, die hij alsdan heeft ende naemaels mach vercrijghen,
zijngeneralijck verbonden ende verhijpothekeert voor t'voldoen vande
selvewaerschap, soo langhe hem oft sijnen erfghenaemen die toebehooren.
6. Item, die in 't vercoopen ende goedenisse, oft
belasten van eenigheerve oft huijsen eenige renten, chijnsen oft lasten
daervoor opstaende oftuijtgaende verswijght, moet den cooper, indient hem
belieft, sijne, pennin-ghen restitueren, midts wedernemende dat hij vercocht
heeft; ende diesulcx heeft uijt bedrogh ghedaen, behoort geacht ende ghehouden
te wordenals een dief, ende daervoore ghestraft ende gecorrigeert te worden,
oft[24]
soomen naer gelegentheijt der saecken bevindt te behooren.
7. Item, als eenen schuldenaer oft debiteur generalijck
verbindt, obli-geert ende hipotheceert sijne goeden, alsulcke generale
hijpotecque oftverbandt streckt heur ende begrijpt alleenlijck de goeden van
den schul-denaer oft debiteur, soo lange hij oft sijne erfgenaemen de selve
besittendeende gebruijckende sijn, ende niet langer, alsoo generale verbant oft
hijpo-teke niemanden en belet sijne goeden te moghen vercoopen oft veranderen.
8. Item, haeffelijcke goeden en blijven niet verbonden
als pant langherdan sij blijven inden eijghendom vanden schuldenaer.
9. Item, alle dat aen een huijs oft erve nagelvast oft
aerdevast is, datbehoort te volghen den genen die t'selve huijs volght ende
toebehoort, welverstaende nochtans dat huerlingen, hebbende inde hoven geset
eenigecruijdeboomen[25],
oft andere, oft oock inde huijsen doen maecken eenich
p 468
werck, mogen alle t'selve uijtdoen ende afbreken, midts
latende de huijsenende hoven soo sij die aenveert sullen hebben.
10. Item, die eenen anderen eenige renten vercoopt, de
penningen daerafontfangende, ende belooft de rente te besetten ende te
versekeren op sijnegoeden, goedt ghenoech wesende om jaerlijckx ende erffelijck
de renten tebetalen, is schuldigh van dien tijde voorts de loopende renten te
betalen,hoewel de goedinghe ende versekerheijt daeraf noch niet gheschiet en
is.
11. Item, als iemandt voor schepenen hem als borghe
verbindt voor eenenanderen onder de jurisdictie van Liere niet woonende, soo
mach de ghenetot wiens profijte de borchtochte gedaen is den borghe aenspreken,
indienhem belieft, niet tegenstaende dat de principale present ende suffisant
isom te betalen.
12. Item, wanneer een oft meer persoonen hen voor eenen
anderenverbinden als borghe ende als principaele schuldenaer, oft dat sij
gheloven,indien de principale sijnen dagh niet en houdt, selve de schult te
betalen,soo moghen sij aenghesproken worden als principale, hoe wel de
schuldenaerpresent ende suffisant waere, ende oock een voor al.
13. Item, als een crediteur, hebbende borghen voor sijne
schult, die totsekeren termijn te betalen staet, sijnen schuldenaer anderen
dach van beta-linghe gheeft, oft eenighe nieuwe voorwaerde met hem maeckt, soo
sijnmet dien de borghen ontslaghen van heure borchtochte ende belofte.
14. Item, een buijtenman, oft gheestelijck persoon,
willende iemant terechte betrecken, is schuldich cautie ende borchtochte te
stellen voor decosten vanden processe, ende boven dien te rechte te staen ende
t'ghe-wijsde vande schepenen te voldoen, indien men hem iet heijsschen wilt,ten
waere dat, partijen ghehoort, anders bij schepenen daerinne versienworde.
15. Item, in alle goedinghen, conventien, coopmanschappen
ende vercoo-pinghe van erffelijcke goeden, renten oft belastinghe ende
hijpotecque vandien, diemen voor schepenen vander stadt van Liere oft heurs
bijvancx, oftvoor de laethoven aldaer passeren moet, ismen schuldich te
exprimerenende te declareren inde schepenen ende laetbrieven alle lasten ende
voor-gaende chijsen, renten, obligatien, servituten ende commeren daermede
devoorschreve goeden van te voren belast sijn, sonder alsulcken contracten
tepasseren onder generale declaratie, te weten: "op de commeren ende
lasten
p 470
daer te voren uijtgaende," ten waere de cooper
daermede te vrede waere,ende van sijnen accorde ende consent bij brieven
opentlijck bleke.
TITEL VII.
VAN HUERINGHEN.
1. Huere gaet voor coop, ende sterfdagh en breeckt gheen
huere.
2. Item, al eest dat eenighe verhuerde erve oft huijs
uijtghewonnen wordt,soo en expireert de huere niet, maer succedeert den
uijtwinner inde plaetsevanden ghenen die totten uijtghewonnen goeden gherecht
was.
3. Item, een tochtenaer mach t'goedt ende huijsen die hij
in tochte besitverhueren eenen redelijcken tijt ende termijn van jaeren, te weten
dehuijsen daer gheen lantwinninghe mede toe en behoort, drije jaeren, endedaer
lantwinntnge toebehoort, ses jaeren, sonder nochtans eenigh voor-deel buijten
de jaerlijcksche hure te nemen oft aen iemandt te doene gheven,oft anderssins
den huerlinck te belasten, waeraf een ieghelijck, soo wel dehuerlinck als
verhuerder, ghehouden is altijt hem bij eede L'expurgerenende soo wanneer ter
contrarien ghebeurt, oft dat iemant weijgerde hem teexpurgeren, sal de
hueringhe ghehouden worden voor nul, ende sal, in dienghevalle, den huerlinck
moeten t'goet ende huijs ruijmen ten naesten tijdevanden jaere daer hij inne is
ten tijde vanden overlijden vanden tochtenaer,soo verre de proprietaris t'selve
versoeckt ende begheert.
4. Item, mach een huerlinck sijne huere eenen anderen
sijns ghelijckeovergheven oft overlaten voor meerderen, ghelijcken oft minderen
prijs,sonder dat de verhuerder daeraf de naeste magh sijn, ten waere inde
huer-cedule sulcx waere gheaccordeert.
5. Item, een huerlinck, naer dat de jaeren oft termijn
van sijn huere uijtsijn ende ghe-expirecrt, en heeft gheen recht om de huere te
behouden voorden prijs dat een ander daervore gheven wille.
6. Item, die eenighe huijsen verhuert, is schuldich die
te onderhoudenvan wanden ende dake, ende ander nootelijcke reparatie, ende vast
vanvensteren ende deuren.
7. Item, een huerlinck en mach d'erve oft huijs bij hem
ghehuert nietghebruijcken, oft eenen anderen verhueren om te ghebruijcken, tot
andereneringen dan hem die verhuert is, sonder consent vanden verhuerder.
p 472
8. Item, een huerlinck mach d'erve bij hem gehuert
vueghen ende stellennaer sijn neeringe daertoe hem die verhuert is, tot zijnen
coste, behoude-lijck dat t'selve sij sonder achterdeel oft verderffelijcke
schade vander erven,ende dat inder afscheijden vander hueren hij t'selve
wederomme stelle insulcken staet als 't was doen hij daeraen quam.
9. Den huerlinck boomen settende op t'goet dat hij
ghehuert heeft, machdie weder uijtdoen ende met hem nemen als hij van sijne
hueringe scheijt,oft die uijt is.
10. Item, alle haeffelijcke goeden bevonden in een
ghehuert huijs ofterve in des huerlincx bewint, staen ende sijn verbonden voor
de huerevanden selven huijse oft erve, ende moet de huerlinck de huere
betalen,oft den moet vanden verhuerder hebben, aleer hij de haeffelijcke
goedenuijten huijse mach doen ; ende indien hij contrarie dade, soo
behoorenalsulcke haeffelijcke goeden, ten versuecke vanden verhuerder,
wederbinnen platen[26]
ghebracht te worden, om sijne verschenen huere daeraente verhaelen.
11. Item, die eens anders goet aenveert om te bewaren,
oft ergens tevueren oft te leveren, weder hij daeraf loon neempt of egheen,
moet daer-vore innestaen ende t'selve betalen indient verloren, oft hem
afhendichghemaeckt wordt, 't en waere dat hij t'selve [wel][27]
bewaert hadde, endehem afhendigh ghemaeckt wierde sonder sijn schult, bij
fortse oft anderemanieren, die hij niet en hadde moghen beletten bij sijnder
neerstigheijtoft diligentie.
TITEL VIII.
VAN RECHTEN GHEHOUDE LIEDEN AENGAENDE.
1. Inden eersten, man ende wijf, willende tsamen
vergaederen in houwe-lijcken staet, moghen, voor t'solemniseren van heuren
houwelijcke endevoor de trouwe, maecken heure houwelijcke voorwaerde ende
contract,sulckx als hen goet dunckt ende sij met malkanderen konnen
overdraghen,alwaert oock in absentie van heure vrienden ende maghen, als sij
totten
p 474
ouderdom daertoe bij sekere statuijt van hooghlofflijcker
memorien onsenheere den keijser Kaerle, de vijfde, vander daten des vierden
daeghs octobrisanno veertigh gheordineert, sijn ghecomen[28].
2. Item, soo wanneer man ende wijf voor heur houwelijck
ghemaecktende ghepasseert hebben eennigh contract van houwelijcksche
voorwaerden,daerop t'selve houwelijck toeghegaen ende gheconsummeert is,
alsdanmoeten sij ten beijden sijden hen daernaer vueghen ende reguleren,
son-der namaels dat contract af te moghen gaen ende inder stadt recht tewillen
staen, ten ware dat sij ghesamentlijck anderssins wettelijck
daerafdisponeerden.
3. Item, man ende wijf en moghen ghesamentlijck heur
houwelijckschevoorwaerde alsoo niet casseren, renonceren oft te niet doen bij
testament,codicille oft donatie, noch bij eenighe andere contracten, de
lanckxst-levende en heeft altijt keuse, naer dat d'bedde ghescheijden is, oft
hij hemhouden wille aen sijn houwelijcke voorwaerde, oft aen het testament,
codi-cille, donatie oft ander contract, dat namaels bij hen beijden
ghepasseertmach sijn.
4. Item, wanneer dat tusschen man ende wijf eenighe
houwelijckschevoorwaerde ghepasseert ende ghemaeckt is, soo en mach de
lancxst-levende van hen beijden egeen voordeel inde gemeijn meubele
goedenhebben oft heijsschen, ten ware dat t'selve inder voorschreve
houwelijckervoorwaerden expresselijck alsoo ware ondersproken, te weten dat
hijt'voordeel hebben soude, oft immers ten minsten t'selve tacite daerinneware
begrepen, dat men de goeden, daeraf inder houwelijcker voor-waerden gheene
expresse mentie ghemaeckt en is, deijlen soude naer derstadt recht.
5. Item, wanneer vader oft moeder oft overouders heure
kinderen oft kints-kinderen eenigh houwelijck goet gheven, alle t'selve
houwelijck goet moetende kinderen naer de doodt van heuren ouders ter
ghemeijnder deijlinghenvande andere kinderen inne-brenghen, oft soo langhe
stille staen, tot datd'ander kinderen daerteghens verleken sijn, alwaert oock
soo dat daerafinder houwelijcker voorwaerden niet, en ware eenigh vermaen
ghedaengheweest.
p 476
6. Item, wanneer vader ende moeder ghelijckelijck heuren
kindereneenigh houwelijck goet maecken oft gheven , soo wanneer d'een vandenanderen
sterft, alsdan en derf dat ghehout kint dat houwelijck goet maerhalf ter
collectien[29] brenghen,
ende ghestaet mits d'ander [helft] eerstinnebrenghende naer de doodt vanden
lancxst-levende van vader oftmoeder, ten ware dat anderssins ware bevonden[30]
ende ghedisponeert.
7. Item, de kinderen en dorven, ten respecte vanden
lancxst-levendevan vader oft moeder, inden sterfhuijse des eersten aflijvighen
niet confe-reren noch inne-brenghen ter saken van t'ghene des hen te
houwelijckeghegheven heeft gheweest.
8. Item, de kinderen houwelijck goet ghehadt hebbende van
heureouders oft overouders, mogen met heuren houwelijcken goeden blijvenuijtten
sterfhuijse van heuren ouders oft overouders, indien het hen belieft;ende dat
doende en derven niet confereren, oft en sijn inde legaten, exequiennoch
schulden van heure ouders niet ghehouden.
9. Behoudelijck, oft die ouders eenighen van heuren
kinderen soo vele tehouwelijck gaven, dat die andere heure kinderen luttel oft
niet en soudenvan heuren ouders behouden oft succederen, alsdan moghen de ander
kin-deren de ghehoude kinderen bedwinghen met recht, niet teghenstaende datsij
met heuren houwelijck goede uijt blijven ende t'sterfhuijs van heureouders
repudieren willen, dat sij in respecte vande andere kinderen moeteninne-brenghen
hen houwelijck goet bij t'ghene dat de ouders achterghe-laten hebben, al en
hadden de ouders oock gheen goet achterghelatenboven hen schulden ende lasten
overschietende; ende uijt den houwelijckenende achterghelaten goeden vande
ouders moghen ghesamentlijck de kin-deren nemen hen legitime, al en waerder
oock niet anders overgheschotendan t'houwelijck goet; maer de vremde
crediteuren en hebben teghens deghehoude kinderen heure ouders sterfhuijs
repudierende gheen actie, tenware dat bleke dat de ouders, in fraude van heure
crediteuren t'selvehouwelijck goet ghegheven hadden.
10. Item, wanneer d'ouders heuren kinderen eenigh goet
ten houwelijckgheven op sekere conditie inde houwelijcke voorwaerde
ondersproken,
p 478
alsdan en moghen de kinderen vanden selven heuren
houwelijcken goeden,hen bij heuren ouders op conditie ghegheven, anderssins
niet disponerenin prejudicie vander selver houwelijcker voorwaerden oft
achterdeel vanheuren ouders.
11. Item, wanneer in eenighe houwelijcke voorwaerden
ghestipuleertende uijtten selven contracte eenen derden recht verkreghen is,
dat con-tract van houwelijcke voorwaerde en moghen de ghehouwde niet
breken,casseren oft veranderen in prejuditie vanden ghenen den welcken
rechtbijder selver houwelijcker voorwaerden was gheacquireert.
12. Item, houwelijckx goet, dat de ouders oft overouders
heuren kin-deren gheven, oft de weerde vanden selven, dat moet wederomme
comenop de ouders diet ghegheven hebben, soo verre de kinderen voor deouders
sterven sonder wettigh kint oft kinderen levende achter te laten, oftdat de
kints-kinderen bij hen alsoo achterghelaten oock voor de groot-vader oft
groot-moeder gheraeckten te sterven, al en ware dat inde houwe-lijcke
voorwaerde alsoo niet gheordineert gheweest.
13. Item, soo geringhe als man ende wijf ghehouwelijckt
sijn, soo is deman de meester vanden ghereeden ende meubele goeden hen beijden
toe-behoorende, niet teghenstaende van waer, datse ghekomen sijn oft
tenhouwelijck ghebracht, ten ware dat inde houwelijcksche voorwaerdeexpresse anders
ware ghesloten.
14. Item, een man trouwende een vrouwe die niet schulden
belast is, diemoet sijns wijfs schulden betalen, ghelijck oock een vrouwe moet
betalenheurs mans schulden, die sij trouwt, al sijn die voor date vanden
houwelijckghemaeckt.
15. Item, een vrouwe mach met heuren manne heure dotale
ende anders-sins ghegheven goeden, ende alle andere hoedanigh die sijn, wel
vercoopenende alieneren voor schepenen, ten ware datter eenighe contracten,
voor-waerden oft dispositien af waren ghemaeckt ter contrarien.
16. Item, een man en mach sijns wijf onruerende goeden
oft renten,erffelijck oft lijftochten, van heurer sijden ghecomen, niet
vercoopen,alieneren noch belasten, in al noch in deele, dan ten bijsijne,
wille, weteende consente van sijnen wijfve; d'welck oft hij dede, soude sijn
nul endevan onweerde.
17. Item, een man mach alle sijns selfs goeden,
haeffelijcke ende erffe-
p 480
lijcke, hoedanigh die sijn, die van sijnder sijden
inneghebrocht oft ghecomensijn, wel vercoopen sonder aensien van sijnen wijfve,
ende oock teghensharen danck ende wille.
18. Item, een wijf, die eenen man heeft, die in overspel
leeft ende metandere vrouwen converseert, mach aengaende der cohabitatien van
heurenmanne scheijden met allen heuren inne-ghebrochten goeden, die van
heurersijden ghecomen sijn, oft de weerde van dien, met allen t'ghene dat
totheuren lijve ende rugghe behoort, ende moet de man haer laten volghenoock
half de conquesten, ende tot dien t'voordeel inde haeffelijcke endeberuerlijcke
goeden.
19. Item, een wijf, die heur misdraeght ende met andere
mans conver-seert ende in overspel leeft, die verbeurt haer inneghebracht ende
aenge-storven goet, soo langhe als sij leeft, tot heurs mans behoeff, ende de
maninachse repudieren, heur latende alleen heure daghelijcksche cleederen ;dies
moet hij heur alsdan voorts tamelijck onderhouden ende doen alimen-teren tot
eenigher eerlijcker plaetsen, daer hem oft der weth goetdunckt;ende en wilt sij
daer niet blijven, soo en is haer die man gheen kleedinghenoch alimentatie meer
schuldigh; maer soo verre de man selve oock oneer-lijck gheleeft ende overspel
ghedaen heeft, oft namaels dede, soo moet hijder vrouwen heure goeden laten
volghen, ende moghen alsdan aengaendeden ghemeijnen goeden deijlen, al of
t'houwelijck ware gescheijden oft datsij ghedivortieert waren.
20. Item, man ende wijf, in houwelijcken state sittende,
hebben ghelijckepossessie in alle die goeden die hen beijden oft eenen van hen
toebehooren.
21. Item, alle verkreghen ende ghecochte goeden, die man ende
wijfstaende den houwelijcke winnen, conquesteren oft verkrijghen, zijn
ghemeijnhalf ende half, niet teghenstaende dat d'een van ben beijden
daerinneghegoeijt is ende inde brieven ghenomineert staet.
22. Item, wanneer man ende wijf staende heuren houwelijcke
eenigherenten oft onruerende goeden verkrijghen, daer de man alleen in
ghegoeijtende ghe-erft is, ende niemant dan hij inde verkrijgh-brieven
ghenoempt enstaet, alsdan mach staende den houwelijcke die man die goeden
wede-romme alleen vercoopen, alieneren ende belasten, indient hem belieft,
sonderaensien van sijnen wijfve, ja teghens heuren wille ende danck; maer
devrouwe en mach dat niet doen sonder heuren manne, al ware sij daerin
p 482
alleen ghegoeijt ende ghe-erft gheweest; maer als de
huijsvrouwe mede indebrieven giicnoemt staet, alsdan en mach de man die goeden
in al oft in deeleniet belasten oft vercoopen sonder consent van sijnen wijfve.
23. Item, naer t'scheijden vanden bedde en mach de
lanckst-levende vanman ende wijf de verkreghen goeden, niet teghenstaende wie
dat inde ver-krijgh-brieven mach genomineert staen, niet voorder becommeren,
belastennoch alieneren dan voor d'een helft, ter tijdt toe dat hij vanden
erfghenamenvanden afflijvighen gheheel ghescheijden is.
24. Item, de goeden daeraf inde houwelijcke voorwaerden
gheen expresvermaen oft eenighe dispositie af ghestelt en is, blijven in heure
natureende deijlbaer, te weten die onroerende naer der plaetsen recht daer
diegheleghen sijn, ende alle de roerende goeden, actien, crediten,
inschulden,waren ende coopmanschappen worden ghedeijlt naer der plaetsen
rechtdaer t'sterfhuijs gheleghen is, niet teghenstaende dat de goeden,
pennin-ghen, coopmanschappen, actien ende crediten buijten der stadt oft
heurenbijvanghe ten scheijden vanden bedde mogen gheweest hebben, oft dat
dedebiteuren buijten s'landts gheseten zijn gheweest.
25. Item, een vrouwe mach het testament bij heur ende
heuren mant'samen ghemaeckt, voor soo vele als heurder dispositien aengaet, wel
alleenin absentie van heuren man revoceren, niet teghenstaende sij in't
makenvanden testamente ghelooft hadde t'selve t'onderhouden ende niet te
brekensonder consent van heuren man.
26. Item, man ende wijf moghen naer heur doodt heure
goeden latenende maken elck anderen oft andere diet heur belieft, soo verre sij
gheenewettighe kinderen en hebben.
27. Item, man ende wijf moghen maken, passeren ende
ordineren hentestament ende uijttersten wille, sonder malkanderens bijsijne oft
consent,ende dat elck alleen, naer zijnder belieften.
28. Item, als man ende wijf ghesamentlijck hebben
ghemaeckt hen testa-ment ende uijttersten wille, sonder[31]
d'een van hen beijden alleen t'selvenamaels wederroepen oft ghecasseert heeft
van zijnen weghen, die revo-cant en can oft en mach hem metten selven
ghemeijnen testamente nietbehelpen, noch ghenieten van t'ghene dat hem uijt
crachte vanden selvenghemeijnen testamente soude hebben ghecompeteert.
p 484
29. Item, een vrouw en mach voor heuren man noch ander gheen
borgheblijven oft iet gheloven te betalen, ten ware dat sij t'selve dede
wettelijckmet eenen vremden mombaer voor recht.
30. Item, alle ghereede ende haeffelijcke goeden, ende
oock alle personeleactien ende crediten van man ende wijf sijn ghemeijn half
ende half, tenware anders inde houwelijcke voorwaerden ondersproken.
31. Item, alle heure pachten[32],
achterstellen ende inkominghen vanrenten, huijsen, landen ende van erfgoeden
van man ende wijf sijn ghemeijnhalf ende half, ten ware anders inder houwelijcker
voorwaerden onder-sproken.
32. Item, man ende wijf , ghesepareert ende metten
gheestelijckenhove ghedivortieert zijnde, paerten ende deijlen alsdan al oft
d'beddeghescheijden ware.
33. Item, den man is mombaer van sijnen wijfve, ende hij
mach alle heurepersonele actien, schulden ende inkominghen in heuren naem ende
vanheuren tweghen vervolghen, heijsschen ende defenderen, sonder procuratieoft
authorizatie van zijnen wijfve.
34. Item, een ghehouwde vrouwe, al is sij coopwijf, en
mach heure onrue-rende goeden oft renten niet vercoopen, belasten noch
transporteren danten bijsijne ende [met] consente van heuren manne.
35. Item, schijnt dat hier voormaels is ghehouden voor
een costume : datman ende wijf, brenghende aen malkanderen te houwelijcke
eenighe erf-renten, erfgoeden oft lijftocht-renten, soo verre die binnen heuren
houwe-lijcke vercocht, ghetransporteert, oft die renten afghequeten worden,
datdie penninghen daeraf procederende waren ghehouden voor ghemeijnegoeden ende
deijlbaer; ende al wierden die oock bekeert aen andere erffe-lijcke goeden oft
erfrenten, dat sulcke erfgoeden niet min deijlbaer en warenhalf ende half, ten
ware dat inde brieven daeraf wierde ghecaveert, oft bijhouwelijcke voorwaerde
anderssins ondersproken; maer alsoo sekerequestie is gheresen tusschen Jan
Thijs, inder qualiteijt soo hij procedeerde,aenlegghere, ter eenre, ende heeren
Matheeuse van Pere, priester, endesijne consorten, verweerderen, ter andere
sijden, om ende ter saken van
p 486
sekere erffelijcke renten die Machtilt Thijs, waeraf de
voorschreve Jan Thijsgrootvader was, achterghelaten hadde, pretenderende de
voorschreveJan Thijs dat de voorschreve erfrenten souden voor d'een helft
t'zijndersijdenwaerts succederen, besonder dat die waeren ghecocht bij de
mom-baren van Andries Thijs sijns soons, des voorschreve Machtilden vader :
devoorschreve heere Matheeus, die moederlijck oom des voorschreve wijlenAndries
Thijs was, ter contrarien sustinerende, dat de voorschreve
erfrenten,nietteghenstaende de veranderinghe (want die den voorschreven
AndriesThijs van sijnder moeder weghen eerst[33]
aenghekomen waren) behoordenghehouden te worden vander selver naturen als was
het moederlijck goet,ende alsoo te succederen te sijnder sijdenwaerts alleen,
ende bijde schepenenvander stadt ende vanden bijvanghe van Liere gheadjudiceert
wesende dersijden des voorschreve Jans Thijs d'een helft vande voorschreve
erfrenten,seventhien decembris anno vijfthien-hondert ses-en-veertigh , is
t'selvevonnis inden rade van Brabant inden jare vijfthien-hondert ende
vier-en-vijftigh, op den drij-en-twintighsten dagh van meert, voor
Paesschen(1555 n. s.), gheretracteert, waerdoor groote twijffelachtigheijt
inghe-brocht is.
36. Item, als man ende wijf, staende heuren houwelijck
eenighe vanheuren erfgoeden alieneren bij erfghevinghe, alsoo dat sij voor dat
erfgoetrenten blijven heffende, die renten volghen den ghenen ende ter
sijdenalleen dien dat erfgoet toebehoort heeft.
37. Item, die onruerende goeden oft renten vander vrouwen
en moghennaer heurs mans doodt niet ghe-executeert worden voor des mans
schulden,ten ware dat de vrouwe eerst met vonnisse ware ghecondemneert de
schul-den selver te moeten betalen; ende ist dat sij, gheen coopijf
wesende,daervoor niet en heeft ghelooft, ende dat sij naer de doodt van heuren mangheen
have oft vercreghen goeden en aenveert, maer die verlaet, mitslegghende den
sleutel op t'graf van heuren man, ende daernaer niet meerin 't sterfhuijs en
comt, en can voor de voorschreve schult met ghepraemtworden.
38. Item, een vrouwe, die gheen coopwijf en is, en mach
gheen schuldenmaken oft contraheren daer heur man eenighe prejudicie hij can
ghehebben,
p 488
ten ware van huijsrade oft andere saken die binnen den
huijse ghekomenwaren, oft daer heur man af hadde gheprofiteert, oft die in
haerder[beijder][34] oorboore
waren bekeert.
39. Item, een man, die zijn wijf ghedooght coopmanschap
te doen ofthaer daertoe authorizeert, die moet alle de schulden die sijn wijf
alsoo bijghedooghe ende authorizatie van hem ghemaeckt heeft, betalen, ende
dieschulden machmen hem heijsschen al oft hij die selve schuldigh ware,
endedaervooren ghecondemneert ende ghe-exceuteert worden.
40. Item, een man, die insolvent is ende ten houwelijck
treckt, die enmach in faveur van zijnen wijfve gheen houwelijcke voorwaerde
maeken,noch zijnen wijfve duwarie gheven van sijne goeden, daermede sijne
credi-teuren souden moghen gheprejudicieert zijn.
41. Item, een man oft wijf, die staende heuren houwelijck
op des eens oftdes anders erfgoeden oft onruerende goeden oft erfven, die naer t'scheijdenvanden
bedde heur oft heuren erfghenamen uijt crachte vander houwelijckevoorwaerden
oft anderssins wederomme alleen volghen moeten, eenighenieuwe oft
profijtelijcke edificien ende melioratien maecken, die volghenaltijdt den
gronde als d'bedde scheijt; dies moet die man oft wijf, die indengront niet
gherecht en is, oft hen erfghenamen, daeraf ghecompenseertworden vander eender
helft.
42. Item, man ende wijf, die staende heuren houwelijck
des eens oft desanders onruerende goeden ofte erven belasten met renten ofte
commeren,ende die brieven daeraf ghelijckelijck voor schepenen oft weth
passeren,die belastinghe moet ghemeijn ghedraghen worden, in sulcker vueghen
datdie ghene van man oft wijf, die de onruerende goeden oft erven
toebehoorenoft hen erfghenamen, ghestaen mits draghende d'een helft vanden
voor-schreven vercochten renten, ende d'andere moeten d'een helft
vandenvoorschreven belastinghen afdoen oft daerteghens compenseren tot
sijnencontentement.
43. Item, als man ende wijf eenighe onruereinde goeden
ofte erfven aenmalkanderen te houwelijck brenghen., oft binnen den houwelijcke
aensterven,die met commeren belast zijn, soo verre de commeren, renten oft
chijsenstaende den houwelijck ghelost worden oft ghequeten, ende den pandt
p 490
daeraf ontlast, indien ghevalle worden die afgequeten
commeren ghedeijltals conquest ende verkreghen goet, alsoo dat de ghene, die
ten scheijdenvanden bedde de onruerende goeden oft erven wederomme naer hemnaem[35],
moet den anderen oft sijnen erfghenaem[36]
die helft vandenselven oft ghelijcken renten oft chijsen daeroppe assigneren,
ende latenheffen ende jaerlijckx ontfanghen ter quijtinghe toe vanden selven.
44. Item, die lanckst-levende van man ende wijf en is
niet ghehouden ineenighe vercochte renten, die de afflijvighe voor
t'houwelijcke op sijnegoeden hadde vercocht, voorder dan in den achterstel voor
de doodt vandeneersten afflijvighen ghevallen.
45. Item, de lanckst-levende van man ende wijf willende
blijven besittenende ghebruijcken de haeffelijcke goeden bijden eersten
aflijvighen achter-ghelaten, uijt crachte van testamente oft uijttersten wille
wettelijckghemaeckt, is schuldigh allen de haeffelijcke goeden in 't
sterf-huijs bevondente doen beschrijven oft inventarieren bij eenen secretaris
deser stadt, terpresentien van twee schepenen, ende die te doen schatten bij
ghesworenschatters hen des verstaende, ende de helft vander somme, daertoe alle
dehaeffelijcke goeden gheschat worden, te verborghen met onruerende goedenonder
de jurisdictie vander stadt oft heuren bijvanghe gheleghen, oft metsufficiente
borghen (die hij schuldigh is van drij jaren tot drij jaren tevernieuwen), van
de selve helft van de gheschatte somme naer sijn doodt tedoen restitueren den
erfghenaem[37] vanden
eersten aflijvighen.
46. Item, vader ende moeder en sijn niet ghehouden te
betalen deschulden van heure kinderen, oft de breucken oft boeten, die haer
kinderensouden moghen verbeuren.
47. Item, die ouders moeten heure kinderen alimenteren
ende onder-houden tot datse hen broot, cost ende cleederen weten te winnen,
ende soolanghe sij sterck genoech sijn dat te doen, maer niet langher.
48. Item, de kinderen moeten insghelijckx heure
ghebrekelijcke endeverjaerde oudeirs alimenteren ende sustenteren, eerlijck
ende tamelijck,naer hen macht ende naer heuren staet, ende dat ter ordinantien
vanderweth, indien d'ouders dat versoecken.
p 492
49. Item, als de kinderen, bij legaten oft anderssins,
selve eenighegoeden hebben oft verkrijghen om te leven, soo hebben de ouders
debladinghe vanden selven goeden soo langhe als sij de kinderen onder-houden,
ende sijn onghehouden heuren kinderen daeraf eenighe vergel-dinghe te doen.
50. Item, als persoonen die heijligh-gheest provisien
hebben, stervensonder kinderen achter te laten, dan volghen de achterghelaten
goeden dertaeffelen des heijlighen-gheests; ende achterlatende wettighe
kinderen, sooheeft de taeffele alleenlijck een kints ghedeelt.
TITEL IX.
VAN LEENRECHTEN.
Want die schouthet ende schepenen vander stadt ende
vanden bijvanghevan Liere gheen judicature oft kennisse vanden leengoeden en
hebben,maer staende[38]
ter kennissen respective vanden leenhove van Brabantende vanden leenmannen
vanden hoven daerse onder resorteren, welckesmalle bancken alle ghemeijnlijck
te hoode komen onder de hooftbanckevan Santhoven, en weten alsoo de
voorschreven schouthet ende schepenenniet sonderlinghe vande costumen vanden
leenrechten te spreken.
TITEL X.
VAN CALENGIEREN ENDE NADERSCHAP.
1. In t'verkoopen van onroerlijcke goeden, erfchijsen oft
erfpacht valtcalengieren ende naderschap van bloedts weghen, ende in gheender
andermanieren, behalven ende uijtghenomen dat, soo wie renten uijt sijne
goedengildende is ende die vercocht wesende, mach de selve uijtreijcker,
binnenjaers naer dat de kennisse aen hem is ghekomen, den coop van der rentenvernaerderen
oft calengieren.
2. Item, die eenighe onroerlijcke vercochte goeden,
erfchijsen oft erf-pachten wilt vernaderen oft calengieren, moet komen voor den
rentmeester
p 494
ons ghenadighste heeren ende voor twee schepenen, oft
voor den meijerende twee lathen, alst vanden laethove wort gehouden, ende
t'vercocht goetcalengierende wort met vonnis gewesen, dat de cooper ende
vercoopersullen worden ghedaeght ten naesten ghenachte, ende de calengierder,
stel-lende onder recht gout ende silver, mach t'gout[39]
te hemwaerts weder-omme nemen, met presentatie vanden coope te voldoen gelijck
dat behoort;welcke calengieringhe oft vernaderinghe behoort bij eenen
secretaris opghe-teeckent te worden, ende worden daernaer de cooper ende
vercooperghedaeght teghens den naesten genachte, om te aenhooren des
calengier-ders versoeck; ende behoort in saken van calengieringhe sommarie
endesonder forme van processe gheprocedeert te worden.son
3. Item, indien duerende de questie van de vernaderinghe
eenighe schadeaen t'goet ghebeurde, staet die ten laste vanden ghenen die inder
saken vancalengieringhe succumbeert oft soude ghesuccumbeert hebben, weder
decooper oft calengierder.
4. Item, mach eeniegelijck, den vercooper bestaende
vander sijden daerde goeden af gekomen sijn, calengieren ende vernaderen
vercochte, onroer-lijcke goeden, erfchijsen ende erfrenten, soo verre hij in't
vercoopen vandenselven goeden niet en is present gheweest, alwaert ook dat de
cooper warevanden maeghschap, soo wanneer de calengierder den vercooper naerdervan
bloede bestonde dan de cooper.
5. Item, daer meerder persoonen, den vercooper bestaende
als boven,willen komen tot calengieringhe, soo behoort de naederschap te
volghen dienaeste bestaet, het zij man oft vrouwe, nietteghenstaende dat [een]
andereerst zijn naederschap ghepresenteert hadde: maer daer twee even naerende
in eenen graet den vercooper bestaende begeeren te calengieren, soovolght de
naerderschap die eerst sijne neerstigheijt daerinne gedaen heeft,sulckx dat
oock de cooper, sijnde inden selven graet als de calengierder, isvoor den
calengierder gheprefereert.
6. Item, een ieghelijck moet sijn calengieringhe oft
naerderschap presen-teren voor de goedenisse ende erffenisse vanden selven
goeden, indien daerdrij paij-gheboden[40]
des sondaeghe, diemen inder kercken placht te doen
p 496
binnen der stadt van Liere, ende de drij kerck-gheboden
inde prochiekerckevanden bijvanghe vanden anderen goeden onder de selve
prochien ghele-ghen, des sondaeghs vander vercoopinge gedaen sijn; ende daer geenpaij-gheboden
oft kerck-geboden gedaen en worden voor de goedinge maernaer de goedinge,
blijven de vercochte goeden calengierbaer jaer endedagh naer de gheboden, ende
daernaer niet, ende soo wanneer gheengheboden en zijn voor noch naer de
goedenisse ghebeurt, soo staet decalengieringhe open jaer ende dagh naer dat
den vercoop ter kennissenvanden calengierder sal sijn ghekomen, waeraf hij hem
ghehouden is teexpurgeren bij eede, ende daernaer niet.
7. Item, men mach gheen paij-gheboden oft kerck-geboden doen,
omnaderschap uijt te sluijten, ten zij dat de coop vanden goeden tusschen
dencooper ende vercooper eerst ghemaeckt ende metten palmslagh ghesloten sij.
8. Item, een calengierder is schuldigh, ten versoecke
vanden cooper oftvercooper, als vore, sijnen eedt te doen, dat hij de
calengieringe gedaenheeft tot sijns selfs behoeve ende niemant anders, sonder
argelist, te wetendat hij de calengieringhe doende is, om t'selve goet te
behouden.
9. Welcken eedt ghedaen wesende, sijn de cooper ende
vercooper schul-digh, ten versoecke vanden calengierder ende in sijne
presentie, bij heureneedt te verklaren, hoe ende in wat manieren de
coopmanschap oft palmslaghghemaeckt ende ghesloten is, sonder fraude ende
argelist, ende sondereenigh toe-segghen, dat ten laste van den calengierder
soude moghenkomen.
10. Naer welcke eeden alsoo ghedaen, soo moet de
calengierder, binnensonne-schijn van dien daghe, onder de weth consigneren ende
namptizerende gereede penningen vander coopmanschap, die sonder dagh te
betalenzijn, soo verre die penninghen binnen dien tijde souden moghen
geteltworden; ende voor de penninghen die op dagh te betalen zijn, ende
anderevoorwaerden ende conditien vander coopmanschappe, sal hij moeten
stellengoede cautie ende borchtochte, oft panden goet ghenoech sijnde, om
tevolkomen ende te volbrenghen de gheheele coopmanschap, naer uijtwijsenvander
voorwaerden, op de pene van vervallen ende versteken te sijn vansijn
naderschap.
11. Insghelijckx, soo sal de cooper, indien bij hem
teghens t'calengieren
p 498
opponeren wille, moeten ten selven daghe binnen
sonneschijn oock consi-gneren ende namptizeren onder weth, ende cautie bij
borchtochte oftpanden stellen, ghelijck de calengierder, op de pene van
vervallen endeversteken te blijven van sijne oppositie, soodat den calengierder
sijne naer-derschap volghen soude.
12. Item, soo verre de calengierder niet versoecken en
wille dat cooperende vercooper bij heuren eedt verklaren hoe ende in wat
manieren decoopmanschap bij den palmslagh ghemaeckt ende ghesloten is, maer wiltanders
wettelijck thoonen de coopmanschap, d'welck hij wel sal moghendoen, soo is hij
ghehouden, ten versoecke vanden cooper oft vercooper,binnen sonne-schijn te
consigneren ende namptizeren, ende cautie te stel-len, als boven, van t'ghene
dat de cooper ende vercooper onder eedt voorde weth sullen affirmeren, ende de
cooper van ghelijcken, indien hij hemteghens t'calengieren opponeren wilt, op
de pene als vore.
13. Item, de vercooper begheerende, ende versoeckende
voldaen te wesenvan sijne coopmanschap, sal moeten terstont betaelt wesen vande
genamp- tizeerde penningen bijden calengierder oft cooper geconsigneert; des is
hijgehouden t'vercocht goet op te draghen metten halme in handen vandenheere,
tot behoef vanden genen dier recht aen heeft.
14. Item, t'recht van calengieren ende naerderschap is
verschenen soosaen den coop metten palmslagh ghevestight is; niet te min moghen
cooperende vercooper malkanderen wel quijtschelden, alsoo verre daer
alnochgheen vernaerderinghe ghepresenteert en is, ende anders niet.
15. Item, in't vercoop van goeden die bijden heere oft
bij chieringhenden meest daervoor biedende vercocht moeten worden, en valt
gheen calen-gieringhe oft naerderschap.
16. Item, in manghelinghe oft permutatie van
onberuerlijcke goeden, oftoock transporten ende giften van goeden, sonder
bedrogh, en valt gheencalengieringhe, al waerder oock ghelt bij eenen toe
ghegheven, soo verredie permutanten sweiren bij eede, des versocht zijnde, dat
de manghelinghealleenelijck is ghedaen om malkanderen te gherieven ende te
accommo-deren, ende dat zij respective hen goet niet en souden hebben willen
dervensonder de manghelinghe, ende dat de selve manghelinghe niet en is
toeghe-gaen om d'bloet te versteken.
17. Behoudelijck, waert dat eenigh goet vermanghelt
wierde op eenighe
p 500
chijsen, renten oft pachten staende der quijtinghe, soo
soudemen t'selvegoet, als gepriseert oft ghe-estimeert, moghen vernaderen ende
calengieren,mits betalende daervore soo vele als de principale penninghen
vanden voor-schreven chijsen, renten oft pachten bedraghen, oft assigneren op
goedesouffisante panden alsulcke renten, chijsen oft pachten, ten keuse
vandencalengierder.
18. Item, als diverse goeden t'samen vercocht worden met
eender coop-manschappe, daeraf eenighe calengierbaer zijn ende eenighe niet,
soo machnochtans de ghene die de calengieringhe aengaet de gheheele
coopmanschapvernaerderen ende calengieren, sonder de selve coopmanschap te
moghensplijten ende eenighe goeden te willen vernaerderen ende behouden
ended'andere niet.
19. Item, de calengierder komt inde plaetse vanden cooper
ende moet vol-doen dat de cooper schuldigh was te voldoen, sonder eenighssins
meer moghenbelast te worden dan de cooper, bij eenighe voorwaerden oft
conditien.
20. Item, indien de calengierder niet en voldoet dat hij
schuldigh is, endemits dien van sijnder naerderschap vervalt, soo moet de
cooper de coop-manschap voldoen, want hij de coopman blijft.
21. Item, de vruchten van gecalengierde goeden, de welcke
de coopernaer de goedenisse soude hebben moghen ontfanghen, volghen den
calen-gierder vander tijdt dat hij sijne calengieringhe heeft ghepresenteert
endedaeraf doen de wete doen den cooper ende vercooper.
22. Item, wanneer iemant besittende ende heffende eenighe
chijsen,renten oft pachten, gheen grontchijsen oft heeren-chijsen sijnde, op
eenanders huijs, gront oft goet, de selve sijne chijsen, renten oft pachten
alleenoft met andere onroerlijcke goeden vercochte, soo mach elck op wiens
goetde selve chijsen, renten oft pachten ghehijpoteckeert staen, de naeste
sijnom te calengieren t'ghene dat uijt sijn goet gaet, betalende naer
advenantvander coopmanschappe, sonder de gheheele coopmanschappe te
moetenaenveerden; ende gaet voor allen anderen die de coopmanschap van
bloetsweghen soude moghen vernaderen, mits dat doende binnen jaers,
ghelijckinden eersten articule is verhaelt.
23. Item, de calengierder moet den cooper restitueren,
metten princi-palen penninghen vanden coope, alle de nootelijcke reparatie die
de cooperheeft moeten doen aen t'vercocht goet naer sijne goedinge, sonder die
te
p 502
moghen verghelijcken oft compenseren metten ghehaven
vruchten; ende vanandere reparatien oft timmeringhen niet nootelijck wesende,
en is de calen-gierder niet schuldigh iet te betalen; ende niet te min, moet
hem t'ghecalen-giert goet volghen, ghelijck dat betimmert ende gherepareert is.
TITEL XI.
VAN CHIJSEN, RENTEN ENDE ERFPACHTEN.
1. Alle chijsen ende renten staende op eenighe huijsen
binnen der stadtvan Liere machmen lossen ende quijten den penninck met sesthien
der-ghelijcker penninghen ende met [de] verschenen renten, uijtghenomen
vangoeden der kercken toebehoorende, ende oock uijtghenomen de grontchijsen.
2. Item, alle renten bij coope gheconstitueert, hoewel
inde brieven van-der constitutien gheen mentie van redemptie en is ghemaeckt,
sijn vanheurer naturen quijtbaer.
3. Worden oock voor quijtbaer ghehouden alle renten
waeraf gheenconstitutie-brieven en worden ghevonden.
4. Te weten: elcken penninck effelijck vanden ouden
gheltrenten dieghehouwen[41]
worden op eenighe panden, binnen der stadt, met sesthienpenninghen eens,
ghevalueerts gelts.
5. Ende die inden bijvanghe ghehouden[42]
worden elcken penninckerffelijck met achthien penninghen eens.
6. Item, de rogrenten, van outs betaelt, vanden welcken
gheen constitutieen blijckt, elck veertel met sesthien Carolus guldens eens,
van twintighstuijvers den gulden.
7. Item, als chijsen, renten oft erfpachten, onquijtbaer
oft staende telossen met swaren ghelde, vercocht worden om sekeren prijs, soo
blijvenalsulcke vercochte chijsen, renten ende erfpachten, binnen jaers naer
dat dekennisse aenden uijtreijcker is ghekomen, losbaer voor alsucken gelt
endeprijs als die vercocht sijn, niet teghengtaende de inde constitutie van
dienmeer oft swaerder gelt daervore ghegheven ware.
p 504
8. Item, in betalinghe van renten, chijsen oft erfpachten
gestaet eenieghelijck met gewoonlijcke betalinghe.
9. Item, als eenighe chijsen, renten oft erfpachten
ghequeten worden,daer een ander sijn tocht aen heeft, mach de erfman oft
proprietaris vandevoorschreven chijsen, renten oft erfpachten de penninghen
vander lossingenaer hem trecken ende ontfanghen, mits bekennende den tochtenaer
soovele lijfrenten, ende die versekerende op goede souffisante panden binnender
stadt van Liere oft heuren bijvanghe ghelegen; ende indien de erfmant' selve
niet doen en wilde oft en koste, soo mach de tochtenaer de pennin-ghen naer hem
trecken ende ontfanghen, mits stellende goede cautie endeborchtochte de
penninghen altijdt weder te leveren, als de erfman die salweten aengheleet ter
selver naturen op goede suffisante panden binnen dervoorschreven stadt oft
heuren bijvanghe gheleghen; ende indien die erfmanende de tochtenaer de
voorschreve sekerheijt niet voldoen en kosten oft enwilden, soo souden de
voorschreve penninghen in 't comptoir vanden rent-meester van deser stadt
ghesequestreert worden, totter tijt datmen soudeweten die aen te legghen aen
goede renten.
10. Item, hoewel eenighe gronden van erven, daeroppe
chijnsen oft ren-ten bepant ende ghehijpotecheert sijn, ghedeelt oft ghespleten
worden, soois nochtans de chijnsheere oft rentier niet schuldigh sijn rente oft
chijs tesplijten, maer moet gheheelijck betaelt worden, oft anderssins mach
alle depanden doen beleijden ende uijtwinnen.
TITEL XII.VAN BESETTEN ENDE VOORGHEDAGHEN, MET DES ER
AENCLEEFT.
1. Als een schuldenaer, belast met schulden,
voorvluchtigh oft aflijvighwort, gheen erfgenamen hebbende, die sijne goeden
met laste van schuldenaenveerden wille, soo sijn de crediteuren van sulcken
schuldenaer, om totbetalinghe van heuren schulden te komen, gehouden te
procederen metbesette ende voorghedagen op de goeden vanden overleden oft
ghevluchten,ende t'selve beset ende voorghedagen te doen ter presentie vanden
schou-teth ende van twee schepenen, daeronder de goeden gheleghen sijn.
p 506
2. Mits welck beset wettelijck ghedaen ghelijck dat
behoort, allen degoeden vanden schuldenaer, soo wel have als erve, die hij te
dier tijdt heeftoft namaels verkrijghen mach, ghearresteert ende geaffecteert
zijn endeblijven tot voordeel ende profijte van sijn crediteuren, die t' selve
besetvervolght hebben, ende alle andere die binnen behoorlijcken tijde
gelijckeprocedure hebben ghedaen ende bethoon doen ghelijck hiernaer
verklaertsal worden; in sulcker vuegen, dat de selve schuldenaer de
voorschrevegoeden geenssins en mach vercoopen, veranderen, transporteren oft
anders-sins alieneren, oft in betalinghe gheven, oft den eenen crediteur voor
denanderen daerinne eenigh voordeel doen oft gheven; ende sijn alle
contractenbijden schuldenaer dien aengaende ghemaeckt, nul ende van onweerden.
3. Item, die een beset oft voorghedaghen heeft doen doen
op goeden vaneenen aflijvighen oft voorvluchtighen, als vore, ende t'selve wilt
vervol-ghen, moet d'beset doen teeckenen bij eenen vande secretarissen,
noemendeende exprimerende sijnen schuldenaer, levende oft doodt, ende de
sommevander schult, ende t' selve beset oft voorghedagen vervolghen drij
ghe-nachten naert ghenachte als d' beset oft voorghedaghen is ghedaen, ende
tenderden ghenachte ter vierscharen, ende daer en t' eijnden moetmen binnenden
naestvolghenden ghenachte de leveringhe vanden goeden nemen, terpresentien
vanden schouteth ende van vier schepenen, ende wort den heijs-scher t' goet
ghelevert om t'sijne af te nemen, sonder baelmonden, behou-delijck ieghelijcken
sijnen rechte ende mits ghewarighende sijne schult.
4. Item, soo wanneer iemant voorvluchtigh oft aflijvigh
gheworden is, alsvore, soo is de schouteth, terstont naer d'eerste beset oft
voorghedaghen bijiemanden gedaen, schuldigh, des versocht zijnde, te aenveerden
alle endeieghelijcke de goeden, vanden [?] huijsen, haven[43],
erven ende erfrenten,waren ende coopmanschappen, hoedanigh die sijn, binnen der
voorschrevestadt oft heuren bijvange gelegen ende bevonden wordende bijden
fugitivenende aflijvigen achtergelaten, ende daeraf te nemen behoorlijcken
inven-taris, gemaeckt ter presentien van twee schepenen, daeronder dat
behoort,ende ten slote gheteekent ende gheaucthentizeert bijden selven, ende
alsooghe-inventarieert sijnde, alle de selve goeden in bewarender handt te
houden,t'zijnen laste; nochtans ten koste vanden selven goeden, totter tijt
ende
p 508
Wijlen toe alle crediteuren desselfs fugitiven oft
aflijvighen heure recht-voorderinghe daerop voleijnt hebben inder manieren
boven gheruert.
5. Item, de voorschreve schouteth den voorschreven
inventaris alsooauthentickelijck ghenomen ende ghemaeckt hebbende, is gehouden
terpaijementen[44] alhier inne
te daghen den fugitiven, ende oock te insinuerenalle de crediteuren vanden
schuldenaer voortvluchtigh oft aflijvigh, condigendedat sij ende elck van hen
komen, binnen den termijn naer beschreven, doenheure beset oft voorghedaghen
ende rechtvoorderinghe, oft dat sij anders-sins versteken sullen zijn van
heuren rechte.
6. Item, soo wie hem wilt draghen als crediteur, hij sij
gheestelijckn, oftweerelijck, oft van wat state oft conditie hij wesen mach,
van eenighenfugitiven oft insolventen aflijvighen, is ghehouden binnen drij
maendennaer den dagh vander voorschreven insinuatien te doen behoorlijck besetende
voorghedaghen, ende dat te vervolghen, als voor, op des aflijvighs
oftvoortvluchtighs goeden.
7. Item, alle de voorschreve crediteuren, ende elck van
hen in't sijne,moeten hen beset oft voorghedaghen vervolghen, als vore, van
ghenachte teghenachte totten eijnde toe, te weten die principale crediteuren
bij henselven in persoon, oft bij heure procureurs, speciale macht hebbende de
uijt-winninghen te doen vande goeden ende macht in heure sielen te
sweiren,affirmerende van hoe vele , specifice noemende ende grootende
heuregheheijschte somme, met specificatie waeraf ende van wat saken oft
coop-manschappen heure schulden ghesproten sijn ende gheprocedeert, ende alop
de pene ende verbeurte van ghepriveert ende ghefrusteert te sijn ende teblijven
van heuren rechte ende actie, ende niet te moghen hebben noch tedeijlen naer
rate oft anderssins inde achterghelaten goeden des fugitiven oftaflijvighen.
8. Item, naer dien dat eenighe rechtvoorderinghe ende
uijtwinninghenaervolghende des voorschreven staet volschiet ende voleijnt is,
soo is devoorschreve schouteth ghehouden, van officie weghen als vore, alle de
haeffe-lijcke ende beroerlijcke goeden binnen acht daghen daernaer te doen
ver-coopen bij ghesworen oude-cleercoopers ende dat bij openbare
uijtroe-pinghe, omme de selve goeden ten hooghsten te brenghen.
p 510
9. Ende naer dien alle rechtvoorderinghen ende
uijtwinninghen volschietende voleijnt sijn, soo moeten de erffelijcke ende
onberoerlijcke goedenvercocht worden, soo hiernaer volght, te weten datmen op
den eersten ofttweeden sondagh naer de voorschreve leveringhe is ghehouden (ter
puijenaf binnen deser stadt, ontrent den elf uren voor den noen, liggende de
goe-den onder de prochie vander selver stadt, ende inde prochie-kercken daerde
goeden anderssins sijn gheleghen ten tijde vander hoogh-misse ende denvolcke
meest vergadert wesende) te kondighen ende te verclaren openbaer-lijck, dat
alsulcke goeden, diemen specificeren moet, ter vierscharenuijtghewonnen sijn,
toebehoorende dien oft dien persoon, aflijvigh oftfugitif gheworden sijnde,
ende verklaren hoe vele die jaerlijckx gelden,inghevalle die verhuert worden,
oft inghevalle neen, hoe vele die plachtente gelden.
10. Item, van ghelijcken moet ghedaen worden ten tweeden ende
derdensondagh daernaer, ten tijde als vore, ende ten tweeden sondagh
verklarenden dagh wanneer den palmslagh sal worden ghegheven.
11. Ende moeten de voorschreve goeden te coope ghestelt
worden opbehoorlijcke voorwaerden, ten daghe gheprefigeert, ten twee uren naer
dennoen, oft daer ontrent, inden raethuijse der voorschreve stadt, ter
presentievanden schouteth ende twee schepenen daeronder de goeden ghelegen
sijn,met eenen vanden secretarissen, daer oock bij moet wesen de dienaer
oftsergeant dien dat toebehoort; ende gheeftmen ten eersten sitdaghe
denPalmslagh den ghenen die bevonden wort metten uijtganghe vander ber-nender
keerssen daervore meest biedende; welcke keersse ontsteken wortten drij uren,
ende niet daer voor; oft wort oock wel den palmslagh ghege-ven den ghenen meest
biedende tusschen sekere ure ende metten eerstenklockslaghe vanden voorslagh,
t'zij van drij oft vier uren naer noen.
12. Item, ten derden sondaghe wort wederomme vercondight
t'ghenedes hiervore der uijtwinninghen aengaende is gheseijt, ende wort
alsdanoock verklaert dat den palmslagh is ghegheven, ende oock ghenoemt
denpersoon waeronder de voorwaerde daerop den palmslagh is gheghevenberust,
ende voorts oock gheprefigeert den dagh ende wanneer de lestekeersse sal worden
onsteken, oft anderssins als vore de verdieren uijtgaensullen.
13. Tot welcken daghe, ten tijde, ter plaetsen ende ter
presentien als
p 512
voor, worden de uitghewonnen goeden ter venten ghestelt
metter lesterbernender keerssen, diemen ontstekt als vore, oft daernaer, oft
metteneersten klockslaghe van drij, oft vier uren naer noen, ingevalle den
schou-teth ende schepenen goetdunckt ; ende dien, de selve goeden
mettenuijtganghe vander leste bernender keerssen oft klockslaghe
voorschrevenblijvende sijn, moet gheloven, ter presentien, vanden voorschrevm
schou-thet ende schepenen, te voldoen ende te volvueren op prompte ende heer- d
hlijcke executie, alle de poincten ende, articulen ende elck, besonder
vandevoorwaerden daeroppe hij die ghecocht sal hebben, passerende daeraf
sche-penen gheloften in ghewoonlijcker formen.
14. Ende is de voorschreve-schouthet ghehouden de
voorschreve goeden,alsse vercocht sijn, de penninghen daeraf komende in sijne
handen te doenkomen, ende die deijlinghe daeraf naer rate te maken, ende elcken
credi-teur t'zijne te gheven binnen den tijde van ses weken naer date
vandenlesten vercoop-daghe.
15. Ende inder selver manieren ismen ghehouden te
vercoopen de goedendie uijt krachte van executien van eenighe vonnissen
vercocht worden, endeis de schouthet oock gehouden de penninghen daeraf in
sijne handen tedoen komen ; ende soo wanneer meer crediteuren sijn, de
deijlinghe daerafnaer rate te maken, ende elcken crediteur t' sijne te gheven.
16. Behoudelijck dat gheprefereert worden inde betalinghe
van heurenschulden ende crediten dese navolghende persoonen :
17. Eerst ende voor al wort gheprefereert gherechten ende
puren arbeijts-ende bodenloon, wel verstaende dat daermede niet ghemenct en sij
eenighecoopmanschap.
18. Item, daernaer worden gheprefereert des princen ende
der stadt,penninghen ende schulden van accijsen, ende alle andere hoedanigh die
sijnmoghen.
19. Item, daernaer alle vonnissen bij rechte ende
justitie ghegheven, endeschepenen gheloften ter manissen t'schoutethen oft
sijns stadt-houders bijpartijen metter minnen ghedaen, ende welcke vonnissen
ende gheloftenalhier, ter executien staen, ende anders gheen, worden
gheprefereert alleen-lijck soo verre d'executie van dien begonst, ofte bij
partijen behoorlijck inkennisse van schepenen begheert heeft gheweest te doen,
al voor ende eerde schuldenaer voorvluchtigh ende d'aflijvighe gestorven is,
behoudelijck
p 514
ende wel verstaende dat ouder van date altijt voorgaen
sal, ten ware datjongher van date voor ende eerst hadde begonst te executeren
oft begheertexecutie, in welcken ghevalle jongher van date voorgaen sal.
20. Daernaer worden ghelijckelijck gheprefereert alle
vonnissen metrecht ende justitie ghegheven, ende schepenen gheloften ter
executienstaende als vore, aldaer gheen executie op begonst oft begheert en
isgheweest, ende oock alle obligatien van schatschulden, ende andere bekentende
ghepasseert onder deser stadt seghel, oft voor schepenen der selver,oft vanden
bijvange, oft oock voor schepenen van Antwerpen, behoudelijckaltijt dat
d'outste vonnisse, ghelofte oft schepenen obligatie voorgaet endegheprefereert
wort voor jongher van date.
21. Item, als aengaende de huijshueren ende pachten, en
hebben deselve egheene preferentie, dan alleenlijck aen t'goet ende de
pandenbevonden op de verhuerde huijsen, hoeven ende erven; waeraen de
selvehuijshuren ende pachten alleene ende voor alle crediteuren
voorghenoemt,ende oock voor alle andere , hoe die gepriviligieert zijn
gheprefereert worden.
22. Item, panden metter minnen ghegheven sonder bedrogh
voor devlucht oft aflijvicheijt des schuldenaers, oft eer executie op den
schuldenaeris versocht, oft[45]
op hem oft op zijne goeden eenigh vervolgh van recht isghedaen, blijven den
genen dien die ghegheven zijn; is niet min nochtans diecrediteur ghehouden tot
dien pandt te moeten voorghedaghen naer recht,ende voorts met alle poincten van
rechte ter vierscharen uijt te winnen,ghelijck ander crediteuren, ende dien ter
merckt laten comen ende vercoopenbij openbaeren uijtroepen, oft ten minsten
doen proeven hoe vele dienpandt erger oft beter is dan sijne gheheijschte
schult.
23. Item, ist dat jemandt van buijten heeft inder stadt
oft inden bij-vanghe berustende eenighe haeffelijcke ende beruerlijcke goeden,
oft oockeenighe penninghen oft crediten, moghen zijn crediteurs oft actie op
hemhebben [hebbende] totten voorschreven goeden, penninghen oft creditendoen
voorghedaghen, ende henlieden procedure vervolghen (ghelijck inden[derden][46]
articule van desen capitele is gheseijt), [ende] worden dencrediteur de goeden,
penningen oft crediten, indien de procedure niet en
p 516
wort voir t'derde ghenechte ghestoort oft ontset,
ghelevert, ghelijck indenselven articule oock wordt verhaelt.
24. Item, de crediteurs, procederende in dier voeghen op
jemants haeffe-lijcke ende beruerlijcke goeden, penninghen oft crediten, zijn
ghehoudenwettighe wete te doen eerst den persoon waeronder die berusten,
welckepersoon metter selver weten is verbonden te verandtwoorden voor de
selvegoeden, dat hij die niemandt en mach laten volghen sonder consent vandencrediteur;
ende moet voorts de selve crediteur oock goedts tijdts wettighewete doen den
persoon dien t'goedt toebehoort, al naer inhoudt vandenix. articule hier voore
onder den titele : Van arrestementen breederverhaelt[47].
25. Item, mach oock elcken crediteur voor den achterstel
van erfrentenende erfpachten doen besetten ende voorghedaghen tot sijne
panden,indien hem niet en belieft den ghebruijcker vanden pande personelijck
teconvenieren, ghelijck hem is gheoorloft, als gheseijdt is inden xlvj. articuleonder
den titule : Van officien, jurisdictien, etc.[48]
Ende dese crediteurhijpothecaire, willende als voren vervolghen sijne panden,
is ghehoudensijn beset oft voorghedagen te doen ter presentie vanden schouteth
endetwee schepenen, respective vander stadt oft vanden bijvanghe, waeronder
degoeden gheleghen sijn, ende dat te doen registreren bij eenen secretaris,
metdeclaratie vanden achterstelle ; ende hebbende die wettige wete daeraf
doendoen den proprietaris, oft den besitter vanden pande, ende hebbende voortsgheprocedeert
van ghenechte te ghenechte, tot drij ghenechten toe, naer t'ge-nechte als
d'beset oft voorghedaghen is ghedaen, ende ten derden genechteter vierschaeren,
soo worden ten selven derden ghenechte de besette goedenter leveringhe
ghewesen, opdat daer en binnen niemandt de reele procedureen stoort oft en
ontset; ende des anderdaeghs, oft binnen den naestvolgendcngenechte wordt de
crediteur, oft sijn procureur, tot henlieden versuecke,d'beset goet ghelevert
bij vonnisse van vier schepenen , ter manissent'schoutheten, voor d'jaer, ist
een huijs, met clepele ende met clincke,ist landt, bempt, bosch oft andere
erven, met russche ende met rijse, omt'selve goedt jaer ende dach te houden
sonder verbaelmonden, ende daeraen
p 518
te verhaelen den achterstel van sijne erfrenten oft
erfpachten, ende wortde leveringhe vanden goeden inder stadt ligghende ghenomen
op den gront,maer vanden goeden liggende inden bijvanghe en wort d'beleijt op
dengront in 't voorjaer niet ghedaen, maer wort de leveringhe ghenomenmet eenen
rusch inden raedthuijse vander stadt.
26. Item, naer de voorschreve leveringhe succedeert de
uijtwinner indeplaetse vanden besitter vanden goede, in sulcker vueghen, ist
dat de uijtghe-wonnen goeden sijn verhuert, soo en mach de huerlinck, hebbende
wettighewete vanden besette naer date van dien gheen betalinghe den besitter
doenvander hueringhen die daernaer verschijnt, maer is ghehouden de hure
vandien jaere te hetalen den uijtwinner; ende ist dat de besitter vanden
uijt-ghewonnen goede dat selver ghebruijckt ende niet en is verhuert, soo
moetd'uijtghewonnen goet, naer voorgaende publicatie ter puijen, oft
inderprochie-kercken waeronder dattet is gheleghen, verhuert worden bij
eenenvande dienaers daeronder t'goet is ghelegen, binnen der prochien aldaer,ter
presentien van twee ghetuijghen, den ghenen meest daervore biedendeden tijdt
van een jaere ende niet langher ; ende moet sulcke huerlinckterstont verlegghen
de costen vander uijtwinninghen in't voorjaer, mettensalaris des voorschreven
dienaers de verhueringhe doende.
27. Item, indien de crediteur met der hueringhen vande
uijtghewonnengoeden in't voorjaer niet en can voldaen worden, ende willende
procederenin't naerjaer, is ghehouden de goeden te besetten in't naerjaer, ende
daeropte procederen met drij ghenechten, als vanden voorjaere is gheseijt,
endeop dien dat niemandt daer en binnen en comt, die hem hantvullinghe
oftstooringhe doet oft de goeden ontset, ende dat den eijghenaer is
wettighewete in't naerjaer ghedaen, soo worden den crediteur oft sijnen
procureurde besette goeden ghelevert bij vonnisse van vier schepenen, ter
manissent'schoutheten in't naerjaer, ist een huijs, met clepele ende clincke,
ende istlant, bempt, bosch oft andere erven, met russche ende met rijse, als
zijnpropre ende eijghen goet; dies is hij ghehouden t'selve goet te vercoopen
terpresentien vanden schouteth ende twee schepenen, daertoe ghebruijckendede
solemniteijten ende hem regulerende daerinne ghelijck hiervore indennegensten
ende sekere navolgende articulen is verhaelt ende ghedeclareert.
28. Item, de uijtghewonnen goeden vercocht wesende, is de
uijtwinnerghehouden vande penninghen vande selve goeden ghecomen te doene reke-
p 520
ninghe ende bewijs voor de weth, ende des bevonden wordt te
overenboven de gheheijschte achterstellen ende den achterstel vande renten
daer-vore uijtgaende, midtsgaders de wettighe costen vander uijtwinninghen
metdes daeraen cleeft, is de uijtwinner ghehouden te consigneren in 't
comptoirvander stadt tot behoef vanden ghenen die daertoe bevonden wort
gerechtte sijne.
29. Item, soo wie eenighe lijftocht-renten is heijschende
op eenighe goedenoft panden, ende niet begheerende den ghebruijcker vanden
pande perso-nelijck te convenieren, mach op sijne panden procederen met drij
ghe-nechten , gelijck hiervore vander erfrenten ende erfpachten is
verclaert;ende indien, naer wettighe wete aenden besitter ghedaen, de
procedureniet en wort ontset oft ghestoort, soo worden den crediteur des
ander-daeghs naer t' derde ghenechte, oft binnen den naest volghenden
ghenechte,t' sijnen versuecke, de goeden gelevert, oock met manissen des
schoutethsende bij vonnisse van vier schepenen, om daeraen jaerlijckx te
verhalensijne lijftocht-rente, sonder verbaelmonden des goets ende ter wettigherrekeninghen.
30. Item, die t' goet oft have van eenen schuldenaer
aflijvich oft voor-vluchtich, oft niet machtigh zijnde sijne crediteuren te
betalen, als vore,ende op wiens goeden beset gedaen is, oft die in rechte is
betrocken, helptversteken, vluchten oft vervremden, oft selve binnen sijnen
huijse houdtende herberght, in prejudicie vanden crediteuren, is schuldich te
betalende crediteuren (gheverificeert hebbende heure schulden, soo naer
costumebehoort) allen t'ghene des sij aen des principalen schuldenaers goet te
cortcomen.
31. Item, soo wanneer jemant diverse parcheelen van erven
ende goedenbegheert beleijt te hebben, die met eenen brieve sijn verbonden, is
ghenoeghzijn beleijt te doen op oft aen de huijsinghen vanden selven goeden.
32. Item, een crediteur oft rentier hebbende diverse
gronden van ervenhem ghelijckelijck verbonden, mach eenen oft meer vanden
selven gronden,die hij meijnt voor sijne rente goet ghenoech te zijne,
besetten, sonder opalle de panden te derven procederen, behoudelijck den ghenen
wiens pandenbeset worden sijn regres teghen die andere panthouders.
33. Item, die eenighe erve wilt doen beleijden ende
uijtwinnen isschuldich alle renten ende chijnsen daeruijt gaende ouder [dan] de
date
p 522
vande[49]
rente oft schult daervore hij beleijt ende uijtwinninghe doet, tebetalen, oft
anderssins soude die ouderen chijns oft rente heeft de selveerve weder moghen
doen beleijden ende hem afwinnen.
34. Maer die eenighen jongheren chijs oft rente heeft op
de beleijde oftuijtghewonnen goeden is schuldigh, voor de leveringhe in 't
naerjaer, denuijtwinner te doen hantvullinghe, hem opleggende cost ende commere
endealle reparatien, oft anderssins en heeft geen voorder actie dan aen de
pen-ningen over ende boven de oude renten metten achterstelle, ende de
costenvander evictien met des daer aencleeft, als de goeden vercocht sijn.
35. Item, alsmen meer, panden oft parcheelen van erven
heeft doen,beleijden, soo is de ghene die hantvullinghe doen wilt, t'sij in
d'uijtwinnenoft voor de leveringhe in't naerjaer, schuldich te betalen alle
achterstellendaervoor de goeden beset sijn, metten costen daeraen clevende,
ende allereparatien, sonder te moghen ghestaen midts betalende naer
advenantvanden pande die hij besit oft die hij begheert te suijveren.
36. Item, een ieghelijck is gheoorloft te procederen bij
besettinghe oftvoorghedagen, niet alleenlijck om betalinghe te hebben van
achterstellenvan renten, chijsen, oft erfpachten, maer oock om te hebben
voldoeningevan waerschap voor schepenen belooft, ende oock om te hebben
volcomin-ghe van scheijdinghe ende deijlinghe voor schepenen ghepasseert.
37. Item, die in possessie is den termijn van thien
jaeren van te heffeneenighe chijsen, pachten oft renten uijt crachte van sijnen
chijsboeck oftrolle, sonder andere bescheet van brieven daeraf te hebben, mach
d'ervevanden ghenen die den chijs, pacht oft rente betaelt heeft, oft van sijne
erf-ghevinghen[50] doen
beleijden ende uijtwinnen voor sijn achterstellen, nietteghenstaende dat sij den
rechten pandt niet en besaten, totter tijdt toe dathij den heffer sijnen
rechten pant bewese ende soo vele dede, dat hij daeropvoortaen sijne betalinghe
sonder calengie heffen mochte.
38. Item, die eenich uijtgewonnen goet vercoope, die is
schuldich in sijnen'eijghen naem den cooper waerschap te beloven ende daeraf
ghenoegh tedoen.
39. Item, die sijn huijs oft erve wille laten varen oft
abandonneren voor
p 524
den chijs oft rente die daer uijtgaet, is schuldich te
betalen de achterstellenvanden voorschreven chijs oft rente te voren ghevallen
ende verschenen bijtijde dat hij t'huijs oft erve beseten heeft.
40. Insghelijckx is schuldich t'huijs oft erve te
verlaten met al dattertoebehoort, sonder iet naghelvast oft aerdtvast sijnde,
deuren, vensterenoft solderen te moghen afbreken oft wech draghen, oft d'erve
te blootenvan boomen oft anders; ende die contrarie dede met voorsetten rade,
soudede schade moeten oprechten ende betalen, ende boven dien noch staen
tercorrectien vanden heere ende vander stadt.
41. Item, niemant en mach afbreken eenighe huijsen daer
andere chijsenoft renten op heffen, sonder consent ende wille vanden
chijnsheere oft ren-tier, ten sij dat hij't doet om den pandt te beteren, oft
dat hij den chijns-heer oft rentier anderen goeden onderpant sette ter
discretien vander weth.
TITEL XIII.VAN ERFSCHEIJDINGHEN, SERVITUTEN ENDE RECHTEN DE
ERFSCHEIJDERSAENGAENDE.
1. Die erfscheijders en hebben gheen macht om vonnissen
te wijsen, dan,worden ghemeijnlijck van partijen in geschil sijnde ter causen van
erf-scheijdinghe, servituten oft ghemeijne mueren versocht, eer sij in
rechtecomen, om hen te vereenigen indien't doenlijck sij.
2. Item, wanneer sij partijen niet en connen vereenigen,
comen de selvepartijen, oft d' eene van hen, voor die weth versoeckende dat sij
soudencompareren op den grondt contentieus, om hen different aldaer te
beslich-ten ; ende indien den clager alleene dat versoeckt, soo wort der
wederpar-ti en dach bescheijden tot eenen sekeren daghe ende tijde, ende
alsdancompareren die schouteth ende vier schepenen ten minsten, met drij
ofttwee erfscheijders op den gront contentieus, ende hooren de
voorschrevenschepenen die partijen aldaer mondelinghe, ende doen oock hen
(ghehoorthebbende altijdt d'advis vanden erfscheijders) op hen bedingde
recht,indien sij de saecken daertoe ghedisponeert vinden, oft ordineren hen
heureverbale dinghtale te schrijven bij advertissemente.
3. Item, die over sijnen ghebuere wilt claghen, dat sijne
schouwen,
p 526
ovenen, forneijsen, nasten oft andere plaetsen, daermen
vier besicht, sor-ghelijck sijn, ende anders staen oft ligghen dan sij
behooren, die moett' selve te kennen gheven den keurmeesteren, die welcke
schuldich sijnt' selve voorts over te draghen aen die vander weth, ende de
plaetse bijlaste vander weth met eenen dienaer ende ander bij hen ghevoeght
tevisiteren ende indien daer ghebreck in ghevonden wordt, soo wortdaerinne een
gat ghesmeten , opdatmen daerinne gheen vier en soudemaecken, ter tijt toe dat
t' ghebreck ghebetert is.
4. Item, die keurmeesters sijn schuldich die vander weth
op heuren eedtte adverteren, als sij eenich ghebreck weten aen schouwen, ovenen
oftandere plaetsen daermen vier inne besicht, sonder te verbeijden clachte
vanpartije.
5. Item, alsmen, om erfscheijdinghe tusschen gebueren te
doen, gheenplaetsen[51]
en vindt, soo behoortmen d' erve te scheijden naer d' oudemetselrije daer
ontrent staende, oft naer getuijgenisse van goede lieden dieover langhe jaeren
daer verkeert liebben, ende dien achtervolghende daereenen paelsteen doen
setten; ende soo verre men binnen dertich jaerendaernaer anderen paelsteen
vindt, soo behoortmen den nieuwen paelsteenwech te doen, ende d' erve te
scheijden naer uijtwijsen vanden oudenpaelsteen.
6. Item, thuijnen ende heijmselen tusschen twee ghebueren
ervenbehooren tot ghelijcken coste op de gherechte palen vande twee
ervengemaeckt ende onderhouden te worden, ten waere dat d'een vandenghebueren
daer huijsinge[52] aen staende
; want alsdan de beheij-minghe die metten huijse wort ghedaen is den besitter
te baten comendeaende heijminghe.
7. Item, boomen staende in ghemeijne thuijnen oft
heijmselen die op derechte palen staen, oft in ghemeijne erve, sijn ghemeijn,
sonder aenschouwte nemen wie die gheplant heeft.
8. Item, die een huijs oft muer staende aen sijns
ghebueren erve doetafbreken, is schuldich inde plaetse van dien, tot sijnen
coste, een blindeheijminghe te setten.
p 528
9. Item, die een ghedeckt ghelinte wilt setten tusschen
sijne ende sijnsgheburen erve, is schuldich t'selve soo verre van zijns geburen
erve tesetten als den oesendrup ende d'afzaten behoeven, alsoo niemant
oesendrupoft anckerhoofden noch afzaten hebben oft setten en mach buijten zijn
ervesonder consent van zijnen gebuere; ende indien de ghebuere consenteerdet'
gelint op den rechten pale vande twee erven geset te worden, soo soudet' selve
ghemeijn wesen, ende van dan voortaen tot gemeijnen cost moetenonderhouden
wesen.
10. Item, die inde plaetse van een ghemeijn ghelinte oft
want wilt doenmaecken eenen muer, mach dien doen maceken op zijnen cost, ende
naerdat de muer volmaeckt is, soo is den selven gemeijn, ende behoort
totghelijcken coste onderhouden te worden.
11. Item, als in eenen muer, staende tusschen twee erven,
bevondenworden over beijde sijden blinde vensteren, mosiergaten, noten, oft
hoofdenmetten selven muere gemaeckt, soo wordt sulcken muer gherecht
endeghehouden voor eenen gemeijnen muer, t' en sij dat van contrarie blijcke.
12. Item, niemant en mach vensteren maecken, oft licht
oft ghesichtscheppen door oft in eenen gemeijnen muer.
13. Item, niemant en mach aen eenen ghemeijnen muer iet
doen maeckendaerbij den ghemeijnen muer soude mogen mede verargeren, als ovens
omte backen, privaten oft dierghelijcke; maer indien hij t' selve bij den
ghe-mejnen muer wilt doen maecken, moet eenen muer tusschen beijde
maeckenonderhalven steen dicke, ende dien soo bewaren dat den ghemeijnen
muerdaer gheen letsel af en hebbe, ende zijn ghebuere gheen ongherief.
14. Item, die een huijs setten wilt op eenen gemeijnen
muer, daer tevoren gheen ghestaen en heeft, is schuldigh t' water vanden selven
huijseop zijn erve te leijden, oft voor der straten uijt, sonder letsel oft
schade vanzijnen ghebuere.
15. Item, eenen ieghelijcken is gheoorloft eenen
ghemeijnen muer tedoen hooghen ende dicker maecken op zijns selfs erve ende
cost, sonderwedersegghen van sijnen ghebuere; behoudelijck indien daer eenighe
goteleijdt op den selven ghemeijnen muer, dat hij schuldich is tot sijnen coste
degote wel ende loffelijck te legghen, ende weder op te maecken ende te repa-reren
allen t'gene dat bij het oprijsen vanden muer oft verlegghen vandergoten
ghebroken oft ghearghert sal wesen; ende van dan voortaen de selve
p 530
gote wel ende deuchdelijck te onderhouden tot sijnen
coste, soo datter zijnghebuere egheen schade bij en hebbe.
16. Item, ende indien de ghebuere, recht hebbende inden
selven ghemeij-nen muer, naemaels sijn huijs oock oprijsen ende hooghen wilde,
soo machhij met sijnen huijse ende metselrije inden ghemeijnen mure varen, mits
beta-lende die helft vanden mure, voor soo vele dien ghehooght is, ter
taxatienvande erfscheijders; ende soo verre de ghebuere soo hooghe timmert
metsijnen huijse als d'andere, soo behoortmen de gote weder te leggen op
dengemeijnen muer, ende van dan voortaen die te onderhouden tot ghemeijnencoste.
17. Item, alsmen op eenen ghemeijnen muer een gote wilt
leggen, daervan te voren geene gelegen en heeft, ende die vore ter strate niet
uijt encomt, soo behooren de ghebueren, recht hebbende inden ghemeijnen
muer,d'water van die gote te leijden half ende half.
18. Item, die met eenen slaper comt op sijns ghebueren
huijs, is schuldichden slaper soo te onderhouden dat sijn ghebuere daerbij
gheen schade oftletsel en lijde.
19. Item, die eenen slaper heeft ende sijn huijs wilt
opvueren, oft andersmetsen ende timmeren, soodat de slaper te niet gaen soude,
is schtuldigh t'gatdaer de slaper was tot sijnen coste te doen maecken ende
decken , ende boven-dien, soo verre van noode is, aldaer een gote te legghen,
te leveren loot, soul-duere, boven [bodem], boesel [boeijsel],brugghen,
spruijten ende allen t'ghenedat totter gote behoeffelijck is, tot sijnen coste;
ende dat ghedaen, soo moetde ghebuere op wiens huijs de slaper lach, de gote
doen leggen ende voortsonderhouden tot sijnen coste, alsoo verre dwater vanden
ghenen die denslaper hadde daerinne niet en valt ; ende indien t'selve water
daerinne viele,moeten de ghebueren de gote, eens volmaeckt zijnde, t'samen
onderhouden.
20. Item, twee ghebueren toeganck hebbende tot eene
heijmelijcke vouteonder d'aerde wesende, sijn schuldigh die tot ghelijcken
coste t'onderhoudenende te doen ruijmen oft reijnighen; ende als de ghemeijne
voute in goedereke staet ende is, soo mach d'een van henlieden, indien hem
belieft, daerafscheijden, sonder de selve meer te ghebruijcken, ende van dan
voortaen ishij ongehouden van eenighe costen daeraen te moeten hanghen, oft de
selvevoute te doen scheijden met eenen muer tot zijnen coste; ende van
danvoortaen sal elck sijn helft onderhouden tot sijnen coste.
p 532
21. Item, twee ghebueren hebbende een ghemeijne zoë
tusschen haerbeijder erve, daer haer beijder water inne valt, zijn schuldich
die te onder-houden met goeden gotieren, tot ghemeijnen coste, ende als die
vervult is,tot ghelijcken coste te doen ruijmen, t'en waere dat de vervullinghe
geheelghecomen ware bij eenen vande ghebueren, die de selve alsdan soudemoeten
doen ruijmen tot zijnen coste, ghelijck gebeurt alsmen een huijs doetverdecken
ende repareren.
22. Item, door een ghemeijne zoë en mach niemant vande
ghebueren,recht hebbende inde selve zoë, ander water leijden dan hemels
water,sonder eenighe vuijlicheijt, keucken- water oft diergelijcke daerdoor te
doenloopen, buijten consent van sijne ghebueren. ten waer dathij t'selve
ghedaenhadde over de dertigh jaeren.
23. Item, als d'een gebure den anderen consenteert in
zijnen muer temoghen varen, de ghemeyne zoë tusschen heurer beijder erven te
nietdoende, soo en mach de ghene dien de servituet is gheconsenteert de
selveservituet niet anders gebruijcken dan hem eerst is toeghelaten, ten sij
datdaer conventie sij ter contrarien.
24. Item, die buijten zijnen muer heeft oesendrup oft
anckerhoodt, dienbehoort d'erve toe alsoo verre als d'oesendrup oft anckerhoodt
hem streckt,soodat sijn ghebure met sijnen oesendrup, anckerhoodt oft muer
nietnaerder comen en mach.
25. Item, een ieghelijcx erve is vrij vanden grondt
totten hemel toe, tensij dat blijcke van eenighe servituten.
26. Item, die in zijns selfs eijghen muer vensteren heeft
oft doet maecken,die is schuldiah de selve vensteren te doen maecken seven
voeten bovenden gront, ende de vensteren staende beneden de eerste stagie te
doenstofferen met ijseren gheirden ende met vaste ghelasen, sonder open
doen;ende de vensteren staende boven de eerste stagie ismen schuldigh te
stof-feren met ijseren gheirden soo bij een staende, datmen daerdeur
geensmenschen hooft ghesteken en can.
27. Item, niemant en mach teghens zijns ghebueren muer
doen leggeneen messie oft eenige vuijlnisse, moer oft verckenscot, ten sij dat
hij eersttegens zijns gheburen muere doet maecken eenen muer van
onderhalvensteen dicke, ende dat hij zijnen ghebure wachte van stancke.
p 534
28. Item, niemandt en mach aen zijns ghebueren muere iet
doen vastmaecken sonder consent van den ghenen die den muer toebehoort.
29. Item, die metsen wille op t'zijne ende bij zijns
geburen erve, machzijn stellinghe maecken op zijns gheburen erve, ter minster
schaden endeongerieve dat doenlijck is; ende indien daer iet gebroken wort aen
zijnsgeburen erve, dat moet hij tot, zijnen coste weder doen maecken
enderepareren.
30. Item, niemandt en mach aen eens mans erve verckens
leggen oftheijmelicheijt houden, oft dierghelijcke daer zijne ghebueren quade
tocht afontfaen; maer moet die legghen ende houden seven voeten van sijns
gebuerserve, opdat hij soo vele erfs heeft, ende soo beheijmen ende besluijten
omeerlijck ende tamelijck daerop te gaen, ende zijne geburen van stancke
tebehoeden, oft hij en mach die daer niet houden, het en waere met consentevan
zijnen naesten gebure[53],
die daer ghebreck af heeft.
31. Item, die een heijmelijcke voute wilt doen maecken
op't sijne, moetde selve doen maecken eenen halven voete van zijns gheburen
muer ofterve, ende soo dicke dat sijne gebure daerbij geenen stanck en hebbe;
endeindien hij daer een lochtgat tot sijns geburen erve waert wilt doen
maecken,is schuldich t'selve lochtgat te setten twelf voeten hooghe vander
aerden;ende soo verre sijn ghebuere van te voren op sijn erve hadde eenen
born-putte, soo moet hij sijne voute soo versien dat den bornput van
sijnenghebuere daerbij gheen letsel en hebbe, oft anders soude zijn voute
wedermoeten te niet doen tot zijnen coste.
32. Item, die op zijn erve wilt doen graven een grachte,
vijvere savoiroft putte, sonder metsen, is schuldich die soo verre van sijns gheburen
ervete doen graven als de diepte vander gracht, vijvere, savoir oft puttewesen
sal.
33. Item, die zijn erve van nieuws met opghesetten
grachten wiltbeheijmen, moet tusschen die hoelte vander gracht ende d'erve van
sijnenghebuere laten ten minsten eenen voet erven.
34. Item, niemant en mach een houtmijte setten op zijn
erve naerder dererven van sijnen ghebuere dan op viere voeten naer; ende indien
uijt saeckenvan der houtmijte de gebure eenighe schade lede, dat soude de ghene
die dehoutmijte toebehoorde moeten betalen.
p 536
35. Item, die een uijtghespannen venster voor ter straten
wilt maecken,is schuldich die te beginnen acht voeten hooghe vander aerden.
36. Item, niemant en mach doen maecken aen sijnen eijgen
muer, staendebij sijns geburen erve, iet voorder uijtstekende oft hangende dan
sijnenoesendrup.
37. Behoudelijck dat een ieghelijck is gheoorloft te
maecken voor zijnhuijs een vensterbert met eenen daecke daer boven, dienende
tot zijneneringe; dies moet hij t'selve soo besneden ende gevoegelijck doen
maecken,dat bij zijne gheburen geen hinder oft letsel daerbij en doet, oft
anderssoude t'selve moeten repareren ende beteren tot goetduncken ende
arbitragievande erfscheijders.
38. Item, die backers en moghen heure schilden van broodt
niet voorderuijtsetten dan twelf duijmen, sonder consent van heuren ghebueren.
39. Item, eenen muer oft want uijt sijn loote wesende
ende hangendeover d'erve van sijne ghebure, moet inghetrocken zijn ende in zijn
lootgheset totten coste vanden ghenen die den muer toebehoort, ende
totgemeijnen coste indien den muer ghemeijn is.
40. Item, niemant en mach eenighe opgaende boomen ende
oock noot-boomen naerder dan op seven voeten naer, ende stronckboomen
naerderdan twee ende eenen halven voete eens ander mans erve setten, ende
fruijt-boomen moetmen setten vijf voeten van sijns ghebuers erve.
41. Item, als iemants boomen over sijns gheburen erve
hanghen, soomoet hij die corten, oft die vruchten die er over hanghen sijnen
ghebure latenvolghen, daeraf de ghebure, over wiens erve de boomen hanghen, de
keuseheeft.
42. Item, een ieghelijck is schuldich sijne schouwen soo
hoogh te maeckendat sijne gheburen van [den] roocke oft anderssins gheen
ongerief en hebben.
43. Item, een ieghelijck is schuldich d' water vallende
van sijnen huijseoft oesendrup te leijden op t' sijne, sonder letsel oft schade
van sijngeburen.
44. Item, die zijnen gebure laet wercken ende zijn werck
volmaeckensonder t' selve te stooren, hoe wel hij recht heeft t' selve te
moghen doen,ende mach d' werck als't volmaeckt is niet doen afbreken, maer moet
sooblijven tot dat van selfs vergaet, sonder datmen 't repareren oft rekenmach
in eenigher manieren; maer die eenen anderen wilt verbieden te
p 538
wercken, oft segghen dat hij hem te naer comt, oft anders
werckt danbehoort, is schuldich t' selve te doen eer d' werck volmaeckt is.
45. Item, in 't maecken oft repareren van eenen bornputte
die ghemeijnis voor de gheburen, sijn alle de gheburen, die den selven moghen
gebruijc-ken, schuldich ghelijck te gildene ende te contribueren, behoudelijck
datdie eenen bornputte binnen zijnen huijse heeft maer schuldich en is tegheven
die helft.
46. Item, twee geburen hebbende eenen gemeijnen put ende
dien gebruijc-kende, sijn schuldich d' water daeraf comende elck op t' zijne te
leijden.
47. Item, niemant en mach de vuijlicheijt van sijne
messie oft verckens-cote, oft de huijdevetters het water van heuren vetterijen,
ter straten uijtleijden, maer behoort die op t' zijne, soo te leijden, dat de
ghebueren daerbijgheenen stanck oft letsel en hebben.
48. Item, die sijnen waterloop heeft over oft door eens
anders erve, isschuldich in 't gat vanden waterloop te doen stellen eenen
witten steen meteen ijseren traillie, om te behoeden dat daerdoor geen
vuijlnisse en gaet,ende en mach daerdoor gheen seepsop, pisse, weijrete[54]
oft andere vuijl-nisse leijden.
49. Item, die zijnen wech heeft door eens anders erve, is
schuldich diente ghebruijcken met ghetijdigher vromen, ten naesten cante, ter
minsterschade, met gheseelde beesten ende met goeder hoeden.
50. Item, die landt, bemden oft bosschen heeft ligghende
vander straten,moet eenen wech hebben ter naester vroenten, ter minster schaden
, tenmeesten profijte ende ten herden lande, sonder brugghe oft pijl te slaen.
51. Item, waterlaeijen moeten gheleijdt worden ten
nedersten velde,ende ter naester moeder ende ter minster schaden, sonder
iemande schadete doen aen sijne erffelicheijdt, het en waere dat hij met rechte
costebethoonen ende met wettigher waerheijt, dat hij over iemants erve
schul-dich waere te leijden, ende mach t' sijnder cost den selven waterlaet
leijdendoor de vroente sonder die te coopen.
p 540
52. Item, niemant en mach zijn erve boven den ouden gront
soo hoogenoft soo neerderen, dat sijn ghebure daerbij eenich letsel, hinder oft
schadeaf hebbe.
TITEL XIV.VAN REPARATIEN DIE EEN TOCHTENAER SCHULDICH IS TE
DOEN.
1. Den tochtenaer oft [de] tochtersse die eenighe huijsen
oft onruerendegoeden besit, is schuldich die goeden te onderhouden in goeden keusbae-ren
ghereke, dichte en drooghe van wande, dake, vensteren, deuren,bornputten ende
alle andere noodelijcke reparatien; ende indien hij daerinneghebrekelijck valt,
moghen de proprietarissen hem dat met rechte doenkeusbaerlijck repareren, soo
dat behoort, ende zijn gehouden, ten versueckevanden proprietarissen, te
stellen borghe dat sij de goeden t' eijnden dertocht sullen laten in sulcken
state ende onbelast van commere gelijck zij dieaenveerden, immers in gheenen
argheren state.
2. Item, indien eenigh betocht huijs oft edificie
verbrande oft ruineerde,sulckx dat daeraen een gheheel nieuw werck ende
edificie behoefde ghe-maeckt te worden, daeraf moet de proprietaris de stoffe,
steen, calck endehout al verhouwen ende ghevrocht, bereet om in 't werck te leggen,
leve-ren op den gront, sonder des tochtenaers cost ; ende inghevalle de
proprie-taris, daertoe versocht zijnde, weijgert dat te doen, soo mach de
tochtenaer,bij consente vander weth, den betochten gront daervoor belasten soo
veleals de voorschreve maeckerije ende stoffe costen soude; welcke rente
deproprietaris is schuldich jaerlijckx te betalen; maer de tochtenaer moet
dewercklieden ende voorts alle de dachuren[55]
betalen, om d'werck te volma-ken, sonder des proprietaris cost ; ende oft de
tochtenaer t' selve niet doenen wilde, soo mach de proprietaris selve dat werck
doen maecken, ende devoorschreve huijsinghe ende erve aenveerden, midts
ghevende den tochte-naer de helft vande profijten daeraf voortaen jaerlijcx
comende; oft wildede proprietaris den betochten pandt alsdan selve
ghebruijcken, soo moet hijden tochtenaer jaerlijckx betalen, sijne leefdaghe
lanck, de helft van dat de
p 542
goeden oft huijsen voor den brant oft ruinen ter hueren
ghegouden hebben,oft souden hebben moghen gelden : daeraf alsdan den keuse
competeertden proprietaris; wel verstaende dat de andere commeren ende
chijnsen,die voor de tocht uijt den voorschreven goeden gaende waeren, altijdt
eerstaende weerde vande voorschreve betochte goeden afghetrocken moetenworden.
3. Item, een tochtenaer oft tochtersse moet alle de
commeren endechijsen, die uijt den betochten goeden gaende waren voor date
vandertocht, jaerlijcx betalen, sonder cost oft last vanden proprietaris, ten
waeredat hem de tocht op andere conditien waere ghelaten ende ghemaeckt;ende
oft de tochtenaer oft tochtersse t'selve niet en dede, maer de rentenoft
chijsen lieten oploopen sonder te betalen, sulcx dat de rentieren
daeropprocederen, bij leveringhe oft andere rechtvoorderinghe oft evictien
voort' ghebreck heurs achterstels, alsdan mach, die proprietaris de betochte
goe-den beschudden ende t'selve aenveerden, ende zijn profijt, daermede doen.
4. Item, een tochtenaer die sonder expres consent vanden
proprietarisseneenige nieuwe edificien op den grondt oft erve die hij in al oft
in deele intochte besittende is, maeckt, oft oude huijsen afwerpt ende nieuwe
daeropmaeckt, ten aensiene ende welwetentheijdt vanden proprietaris, alle de
selveedificien ende melioratien volghen naer des tochtenaers doodt den
proprie-tarissen, sonder dat de selve proprietarissen ghehouden zijn iet daeraf
tederven betalen , ten waere dat de proprietarissen t'selve
expresselijckghelooft hadden te betalen.
5. Item, een tochtenaer en mach gheen eijcken-boomen noch
andereopgaende houten uijtdoen, afhouden oft vercoopen, noch oock
bosschen,strunck-boomen noch dierghelijcke boomen houwen dan op heuren
ghe-rechten tijt, ende sij en sijn ten minsten oudt, te weten : herdt hout
sessejaeren, ende weeck hout vijf jaeren ; ende en mach de opgaende boomenniet
voorder rueren oft daeraen comen dan dat den fasseelmesse toebehoort;ende waert
dat eenighe opgaende abeelen op d'betocht goet staende nutterwaeren afgehouden
dan laten staende, waeraf die vander wet de declaratien,sullen doen, soo sullen
die vercocht worden openbaerlijck, naer voorgaendepublicatien, alle man even
naer, die meest daervoor biedt, ende de pennin-ghen daeraf comende sullen
worden ghe-imployeert, bij advise vandenerfman, aen erffelijcke renten, oft
mach die tochtenaer, onder behoorlijcke
p 544
cautie van die te restitueren t'eijnden der tocht, de
selve penninghen zijneleefdage ghedurende ghebruijcken.
6. Item, als een tochtenaer selve het betocht goedt
bedrijft endeghebruijckt, alle de vruchten ende berringhe die afghehouden,
ghemaeijtende ghepickt zijn voor zijn doot, behooren sijne erfghenaemen toe
alleene,ende die bosschen ende gers noch in d'aerde staende behooren den
proprie-tarise toe, al ist dat thout houbaer ende het gers rijp is; maer die
vruchtenop't velt staende competeren half den erfghenaemen vanden tochtenaer
voorsijn labeur; dies moeten sij allen het stroo ende caf op 't goet laten,
ended'ander helft vande vruchten den proprietarissen inder schuren
sonderhenlieden cost leveren ende doen uijtdorsschen.
7. Item, als de tochtenaer het betocht huijs, landt, hof
oft erve verhuertheeft, ende t'selve bij pachtenaeren oft huerlinghen
ghebruijckt wordt,alsdan volghen den erfghenaemen van den tochtenaer de
hueringen endepachten vande vruchten ende goeden die ghemaeijt, ghepickt ende
in huijsgedaen sijn voor sijn doot; ende ist datter hueringen sijn van huijsen
alwaergheen vruchten en wassen, die volghen den erfgenaemen des tochtenaersals
die verschenen sijn voor des tochtenaers doodt ; maer verschijnendenaer sijn
doodt, competeert de hueringhe alsdan gheheel ende al denproprietarissen,
sonder dat d'erfghenaemen des tochtenaers naer rate vandentijde daerinne mede
moghen paerten oft deijlen.
8. Item, alle lijftocht-renten moeten betaelt worden van
halven jaeretot halven jaere, al en maecken de constitutie-brieven daeraf gheen
mentie;maer t'half jaer daerinne de pensionaris sterft, daeraf en ismen niet
schul-dich te betalen.
TITEL XV.VAN VERSTERFFENISSE ENDE SUCCESSIE.
1. Eerst, naer de doot van vader ende moeder, soo
succederen alle dekinderen even ghelijck in alle de haeffelijcke ende
beruerlijcke goeden,actien ende crediten, waer ende tot wat plaetsen de
debiteurs woonachtichsijn, ende oock inde erffelijcke ende onberuerlijcke
goeden, als huijsen,hoeven, landt, bemden, gronden van erven, chijsen ende renten,
quijtbaerende onquijtbaer, gestaen, gelegen ende die gehaven worden binnen
derstadt van Liere ende heure cuijpe.
p 546
2. Maer inde erffelijcke ende onberuerlijcke goeden ende
erfrenten, dieinden bijvanghe van Liere, oft onder t'resort vanden selven
bijvanghestaen, ligghen ende ghehaven worden, deijlt een sone teghens twee
doch-teren, ende mach de sone sijne susters bewijsen, oft hem belieft, gront
endebodem, ende oft hij wille, soo mach hij sijnder suster laten heffen
aen-wedde[56] of rente in
rogge oft in gelde op alle de goeden die vader ende,moeder achterghelaten
hebben ; ende die magh een broeder afquijten, alshem dat ghelieft, terstont,
oft sijne nacomelingen, met vollen verschenenpachte ende naer den hooghsten
lantcoop, ten sij dat vader ende moeder,sittende in vollen bedde, bij
testamente oft anderen uijtersten wille, geordi-neert ende gewilt hebben, dat
sonen ende dochteren even gelijck sullendeijlen, d'welck hen wel gheoorlooft is
te doen.
3. Item, de kinderen willende succederen heuren ouders
zijn schuldichinne te brenghen dat hen van heure ouders te houwelijck oft
andersins bijmerckclijcke somme ghegheven is, ten waere dat die ouders anders
haddengheordineert.
4. Item, als vader ende moeder, sittende in vollen bedde,
eenighekinderen gheven houwelijck goet, ende daernaer een van hen beijden
aflij-vich wort, soo moet dat kint (indient wilt succederen den
overleden)innebrenghen d'eene helft van t'ghene dat hij te houwelijck ghehadt
heeft,tot profijte van sijne broeders ende susters, ende niet tot profijte
vandenlanckst-levenden , alsoo de lanckst-levende alleenlijck recht heeft
indegoeden die int 't sterfhuijs bevonden worden ten tijde vander doodt
vandeneerst aflijvighen.
5. Ende naer de doot vanden lanckst-levenden, indien
t'voorschreyen kindtwilde succederen inde goeden bij den lanckst-levenden
achterghelaten, soosoudet moeten innebrengen d'ander helft van sijnen
houwelijcken goede.
6. Item, vader ende moeder succederen heuren kinderen oft
kindts-kinderen stervende sonder wettighe gheboorte, soo verre die
kinderenaflijvich worden eer d'bedde van vader ende moeder gescheijden is
,uijtsluijtende broeders ende susters, ende allen anderen bestaende
uijtersijde, behoudelijck, indien t'kint gehouwelijckt is, den weduwer oft
weduweheure tocht in't goet daer sij schuldigh is [sijn] tochte inne te hebben.
p 548
7. Ende indien eenich kindt oft kindts-kindt aflijvich werde
sonder wet-tighe gheboorte naer dat d' bedde van vader ende moeder
ghescheijdenwaer, soo soude t' goet van sulcken aflijvigen half succederen op
den lest-levende van vader ende moeder , met vollen rechte, ende d'ander helft
opde broeders ende susters ; maer waert datter geen broeders oft susters
enwaeren, soude vande selve ander helft de lanckstlevende van vader endemoeder
hebben sijne leefdaghe lanck de tocht, ende naer sijn doodt succe-deren op de
naeste erfghenamen vanden aflijvighen, behoudelijck altijdtden weduwer oft
weduwe t' recht vander tocht, als inden voorgaendenarticule.
8. Item, in successie uijtter zijden worden alle de
haeffelijcke ende erffe-lijcke ende onberoerlijcke goeden ende erfrenten, geen
leengoeden zijnde,soo wel inden bijvanghe oft onder t' resort als inder stadt,
ghedeijlt bijmans- ende vrouwen-persoonen even ghelijck, sonder daerinne
iemandeneenigh voordeel te hebben d' een meer dan d' andere.
9. Item, inde successie uijter sijden comende, soo comen
broeders oftsusters kinderen inde plaetse van heuren ouders, ende representeren
heurenpersoon, om met heuren ooms oft moeten te moghen succederen
heureoverleden vrienden, ende excluderen de ooms oft moeijen heure kinderen.
10. Item, een halve broeder oft suster succedeert
alleenlijck zijnen halvenbroeder oft suster inde erffelijcke goeden gecomen
vander sijde daervan sijmalcanderen bestaen, ende inde helft vander have ende
vercreghen erve.
11. Item, alle erffelijcke goeden succederen ende gaen altijt
ten struijcke-waert daer sij af comen sijn.
12. Item, wanneer man oft wijf aflijvich wordt, weder sij
wettighe kinde-ren achterlaten oft egeene, soo deijlen de kinderen oft die
erfgenaemenvanden aflijvighen teghens den lanckstlevende inder manieren navolghende:
13. Inden eersten, heeft vooruijt de lanckstlevende, als
t' sterfhuijs binnende voorschreve stadt van Liere ghelegen is, uijter have die
daer overschie-tende is, als alle schulden, uijtvaert ende kerckenrechten
betaelt sijn, zijnenweduwestoel oft voordeel, om heure vrijen wille daermede te
doen, teweten gecleet, gegort sijnde, gehabijt alsoo hij oft sij lancktlevende
lest tenhooghtijde, ter kercken, ter bruijloft oft te lijcke pleghen te gaen,
endeeenen gordel tot eenen merck silvers toe, opdat daer is, dat ghedraghen
p 550
heeft geweest; ende is dat gordel beter, dat deijltmen
dat boven een merck is.
14. Item, de lestlevende heeft d' beste bedde opgerecht
alsoo 't staet,metten gardijnen, opdat die daer sijn, diemen gheorbert heeft,
met eendersargien, met twee wullen cleederen, opdat sij daer sijn, met
slapelakenen,met oorcussens, alsoo verre sij gheorbert sijn, eenen setele met
een cussendaerinne ende een voor onder de voeten.
15. Item, van andere juweelen ende anderen huijsrade
heeft de lest-levende van elcken een vooruijt, dies een is, ende niet meer; dat
selve heefthij dies twee is, daeraf heeft hij d' beste, ende dies drij is, dat
middelste.
16. Oock heeft hij oft sij vooruijt een sluijtende slot
vanden huijsrade,die hij kiest.
17. Item, voortaen deijltmen alle d'andere juweelen ende
huijsraedt halfende half, ende allen de schult die sij te gader schuldich sijn
betalen sijgelijck.
18. Ende watmen hen beijden ende elcken van hen schuldich
is, deijlensij ghelijck.
19. Item, is daer silverwerck oft silveren juweelen dies
maer een en is,dat hebben hij oft sij tot eenen marck toe.
20. Ende wes meer weeght dan een marck, dat deijltmen;
ende hoe velesilverwercx datter waere, het waere van schalen, van potten, van
croesen,van nappen, van lepelen oft anderssins de lestlevende van hen beijdenen
heeft maer een marck silvers vooruijt t'zijnen voordeele, ende datmach hij oft
sij kiesen aen welck juweel sij willen ; ende wes meerweghet dat deijltmen als
vore, behoudelijck vanden gordel, ist daer ende datgedragen is vanden
lestlevenden, datmen dat oock vooruijt heeft tot eenenmarcke toe, als voor
verclaert staet.
21. Ende men en heeft maer eenen metalen pot te voordeele
ende eenenpispot, is hij daer, ende niet meer coperen oft metalen potten.
22. Item, eenen tennen pot daermen uijt drinckt oft
drancke in haelt, hoevele potten, t'zij groot oft cleijne, datter sijn,
behoudelijck eenen tennenwaterpot, mostaertpot ende wijwatervat, opdatse daer
sijn, te voordeele.
23. Ende desghelijcx eenen ketel, hij sij cleijn oft
groot, wit oft swert,een trisoir-becken, een handtvat oft lampet, welck dat
sij, ende een lavoir.
p 552
24. Ende van pannen, van brantijseren, van roesteren, van
halen, vantanghen, van weijntijseren, van weijntpannen ende anderen
dierghelijckedinghen, van elckx en heeft [men] maer een vooruijt na der
manieren bovenverclaert.
25. Ende van allen ambachten inder voorseltreve stadt van
Liere, als manoft wijf sterft, is alderhande alem vanden ambachte daer sij af
sijn, alsbrouwers-ketels, verwers-ketels, volders-ketels oft comme,
weef-ghetouwe,aenbeelte, drooghscheerders-scheren, perssen, dische ende deser
gelijckealeme, deijlbaer half ende half, sonder voordeel.
26. Item, als t'sterfhuijs inden voorschreven bijvanghe
van Liere is ghe-leghen, heeft de lestlevende, het sij man oft wijf, tot sijnen
voordeele, opdatin't sterfhuijs daermen deijlen wille bevonden wort, ende
anders niet, gelijckende soo hiernaer volght:
27. Te weten, de lestlevende van mans-persoonen de
cleederen die totsijnen lijve behooren, alsoo hij te hooghtijde, ter bruijloft
oft te lijcke ghe-gaen heeft, ende daertoe sijn langhe messe ende sijn harnas,
ghelijck hij sijnlijf soude willen verweiren, met eenen stocke, het sij pijcke,
hellebaerde,boghe, busse oft dierghelijcke instrumenten in't sterfhuijs
wesende, dat hijkiesen wille.
28. Ende de vrouwe-persoon oock heure cleederen ,
ghelijck sij tehooghetijde, ter bruijloft oft te lijcke ghegaen heeft, ende
daertoe eenengordel oft riem weerdt sijnde sesse rentguldens eens, elcken
gulden tetwintigh stuijvers gherekent, ende niet voorder, wel verstaende, waert
bijalsoo dat t'selve gordel, beter ende meerder weerdt sijnde, bij de
ghesworenschatters oft oude-cleercoopers ghe-estimeert worde, dat die
beteringhewordt ghedeijlt bij der weduwen ende de erfghenaemen vanden
dooden,half ende half.
29. Item, de lestlevende, het sij man oft wijf, heeft
noch tot sijnen voor-deele ende weduwe-stoel vooruijt de beste bedtstede oft
coetse mettengardijnen inden sterf-huijse wesende, d'beste bedde met eenen
ouder-cleede[57], een paer
slapelakenen, een oorcussen, een sargie, eenen setelmet eenen sitte-cussene,
d'beste sluijtende slot, eenen hael, een tanghe, eenbrantijsere, eenen
roostere, een soutvat ende eenen tennen bierpot.
p 554
30. Ende alle andere haeffelijcke goeden inden
sterfhuijse wesende, endeoock de schulden, diemen den sterfhuijse t'achter ende
schuldigh is, wordenbijden lestlevende ende bij den erfghenamen vanden dooden
ghedeijlt, halfende half; dies sijn sij oock ghehouden ende schuldich de
schulden diemenbevindende is t'selve sterfhuijs t'achter te wesen ghelijck te
gildene ende tebetalen, te weten half ende half.
31. Item, de erffelijcke goeden ende erfrenten gecomen
vander sijdevanden overleden, als die gestaen ende gelegen sijn oft gehaven
wordenbinnen der voorschreve stadt van Liere ende heure cuijpe, die
succederengeheelijck ende met vollen rechte op sijne kinderen oft erfghenamen.
32. Ende vanden erffelijcken goeden ende erfrenten bij
man ende wijfvercregen staende den houwelijck, oock binnen der voorschreve
stadt,volght d'eene helft met vollen rechte des eersten aflijvighes kinderen
ofterfghenaemen, ende d'ander helft den lanckstlevende van man oft wijf.
33. Item, soo wanneer man ende wijf staende heurer
beijder eerstenhouwelijck conquesteren, oft oock te houwelijcke brenghen, oft
hen indenselven houwelijck aencomen eenige erffelijcke goeden oft erfrenten
binnenden bijvanghe van Liere oft den resorte gelegen, ende sij in dien
selvenhouwelijcke kinderen hebben, soo is in't scheijden vanden houwelijcke
delanckstlevende een erftochtenaer ten respecte van sijne kinderen van
sijnegeconquesteerden erffelijcken goeden ende erfrenten, midtsgaders
vandenghenen bij hem te houwelijcke gebracht oft hem inden selven
houwelijckaencomen, in sulcker vueghen dat hij vande selve sijne
geconquesteerdeerffelijcke goeden ende erfrenten, noch oock vanden voorschreven
anderengoeden niet en mach disponeren, noch die oock vertieren,
vercoopen,veranderen noch belasten in geender manieren, ten waer sijne
kinderensonder hoir van heuren lijve gecomen voor hem storven, in welcken
gevallede selve lanckstlevende is ende wordt weder erfman oft proprietaris
vanallen den erffelijcken goeden ende erfrenten inden voorschreven bijvangheoft
onder t'resort bij hem te houwelijcke ghebracht ende hem aencomen,ende van die
een gherechte helft van allen den gheconquesteerden goedenende erfrenten inden
voorschreven bijvanghe oft onder t'resort staende denhouwelijcke
gheconquesteert.
34. Item, de lanckst-levende van man ende wijf, weder sij
t'samen kin-deren hebben oft gheen, heeft die tocht sijn leefdaghe in die helft
van alle
p 556
des eersten aflijvighe erffelijcke goeden ende erfrenten
inden voorschrevenbijvanghe van Liere oft onder den resorte, gheene
uijtghescheijden.
35. Item, alle de erffelijcke ende onberoerlijcke goeden
ende erfrenten,die man ende wijf in heuren eersten houwelijcke t'samen hebben
ghebracht,ende hen ende elcken van hen staende den selven houwelijcke sijn
aenghe-komen, ende die sij oock t'samen hebben gheconquesteert. die staende
endegheleghen sijn ende ghehaven worden inden voorschreven bijvanghe vanLiere
oft onder t'resort vanden selven bijvanghe, succederen en de devol-veren naer
de doodt vanden lestlevende van man ende wijf op de kinderenvanden eersten
houwelijck, met seclusie van allen de kinderen die de lanckst-levende in andere
navolghende houwelijcken soude moghen procreeren.
36. Maer de erffelijcke goeden ende erfrenten inden
voorschrevenbijvanghe oft onder den resorte, die den lanckstlevende toekomen
bij suc-cessie van sijnen vader ende moeder naer de doodt vanden eersten
aflijvi-ghen, dat is als vader ende moeder vanden lestlevende overleven
deneersten aflijvighen van man ende wijf, ende oock de goeden die den
lanckst-levende van man ende wijf uijtter sijden versterven, oft anderssins
ghe-gheven oft ghelaten worden, die succederen in't gheheele op den
lanckst-levenden van man ende wijf, met vollen rechte, ende naer sijn
doodtvolghen de selve goeden den kinderen van sijne eersten ende oock vansijne
naestvolghende houwelijcken bij ghelijcke portien , ende in diervueghen
succederen de voorschreve goeden oock, ist dat die den lanckst-levende aenkomen
in't tweede houwelijck, behoudelijck dat een broeder deijltteghens twee
susters, ende anderssins heeft voordeel ghelijck hiervore in'ttweede articule
is gheseijt, ende dat, stervende die eijghenaer, sijn ghehuijs-sche vanden
tweeden houwelijcke hem oft heur overlevende, heeft de tochtsijn leefdaghe
ghedurende in d'een helft.
37. Ende van ghelijcken succederen oock op de kinderen
voorschrevende erffelijcke ende onberuerlijcke goeden ende erfrenten die bij
den lanckst-levenden van man ende wijf naer d'eerste houwelijck ende in't
tweedeworden verkreghen, verovert oft gheconquesteert.
38. Item, de lanckstlevende van man oft vrouwe hebben
oock tocht indegoeden binnen den bijvanghe oft den resorte ligghende, ende in
de rentendiemen aldaer heffende is, waeraf de proprieteijt op den eersten
aflijvighenis verstorven, hoe wel hij met vollen rechte daertoe niet en is
gekomen.
p 558
39. Item, als vader oft moeder aflijvigh wordt
achterlatende alleenlijckeen kint oft kintskint wesende uijtten lande ende men
niet en weet oftlevende oft doodt is, soo mach de lanckstlevende t'ghedeelte
vanden selvenkinde doen inventarieren ende dat blijven besitten, mits stellende
goedecautie voor t'selve ghedeelte, sonder daer iemant scheijdinghe af te
doen,totter tijdt toe dat d'erfghenamen vanden kinde doen blijcken, dat
hetoverleden is.
40. Item, inde (sic) erffelijcke goeden ende erfrenten
staende endeligghende ende die gheheven worden binnen der stadt van Liere ende
heurevrijheijdt oft cuijpen, ende oock inde beruerlijcke ende haeffelijcke
goeden,actien ende crediten die man oft wijf (kinderen hebbende t'zij van een
oftmeer houwelijcken) achterlatende sijn, succederen ende devolveren
ghelijc-kelijck op alle de selve kinderen, sonder den eenen meer voordeels
tehebben dan een ander.
41. Ten waer een weduwer oft weduwe, wettighe kinderen
hebbende,herhouwende eer hij (sic) van sijne kinderen ghescheijden oft
ghedeijlt ware,ende daernaer aflijvigh wierde, soo souden de voorschreve
kinderen aen-veerden d'een helft vander gheheelder haven ende oock vande
erffelijckegoeden staende t'tweede houwelijck verkreghen, als van heure
oudersweghen die eerst ghestorven waren, ende daertoe noch d'ander helft
vanderhelft vander voorschreve haven ende verkreghen goeden, als van
heureouders weghen die lest overleden waren, soodat sij hebben souden de
drijvierendeelen vander haven ende verkreghen goeden; behoudelijck, waertdat
in't tweede houwelijck oock kinderen waren verweckt, dat die hooftover hooft
mette kinderen vanden eersten houwelijck des weduwers oftweduwen paerten ende
deijlen d'een vierendeel vander gheheelder haven,ende mede vanden verkreghen
erffelijcke goeden ende erfrenten, behou-dende de lanckstlevende t'vierde
vierendeel vanden selven goeden metvollen rechte; behoudelijck oock, waer't soo
dat de lanckstlevende kostet'sterfhuijs stellen in sulcken state alst was ten
tijde vanden scheijden deseersten houwelijckx, ende compenserende de kinderen
vanden eerstenhouwelijcke van heure gherechtigheijdt hen sedert den scheijden
vandeneersten houwelijcke ghecompeteert hebbende, mach daermede ghestaenende
behooren hen de voorkinderen soo te vrede te houden.
42. Item, als een weduwer oft weduwe, van heuren kinderen
ghescheijden
p 560
sijnde, herhout ende wettighe kinderen achterlaet vanden
tweeden oftanderen houwelijcke, soo sijn de voorkinderen ende naerkinderen alle
erffe-lijcke ende oock de beruerlijcke ende haeffelijcke goeden ghecomen
vandersijden vanden overleden, hem met vollen rechte toebehoorende ten tijde vansijnen
overlijdene, deijlende hooft over hooft ende ghelijckelijck, behoude-lijck den
lanckstlevende de tocht sijn leefdaghe in de helft van des
aflijvigheserffelijcke goeden ende erfrenten inden bijvanghe ende onder
t'resort, endedat een broeder deijlt teghens twee susters inde selve goeden,
ende andervoordeel heeft, ghelijck hiervoor noch is verklaert ende verhaelt.
43. Item, alle legaten ende andere lasten ghemaeckt in
testamente oftuijttersten wille van man oft vrouwe in houwelijcken state
sittende, moetenvoldaen ende betaelt worden bijden erfghenamen vanden
testateur, sonderlast vanden lanckstlevende, t'en ware dat die lanckstlevende
in't maken vansulcken testamente oft uijttersten wille gheconsenteert hadde, in
welckenghevalle souden de voorschreven legaten ende andere lasten betaelt
wordenuijtten ghemeijnen goeden.
44. Item, alle haeffelijcke goeden, gout, silver,
ghesteente, juweelen,clenodien, ghelt ende schulden, toebehoorende eenen
sterfhuijse binnender stadt van Liere ende heuren bijvanghe ghevallen, tot wat
plaetse diebevonden worden , behooren te succederen ende ghedeijlt te
wordenghelijck de haeffelijcke goeden binnen der stadt van Liere ende
heurenbijvanghe wesende ende bevonden, ghelijck t'selve onder den titel :
Vanrechten ghehoude lieden aengaende, articulo xxiv is oock verhaelt[58].
45. Item, in successien heeft ende grijpt representatie
stadt ende plaetse,in sulcker vueghen, dat d'erfghenamen ende descendenten, soo
wel in colla-terale successien als inder rechter linien, altijdt staen moeten
inde plaetsevan heuren ouders oft predecesseurs, hoe verre sij oock sijn
ghedescendeert.
46. Item, de lanckstlevende van man oft wijf die in't
sterfhuijs blijftsittende ende de goeden vanden sterfhuijse hantplichtende moet
alle deghemeijne schulden vanden sterfhuijse betalen, behoudelijck hem sijne
actieende verhael vander eender helft op de erfghenamen vanden aflijvighen.
47. Item, kinderen oft erfghenamen willende in een
sterfhuijs komendeijlen, soo verre de lanckstlevende, oft andere
mede-erfghenamen, oft oock
p 562
de crediteuren dat varsoecken, moeten sufficiente cautie
stellen eer sij in'tsterfhuijs komen oft iet deijlen ende aenveerden moghen,
van te halendatter voor heur deel vallen sal te deijlen, ende oock om te
betalen henpaert van allen de schulden ende lasten dier vallen sullen moghen
betaelt temoeten worden.
48. Item, de lanckstlevende van man oft wijf moet den
erfghenamen, totheuren versoecke, openinghe doen vanden sterfhuijse, ende hen
verklarenallen de actien ende crediten van den selven sterfhuijse, om te
makeninventaris, ende moet oock de selve lestlevende, des versocht sijnde,
sweirenbij eede dat hij gheen goeden, penninghen, renten, actien oft crediten
meeren heeft oft en weet den sterfhuijse aengaende, daer t'sterfhuijs
eenighssinsinne soude gherecht sijn, dan die hij heeft verklaert ende
ghedesigneert,ende dat hij gheen goeden, penninghen oft crediten, oft iet den
sterfhuijse,aengaende versteken, verborghen, versweghen oft verdonckert en
heeft, bijhem selven oft andere, in fraude vanden erfghenamen; ende soo verre
hijnamaels iet bevonde, oft iet tot sijnder kennisse quame daer
t'sterfhuijsinne gherecht ware, oft dat den selven al oft in deele toebehoorde,
dat hijdat terstont altijdt den erfghenamen te kennen gheven, ende hen te
goedeende tot heuren ghelijck ende profijte[59]
laten komen sal ter deijlinghe.
49. Item, een weduwer oft weduwe, oft erfghenamen,
blijvende in eensterfhuijs ende aenveerdende de goeden vanden aflijvighen, oft
hen simpe-lijck draghende als erfghenamen vanden dooden, sonder opene brieven
vanbeneficie van inventaris vanden prince te verwerven, die moeten alle
deschulden ende lasten vanden sterfhuijse betalen, alwaert soo dat de
selveschulden ende lasten van den sterfhuijse verre excedeerden de weerdevande
goeden desselfs sterfhuijs.
50. Ende sijn ghehouden de voorschreve opene brieven te
verwervenbinnen den tijdt van sesse weken naer de doodt vanden aflijvighen;
ende deselve sesse weken lanck moghen sij sitten onbegrepen, om binnen dien
tijdehen te beraden, oft sij t'sterfhuijs willen aenveerden oft niet, ende
[indien]sij in't sterfhuijs niet begheeren te blijven, moghen t'eijnden de
sesse wekendaeruijt te scheijden sonder schade, mits betalende des sij inden
sterfhuijsehebben verteirt, ende voorts dat gheheelijck latende inden state als
dat was
p 564
ten daghe vanden overleden, sonder iet te versteken oft
te verberghen,bij hen oft andere, op de pene van als simpel erfghenamen
ghehouden teworden.
51. Item, de lanckstlevende mach oock inden sterfhuijse
blijven woonenten respecte vanden erfghenamen des aflijvighes, den tijdt van
sesse weken,ende aldaer tot des ghemeijnen sterfhuijs kost blijven huijs houden
endeleven met sijne familie, ghelijck hij ghewoonlijck is gheweest, ende
andersniet, tot dat de uijtvaert, sevenste ende dertighste sijn begaen ende
ghece-lebreert, ende daernaer behoort hij op sijnen kost alleen te leven,
endevoort hem te verstaen tot scheijdinghe ende deijlinghe metten erfghenamen.
52. Item, d'erfghenamen vanden dooden, alwaert soo dat de
ghemeijneschulden ende lasten des sterfhuijs excedeerden de weerde vanden
gheree-den goeden, soo verre sij hem erfghenamen draghen willen vanden doodenende
de onruerende goeden mede deijlen willen, die moeten altijdt totheuren laste
ende koste alleen betalen allen kercken-rechten, offerhanden,missen, sepulture
ende waslicht vanden dooden, insghelijckx de kostenvander beganckenisse vander
uijtvaert, ende mede vander maeltijdt derselver, ende voort oock de kosten
vande sevenste ende dertighste ende jaer-ghetijden, met oock den serck vanden
grave ende des daertoe behoort,sonder des lanckstlevende kost oft last; dies
moghen d'erfghenamen deuijtvaert ende anderssins des voorschreven staet doen
celebreren, houden,beleijden ende doen tot henlieder discretien ende in sulcker
vueghen alshen belieft; wel verstaende, waert dat de lanckstlevende van man oft
wijfbegheerde naer hen doodt oock onder den selven serck begraven te worden,oft
dat d'erfghenamen den lanckstlevende onder den selven serck doenbegraven, in
dien ghevalle moeten de erfghenamen vanden lanckstlevendeden erfghenamen des
eersten aflijvighes d'een helft vanden selven serckbetalen ende restitueren ;
maer een ieghelijck die rouwkleederen draghenwille, die moet die uijt sijnder
borssen ende tot sijn selfs koste betalen.
53. Item, lijftocht-renten, die de ouders coopen op de
lijven van heurenkinderen, sijn deijlbaer ghelijck de achterghelaten goeden ; dies
mach de
p 566
ghene tot wiens lijve de lijftocht-rente staet de selve
lijfrente alleenbehouden, indien het hem belieft, mits verlijckende sijne
andere broedersende susters daerteghens van alsoo vele als den prijs vander
ghecochterlijftochte ghedraeght.
54. Item, wanneer ooms, moeijen oft andere vrienden oft
maghen eenighelijftocht-renten coopen ten lijve van heuren nichten oft neven,
soo volghende selve lijftocht-renten ten lijve alleen daer die op ghecocht
sijn, ten waredat die cooper daeraf in't coopen hadde ghereserveert sijne
dispositie, endedien navolghende daeraf hadde ghedisponeert; want al hadde de
cooper in'tverkrijghen vander lijftochten sijn dispositie daeraf ghereserveert
ende hijdaeraf niet expresselijck en hadde ghedisponeert, soo soude de lijftochtrentevolghen
ende blijven den lijve alleen daer sij op staet, ende niemanden anders.
55. Item, als eenighe lijftocht-renten ghecocht worden
met gemeijnepenningen van weeskinderen, niet teghenstaende datse meer op des
eenslijf ghecocht staen dan op des anders, soo moeten nochtans de
selvelijftochten ghedeijlt worden als d'ander ghemeijne goeden.
56. Item, wanneer tusschen kinderen oft erfghenamen die
ghemeijnlijftocht-renten ghedeijlt zijn, ende de selve bevallen ten deele
anderekinderen oft erfghenamen dan deghene tot wiens lijve de rente staet,
sulcklijf en heeft daer gheen recht meer aen, maer volght den ghenen dien
datseaenghedeijlt sijn; ende sterft hij voor den pensionaris, soo volght de
rentesijne kinderen oft erfghenamen soo langh den pensionaris leeft, ende
nietden selven pensionaris, al is't dat de selve staende blijft op sijn lijf.
57. Item, als een vanden erfghenamen oft recht hebbende
in de achter-ghelaten goeden van eenen overleden begheert te hebben
scheijdinghe endedeijlinghe van de goeden in den sterfhuijse bevonden, die is
schuldigh alleandere, die oock recht pretenderen oft meijnen te hebben in't
selve sterf-huijs, te doen daghen voor de weth, om hen te verstaen tot
scheijdingheende deijlinghe, oft 't sterfhuijs te renuncieren ende te buijten
te gaen.
58. Ende indien de ghedaeghde compareren, soo doen
schepenen voortsrecht tusschen partijen, gelijck dat behoort; ende indien de
ghedaeghde oft eenighe van hen niet en compareerde, tot drij verscheijden
daghen daertoeghedaeght wesende twee reijsen, soo procedeertmen voorts tot
scheijdinghevande goeden in't sterfhuijs bevonden, met den scouteth van Liere
in deplaetse van den onwillighen.
p 568
59. Item, als d'erfghenamen van het sterfhuijs niet en
konnen overkomenmet hare scheijdinghe ende deijlinghe, soo behoortmen 't goet
van densterfhuijse te deijlen in soo veel deelen alsser erfghenamen zijn,
endecavelen ende lothen d'welck een ieghelijck hebben sal, ende metten
ghenendat hem bijder cavelinghe oft lotinghe valt, daer behoort een ieghelijckmede
te vreden te zijn.
60. Item, waert dat daer eenighe erve ware die niet wel
deijlbaer en ware,oft die bij deijlinghe soude argher worden, in dien ghevalle
soo behoortmente cavelen wie dat die erve setten ende prijsen sal om te gheven
oft tehouden; ende die t'selve bijder cavele valt, is schuldigh d'erfve te
schattenende te priseren, ende dan moghen d'andere, elck naer sijn
cavelinghe,kiesen oft zij die erve voor die schattinghe behouden, oft laeten
willen denghenen die de schattinghe ghedaen heeft, de welcke schuldigh is
d'erfve voorde schattinghe te aenveerden, oft die te laeten vercoopen tot
heurer alderbehoef.
61. Item, niemant en derf langher met sijne
mede-erfghenamen oftecomplicen blijven sittende in ghemejne onverdeijlde goeden
dan hun enbelieft.
TITEL XVI.VAN TESTAMENTEN.
1. Een ieghelijck mach van sijn eijghen oft proprien
goeden, hem metvollen rechte toebehoorende, disponeren, de selve gheven, laten
ende makenbij testamente den ghenen oft [de] ghene diet hem belieft, soo verre
delegataris habil is om goet te moghen ontfanghen; behoudelijck dat ouders,die
wettighe kinderen hebben, die moeten de kinderen hare legitime vrijlaeten, ten
ware dat sij redenen ghenoech hadden om die te onterven.
2. Item, man ende wijf, voorkinderen hebbende, en moghen bij
houwe-lijcke voorwaerde, testamenten, donatien noch eenigherhande
dispositienmalkanderen oft d'een den anderen niet meer gheven, laten oft
maken,directelijck oft indirectelijck, dan soo vele als elcks kints-ghedeelte
in henachterghelaten goeden bevonden worden ghedraghende, ende dat
donatien,duwarien, giften oft legaten die man oft wijf malkanderen meer gheven
oftmaken, excederende een van heurs kints-ghedeelte, sijn nul ende van
p 570
onweerden; ende ghestaen de kinderen latende haren
stiefvader oft stief-moeder met hen deijlen in dachterghelaten goeden, al oft
hij oft sij medeeen kindt waren, ende voorder en sijn de kinderen niet
ghehouden iet tederven betalen.
3. Item, een manspersoon, out sijnde veertien jaren, ende
een meijskentwelf jaren oft daerover, moghen valide disponeren bij testamente
van allenharen eijghen goeden tot behoef vanden ghenen die't belieft, habiel
ghe-noech om het legaet te ontfanghen.
4. Item, niemant en mach disponeren van leengoederen
sonder octroij van-den hertoghe van Brabant; behoudelijck dat een ieghelijck
wel mach sijneleengoeden vercoopen, verteiren[60],
belasten ende veranderen binnen sijnleven, bij consente vanden leenheere daeraf
d'leen ghehouden wort.
5. Item, een ieghelijck mach sijn testament soo dickwijle
ende menighwerven veranderen als't hem belieft.
6. Item, die van gheenen wettighen bedde gheboren en sijn
en moghenniet testeren sonder octroij vanden prince, ten ware datse hadden
endelevende achterlieten wettighe kinderen.
7. Item, niemant en mach eenighe huijsen, gronden van
erven oft gront-chijsen, binnen der stadt van Liere gheleghen, bij testamente
of dispositiebeswaren, oft eenighe fondatien daeroppe stellen, sij moeten staen
ter quij-tinghe; ende inghevalle de dispositie geene quijtinghe en hout, soo
moghendie niet teghenstaende aen d'erfghenamen[61]
oft proprietarissen die altijdtquijten, als't hen belieft, den penninck
sesthien.
8. Item, alle executeurs van testamenten moeten die
kercken-recbten,legaten ende schatschulden betalen, ende moghen daervoren binnen
jaersnaer de doodt vanden aflijvighen gheconvenieert worden, maer daernaerniet,
inghevalle sij heure rekeninghe hebben ghedaen.
9. Item, een persoon die executeur ende mede
testamentelijck mombaervande kinderen ghemaeckt ende gheordineert wort, die
mach den lastvander excutien wel aenveerden, sonder de testamentelijck
mombarije mede
p 572
te moeten aenveerden; maer wanneer hij expresse de titele[62]
testamen-taire eens heeft aenveert, soo moet hij die voortaen blijven
exercerende,sonder die te moghen renuncieren.
10. Item, d'erfghenamen, indien't hen belieft, moghen den
executeurenheur legaet betalen ende selver den last vander executien
aenveerden, mitsstellende goede ende sufficiente borchtochte voor die weth, van
het testa-ment oft den uijtersten wille te voldoen binnen 's jaers, ende te
betalen alle'tghene daer 't sterfhuijs vanden overleden inne ghehouden mach
sijn.
11. Item, die executeurs ende testamentelijcke mombaers
sijn schuldigh,als sij versocht worden, van allen weerlijken sterfhuijsen daer
eenighe wees-kinderen inne gherecht sijn, te doen wettighe rekeninghe voor
schepenen,ten ware anders bij den testamente ware gheordineert ende
expresselijckondersproken.
12. Item, die kennisse vander validiteijt vande
testamenten competeertden geestelijcken hove; maer legatarisen, ende willende
ageren uijtten testa-mente oft anderssins tot betalinge van haren legaten,
moeten dat doen voordie wethouderen.
13. Item, man, ende wijf moghen van heuren houwelijcken
goeden henmet vollen rechte toebehoorende wel disponeren, soo wanneer bij
gheenehouwelijcke voorwaerde oft andere voorgaende contracten [iet] en is
ghe-maeckt ter contrarien tot behoef van een derden.
14. Item, die ouders en moghen heure onwettighe kinderen,
die sij inharen houwelijcken staet hebben ghewonnen, oft van religieusen oft
gheor-doneerde persoonen gheprocreert, gheen erfghenamen institueren, nochgheen
legaten maken anders dan heure alimentatie.
15. Item, gheen testament oft dispositie en is soo
krachtigh, de credi-teuren en moeten voor al betaelt worden.16. Item, man ende
wijf en moghen staende heuren houwelijcke soostercken testament, codicille,
ghifte oft donatie niet maken oft passeren,voor wat gherechte oft publicq
persoon, oft bij wat solemniteijt dattet machgheschiet sijn, die lanckstlevende
van man ende wijf en heeft ende behoutaltijt naer de doodt des eersten
aflijvighen sijn liberteijt, optie ende keuse :weder hij hem houden wille aende
selve dispositie testamentaire, codicillaire
p 574
oft andere voorschreven oft aen sijn houwelijcke
voorwaerde, ende hijmach altijt blijven bij t'ghene dat hem goetdunckt, als
voor inden derdenarticule aengaende ghehoude persoonen oock gheruert staet.
17. Item, man ende wijf moghen malkanderen ende elck een
den anderen,boven t'ghene dat sij malkanderen bij hare houwelijcke voorwaerden
ghe-gheven hebben, noch versien van legate naer heuren goetduncken, ende,dat
doende, soo moet de lanckstlevende hebben ende ghenieten de houwe-lijcke voorwaerde
ende testamente beijde, ten ware dat de houwelijckevoorwaerde ware bij eede
bevestight, oft dat het testament de houwelijckevoorwaerde te niet dede, in
welcken gevalle soo en soude de lanckstlevendeniet meer moghen hebben dan d'een
van tween, te weten van de houwe-lijcke voorwaerde oft testament, ende soude
metten eenen vande tweealsdan te vrede moeten blijven, ten keuse ende ter
belieften des lanckst-levende.
TITEL XVII.VAN BASTAERDE KINDEREN.
1. Item, der bastaert-kinderen goeden volgen den heere.
2. Item, kinderen die ghewonnen sijn in concubinaetschape
bij tweeonghehoude persoonen succederen naer der stadt recht van Liere in
heuremoederlijcke goeden.
3. Maer inden bijvanghe en hebben gheen successie in
gheender manieren.
4. Item, de goeden van ghetroude ende wettighe kinderen
ghekomensijnde van bastaerden ende ghestorven sonder wettigh oir, volghen
denerfghenamen ende niet den heere.
5. Item, de onwettighe kinderen die in houwelijcken staet
sijn ghe-wonnen, oft van religieusen, oft van gheordineerde persoonen, en
succe-deren niet.
6. Item, een vrouwe zijnde ongehout magh heur kindt geven
alsulckenvader als't heur belieft, ende is bij heuren eedt gelooft te sweiren,
wie denvader van 't kint is; soo verre nochtans den man die sij 't kint
aensweirenwilt bekent, oft dat de vrouwe kan doen blijcken, dat hij met haer te
doengehadt heeft; d'welck oft de vrouwe niet en kan doen blijcken, magh denman
hem alsdan daeraf expurgeren bij eede, dat hij de moeder niet bekenten heeft,
ende alsoo vanden kinde ontslaghen zijn.
p 576
7. Item, een ghehoude vrouwe die eenigh kindt heuren
getrouden maneens gegeven heeft, ende 't selve kint bij den man als vader
opghevoet isgheweest, soodat sij-lieden ghesamentlijck dat kindt een jaer lanck
gheachtende ghereputeert hebben voor hen bijder wettigh kint, die vrouwe en
maghdaernaer dat kint niet vervaderen oft bastaert maecken.
8. Item, een man die aen een meijsken oft vrouwe een kint
gewonnenheeft, moet heur gheven, vanden tijt af dat sij bevrucht is tot dat sij
levendekint draeght, s'daeghs eenen halven stuijver, ende van dat sij levende
kintheeft ghedraghen, elcken dagh eenen stuijver, ende voor haer kinderbeddeses
guldens eens.
9. Item, een vrouwe behoort haer bastaert-kindt, dat sij
bij eenen onghe-houden man ghekregen heeft, selver metter borsten op te voeden
een vieren-deel jaers lanck, mits heur gevende die vader elcken dagh eenen
stuijver,ende betalende de winsels-doecken ende kleerkens vanden kinde;
maerdaernaer moeten sij dat kint half ende half houden ten ghelijcken koste, totdat
iemant van hun beijden hout; in welcken gevalle moet den eerstengehouden dat
kint alleen onderhouden; maer wanneer sij beijde gehoutzijn, dan moeten sij dat
kindt weder t'samen ten ghelijcken koste onder-houden, half ende half.
10. Item, ingevalle een vande ouders vanden
bastaert-kinde stierve, soomoeten des aflijvighes erfgenamen sijn goet
aenveerdende, voldoen dienaengaende des hij in leven sijnde soude moeten doen,
immers om het kintte helpen houden tot dat 't sijnen kost machtigh is te
winnen.
11. Item, een moeder magh altijt de naeste sijn van heur
selfs bastaertkindt te houden voor een vremde, soo verre sij dat kint houden
wilde opbeur selfs kost, oft om alsulcken loon als een vremde daeraf hebben
soude,ten waere dat den vader vanden kinde sufficiente redenen hadde, ende
diethoonde, waerom dat die moeder dat kindt niet en behoorde te houden.
TITEL XVIII.VAN ONBEJAERDE KINDEREN ENDE MOMBORIJE.
1. Die wethouders vander stadt ende vanden bijvanghe van Liere,
sijnrespective overmomboirs van alle onbejaerde kinderen inder stadt ende
p 578
inden bijvanghe van Liere, vader oft moeder verloren
hebbende, ende alleandere persoonen onder momborije staende.
2. Ende sijn de voorschreve wethouders schuldigh in alle
saecken ruerenldeende aengaende de momborijen van weesen sommarie te procederen
sonderforme van proces.
3. Item, soo wanneer vader oft moeder, ingeseten van
deser stadt ofthaers bijvanghs, aflijvigth worden achterlatende onbejaerde
weeskinderen, hetsij onder de sesthien jaren, oft oock daer boven, onder de
vier-en-twintighjaren oudt sijnde, oft sotte, simpele oft beroofde kinderen
haerer sinnen,oft die blindt, stom oft met allen doof zijn, soo moeten de
lancxstlevendevan hen beijden, oft den besitter vanden sterfhuijse, oft
ingevalle man endewijf beijde aflijvigh waeren, alsdan de naeste vrienden vande
onmondigekinderen, binnen vijfthien dagen daernaer comen oft seijnden bij
denscouthet ende schepenen voorschreven, ende brenghen aldaer over de namenende
toenamen van ses manspersoonen, te weten de drij daeraf van s'vaderssijde ende
d'ander drij van s'moeders sijde, den weeskinde, oft weeskinderen,oft den
onmachtighen sijnre sinnen van bloets weghen aldernaest bestaende,op de pene
van drij carolus guldens, te bekeeren in drijen, d'een derden-deel daeraf den
heere, d'ander der stadt, ende 't derde de weeskinderen.
4. Van welcke ses persoonen de voorschreven wethouderen
oft den mees-tendeel van hen alsdan kiesen ende ordonneren twee, drij ofte vier
daerafdie hen duncken 't best nut ende bequaem wesende, totter
momborijen,tutelen, curen oft besorghe vande weeskinderen oft andere
persoonenvoorghenoemt.
5. Behoudelijck dat sij daertoe kiesen persoonen die out
sijn over haervijf-en-twintigh jaren ende beneden haere seventigh jaren, ende
andersegheen.
6. Item, dat sij totter voorschreve momboorijen kiesen
die aldernaest vanbloetswegen den kinde oft persoon bestaende, op dat sij
daertoe bequaemende nut zijn, oft andere, opdat hen ghelieft, indien dat hen
dochte naerheurer conscientien dat de naeste daertoe niet soo bequaem en waren,
oftindien de selve naeste met den genen die vermombaert soude wordendeijlen
soude, oft iet gemeijns met hem hadde, oft eenighe saecke oftgadinghe met hem
uijtstaende.
7. Item, van twee oft meer persoonen den kinde oft
persoonen al even
p 580
naer bestaende ende al even bequaem zijnde totter
momboorije, moghen sijkiesen die hen goet dunckt.
8. Ende wort verstaen, als vader oft moeder aflijvigh worden,
achterla-tende eenighe sotte kinderen, onnoosele oft onmachtighe heurer
sinnen,oft die stom, blint oft met allen doof sijn, al waren die persoonen over
heurvijf-en-twintigh jaeren out, dat sij nochtans ghedaen worden in
vooghdijenen momboorijen, om heuren persoon ende goeden besorght te worden.
9. Item, de voorschreve momboiren ghecoren wesende, sijn
ghehoudente doen den eedt hiernaer volghende :
10. "Hier swere ick, daertoe ick gheacht ben, dats
momboor te sijnevan A, B, etc., weeskinderen, ende vande persoonen die in mijne
momborijengestelt zijn, dat ick de selve kinderen ende persoonen, ende haer
goeden salregeren ende hanteren, bij mijnder conscientie, wel ende
rechtveerdelijck,ende dat ick in alle stucken der selver kinderen ende
persoonen profijt salmaken ende haer schade verren, ende egheenderhande van
heure onrue-rende goeden oft renten en sal vercoopen, veranderen, verthieren
oftbelasten, sonder merckelijcke nootsaecke, ende dat bij consente vanderweth.
Alsoo moet mij, etc."
11. Item, soo wanneer de mombooren de kinderen gegeven
sijn indermanieren voorschreven, soo sijn de selve mombooren gehouden
terstontdaernaer teghens den besitter oft besittersse van den sterfhuijse, oft
andereerfghenamen die dat aengaet, te scheijden ende te deijlen allen de
goedenden sterfhuijse aengaende, te weten, ruerende ende onruerende
goeden,huijsraet, have, uijtschulden ende inschulden, ende die alsoo
gescheijdenende gedeijlt wesende, sijn sij de ruerende ende onruerende goeden
deweesen ten deele bevallen [gehouden] te setten oft te doen setten bij
inven-taris in gheschrifte, ende den inventaris te brengen bij der weth alhier
endeheuren secretaris, ende daeruijt behoortmen te extraheren ende in
eenauthenticq register te stellen allen de onruerende goeden ende oock depenninghen
ghecomen ende gemaeckt vande ruerende goeden den sterfhuijseoft de weesen
toebehoorende, welcke register onder de selve weth endeheuren secretaris blijft
berustende, om op ende naer dien inventaris jaerlijcxbij de mombooren
rekeninghe ende bewijs te doene.
12. Item, sijn de voorschreven mombooren gehouden de
voorschrevestaten, in vuegen als voorschreven staet, over te brenghen binnen
ses weken
p 582
naer dat de haeffelijcke ende beruerlijcke goeden, de
kinderen competerende,sijn gepenninckweert, op de pene van drij carolus guldens
bij elcken mom-boor die 't ghene des voorschreven is niet nagaende en is, te
verbeuren vansijns selfs propre ende eijgen goeden, ende sonder cost oft last
vande weesen,d'een derdendeel daeraf s'heeren behoef, het tweede tot der stadts
repa-ratien behoef, ende 't derde derdendeel tot profijte vanden genen die
dekennisse aen den heere doende is, soo wanneer iemandt vande
voorschrevemombooren hem naer dese ordonantie niet regulerende en is.
13. Item, inder voorschreve ordonnantien en sijn niet
begrepen de ghenedie bij heure ouders in testamente momboors gestelt sijn, maer
worden diekinderen oft erfgenamen gheregeert bij den ghenen die den
testamenteurdaertoe geordonneert heeft, behoudelijck dat sulcke
testamentelijcke mom-booren ghehouden sijn binnen vijftien daghen naer de doodt
vanden testateurder wet alhier te thoonen ende oock copije te laten indien der
selver goet-dunckt, vander ordonnantie waermede de selve momboors sijn
gheconsti-tueert, op de pene van drij carolus guldens, te verbeuren ende te
bekeerenals voor.
14. Item, naer dien dat de paertinge ende deijlinge bij
de momboorenende besitteren vanden sterfhuijse geschiet is, sijn de momboiren
endevooghden ghehouden de goeden vande voorschreve kinderen, oft andere inheure
mombaerdije wesende, voorts te regeren ende te hanteren tenmeesten oorboor ende
profijte vanden selven.
15. Item, sijn de mombooren ghehouden de haeffelijcke
goeden de weesentoebehoorende te doen vercoopen met oproepen, den ghenen meest
daer-vore biedende, naer ouder gewoonten: ende dat gedaen wesende, sijn
dieoudecleercoopers ende andere vercoopende inde coopdagen gehouden, teweten
inde stadt, binnen sesse weken naer den selven vercoope, ende indenbijvange,
binnen sesse weken naer den termijn de coopers toegelaten, televeren de
voorschreven momboiren alle de penninghen van de selve goedengekomen sijnde, op
de pene van ses guldens, te bekeeren als vore, soodickwils als sij daertoe
versocht waren, ende voorts bij den scouthet bijeerlijcke [heerlijcke] executie
ende sonder procedure van rechte daervoorghe-executeert te worden.
16. Item, ingevalle de momboiren bevonden voor de weesen
profijte-lijcker te wesen, het ware mits der soberheijt van heure goeden oft
ander-
p 584
sints, de selve weesen uijt te laten coopen bij den
lancxstlevende vandeouders, dat nochtans sij momboiren sulcken contract niet en
moghen sluijtensonder advis ende consent vande overmomboiren; ende sij daerin
consen-teren[63], sijn die
particuliere momboiren ghehouden vande lancxstlevendevande ouders, den uijtcoop
ghedaen hebbende, te nemen cautie fidejussoirsufficiente van te volcomen ende
te volbrengen allen de gheloften vandenuijtcoop, op de pene van op hen ende
heure goeden te verhalen 't verlies bijde weesen, bij ghebreke van dien, te lijden.
17. Item , alle momboiren sijn gehouden alle jaren eens
rekeninge endebewijs te doen van heuren regimente ende bewinde voor die weth
voor-schreven als overmomboirs, op de pene van drij guldens, te bekeeren
indrijen, te weten d'een derdendeel den scouthet, s'heeren behoef, ended'ander
tot der stadt reparatien behoef, ende 't derde tot behoef vandergemeijnder
bussen vanden raethuijse der selver stadt ende heurs bijvancx;welcke pene
betaelt zijnde oft niet, zijn nochtans gehouden rekeninge tedoen, als sij des
t'elcken naer d'jaer versocht worden; welcke rekeninghe,opdat die deughdelijck
is, hen gepasseert wordt inder manieren boven ver-klaert, ende behoort
jaerlijcx den staet daeraf in 't register geteeckent teworden, gelijck
voorschreven is.
18. Item, weeskinderen, simpele oft sotte menschen ende
andere dienhet bij ouderdom, verleeftheden oft kranckheden van sinnen noot oft
oorbooris bij momboiren geregeert te worden, d'welck staet ter discretien
vandevoorschreve overmomboiren, [ende] die van vaders oft moeders wegen
hieregheen maghen en hebben; oft al hadden sij eenighe, ende die de
overmom-booren totter momborijen niet nut noch bequaem en dochten, die
sullenmomboiren ghestelt worden bij de overmomboiren; welcke
particulieremomboiren behooren gheloont te worden van heuren arbeijdt, bij de
ordon-nantie vande overmomboors.
19. Item, oft iemandt vande mombooren vande weesen
stierve, oftonmachtigh sijnder sinnen oft leden werde, oft eeuwelijck uijter
stadt oftmet jaerschaeren gebannen werde, oft van hier vertrocke om quade
feijten,oft van sulcken regimente werde, dat hij sijn selfs persoon ende goeden
nietwel en regeerde, soo sijn d'andere mombooren gheouden daeraf de wete te
p 586
doen de over-mombooren, de welcke inde stede van dien
sullen kiesen endeordonneren eenen anderen momboor daertoe nutst ende bequaemst
sijnde.
20. Item, ende al ist dat de weeskinderen t'heuren
sesthien jaeren geachtende ghehouden moghen worden oft geweest sijn als
voljaert, soo blijvennochtans de persoonen die momboors hebben geweest vande
weeskinderen,die gecomen sijn tot heure sesthien jaeren, noch als curateurs,
behoudendede vooghdije ende 't regiment vande selve jongers goeden, tot dien
tijde totdat de voorschreve jonghers oudt sijn vier-en-twintigh jaeren, sonder
dat deselve jonghers selve in heure persoonen eenigh regiment oft bewindt
daerafmoghen hebben, ten waere dat alsulcke jongers tot gheestelijcken oft
weer-lijcken staet hen stelden, in welcken gevalle sij moghen d'bewint van
heurehaeffelijcke goeden hebben, ende oock mede vande jaerlijcksche
profijtenende renten van heure onruerende goeden, sonder die te moghen
vertierenoft belasten, ten waere van noode, naerder ordonnantie naergeruert.
21. Item, jongers boven sesthien jaeren ende beneden
vier-en-twintigh vi -e -twinjaeren oudt sijnde, al waren sij tot houwelijck
ghekomen, en moghen heurehuijsen, erven, erfrenten, leengoeden ende eijgen
goeden oft egeenderhandeonruerende goeden vercoopen, versetten, becommeren,
beswaren, belasten,laten afquijten noch in geenderhande maniere verthieren,
sonder consentende bijwesen van alle heure curateurs oft vooghden, oft den
meestendeelvan dien, inder manieren hiernaer verklaert.
22. Te weten, soo wanneer dat nootelijck oft oorbaerlijck
is dat dejongers eenighe heure onruerende goeden vercoopen, beswaren,
belasten,oft dat de gene die hen renten schuldigh zijn eenighe van die renten
aflossenwillen, dat alsdan de vooghden ende momboors dat ende de, reden van
dienschuldigh sijn te condighen rechtveerdelijck bij heuren eedt den
opper-mombooren vander stadt ende heurs bijvancx, ende soo verre die
opper-mombooren daerin consenteren, soo magh alsulcken veranderinge,
verthie-ringe oft lossinghe voortsganck hebben.
23. Item, de secretarissen en is niet geoorloft eenighe
voorwaerden tepasseren, oft de schepenen over eenige voorwaerden te staen, daer
eenigheweeskinderen oft jonghers onder heure vier-en-twintigh jaeren oudt
sijndeheure erffelijcke oft onruerende goeden vercoopen oft belasten,
sonderconsent ende decreet van de over-mombooren, daeraf hen blijcke, ende
datoock ten bijsijn van alle heure vooghden oft den meestendeel van hen, ende
p 588
dat decreet vande overmombooren sijn de secretarisen ghehouden
te stelleninde brieven diemen daerop expedieert.
24. Item, oft eenighe persoonen in vooghdijen ende
momborijen staende,sonder consent ende decreet vanden overmombooren ende sonder
bijsijnvan heure particuliere mombooren voor eenighe bancken binnen deser
stadtoft binnen den bijvange, oft voor notaris ende ghetuijgen, oft oock bij
inad-vertentien voor schepenen vander stadt oft heurs bijvancx eenighe
onrue-rende goeden verkochten, bekommerden oft beswaerden, soo soude alsulc-ken
vercoop oft beswaringhe van onweerden zijn.
25. Item, oft de penningen bij den cooper van alsulcke
renten oft goedenghegheven ende betaelt den weeskinde, oft den ghenen die onder
sijn jarenoft anders, als voor, in momborijen is, in al oft in deel
doorgeslaghen oftverloren waren, sonder in des vercoopers oorboor bekeert te
sijne, datin dien gevalle den selven cooper de penninghen, die alsoo
onprofijtelijckdoorgheslaghen waren, gheheel ende al verliesen soude; maer
ofter nocheenighe in wesen waeren, oft oock in profijte bekeert, soo souden die
ghe-restitueert ende wedergekeert worden, ende anders niet, ende daermedesoude
't contract daeraf ghemaeckt gherescindeert worden.
26. Item, oft oock iemant eenighe waere oft goede eenighe
van dejonghers oft vermomboorde persoonen verkochte op finantie, ende 't
gheltdaeraf doorgeslagen oft vertheirt ware in al oft in deele, dat de ghene
diealsulcke goet verkocht hadde dat goet verliesen soude, ende is den
jongenongehouden vande penninghen restitutie te doen, het en waere dat
degekochte goeden, oft de penninghen daeraf gekomen, in al oft in deelenoch in
wesen waeren, oft in sijn oorboor bekeert, ende anders niet; endede gene die
alsulcken finantie verkochte, op dat hij een ingeseten van deserstadt oft van
heuren bijvanghe waere, soude daeraf naer geleghentheijtvander saecken
ghecorrigeert moghen worden.
27. Item, in 't ghene des voorschreven is altijt
uijtghenomen, dat jongers,het sij knapele over veertien jaeren ende vrouwen
over heur twelf jaerenoudt sijnde, machtigh heurer sinnen, mogen maecken ende
ordonneren heurtestament ende uijtersten wille sonder bijwesen ende
authorisatie van heurevooghden.
28. Item, jongers oudt sijnde sesthien jaeren ende onder
heur vier-en-twintigh jaeren en moghen geenderhande coopmanschappen oft
voorwaer-
p 590
den doen oft aengaen, anders dan van broodt, bier oft
nootdruftighe saeckenheurs lijfs, sonder bijwesen van heure mombooren, ten
waere jongers diehen tot deughde ende eenighe goede exercitien stelden, den
welcken welgheorlooft is hem, bij goetduncken heurder momboors, bij
cooplieden,ende andere goede lieden te houden ende met hen deughdelijcke
coop-manschappen ende neiringhe te hanteren; in welcken ghevalle sij bewintende
administratie mogen hebben van heure haeffelijcke goeden ende vandejaerlijksche
renten ende bladinghe van heure onroerende goeden.
29. Noch en mogen inden rechte, in aenleggers oft
voorwaerders [ver-weerders] stadt ontfanghen worden, dan bij authorisatie van
heure mom-booren, oft ten minsten eenen van hen.
30. Item, jongers onder heure jaren wesende, gelijck
voorschreven is,sijn ongehouden eenighe penningen te moeten betalen, die sij op
dobbel-scholen oft elders met caertspelen, in closbanen, queckspelen oft
dierghe-lijcke spelen ontleent oft verloren mochten hebben ende schuldigh
sijngebleven, ende 't ghene dat sij op alsulcken spelen verloren ende
betaeltmochten hebben, souden sij met recht weder moghen heijsschen.
31. Item, wes de voorschreve jongers verloren ende
betaelt soudenhebben met caetsen oft balslagen, tot vijf schellingen grooten
Brabants toe,daeraf en soudemen hen egheen restitutie doen; maer wes sij op
alsulckenspelen verloren hadden ende schuldigh ghebleven waeren oft ontleent
soudenhebben, daeraf souden sij onghehouden sijn iet te betaelen.
32. Item, wie jongers betrocke tot spelen, oft aenhiele
in stoven oftbordeelen, die soudemen corrigeren naer gelegentheijt der saecken,
endewes sij aldaer verteiren ende schuldigh blijven, daeraf sijn sij
onghehouden.
33. Item, soo wie eenighe jongers, het sij mans- oft
vrouwpersoonen tenhouwelijck betrocke, oft daertoe reeden[64],
oft bij ende over ware om heursgoets wille daer deselve jonghers merckelijcke
schade, achterdeel ofte kleij-nigheijt in gheleghen waere, ende het ghebeurde
dat de vrienden oft demombooren daeraf t'onvreden waeren ende klachtigh quamen,
dat diepersoonen die den jongen oft jongers alsoo betrocken, geraden of daer
bijgeweest hadden, souden uijtgerecht worden naer gelegentheijt der saecken.
34. Item, wanneer man ofte wijf, onder heure
vier-en-twintigh jaeren
p 592
wesende, ten houwelijcke gekomen is, oft soo wanneer
eenige jonghe ghe-sellen, onder heure vier-en-twintigh jaeren sijnde, al sijn
sij ongehoudt,proper, behendigh ende van goeden regimente sijn, alsoo dat sij
hun vuegentot neiringhe, coopmanschappen ende deughden , ende sij midts
dienbegheerden ontslaghen te sijn vander vooghdijen, soo sijn heur vooghdendan
gehouden te komen bij de oppermombooren, te kennen gevende desaecke, ende dan
moeten de oppermombooren ondersoecken de maniere, deconversatie ende 't
regiment vanden jongen; ende in soo verre sij bij infor-matien ende bij eede
vande vooghden ende mombooren bevinden, dat hendunckt dat den jonghen sijn
goedt wel regeren soude sonder toedoen sijndermombooren, soo sullen sij daeraf
verleenen brieven van oorlove endeontslage heurer voogdijen, ende grijpen stadt
de coopmanschappen endehanteringhen die sij van dan voortaen doen, al eest
sonder bijsijn oft con-sent vande vooghden, uijtghenomen verthieringhe oft
belastinghe van heureonruerende goeden.
TITEL XIX.VAN PRESCRIPTIE ENDE VERLOOP VAN TIJDE.
Niemant en magh verkrijghen eenigh recht bij verloop van
tijde oft bijprescriptie minder dan van dertigh jaren continuelijck,
uijtgenomen alleen-lijck van saecken daerinne hier voor anders specialijck
versien is.
TITEL XX.VAN CESSIE TE DOEN.
1. Soo wie belast is met schulden ende begheert sijn
goeden te cederentot behoef van sijne crediteuren, is gehouden tot dien fine te
verwervenopene brieven ons genadighste heeren, ende die te interineren, ende
voortshem andersins te vuegen ende te reguleren navolghende sekere
ordonnantievan hooghloffelijcker memorie onsen heere den keijser, Kaerle den
vijfde,ghegheven inder stadt van Brussele [den] naestlesten dagh van augusto
in't jaer xvc ende sessendertigh.
Onderteeckent A. BOUDEWIJNS[65].
p 594
STIJL ENDE MANIERE VAN PROCEDEREN BINNEN DER STADT
LIEREENDE HAREN BIJVANGHE.
TITEL I.VAN DAGHEMENTEN.
1. Inden eersten, soo wanneer een aenlegger wilt iemandt
voor rechtdoen dagen, sal gehouden sijn 't selve te doen doen door den vorser
oftandere officieren van dese stadt ende cuijpe, ende daerbuijten,
indenbijvange, door de meijers, respective elck onder sijn, restrict ghevende
aende selve volcomen last, mondelinghe oft bij gheschrifte, met
declaratievanden naem ende toenaem des aenlegghers, ende der ghene die sij
gedaeghtwillen hebben [die hij ghedaeght wilt hebbenl.
2. Item, dat soo wanneer d'aenleggeren iemant te recht
willen betreckenvoor schulden staende tot namptisatie, als bekent sijnde voor
schepenen oftnotaris, oft onder het hantschrift vanden debiteur, van
wisselbrieven, verse-keringen, asseurantie (sic), verschenen huijshuere,
pachten, verloopen renten,schulden op kerven onder de somme gemaeckt (?), ende
dierghelijcke staendetot namptisatie oft provisie, soo is d'aenlegghere,
willende ten eerstendinghdaghe namptisatie verwerven, soo verre de saecke
daertoe gedispo-neert is, gehouden 't selve bij gheschrifte oft mondelinghe
relaes vandenofficier te doen blijcken dat den gedaeghde voor sulcx is
gedaeght, endebij ghebreke van dien wort den ghedaeghde dagh van beraede gegunt
adprimam, sonder prejuditie vande namptisatie.
3. Item, sal den officier, doende het daghement, moeten
noemen dennaem ende toenaem vanden originelen crediteur, soo verre
d'aenleggerewilt comen als brenger s'briefs ende ten eersten daeghe van rechte
nampti-satie obtineren, oft andersins sal de ghedaeghde insghelijck dagh
vanberaede ghegheven worden, sonder prejuditie vande namptisatie.
4. Item, sal den gedaeghde oock worden ghedeclareert den
rechter voorwien hij ghedaeght wordt, met interval, in cas van namptisatie als
voren,van vier-en-twintigh volcomen uren, ten ware van ghevanghenen,
ghehechteoft ghearresteerde persoonen.
p 596
5. Item, ingheval eenighe dienaers vroegher eenighen last
becomen omte daeghen, sullen het selve ghehouden sijn terstont te doen, opdat
partijenhen te beter moghen beraeden.
6. Ende alle andere dagementen, 't sij van illiquide
saecken oft extraor-dinarische, sullen moghen gheschieden geduerende den heelen
dagh voorhet aenstaende ghenechte oft roldagh, voor der sonnen onderganck.
7. Item, soo en salmen egeene dagementen, sommatien, arrestementen
oftexecutie moghen doen ten huijse daer een vrouwe van kinde is inligghende.
8. Ghelijckmen oock niet en sal moghen daeghen, sommeren,
arresterenoft executeren eenighe persoonen komende van buijten ende gaende
metden lijcke ter begraffenisse oft ter uijtvaert, oft komende van buijten
omalhier voor recht, ten versoecke van partijen, te geven getuijgenisse
derwaerhejjt, niet meer in't wederkeeren als in het inkomen.
9. Item, sullen de officieren gehouden sijn pertinente
declaratie te ghevenin het relateren van hunne exploicten, aen wie sij hen
daghementen hebbenghedaen, met designatie van tijdt ende stonde, ende oft de
persoonen habilsijn geweest om hunne exploicten te ontfanghen.
10. Item, dat alle dagementen gedaen op sondaegen ende
heijlighdagensullen sijn van onweerden, ghelijck oock de ghene gedaen buijten
sonne-schijn, ten waer den noodt sulcx waer vereijsschende.
11. Item, soo verre eenige vande voorschreven dienaers
ofte meijersquamen te versuijmen ten behoorlijcken tijde hunne dagementen te doen,ende
oock in faute bleven van het te doen oft overbrengen van hunnerelasen, sullen
gehouden sijn te betaelen de costen vanden dienenden dagh,ende tot dien partije
haeren intrest, ter arbitragie van de schepenen.
12. Item, sullen de dienaers oft officiers, soo ten
genechte als rolle,ghehouden sijn de ghene die sij teghens dien dage hebben
dagh bestemt,soo haest de saecke dienen sal voort te roepen om te compareren
voor recht,op pene van te verliesen hunne salarisen, ende dat de saecke sal
blijven insuspens ende sonder voortganck.
TITEL II.VAN BESETTEN ENDE VOORGHEDAEGHDEN.
1. Soo wie reelijcken tot eenighe erffelijcke oft
onberuerlijcke, haeffe-
p 598
lijcke ende beruerliicke goeden, bij besette oft
voorgedagen begheert teprocederen tot becominge van sijne erfpachten, renten
oft andere actien,indien hem niet en belieft den ghebruijcker vande panden
personelijck teconvenieren (gelijck hem wel geoorloft is te doen), is gehouden
te compare-ren, bij hem selven oft bij sijnen procureur, in presentie vanden schoutethende
ten minsten twee schepenen vande stadt oft vanden bijvanghe res-pective,
daeronder de voorschreve goeden geleghen sijn, ende aldaer teverclaeren ende
declareren met goeden bescheede de panden ende grondenvan erven die hij
begheert te besetten, met annominatie ende declaratievanden persoon oftt
persoonen die de selve goeden toebehooren, ende voorwat rente oft actie, ende
hoeveel verloops oft achterstels bij de voorschrevengoeden begheert te
besetten; allen d'welck hij schuldigh sal wesen bij eenvande secretarissen in
't register vande besetten te doen opteeckenen, opde pene van nulliteijt.
2. Item, sal den voorschreven heijsscher ende besetter
goets tijdts ende voor het naestvolgende genecht schuldigh ende ghehouden sijn
sijnendebiteur, proprietaris, huerlinck oft den besitter vande panden oft
goeden,wettelijcke wete te doen, met eenen dienaer vande stadt oft vanden
bijvangedaeronder de goeden gelegen sijn.
3. Naer welcke wettige wete, de besetteren hunne reele procedurensullen
doen vervolgen ten eerstcomenden rechtdagh, ende ten registrevanden selven
genechte onder de oude saken te doen stellen : dat Peeteroft Pauwel heeft doen
besetten alsulcken erffelijcke oft haeffelijcke goeden,als toecomen, etc.,
gheleghen oft berustende sijn, etc.
4. Item, sal alsdan den dienaer (de wete oft exploict
gedaen hebbende)schuldigh ende gehouden wesen ten selven genecht-daghe te
verclaerenende relaes te doen aen wien hij de wete vanden voorgaenden
besetter[besette?] sal hebben ghedaen., d'welck alsoo ten registre vanden
ghenechtesal aengeteeckent worden ; ende den gedaeghde behoorelijck voor
recht,voorts gheroepen sijnde ende niet comparerende, noch iemant van
sijnent'weghen behoorlijck gemachtight, die stoornisse doet oft handtvullingepresenteert,
sal ten voorschreven register gheteeckent worden : dat denvoorschreven besette
[besetter] sijnen eersten dagh ende rechtdaghe vanbesette is volkomen.
5. Insgelijcks sal de voorschreven saecke, sijnde al
wederom voorghe-
p 600
gaen een iterative wettighe wete, ten voorschreven
registre worden ghepre-senteert ten naestvolghende tweeden oft derden
rechtdaghe, ende t'elckendaeghe de voorschreve ghedaeghde openbaerlijck voorts
roepende als voor,ende noch niet comparerende, noch iemant van sijnen t'weghen,
sal daerafoock notele worden gehouden, ende ten voorschreven tweeden
ghenechtegheseijt worden : dat den voorschreven besetter sijnen tweeden
rechtdaghwel vervolght heeft, ende ten voorschreven derden rechtdage ter
leveringhe,behoudelijck dat aen d'afgesetene de tweede wete sal ghedaen worden
metbeslotene brieven.
6. d'Welck alsoo volkomen zijnde, vermagh den
voorschreven besetter,des anderen daeghs, oft soo wanneer hem 't selve belieft,
die leveringhevande besette goeden eijsschen, die hem alsdan sal worden gedaen,
termanisse des schouthets, bij vonnisse van ten minsten vier schepenen,
waer-onder de voorschreven goeden respective gheleghen sullen sijn, in 't
voor-jaer, is 't een huijs, om 'tselve goet, jaer ende dagh te houden,
sonderverbaelmonden, ende daeraen te verhaelen sijn ghebreck met de
wettelijckekosten, daeraf hem acte bij den secretaris sal worden gedepescheert,
sooverre hij sulcx versoeckt.
7. Item, soo wanneer de voorseijde reele procedure wort
ghedaen toteenighe goeden absente persoonen toebehoorende, ende[66]
daeraf egheengebruijckeren oft iemant die hem des is aendragende ende[67]
wordebevonden binnen deser stadt oft bijvanghe, soo sal de wete daeraf
wordengedaen bij behoorlijcke insinuatie oft requisitoriale brieven; ende
inghevalleniemandt hem de voorschreve goeden en is aendraghende, oft
aflijvigheoft fugitive persoonen waren competerende, sal het daghement, conde
endewete tot drij distincte reijsen, van vierthien daghen tot vierthien daghen,
bijproclamatien ende afflixien van billetten worden ghedaen, die den
secretarisop des heeren naem sal schrijven, inhoudende declaratie vande goeden,
bijwien ende waervoor die sijn beset, met inthimatie dat, ingevalle die
binnenbehoorlijcken tijde niet en worden ontset oft hantvullinghe gepresenteert,datmen
procederen sal tot leveringhe van dien.
8. Insgelijck salmen schuldigh sijn te procederen, met
presentatie vande
p 602
voorschreven saecken, van rechtdagh tot rechtdagh, als voorschreven
staet,in 't naerjaer, behoudelijck dien dat in 't voorschreve naerjaer de wete
isschuldigh ghedaen te worden aen den eijgenaer oft proprietaris vandebesette
goeden, ingevalle men hem daeraf wettige wete kan gedoen oftedoen doen; ende
ingevalle niemant te vinden en is die hem de besettegoeden is aendragende, sal
d'insinuatie gedaen worden bij proclamatie endeaffixie van billetten, als inden
voorgaenden artikel is gheseijt.
9. Item, dat de proprietarissen hunne besette goeden
sullen moghenontsetten tot de leveringe excluijs, midts stellende, als vore,
sufficientecautie van te rechte te staen ende 't gewijsde te voldoen;
behoudelijck diendat de gene die komt ontsetten naer diende de drij recht- oft
vervolgh-daeghensullen wesen ghepasseert, oock schuldigh sal sijn den besetter
te refunderende costen van rechte tot dien daghe toe ghedaen, ende anders en
sal hij nietgeadmitteert worden.
10. Item, hoewel des procureurs officie is voleijnt soo
wanneer de voor-schreve besette goeden, in 't voor- ende naerjaer, bij vonnisse
sijn gelevertin s'heeren oft partijen handen, dat den schouteth alleenlijck
toestaet (desnoot zijnde) 't voorschreven vonnisse van leveringhe ter
behoorlijcke executiete stellen, ende datter aen d'evincenten niet geleghen en
is self te compa-reren op de cierdagen, sullen voortaen de voorschreven
procureurs moghencompareren ende genieten eenen extraordinarischen termijn, die
oock salworden ghetaxeert inde costen.
11. Item, dat den huerlinck oft cooper, des versocht
sijnde, naer oudercostumen voor hunne hueringhe oft coop sullen tot hunnen
koste schuldighsijn te stellen suffisante cautie ende borchtochte, deser
juridictien subjectende bedwinghbaer wesende, ten contentemente van schouteth
ende sche-penen.
12. Item, dat niemant sijne eijgen goeden uijt des heeren
handen en salmoghen inhuren oft incoopen bij bedroghe, oft bij andere doen
inhueren oftincoopen, op de pene van nulliteijt.
13. Ende hoe men voorts behoort te procederen bij besette
tot eenighegoeden van aflijvige persoonen gheene erfghenaemen hebbende, die
sijnegoeden niet laste van schulden te betaelen aenveerden willen, ende tot
insol-
p 604
ventie ende voorvluchtighe persoonen goeden; item, hoemen
die bewaren,leveren, chieren, vercoopen ende veijlen sal, ende wie daerin
preferentiesoude moghen hebben, salmen vinden inde costume deser stadt
endebijvanghe, onder den titel : Van besetten ende voorghedaeghen, met
desdaeraen kleeft[68].
TITEL III.VAN CONDEMNATIEN OFT VONNISSEN.
1. Soo wanneer de gedaeghde oft iemandt van sijnen
t'wegen niet en iscomparerende, maer hem laet contumaceren ende verreijcken,
eenwerfanderwerf ende derdewerf voor recht voorts gheroepen sijnde, ende dat
[bij]relaes vanden dienaer oft meijer, daeronder dat behoort, blijcke dat
departije twee reijsen behoorelijck is ghedaeght gheweest om voor recht
tecompareren, soo sullen schepenen den gedaeghde comdemneren, den eijschdes
aenlegghers te namptiseren bij provisie ende hem die te laten volghen,onder
cautie bij hem te stellen van 't selve nampt te restitueren, indien mennamaels
bevonde sulcks te behooren, blijvende niet min de ghedaeghdegeheel in alle
sijne exceptien ende defensien ten principalen, indien hijeenighe heeft, met
condemnatie van costen.
2. Item, comparerende de gedaeghde ten daege als hij voor
de tweedereijse sal worden verreijckt, sal alsdan alnoch ontfangen worden om
tenprincipalen te moghen antwoorden ten naesten daeghe, midts opleggendeende
betaelende de costen van retardatien, blijvende de voorschreven ghe-daeghde
versteken van alle exceptien dilatoir ende declinatoir.
3. Item, soo verre den heijsch des aenlegghers maer en
bedraeght sesguldens eens, oft daeronder, sal partije (behoorlijck blijckende
vandendagemente) ten eersten daghe niet comparerende, gecondemneert wordenbij
provisie inde namptisatie vande ge-eijschte somme cum expensis.
4. Item van gelijcken soo wanneer partije sal wesen
gedaeght om tekomen kennen oft ontkennen sijne obligatie, signature oft ander
teekeningeoft authentick bescheet, voor schepenen onder hunnen oft stadts
zegelengedepescheert, ende daeraf blijcke bij relaes ende exhibitie vande voor-
p 606
schreve bescheeden, gelijck hier vore inden derden
article onder den titelvan citatien ende dagementen in actien personeel is
gheseijt, ende teneersten daeghe dienende niet en comparere, noch iemanden van
sijnentwegen, nochtans voortsgeroepen ende verwacht sijnde, soo salmen
insge-lijck, als vore, den gedaeghde bij provisie inde voldoeninghe vanden
voor-schreven bescheede, onder cautie bij den voorschreven aenleggere te
stellenende onder reserve als vore, condemneren, met condemnatie van kosten.
5. Ten ware nochtans dat de gedaeghde de belijdenisse,
bekentenisse,verbintenisse oft gelofte selver niet en hadde ghedaen, noch als sijne
eijgenschult onderteeckent; want in dien ghevalle soude hij andermael
moetenworden ghedaeght, ende derde werf voor recht voorts geroepen, gelijckhier
voor inden eersten artikel is gheseijt.
6. Item, ingeval de gedaeghde hem tegen alsulcken ende
diergelijckeliquide actien wilde opponeren, en sal daertegen niet gehoort
worden, tenware hij, volghde[69]
d'ordonantien ons heeren den Keijsers, in date sevenstenapril anno xvc ende
xxxix naer Paesschen[70],
des versocbt sijnde, steldesufficiente cautie, deser jurisdictien bedwinghbaer,
van te rechte te staenende 't ghewijsde te voldoen, ende[71]
woude allegeren ende proberenbetalinghe, transactie, innovatie oft andere
diergelijcke peremptoire feijten,in welcken gevalle den opponent gheadmitteert
sal worden ten thoone, omde selfste te bethoonen binnen den tijt van veerthien
daghen ende bijgebreke van dien, sal gecondemneert worden tot namptissement,
ondercautie als vore.
7. Item, soo wanneer iemant ghesuccumbeert sal hebben
inde materieprovisioneel, ende gehoort wilt wesen inde materie principael, sal
de selve,die ten principalen wilt procederen oft gehoort worden, schuldigh
weseninde selve materie principael te procederen, ende sijne actie oft saecke
teintenteren ende te vervolghen binnen 't jaer naer de namptisatie, oft
andersdaeraf sijn ende blijven versteken, ende sal den aenlegghere, de
provisiegheobtineert hebbende, het nampt blijven insolutum, ende sijne
borghevande borchtochte wesen ontslaghen.
8. Item, soo wanneer een verweerder tweemael gedaeght
ende drijmael
p 608
voor recht voorts geroepen sijnde, niet en compareert in
saecken die in eenfeijt gelegen zijn, oft van ceuren ende breucken, oft daer
erffelijckheijdt afdependeert, sulcx dat tot naerder instructie vande saecken
thoon van doenis, soo salmen den aenlegghere admitteren ten thoon, om sijne
meijninghete gewarigen met schriftelijck bescheet, levende waerheijt, oft
andersins,gelijck naer gelegentheijt vande saken men sal bevinden te behooren.
9. Item, soo wanneer iemant gedaeght wordt om rekeninge
te doen endeten eersten daeghe niet en compareert, noch iemant van sijnent
weghen,soo sal d'aenleggere voor profijt van dien geadmitteert worden om te
toonend'onderwint ende handelinghe die den gedaeghde sou moghen hebbenghehadt,
[ende] daeraf doende blijcken, sal de selve ghedaeghde ghecon-demneert worden
de voorschreve rekeninghe tot sekeren daghe daernaer temoeten doen.
10. Item, overjaerde vonnissen salmen, ten eersten
achterblijven desgedaeghde, verklaren executabel, soo verre de gedaeghde selver
bij denge-exhibeerden vonnisse is gecondemneert ende gedoemt geweest,
endeingevalle neen, salmen hem andermael moeten doen dagen ende voor rechtvoorts
roepen, ende ten derden daghe verklaren 't selve vonnisse teghen dengedaeghde
te wesen executabel, onder cautie bij den executant te stellenvan te rechte te
beteren, ingevalle hij de voorschreve executie t'onrechtdede doen.
11. Item, soo wanneer dat ghebeurt dat d'aenleggere ten
gedesigneerdendaege selver niet en compareert, oft sijne behoorlijcke
ghemachtighde, maerdaeraf in faute bleve, soo salmen in dien ghevalle den
ghedaeghde, desversoeckende, absolveren vander instantien, ende doende blijcken
dat hij,verweirder, tegen den selven daeghe ware gedaeght, salmen den voor-
schreven aenleggere in faulte gebleven zijnde condemneren in kosten.
12. Item, soo verre de selve verweirdere bovendien seggen
wilde door't voorschreve daeghsel ende gebreck des aenlegghers beschadight oft
ver-hindert gheweest te zijn, soo salmen hem toelaten sijne schade
endeintresten over te geven ; daertoe den voorschreven originelen aenleggher
salworden gedaeght bij den dienaer die daertoe staet, om daerop ter naesterolle
vanden rechtdaghe (oft genechte daeronder de saecke dient) sonderlangher
vertreck te doen oft segghen soo hem goetduncken sal, ende in cashij niet en
compareert, salmen op de overgegheven schaden ende interesten
p 610
recht doen gelijck [men] naer de ghelegentheijt vande
saecke soude bevindente behooren.
13. Item, soo wanneer iemant alhier gearresteert,
gevangen oft in gevanc-kenisse wesende, beswaert wort, ende sijn partije hem
binnen den derdendaghe geen ticht oft aenspraecke en doet, oft tot dien fine
binnen behoorlijcken tijdt niet en compareert, soo sal de voorschreve
gearresteerde,gevanghen oft beswaerde vanden arrestemente, ghevanckenisse oft
beswa-ringhe costeloos ende schadeloos ontslaghen worden, ende vande costenende
voordere schaden ende interesten, des versoeckende, salmen hemversien als in't
laetste voorgaenden article is gheseijt, ten waere partijend'een d'ander waren
houdende voor onverleth.
14. Ende sal alsulcke ontslaghen persoon, ten respecte
vanden voor-schreven apprehendant, aenlegghere oft arrestant, bevrijdt wesen
den tijtvan vier-en-twintig volcomen uren, om te gaen daer 't hem gelieft,
sondermolestatien.
15. Wel verstaende, dat d'arrestanten , aengaende de
civile arresten,waerop egheen apprehentie oft ghevanghen-stellinge gevolght en
is, tijt sijnhebbende drij daghen naer dat sij-lieden, om hem over den arreste
te fon-deren, sal ghedaeght wesen, ende sonder dagement den arrestant in
fautblijvende van hem te fonderen viertien dagen, den dagh vanden arrestemede
getelt, sal d'arrest uijt wesen ende wesen ontslagen, sonder daeroprecht oft
vonnisse te moeten versoecken, d'welck ook te verstaen is aen-gaende d'arresten
op meubele goeden ghedaen[72].
TITEL IV.VAN CAUTIE TE STELLEN.
1. Inden eersten, dat gheen persoonen gheseten buijten
deser stadt endebijvange als aenleggers in rechte sullen ontfanghen worden, ten
sij dat sijstellen behoorlijcke cautie voor de costen vanden processe; ghelijck
oockeen verweirder, geen ingeseten vande voorschreve stadt oft bijvange
sijnde(des versocht wesende) schuldigh ende gehouden sal sijn cautie te stellen
p 612
van te rechte te staen ende het gewijsde te voldoen,
besonder soo wanneereen aenlegghere sommaire ende apparentelljck doet blijcken
van sijneintentie ; ten ware uijt merckelijcke redenen ende consideratie
andersins bijschepenen werde geordoneert.
2. Ende daeromme sullen die schepenen oft commissarissen
vande rollen,wel ernstelijck letten op de qualiteijt vanden eijsch vanden gene
die borgheversoeckt, ende mercken oft den selven ten minsten waerschijnelijck
isghefondeert, aleer sij iemant met borghe belasten.
3. Item, de persoonen die ghehouden sullen sijn borge te
stellen, sullenmoghen gestaen mits verbindende soo vele erfgoeden als den
rechter naereijsch vande saeck genoech duncken sal, gemerck nemende op den
commerdaermede de voorschreve goeden belast zijn, welcken commer de
voor-schreve persoonen, des versocht sijnde, sullen gehouden wesen onder eedtte
verklaren.
4. Item, van gelijcke, sal een iegelijck ghestaen mits
stellende onder deweth soo vele onbederffelijcke goeden als 't gene daer de
questie om is,mette costen daeromme gheresen oft te rijsen, apparentelijck
soude moghenbeloopen.
5. Item, de ghene die geene ghenoechsame erffelijcke oft beruerlijckegoeden
en connen oft willen verbinden, sullen een oft meer gheloofweer-dighe
persoonen, deser banck subject sijnde, voor borghe moeten stellen.
6. Item, ingevalle de voorschreve persoonen, verweirderen
in de sakewesende, moetende, als vore, borge stellen, verklaren onder eedt
gheeneonberuerlijcke oft beruerlijcke goeden te hebben oft te weten, diese
soudenmogen oft konnen in plaetse van cautie te verbinden, oft oock niet
encosten iemanden om voor hen borge te blijven verwilligen, niet tegenstaendehare
uijterste diligentie en devoir ten selven eijnde ghedaen, ende daerafdoende
sommarie blijcken, sullen ghestaen mits doende cautie juratoir.
7. Item, alle persoonen van buijten alhier te rechte
staende, active oftpassive, als aenlegghers oft verweirders, sullen, des
versocht sijnde vandewederpartije, schuldigh ende gehouden sijn te kiesen
domicilie binnendeser stadt, om aldaer de noodelijcke weten, insinuatien ende
andere ex-ploicten ghedaen te worden : welcke weten aldaer ghedaen
wordende,sullen stadt grijpen al oft die gedaen waren aen eijgen persoonen,
totterinsinuatie ende sommatien te doen met vonnissen diffinitive incluijs.
p 614
TITEL V.VAN GUARANDE.
1. Ingevalle de gedaeghde in behoorlijcken tijt
compareert, ende ver-soeckt tijt oft dagh van sommatie oft van guarande teghen
andere, die hijpretendeert hem van de ingestelde sake souden moeten
verantwoorden, oftvoor hem moeten intervenieren, soo sal hem daertoe
behoorlijcken tijt endedagh, ende, oft noot ware, brieven van guarande
gheaccordeert worden.
2. Ende de partije alsoo ghedaeght zijnde ende niet
comparerende, nochiemant van harent weghen, soo sal partije, 't voorschreven
guarant oftsommatie versocht hebbende, moghen protesteren teghen partije niet
com-parerende van alle kosten, schade ende interesten, om die teghen
hunneerfgenamen ende hunne nacomelinghen ende goeden te verhalen, soo verrehij
sommant quame te succumberen ende 't selve protest ten registere tedoen
stellen, om hem daermede in tijden ende wijlen te moghen behelpen,ende sal in dien
ghevalle den originelen gedaeghde anderen korten daghghegheven worden om in de
saecke principael te moghen antwoorden.
3. Item, ingevalle de voorschreve partije, in materie van
guarande ghe-daeght sijnde, binnen behoorlijcken tijde compareert, ende begheert
eenenanderen voorts tot guarande gesommeert te worden, soo sal hij daertoeoock
gheadmitteert worden, aennoemende sijn guarandt, ende dat d'inda-ghen geschiede
binnen sekeren korten tijdt bij schepenen te prescriberen.
4. Item, soo wanneer partije, gesommeert sijnde, geen
voorder guaranten wete te versoecken, soo sal sij moghen versoecken copije
vande aen-sprake ende andere bescheeden bij den originelen aenleggere
ge-exbibeert,ende dagh van berade; d'welck hem sal worden geconsenteert, op
conditiedat hij ten naesten daghe dienende sal moeten verklaren, oft hij de
sakevoor den verweirdere wilt aenveerden ende intervenieren oft niet;
endeingevalle hij verklaert jae, ende d'aenlegghere met hem, als solvent
wesende,te vreden is, sal d'origineel gedaeghde uijt den processe worden
gedaen,ende anders niet; d'welck hem vrij staet soo wanneer 't voorschreven
gua-rant is versocht naer de litiscontestatie, soo en sal de sake
principaeldaerom tusschen partijen niet gestateert oft geschorst worden ; oock
soo ensal alsulcken origineel verweirdere uijt den processe niet gedaen worden,
al
p 616
waert dat iemant 't versocht guarant begeerde te
aenveerden naerde litis-contestatie, maer sullen t'samen als ghevueghde de
saecke moeten ver-volghen.
5. Item, de ghene die, als vore, voor eenen anderen komt
verweiren oftgaranderen, en magh vanden gherechte met wijcken of declineren,
maermoet litem contesteren ende antwoorden, oft voldoen t'ghene daer
sijnenoproeper in ghehouden soude sijn geweest indien hij voor hem gheen
gua-rant gheboden en hadde; ende den voorschreven interventeur wesendeeenen
buijten-man, sal daer-en-boven schuldigh ende ghehouden sijn testellen
sufficiente cautie, deser jurisdictien bedwanghbaer, van te recht testaen ende
t'ghewijsde te voldoen.
6. Item, indien partije in materie van guarant ghedaeght
sijnde compa-reerde ende verklaerde niet te willen guaranderen, sal hij
daermedeghestaen aengaende de voorschreve materie van guarande of summatie,
omde materie principael daermede niet te retarderen of te verachteren, endesal
den originelen ghedaeghde (opdat hem belieft) moghen protesteren alsvoor, ende
sal den selven verweirder teghen den naesten gheordoneertworden te moeten
antwoorden, sonder de materie principael, onder hetpretext vanden voorschreven
guarande, langher te retarderen oft te verach-teren.
TITEL VI.VAN ERFSCHEIJDINGHE.
1. De saken van erfscheijdinghen, palinghen ende daer
aenclevendesullen, uijtten ordinarisschen rolle oft ghenachte, op de plaetse
contentieus,voor schouteth ende vier schepenen ten minsten, in presentiie van
een vandesecretarissen, eerst verbalijck ende mondelinghe bedient[73]
worden, metdesignatie van plaetsen, waterloopen ende andere servituten,
daeromme dequestie is rijsende, ende sullen niet min (inghevalle de sake
diffinierbaerwordt bevonden) beijde de partijen hunne redenen verbaelijck ende
mon-delinghe ghedinght op den staenden voet in gheschrifte met korte
woordenmoeten overgheven, metten conclusien bij hen respectivelijck ghenomen,
p 618
ende tot dien alle bescheeden daermede sij respective hen
souden begeirente behelpen; welcke stucken reciproce partijen sullen worden in
loco ghe-communiceert, om daerop bij hen gheseijt te worden ghelijck sij
t'hennenraede sullen bevinden te behooren; ende sullen schepenen, is't
doenlijck,aldaer accorderen oft recht doen, t'sij ad probandum, vel alles[74]
ghelijcksij naer ghelegentheijdt ende meriten vande saken sullen bevinden
tebehooren.
2. Ende in cas partijen ten thoone gheadmitteert worden,
sal den selventhoon worden ghehoort in loco contentioso ten aensien vande
plaetse daer-omme dat de questie oft twist is, ten ware om lanckheijt van dien,
oftandere redenen anderssins bij mijn heeren wierde gheordoneert.
3. Item , soo wanneer swarigheijdt oft difficulteijt inde
saken wordtbevonden, soo ismen ghewoonlijck daerbij ende over oock te roepen
deghesworne erfscheijders deser stadt, de welcke in dien ghevalle, op
hennensalaris nae beschreven, schuldigh ende ghehouden sijn daerover ende
bijoock te compareren ende te komen, om te gheven hen goetduncken bijforme van
advis.
4. Item, sal mijn heere den schouteth, gherequireert
wesende te komenop erfscheijdinghe oft palinghe binnen der stadt ende cuijpen
der selver,hebben voor sijn comparitie 1 gulden 16 stuijvers.
5. Item, de schepenen t'samen ende onder hen te
verdeijlen. 4 gulden16 stuijvers.
6. Ende de secretaris, voor sijne comparitie,
vier-en-twintig stuijvers,sonder de besoigne die hij in loco oft elders soude
moghen doen, die welckehem sal betaelt worden naer de grootte vande acten.
7. Item, de drije erfscheijders sullen hebben voor
henlieden comparitienieder 15 stuijvers.
8. Ende gherequireert wesende op eenighe erfscheijdinghe
inden bijvange,sullen hebben dobbel recht van 't ghene des voorschreven staet;
behou-delijck dat, ingevalle het een mijle oft meer vande stadt ware, soo
sullen deselve heeren schouteth, schepenen ende secretaris oock
daer-en-bovenbetaelt worden voor hunne vacatie naer proportie vanden tijt dat
sijdaeromme moeten verletten.
p 620
TITEL VII.VAN INJURIEN.
1. Alsoo daghelijckx vele querellen oprijsen in materie
van injurientusschen de ingheseten deser stadt oft haren bijvanghe, ende dat den
twistnoch meerdert, soo mits de lanckheijdt des tijts als overmits de
oncostendie in't vervolghen vande processen ghemeijnlijck gherijsen, ende dat
weldient (besondere in dese tijden) dat alle gheresen twisten terstond ende
tenminsten coste wierden gheslicht ende te neder gheleijt, soo is
gheordonneert:datmen inder saken van injurien sal procederen sommarie ende de
plano,sonder forme van processe; ende dat doende, sal d'aenleggher, bij
manierevan requeste, in't cort verthoonen de injurien die hij soude willen
preten-deren hem aenghedaen te sijn, ende bijvueghende sijne conclusie;
welckerequeste der teghenpartije sal worden ghecommuniceert, om binnen
drijdaghen naer de selve communicatie daerop gheseijt oft ghedaen te
wordenprout consilii, promptelijck: ende oft de g'insinueerde hem daernaer
nieten reguleerde, soo sullen schepenen den remonstrant ten versoecke
admit-teren ten thoone, ende sal de beklaeghde ghedaeght worden om de
ghetuij-ghen te sien eeden; wanneer de selve beklaeghde sal moeten allegeren deredenen
van reproche die hij tegen de persoonen vande selve getuijgensoude moghen
hebben, oock op versteeck, behoudelijck partije advers daer-teghen heure
salvatie; ende bij gebrecke van wederlegginghe, oft indien dereprochen bevonden
wierden niet te wesen relevant, salmen procederentotter examinatien vande selve
getuijghen; d'welck ghedaen sijnde, salpartijen openinghe gheaccordeert worden
van thoon, ende dagh om repro-cheren ende salveren.
TITEL VIII.VAN'T GHENACHTE ENDE ROLLE.
1. Inden eersten is te weten dat inder stadt ende
bijvanghe van Lier,boven sekere kleijne smalle bancken van leengoeden ende
chijnsgoeden,worden ghehouden twee distincte judicaturen, d'een ten ghenachte,
d'welckwort ghehouden alle veerthien dagen, des smaendaeghs, bij mijne heeren
p 622
den schouteth ende ten minsten vier schepenen vanden
bijvanghe ende vierschepenen vande stadt, met een vande secretarissen; ende
d'ander geheeten"den ordinarisschen rolle," die welcke wort ghehouden
des vrijdaeghs,bij mijn heeren den schouteth ende twee schepenen vande stadt,
ende meteenen vande secretarissen.
2. Wel verstaende, oft ghebeurde des maendaeghs oft
vrijdaeghs, heijligh-dagh te wesen, dat alsdan t'voorschreven ghenacht ende
rolle wort ghe-houden des anders daeghs daernaer; tottet houden van welcken,
ghenachteende rolle den voorschreven schouteth ende schepenen ende secretaris
hunvoortaen tijdelijck sullen laeten vinden ende gereet houden, om partijen
teontkommeren ende justitie te administreren.
3. In't houden van welcke twee bancken ende rechtdaghen
men ghewoo-nelijck is te observeren den reghel van recht: quod actor sequitur
forum rei,dat is, soo wanneer een ingeseten poorter der stadt van Liere begeirt
teconvenieren oft aen te spreken een bijvanck-man, schuldigh is het selve
tedoen ten ghenachte, ende ter contrarien, soo wanneer een bijvanck-manbegeirt
te convenieren een ingeseten poorter der stadt van Liere, schuldighis het selve
te doen ten voorschreven ordinarisschen rolle.
4. Behoudelijck dien dat de ingesetenen van den bijvanghe
van keurenende breucken, accijsen ende andere worden aenghesproken ende
ghecon-venieert ten voorschreven ordinarisschen rolle.
5. Item, alle besetten ende voorghedaghen op huijsen ende
gronden aenerfve[75], mede op
haeffelijcke ende beruerelijcke goeden, t'sij dat die ghele-ghen sijn inder
stadt oft inden bijvanghe van Liere, worden ghedaen endevervolght ten
voorschreven ordinarisschen ghenachte, inder vueghen endemanieren ghelijck
hiervore onder den titel : Van citatien, wete ende proce-duren in reele actien is
gheseijt[76].
6. Item, hoewel [men] eenighen tijt gheleden, in
prejuditie ende achter-deel vande voorschreve ordinarissche ghenachte ende
rol-daghen, ghead-mitteert heeft partijen te procederen bij processen
communicatoir, daerafondertusschen de stucken in partije handen sijn ghebleven
ende ghedema-nueert, soo is't gheordonneert datmen voortaen geen processen
communi-
p 624
catoir en sal admitteren, maer partijen renvoieren ten
voorschreven ordi-narisschen ghenachte oft rolle daer dat behoort, uijtghenomen
saken vaninjurien, oft tusschen maesschap hanghende, oft andere saken
acceleratiebehoevende, ter discretien vande schepenen.
7. Item, om partijen te subleveren van costen, is
gheordineert dat allesaken niet excederende de somme van een pont Vlaemsch
sullen, soo welten rolle als ten ghenachte, bedinght worden mondelinge, mits
stellendepartijen hunne aenspraeck, antwoorde ende andere substantieel
bedinghdeniet korte woorden apud acta, sonder daerinne te stellen eenighe
ondien-stighe redenen, rediten oft impertinentien, op de pene datmen de
costen,ter causen van eenighe schrifturen in ghelijcke saken ghemaeckt, niet
ensal taxeren voor wettighe costen, ten ware, om merckelijcke
redenen,anderssins bij schepenen expresselijck ware gheconsenteert.
8. Item, dat de verweirderen in saken gheproponeert ten
ghenachtesullen hebben dagh om te antwoorden den tijdt van veerthien
daghen,ende in saken dienende ter rolle, den tijd van acht daghen, ende
daernaeralnoch eenen dagh peremptoir, alsoo dat sij ten derden daghe
promptelijcksullen ghehouden sijn te voldoen, ende dat [sij] soo voorts
successivelijckvan ghenachte tot ghenachte ende, van rolle tot rolle, alle
daghen heuroock sullen moeten reguleren in 't dienen van replick ende duplick
tot deneijnde toe van de saken, sonder eenighe voordere oft langher dilaeij
temoghen nemen, op versteeck, besonder soo wanneer partijen te beijdesijden
woonachtigh sijn binnen de stadt ende bijvanghe van Liere, tenware bij
schepenen oft commissarissen vande rolle anders wierde gheor-doneert oft
gheconsenteert langher dilaeij oft termijn, d'welck bij hunnochtans niet en sal
worden ghedaen dan om merckelijcke redenen hunblijckende ende anders niet,
behoudelijck dat partijen, soo wel d'aenleg-gher als de verweirder, naer
d'aenspraeck ende dat ghecontesteert is,sullen eens vande heeren moghen hebben
eenen heerlijcken dagh oftdilaeij, oft in wat state de voorseijde saken sijn
ghestelt voor het sluijtenvande selve sake.
9. Item, indien den verweirder wilde proponeren exceptie
declinatoir oftdilatoir, sal schuldigh ende gehouden wesen t'selve te doen ten
voorschreveneersten daghe van rechte naer den dagh dat de sake is
gepresenteert, ghe-lijck hij oock alsdan schuldigh sal sijn simul et semel te
proponeren alle
p 626
andere exceptien daermede hij hem soude willen behelpen,
op de pene vanversteeck, ten ware naederhant eenighe exceptien van nieuws hem
terhanden quamen ende openbaerden.
10. Item, inghevalle hij verweirder hem tot fondamente
van sijnderexceptien wilde behelpen met eenige munimenten oft schriftelijcke
beschee-den, sal hij schuldigh ende ghehouden sijn tselve bescheet ten
selvendaghe in recht te ederen, oock op versteeck, ten ware partije, oft
procu-reur specialijck daertoe ghemachtight, bij eede wilde affirmeren het
schrif-telijck bescheedt niet onder te hebben, maer dat t'selve ware
berustendeonder eenen anderen, ende hij dat niet en hadde konnen krijgen,
hoewelhij daertoe alle neerstigheijt ende vervolgh hadde ghedaen.
11. Item, en sal partije versoeckende brieven van
sommatien van gua-rande, van resumptie oft diergelijcke, daertoe maer eenen
peremptoirendagh totten naesten gheaccordeert worden, sulckx dat alle
termijnendaertoe ende tot andere nootsakelijcke saken ghekomen [bekomen?]sullen
wesen peremptoir; ende en sullen de procureurs d'een den anderengheene andere
langher daghen sonder expressen last van heuren meestermoghen consenteren oft
accorderen; ende oft sij anders deden, oft langherdilaeij d'een d'ander
consenteerden, oft anderen oft voorderen dagh lietennemen, soo en sullen de
procureurs gheen van beijden daeraf hunnemeesters geene termijnen mogen
eijsschen.
12. Item, soo wel d'aenlegghere als de verweerdere,
mentie makende inhun bedinghde van eenighe imtrumenten, brieven oft bescheeden,
salschuldigh wesen ten selven daghe oock te exhiberen het selve ghementio-neert
bescheet, op pene van versteeck ende hem daermede niet te mogenbehelpen.
13. Item, want metter daet bevonden is, dat ondertusschen
partijen hunbescheet, daerop sij hun sijn fonderende, alleenlijck sijn dienende
bij copijeoft extract alhier, achterwaerts houdende d'originele, opdat de
rechterenniet considereren oft bemercken en souden de fauten ende ghebreken
ind'originele stucken wesende, soo is gheordoneert, soo wie hem in
rechtbehelpen wilt met eenighe brieven, instrumenten, rekeninghen, boecken
oftander schriftelijck bescheet, ghehouden sal sijn de selve originele
brieven,rekeninghen, boecken oft ander bescheet, soo wanneer t'selve
recouvrabelende ter handt is, te exhiberen, om bijden secretaris alhier, ter
presentien
p 628
van een oft meer schepenen, henne ghe-exhiheerde copije
ende extractautenticque ghemaeckt te worden, die welcke alsdan ernstelijck de
voor-schreve originele stucken sullen visiteren, ende besien hoeveel gheloofs
endecredit die selve meriteren, ende oft die eenighsins sijn suspect,
ghecasseertoft deurschrapt, waeraf, in dien ghevalle, sij schuldigh sullen
sijn, in't auten-tiseren vande selve stucken, notule te houden.
14. Item, oft eenighe partijen oft procureurs bevonden
wierden dewaerheijt in hun eijghen feijt ontkent te hebben, oft anders vande
[dande?]waerheijt te kennen gheven, oft anderssins merckelijck ghecalumnieert
tehebben, salmen den selven straffen naer gheleghentheijt vande saken.
15. Item, soo wanneer partijen doen eenigh versoeck oft
sustenue, salpartije ten selven daghe oft uijtterlijck wel ter naester rolle
oft ghenachtedaeraen schuldigh wesen te voldoen, oft wel antwoorden, nemende
perti-nente conclusie, ende alsoo sommierelijck ten selven daeghe repliceren
endedupliceren, sonder voorder te schrijven, ten ware sulckx bij mijne
heerenwierde gheordonneert.
16. Item, soo wanneer den verweirder sal hebben ghedient
van duplijck,sal de sake ghehouden worden voor ghesloten, ende sal de selve
schriftueresecreet blijven, ten ware partijen malkanderen accordeerden
voorderschrijven.
17. Item, alsoo de ghedinghde stucken, schrifturen ende
munimentenondertusschen worden ghedemanueert, doordien de procureurs oft
partijendie wederomme uijtter griffien komen lichten ende halen, is
gheordonneertdat den griffier oft secretaris voortaen gheen overghegeven
stucken ,schrifturen oft munimenten, daermede hunne registers sijn belast, en
sullenwederomme moghen uijt hunne handen laeten gaen, maer sullen
partijenalleenlijck daeraf moghen nemen copije tot hunnen coste, op pene dat
desecretarissen daervoren sullen verantwoorden ende innestaen.
TITEL IX.VAN THOON AF TE LEIJDEN.
1. Soo wanneer partijen, oft een van beijden ten thoone
gheadmitteertsullen wesen, soo sullen sij t'samen, oft elck van hun in't
besonder, schul-
p 630
digh ende ghehouden wesen den se[ven hunnen thoon oft
thoonen af teleijden binnen drij eerste naestkomende ghenacht- oft roldaghen
naer datsij ten thoon sullen wesen gheadmitteert, sonder langer dilaeij daertoe
tenemen oft ghebruijcken, ten ware bij schepenen, om merckelijcke oftevidente
redenen (daeraf soude moghen blijcken, ende anders niet), langherdilaeijen
worde ghegheven oft gheconsenteert.
2. Item, soo wanneer eenighe ingheseten vande voorschreve
stadt oftbijvanghe, ten versoecke van partijen litiganten, ghedaeght sullen
wordenom der waerheijt getuijgenisse te geven, soo sullen sij schuldigh
endeghehouden sijn hun tot dien fine ghereet te laten vinden ende ter
ghedesi-gneerde ure ende plaetse te compareren, op de verbeurte van thien
stuij-vers, ten ware dat de ghedaeghde thoonde wettelijcke nootsake, mits
opalsulcken conditie ghedaeght sijnde met behoorlijck interval van tijde.
3. Item, soo wie insghelijck inder voorschreve manieren
ten fine voor-schreve voor de tweede reijse ghedaeght sijnde, niet en
compareert, saldaeraen verbeuren het dobbel vande voorschreve pene, ende
daer-en-bovenaen den dienaer oft meijer betalen sijnen solaris vande
daghementen.
4. Ende soo wie, voor de derde reijse ghedaeght sijnde
ten fine als vore,niet en compareerde, sal daeraen verbeuren het drij dobbel
vande voor-schreve pene, ende daer-en-boven moeten opleggen partije
ghe-interesseerdealle kosten, schaden ende intresten die hij daerdoor soude
komen te lijden,ende sal niet te min feijtelijck ende metter daet bij mijn
heere den schouteth,bij apprehensie van sijnen persoon oft stellinghe van
dienaers in sijn goet,bedwongen worden de waerheijt ghetuijghenisse te gheven.
5. Item, om partije te subleveren, soo seer het doenlijck
is, vanden lastvan thoon, soo is gheordonneert dat partijen te beijde sijden,
des versochtsijnde, sullen schuldigh ende ghehouden wesen onder eedt de
calumnie[de calumnia] te antwoorden bij kennen oft ontkennen op elck
articlenvande schrifturen in feijten consisterende; ende oft eenighe van
partijendaerinne onwilligh ende [in] ghebreke vielen, soo souden de feijten,
indien deselve waren vande eijghender daet des ghebreckelijcken, ghehouden
wordenvoor bekent; ende inghevalle neen, sullen die ghehouden worden
voorontkent.
6. Item, dat de ghetuijghen sullen worden ghe-examineert
ende overhoortten minsten van een vande schepenen ende een vande secretarissen
die
p 632
daertoe best sullen konnen vaceren, die welcke die
ghetuijgen wel endeernstelijck sullen vermanen ghedachtigh te wesen huns eedt
ende zielensaligheijdt, ende interrogeren ende vraghen naer de redenen van
hunnewetentheijdt van heure depositien, naer den tijdt ende plaetse daer
t'selvegheschiet soude wesen, wat andere persoonen daer ontrent ende bij
waren,ende van andere dependentien ende circumstantien van dien, ende
besonderoft sij de persoonen daeraf sij sijn sprekende wel kennen.
7. Item, oft sij gheen maeschap van partijen en sijn,
ende oft heur desake directelijck oft indirectelijck niet en is aengaende, oft
onproffijt [ervan]en staen te verwachten; alle 't welck den secretaris oft
greffier, over d'exa-minatie wesende, sal schuldigh ende ghehouden wesen wel
ende in 't langhegheheelijck ende al te schrijven ende op te teekenen, in
sulcker voeghenals de ondervraeghde persoonen hun ghedragh [bedragh] daeraf
sijn doende,sonder te segghen deponit aut affirmat articulum prout jacet, oft
affirmeert deghesubvirguleerde clausule oft dierghelijcke; noch oock uijt des
eens depo-sitie te transcriberen van woorde te woorde des anders verklaren oft
ghe-tuijghenisse, maer sullen een ieghelijck [-s] vande ghetuijghen
verklarenende deponeren besondere, apaert ende in't langhe minuteren ende
schrijvenghelijck sij dat sijn verklarende, sonder te moghen stellen : deponit
ut prae-cedens; op de pene van eenen gulden thien stuijvers; ende de selve
hunnedepositien bij gheschrifte ghestelt sijnde, sullen de commissarissen die
deghetuijghen met goeden bescheede voorlesen ende onderteekenen, latendede
ghetuijghen die schrijven konnen t'selve oock mede onderteekenen, endehoudende
notele vande die die niet schrijven en konnen.
8. Ende ghemerckt daeraf groote faulte worden bevonden in
subalternebancken onder de hooftbancke vanden bijvanghe van Lier resorterende,
soowort hun gheordoneert, op ghelijcke pene, hun naer t'ghene voorschrevenis
oock te reguleren ende te vueghen.
9. Item, datmen de voorschreven ghetuijghen voortaen op
gheene inter-rogatorien en sal hooren, maer alleenlijck op de poincten ende
articlen soodie bij partijen sijn bedinght.
10. Item, soo wanneer partije advers oft heuren
procureur, wettelijckghedaeght sijnde, immers twelf uren te voren ende niet
min, om dieghetuijghen te sien eeden, met advertentie ende waerschouwinghe
datinghevalle sij oft heuren procureur niet en compareert, men dies niet
p 634
teghenstaende sal procederen tot het eeden ende
examineren der selverghetuijghen, soo sullen de voorschreve commissarissen
evenwel, inghevallepartije oft heuren procureur niet en compareert, ende
ghebleven [gheble-ken] sijnde vanden daghemente, als voren, procederen totten
eede endeexamineren vande selve ghetuijghen.
11. Ende inghevalle partije komt allegeren eenighe
notabele reprochenoft exceptien teghen eenighe ghetuijghen, sullen de
commissarissen daervannotitie houden, ende evenwel appoincteren, datmen de
ghetuijghen saloverhooren omme op hunne depositien in't ramen ende maken vanden
von-nisse alsulcken regard ende consideratie ghenomen te worden alsmen
naerrecht sal bevinden te behooren, behoudelijck den reprochant sijne
naerdereredenen van reproche, ende partije advers heure redenen van salvatien.
12. Item, soo wanneer partijen gherenuncieert van thoon,
oft ghenotensullen hebben hunne voorseijde drij daghen van thoon, ende alsoo
verstekensullen wesen van voorderen thoone, soo sal partije, des versoekende,
ghe-consenteert worden openinghe ende copije vande depositien, mitsgadersvande
billetten ende articlen daerop die sijn ghehoort.
13. Item, partije willende ende begheirende te
reprocheren sal schul- digh ende ghehouden sijn t'selve te doen ten
naestkomenden ghenachte oftroldaghe naer dat de ghetuijghen volkomelijck sullen
wesen overhoort,ende dat ghekomen sal wesen ter kennisse van partije advers oft
heurenprocureur, uijtterlijck binnen twelf daghen naer het bekomen van
partijenthoonen, die sij terstont soo die ghereet sijn sullen moeten lichten;
behou-delijck dien, datmen voortaen gheen schriftelijcke reprochen oft
salvatienen sal admitteren in saken van kleijnder importantien niet excederende
desomme van achtien guldens; maer sullen partijen alleenlijck allegeren
res-pectivelijck voor reprochen ende salvatien generalia juris pro et contra
etgenerales impertinentas, ende sullen schepenen, van huns ampts endeofficie
weghen, in dien ghevalle daertoe vueghen t'ghene des ter eender oftter ander
zijden, na recht ende beleijt van saken, ter staden ende teronstaden soude
moghen komen.
14. Item, dat partijen oft heure procureurs in heure schriftelijckereprochen
oft salvatien niet en sullen moghen verhalen oft repetitie doenvan't ghene des
er ghethoont soude moghen wesen, noch daerinne verhaleneenighe redenen der
materie principael aengaende, dan naecktelijck dedu-
p 636
ceren de reprochen ende salvatien die sij souden moghen
weten te segghenvande persoonen over de saken ghetuijght hebbende ende hunne
depositien,ende mede des sij weten te segghen op de stucken, titulen ende
muni-menten bij d'een oft d'ander van partijen in forme van thoon
overghe-gheven, ende voorder niet, op pene van rejectie.
15. Item, soo wanneer partije, als vore, ghedient sal
hebben van repro-chen oft feijten van belastinghen, soo sal partije advers
schuldigh endeghehouden sijn, ten naesten rechtdaghe daernaer volghende, te
dienen vansalvatie oft reden van onschult, op versteken.
16. Ende t'proces alsoo in staet sijnde, sullen de
procureurs respectivefurnieren ende dienen van inventaris scripto, oft wel die
't belieft de notelenemploijeren voor inventaris; ende sullen sulcken
inventarissen ghetaxeertworden; ende sullen de procureurs hunne respective
inventarissen teeke-nen, ende oock de notulen onderteekenen, indien sij die
emploijeren.
TITEL X.VAN SURANNATIEN.
1. Inden eersten, naer ouder costumen, alle instantien,
t'sij die hangenvoor ordinarissche gherechten van commissarissen oft
anderssins, naer hetjaer overstreken zijnde, worden ghesuranneert, soo wanneer
men de saeckeheeft laeten een heel jaer stille staen, sonder termijn daerinne
voor rechtghehouden te hebben, ten waere dat inde saecke, t'sij principael oft
inci-denteil, soo verre waere gheprocedeert datter gheene termijnen en vielente
houden.
2. Item, willende een verweirder in alsulcken ghevalle
hem metter ver-jaeringhe behelpen, t'sij om de costen vanden processe te
heijsschen endete doen taxeren oft anderssins, is ghehouden tot dien fine
pertinente con-clusie in materie van surannatie te nemen, ende dien aengaende
vonnissete obtineren.
3. Item, al is't dat een aenleggher oock naer de
litiscontestatie ghead-mitteert wordt om vande instantie te moghen desisteren,
sonder daermedezijne ghe-institueerde actie te renuncieren, midts hem laetende
condem-neren inde costen daeromme gheresen, soo wanneer nochtans de
selveaenleggher de voorschreve zijne actie voor de tweede reijse comt
intenteren,
p 638
soo wort hij ghehouden de selve zijne tweede instantie
tot den eijnde toe tevervolghen, soo verre die verweirder dat versoeckt, oft
anderssins moet vande instantie ende actie desisteren.
4. Item, niet teghenstaende alsulcken desisteringhe vande
instantie blijftden verweirder behouden alle sijn recht van defensie ende
anderssins,d'welck hem uijt eenighe acten inden voorghenoemden processe
ghehoudenis, gheacquireert, om hem inde toecomende tijden daermede te behelpen.
5. Ende soo wanneer de saecke maer en is interrupt, door
dien egheen vanbeijden de partijen in sekeren langhen tijdt die niet en hebben
ghepresen-teert, sonder nochtans ghesuranneert te wesen, soo sal partije
begheerendevoorts te waren die moghen doen presenteren, doende te boecke
stellenende aennoemen de leste substantiele retroacte daerinne ghehouden,
sonderpartije advers daeromme te derven daeghen, ende sal in dien gevalle
denprocureur alsdan worden gheordonneert eenen sekeren dagh om indesaecke te
procederen, naervolghende de voorgaende retroacte peremptoirlijck.
TITEL XI VAN APPELLATIEN.
1. Inden eersten, als hem iemant bevint beswaert bij
eenigh appoincte-ment oft vonnisse gegeven bij schepenen vande stadt van Liere,
sal daer [van]moghen appelleren aende borghemeesteren ende schepenen der stadt
vanAntwerpen; ende soo wie hem beswaert vindt bij vonnisse ghegheven
bijschepenen vanden bijvanghe van Liere, sal daeraf moghen appelleren aenmijn
heeren den cancelier ende andere vanden raede van Brabandt; dies salhij de
selve appellatie voor schepenen oft notaris ende getuijghen schuldichsijn te
doen, binnen thien daeghen naer de pronuntiatie vanden vonnisse,oft vanden
daeghe dat die uijtsprake vanden vonnisse tot sijne oft sijnsprocureurs
kennisse sal sijn ghecomen; wel verstaende dat den dagh vanprononciatie oft
becomen vande kennisse wort mede ghetelt.
2. Item, indien hem iemandt bevindt beswaert bij eenich
appoinctementghegheven bij de commissarissen vande rolle, sal daeraf moghen
appellerenoft provoceren totten collegie vande schepenen deser stadt,
allegerendealleen hunne grieven verbalijck sonder eenich schrijven, mits
opleggendealsdan twelf stuijvers; ende sullen alsdan de schepenen de stucken
[ende]
p 640
munimenten van dien hersien ende visiteren,ende recht
doen naer behooren,ende den voorschreven appoinctement obtinerende, sullen hem
de twelfstuijvers worden gherestitueert; ende in cas hij comt te succumberen,
sullendie blijven verbeurt, behoudelijck dien, dat in cas die voordere
swaricheijtende insien in heeft, sullen partijen mogen ordonneren, dat sij tot
uijttinghevanden vonnisse voor den rapport gheldt consigneren.
3. Item, omdat daghelijckx bevonden wordt dat diversche
persoonen,sonder grief oft redenen, maer alleenlijck om voldoeninghe van vonnisse
tesuspenderen, sijn appellerende, in groote vilipendentie vande justitien
endeachterdeel ende verdriet van partije geobtineert hebbende, soo is, om
dier-ghelijcke ende andere frivole, temeraire appellatien te schouwen ende
tebeletten, geordonneert: dat soo wie van eenighen vonnisse alhier
ghewesenappelleert ende sijn appel niet en verheft oft en vervolght, sal
verbeurenneghen carolus guldens, te deijlen in drijen, d'een derdendeel den
heere[t'] tweede derdendeel de schepenen t'selve vonnisse ghewesen hebbende,ende
t'resterende derdendeel den genen die 't voortsbrocht, ten waere
denvoorschreven appellant de voorschreve sijne appellatie afginck ende
daerafrenuncieerde, ende behoorlijcke insinuatie dede aende rechters daeraf
hijgeappelleert hadde, ende aen sijn tegenpartije, binnen acht dagen,
volgensden 594en article inde ordonnantie van den raede van Brabant[77]
4. Item, de gene die hunne appellatie sullen willen
vervolghen, sullenschuldigh ende gehouden wesen t'selve te doen binnen twintich
daeghen, terekenen vanden daeghe vande voorschreve eerster ghe-interjeeteerde
appel-latie, den selven dagh daermede gherekent wesende, te weten inden
raedevan Brabandt bij opene, ende tot Antwerpen met beslotene brieven; endede
selve brieven binnen de voorschreve twintich daeghen te exhiberen endeter
executien te stellen, oft anderssins ende bij ghebreke van dien sald'appellatie
wesen ende ghehouden worden voor desert, ende voort ghepro-cedeert worden als
in den 583en articule inde voorschreve ordonnantie van-den raede van Brabant[78].
p 642
5. Item, soo wie hem bevint ghegraveert met eenighe
vonnissen ghewesenbij de oudermans vande lakenhalle alhier, ende willende
daeraf appelleren,mach dat doen inden raede van Brabant, oft voor schouteth
ende schepenender stadt van Liere, daer de partije appellerende dat ghelieven
sal, behou-delijck dat het selve respectivelijck geschiede in manieren ende
binnen dentijde als voren.
6. Item, binnen ghelijcken tijde sullen thoonen
appellatie, bij gheslotenbrieven inder hooftbancke vanden bijvanghe van Liere
moeten interinerenende te wercke stellen de partijen die hen bevinden
ghegraveert meteenighe vonnissen gegheven bij eenighe subalterne rechters onder
de voor-schreve hooftbancke vanden bijvanck van Lier resorterende[79].
7. Item, alle de voorschreven ghe-interjecteerde
appellatien sijn schors-sende ende belettende d'executie vande vonnissen daeraf
gheappelleertis, ende wes contrarie van dien ghedaen wort, wort ghehouden
voorattentaet, ende behoort ende moet costeloos ende schadeloos
afghedaenworden.
8. Item, al is't dat de saecke, in d'eerste instantie,
voor de rechterena quibus schriftelijck is beleijdt gheweest, magh nochtans
d'appellant, niet-te-min sijne grieven ende redenen van appellatien schriftelijck
overgheghe-ven [overgheven], et non allegata allegare, et non probata probare,
sonderdat van noode sij t'selve requeste civile oft anderssins te versoecken
ende teobtineren,
9. Item, en moghen de vonnissen bij subalterne bancken
van nulliteijtnoch anderssins niet ghe-impugneert worden dan bij ordinarische
weghenvan appellatie voor de hooftbancke alhier.
10. Item, de beschreven gheappelleerde rechten
[rechters], resorterendeonder de hooftbancke vanden bijvanghe van Lier, sijn
ghehouden ten ghe-te zijne bij eenighe vonnissen ghegheven bij eenighe
subalterne rechteren sonder middelen in onsen raederesorterende, behalven van
de vier hooft-steden ons landts van Brabandt, oft andere gheprivilegeerde
stedenende plecken, die selve sal ghehouden zijn daeraf te appelleren binnen
thien daghen van der date van denvonnisse, oft van den daghe dat 'tvonnisse tot
sijne kennissen ghekomen sal zijn, ende binnen twintigh daghennaer de expiratie
van de voornoemde thien daghen, oft dat 'tvonnisse tot sijnder kennisse ghekomen
sal zijn,sijn brieven van appellatien releveren ende executeren, op de pene van
desertien, ende dat die rechtersa quibus sullen moghen procederen tot executien
van heuren vonnisse, al ofter niet af gheappelleert en ware;waerteghen men niet
en sal moghen releveren, ten ware om saecken van minoriteijt, sieckte,
nootelijckeabsentie, oft andere pregnante redenen den hove daertoe moverende.
p 644
designeerden daghe over te brenghen, oft besloten ende behoorlijck
ghefurniert sijnde over te seijnden t'gheheel proces met alle de stucken, soo
t'selvevoor hem [hen] is bedinght, ende op heuren eedt te verclaren
mondelinghe,oft bij henne missive, dat 't proces wort overghebrocht oft
overghesondenin alder voeghen ende manieren ghelijck t'selve voor henlieden is
bedinght,ende verclarende t'vonnisse daerinne bij hem [hen] ghegheven niet te
willensustineren, maer te stellen partije teghen partije.
11. Welcke voorschreve overbrenginge oft overseijndinghe
vanden gheap-pelleerden processe de beschreve rechteren sullen schuldich ende
ghehoudenwesen te doen op den behoorelijcken solaris en taux, bij die vande
hooft-bancke te taxeren, sonder dien uijt hem [hen] selfs authoriteljt te
augmenterenoft partijen meer af te nemen, alsmen verstaet dat eenighe van hen
vervoor-dert hebben te doen, op arbitrale correctie; maer ingevalle
eenighesubalterne rechteren hen souden willen beclaeghen den selven taux te
soberoft te cleijn te wesen, sullen t'selve de schepenen vande voorschreve
hooft-bancke te kennen gheven, om bij henlieden daerinne versien te worden
naerbehooren.
12. Item, inghevalle de selve beschrijvinghe [sic]
subalterne rechteren tenghe-insinueerden daghe de stucken vande processe metter
sententien bijhen daerinne ghegheven niet over en brochten, soo salmen totten
selvensubalterne rechteren cost ende last anderwerf hen beschreven
[beschrijven],op sekere boeten ende penen t'voorschreve processe over te
brenghen oftbehoorlijck ghefurniert sijnde ende toeghesloten over te seijnden.
13. Item, inghevalle de ghe-inthimeerde ten
ghedesigneerden dageachterbleve ende niet en compareerde, soo sal hij teghen
den naesten daeghetot sijnen coste worden beschreven; alnoch niet comparerende,
nochiemandt van sijnen t'wegen, ende den appellant geproponeert hebbendesijne
grieven, sal't proces ghehouden worden voor ghesloten, ende rechtworden ghedaen
over de overghebrochte ende overghegheven stucken,ende sal den ghe-inthimeerde
in allen ghevalle ghecondemneert worden indecosten daeromme gheschiet, weder
het vonnisse a quo wort gheconfirmeertoft niet.
14. Ende inghevalle d'appellant noch iemandt van sijnen
t'wegen tenbeschreven dage niet en compareerde, soo sal hij worden
ghecondemneertinde costen ende vacatien van dien daghe; ende ten naestcomenden
ghenechte
p 646
alnoch niet comparerende, bij hem selven oft iemanden
anders beproeve-lijck ghemachticht, sal't vonnisse a quo worden gheconfirmeert,
ende denappellant ghedumpt inde costen ter saecken vande selve appellatie
gheresen,ten waere om merckelijcke ende evidente redenen anderssins bij
schepenenwerde gheordonneert.
15. Ende sijn aen de voorschreve hooftbanke gewoonlijck
ende schuldighbij appellatie te comen, als daeronder resorterende :die
schouteth ende schepenen vander voochdije van Mol, Balen endeDijselle ;Die
drossaert ende schepenen des slants [sic].
TITEL XII.VAN LEERINGHE.
1. Aengaende de processen, die bij de schepenen oft
rechteren vandesubalterne bancken oft neder-gherechten der jurisdictie vande
hooftbanckevanden bijvanghe van Liere sullen overghebrocht worden in cas van
lee-ringhe oft om ghe-instrueert oft gheleert te worden, wes sij in die
soudenhebben te wijsen, sullen partijen litiganten schuldigh ende ghehouden
sijnuijt den overghebrochten processe recht te versoecken, ten waere daerinnebehoefde
iet beijde [bij de] rechteren leeringhe begheerende ende versoec-kende
ghesuppleert oft daeruijt gherejicieert oft in ghecorrigeert te werden,waeraf
de voorschreve partije t'selve pretenderende sal gheoorloft wesenheure actie te
intenteren, ende anderssints niet; ten waere bij schepenenvande voorschreve
hooftbancke bevonden werde dattet voorschreve overge-brocht proces niet
volcomelijck en waere ghe-instrueert om ghtermineert teworden, oft om andere
merckelijcke redenen anderssints gheordonneertwerde; ende t'voorschreve proces,
alsoo behoorlijck ghe-instrueert endevolcomen sijnde, sal't selve bij schepenen
der hooftbancke vanden bijvanghevan Liere, onder hennen behoorlijcken solaris,
ernstelijck worden gevisi-teert; die welcke de schepenen, de voorschreve
leeringhe versocht hebbende,schriftelijck besloten sullen overseijnden, hoe
ende wes sij daerinne sullenhebben te wijsen; ende sullen de subalterne
rechteren de voorschreveleeringhe versocht hebbende, schuldich ende ghehouden
wesen t'selve
p 648
advies ende leeringhe te pronuncieren, ende te weten in
alder voeghen endemanieren ghelijck hen dat schriftelijck overghesonden sal
wesen, sonderdaerinne iet te veranderen, af ofte aen te doen in eeniger
manieren, op depene van nulliteijt; ende sal partije ge-intresseerde heur des
moghenbeclaeghen aende schepenen vande voorschreve hooftbancke, oft daer
endesoo sij't heuren raede sal bevinden te behooren.
TITEL XIII.VAN TAXATIEN VAN COSTEN.
1. Soo wanneer iemandt ghecondemneert sal sijn in eenighe
costen, endedat de winder vande selve costen taxatie versoeckt, soo sal hij
schuldichsijn de selve sijne wettighe costen pertinentelijck ende ten cortsten
datdoenlijck is bij gheschrifte te doen stellen, sonder inde selve
eenigheprologhe oft langhdurich verhael vande saecke te moghen maecken,
andersdan in deser voeghen : "Costen gheresen tusschen (die), als
articule, endetusschen (die), als verweirdere, naervolghende den vonnisse oft
copijedaervan hieraen geattacheert. Versoecken daeraf taxatie." Ende sal
die opeenen raedt-oft ghenechtdagh (daer het proces is bedinght)
overgegeven[worden], in presentie vanden procureur vanden ghecondemneerde, oft
deghecondemneerde eerst daertoe ghedaeght sijnde; welcke procureur
oftghecondemneerde schuldich ende ghehouden sal sijn ten eerstcomendenghenechte
oft raedtdaeghe daer naest volghen[de] daerop te diminueren,sonder meer
termijnen te moghen houden, ende bij ghebreke van diminutie,salmen bij
contumatie procederen totter taxatien vande selve overgheghevencosten op de
copije vanden triumphant.
2. Item, sal de voorschreve taxatie ghedaen worden bij
twee schepenenten overstaen van eenen vande secretarisen, die daeraf sullen
hebben dentwintichsten penninck, de twee derde deelen daeraf totter
voorschreveschepenen, ende t'[ander] derde deel tot des voorschreven secretaris
behoef.
3. Item, om de voorschreve taxatie te doen, sal den
versoecker oft sijnenprocureur besorgen dat alle de stucken vanden processe
ende mede decopijen bij hem ghelicht, worden ghevoecht totter voorschreve specificatienvan
costen, om die bij de schepenen ende secretaris ghesien ende gevisiteert
p 650
te worden, oft de voorschreve costen daerbij ende mede
worden geverifi-ceert oft niet, wantmen gheene costen oft vacatien en sal
taxeren dan daerafbehoorlijck blijcke bij de registren alhier oft anderssints.
4. Ghelijck oock geene noodeloose vacatien, termijnen oft
costen ensullen ghetaxeert worden, dan alleenlijck die dienende sijn tot
noodelijckeinstructie ende substantie vande saecke, als aenspraecke,
antwoorde,replijck ende duplijck, drij daghen van thoon, reproche, salvatie,
daghenvan sommatien, van guarand, van resumptien ende diergelijcke, tot
welckerespective feijten maer eenen termijn voor wettich en sal worden
ghepas-seert, ten waere de partije ghesuccumbeert eenige termijnen hadde ghecau
-seert, die in dien ghevalle oock getaxeert sullen worden, als wesende
sijneijghen schult.
5. Item, sal inde voorschreve costen getaxeert worden den
solaris vandedienaers, om den gecondemneerden metter acten van costen te sommeren,sonder
voorder.
6. Item, van ghelijcken, en sullen oock gheen vacatien
gepasseert wordendan de gene die gedaen worden ten eijnde als vore ; om het
welck te beterte weten, soo sal den comparant alhier met gaeder
[goeder]specificatien doen opteeckenen tot wat eijnde ende om wat te doen hij
salwesen ghecompareert.
7. Ende want eenighe persoonen, diversche reijsen
compa-reren sonder noodt, waerbij de wederpartije succumberende soude bij
detaxatie ende betaelinge van alsulcken comparitie boven redenen moghenworden
beswaert ende ghe-intresseert, soo is gheordonneert dat voortaenelcke partije
in een proces niet meer dan drij comparitien en sullen wordenghepasseert, ten
waere uijt sonderlinghe consideratien ende redenen bijschepenen meer
comparitien worden geadmitteert.
8. Item, hoewel eertijden sekere taxen sijn ghemaeckt
gheweest voor devacatien vande ghene die alhier mochten beschreven wesen oft in
rechtecompareerden te peerde, te waghen oft te voete, nochtans midts dien
qua-lijck moghelijck is daerop eenige sekere vastelijcke voet oft taux te
stellen,principalijck alsmen respecte soude nemen op de qualiteijt vanden
compa-rerenden persoon, heuren handel, verleth ende andere circumstantien,
soois gheordonneert dat voortaen de voorschreve vacatien in't taxeren vandecosten
bij schepenen oft commissarissen sullen worden getaxeert ende ghe-
p 652
modereert naer de qualiteijt vande persoonen, heuren
handel, verleth,d'istantien [distantien] van heur woonplaetse, perijckelen
vande weghenende anderssints, sonderlinghe consideratie nemen hoe sij
ghewoonlijck sijnin hen selfs affairen te reijsen, te gaen ende te staen.
9. Item, ingevalle de gecondemneerde binnen ses dagen
naer de voor-schreve sommatie de voorschreve ghetaxeerde costen niet en
betaelde, endat hij oversulcx behoorde ghe-executeert te worden, soo sal den
dienaer,daeronder dat behoort, voor de andere naercosten mede executeren soo
velegoets als waerschijnelijck de voorschreve naercosten souden moghen
bedra-ghen: de welcke naercosten bij den voorschreven officier oft dienaer
bijcorte memorien in gheschrift ghestelt sijnde, sullen bij schepenen
wordenghetauxeert, ende de naercosten alsoo betaelt sijnde, sal het overschot
denghecondemneerden worden gherestitueert.
10. Item, oft het ghebeurde dat van eenigh vonnis condemnatoir
alhiergewesen werde geappelleert, soodat van noode wert het proces mettestucken
te hoofde overghedraeghen te worden, sal in dien ghevalle denprocureur van
partije inde saecke ghetriumpheert hebbende ghehoudenwesen goedtstijdts ende al
eermen het voorschreve proces mette stuckendaertoe dienende overdraeght,
daervan, op sijnen solaris, te stellen perti-nente rekeninghe oft notitie, ende[80]
vande grootte vande stucken, compa-ritien, etc., ende die bij iemandt vande
schepenen oft secretarissen laetenteeckenen; welcke specificatie aldus ghestelt
sijnde hem sal (ende[81]
is'tnoodt, naemaels voor libel dienen) diemen alsdan sal taxeren ten
lastevanden ghesuccumbeerden.
11. Item, ende soo iemant van partijen bij dusdanighe oft
voorghepre-scribeerde taxatien sich gegraveert bevint, sullen [sal] daervan
moghenprovoceren aen het collegie, die het selve origineel libel sullen
revideren,corrigeren oft confirmeren naer behooren, midts betalende den
provocantdaeraf den 20 en penninck aende selve schepenen, de welcke, in cas hij
welheeft geprovoceert, sullen comen ten laste van den ghe-inthimeerden.
p 654
TITEL XIV.VAN EXECUTIEN VAN GEWESEN VONNISSEN.
1. Inden eersten staet te weten, dat de ghecondemneerde
bij vonnissevande schepenen der stadt van Liere, t'sij uijt crachte van
verrijcke oftanderssints, naer ouder costumen dach ende tijt heeft van twaelf
daghennaer de sommatie, de welcke ghedaen magh worden aenden procureurvanden
ghecondemneerden, soo hij absent is, om den selven vonnisse tevoldoen; in
welcke twaelf daghen niet en wort gherekent den dagh vandesommatie, ten waere
daernaer preciselijck diende (?).
2. Ende desghelijck wordt oock verstaen vande vonnissen
gewesen bijdie vande hooftbancke vanden bijvanghe, als vande lakenhalle.
3. Item, waert dat de voorschreve gecondemneerde binnen
den voor-schreven tijde den vonnisse niet en voldede, sal den triumphant
t'selvevonnisse moghen doen stellen ter behoorlijcke executie, te weten
issetcontumaciael oft provisioneel, onder solvente cautie van persoonen
oftonbederffelijck goet, ende isset diffinitief, sonder cautie.
4. Dat tot het stellen van sulcken cautie den
ghesuccumbeerden salworden ghedaeght, ende in cas hij daerteghen weet te
segghen, sal datelijcksijne redenen mondelinghe moeten opdoen, ende den
triumphant daeropdoen oft segghen, alswanneer schepenen datelijck sullen
jugeren de suffi-santie oft insuffisantie vande borgen, ende sal alsdan, in cas
van suffisantie,met d'executie moghen voorts gheprocedeert worden, ten waere
schepenenbreeder informatie begeerden te hebben.
5. Item, soo wanneer iemant versoeckende is executie
vande schepenengelofte staende tot parate en heerlijcke executie, soo sal den
voorschrevenversoecker de voorschreve sijne gelofte brengen ende overleveren in
han- -@n at vo en-de'rnoeteaden des voorschreven schouteth ende borghe stellen
als vore, ende moetenverlegghen den ouden salaris, tot dat anders sal werden
gheordonneert.
6. Item, in actien reel, inde welcke d'aenleggere iet
aenghewesen sal sijn,soo sal t'selve aenghewesen goedt bij den schouteth
ghestelt worden indemacht, faculteijt ende possessie vanden aenlegger, dien hij
aenghewesen is,ende de welcke daerinne ghemaintineert, gehouden ende bewaert
salworden, ende sal de gecondemneerde uijt de possessie ende gebruijck vandien
gestelt ende geset worden.
p 656
7. Item, [in] actien personeel, als iemanden eenige
sommen van pennin-gen aenghewesen is, ende vanden vonnisse executie wort
versocht, soo salmijn heere den schouteth, des versocht wesende, schuldich sijn
terstonts teaenveerden soo vele haeffelijcke goeden den ghecondemneerden
toebehoo-rende als waerschijnelijck tot voldoeninghe behoeven sullen, ende dat
onderbehoorlijcken inventaris, ter presentie van twee schepenen bij
eenensecretaris ghemaeckt.
8. Ende sullen de selve geannoteerde goeden ten laste
vanden ghecon-demneerden bewaert worden totten eersten naestcomenden
mercktdagh;wanneer de voorschreve schouteth alsdan, sonder langher vertreck,
gehou-den sal wesen die te doen vercoopen, met ghereeden gelde, bij
geswoorneoude-cleercoopers, ende dat bij openbaere uijtroepinghe, t'sij ten
huijse desghecondemneerde ofte op de merckt, daer't hen best goetduncken sal
omde selve goeden ten hooghsten te vercoopen.
9. Item, men sal de voorschreve afpandinge doen ten
minsten laste endehinder vanden gecondemneerden, als't moghelijck oft doenlijck
wesen sal,sonder eerst sijne wapenen oft instrumenten daermede hij ghewoonlijck
issijnen cost te winnen, sonder sijne beesten oft dierghelijcke have
hemnoodelijck ende oorboirlijck wesende, af te panden, soo verre daer
anderehave genoech bevonden wort om d'executie te voldoene; ende insgelijck
ensalmen oock niet nemen overtollige haeffelijcke goeden, evidentelijck
beteroft die meer verkocht souden moghen worden dan de somme die te execu-teren
staet, mette costen daeromme gheresen, soude moghen bedraeghen.
10. Item, dat mijn heere den schouteth vande penningen
procederendevande voorschreve vercoopinge sal voor al doen voldoen, binnen drij
daghennaer de selve vercoopinghe, den ghenen tot wiens behoef de
voorschreveexecutie is ghedaen, van hem nemende behoorlijcke quitantie tot
profijtende versekerheijdt vanden ghe-executeerden, ende het surplus oft
resteoverende boven dien ende de costen vande executien (mette
voorschrevebreucken) sal hij den ghe-executeerden wederomme doen gheven, ende
salden ge-executeerden hebben sijn lostijdt van vier-en-twintigh uren,
inghe-valle den executant mette vercochte goeden is voldaen, ende
anderssintsniet.
11. Item, indien de ghecondemneerde hem wilde opponeren
teghend'executie oft daeraf appelleerde, soo salmen hem in sijne oppositie
ontfan-
p 658
ghen, behoudelijck dat de somme inden vonnisse begrepen
sij ghenampti-seert onder de weth, in ghereede penningen oft panden niet
bederffelijckwesende, ende soo [veel] weert sijnde als de somme inden vonnisse
begrepenis bedraegende; in welcken gevalle ende daeraf doende blijcken bij
recipissebij een vande secretarissen onderteeckent, salmen d'executie (ende
anders-sints niet) supercederen.
12. Item, is gheordonneert datmen voortaen wel sal mogen
ter executienstellen vonnissen die verjaert sijn, als sij over de drij jaeren
gheleden nieten sijn ghewesen; ende tegen d'executie van welcken vonnisse de
gecondem-neerde hen willende opposeren, sal in sijne oppositie ontfanghen
worden,midts hem regulerende als vore, ende anderssints niet.
13. Item vonnissen tegen eenige aflijvige binnen heuren
leven gewesen,machmen tegen sijne weduwe ende sijne erfghenamen, in't
sterfhuijs geble-ven sijnde oft t'selve aenveert hebbende, naer voorgaende
sommatie terexecutien doen stellen, ende oock de begonste executie te
continueren,sonder eenigh ander rechtvoorderinghe daeromme te derven doen.
14. Item, een universeel erfgenaem, oft andere
particuliere erfgenamen[82],daertoe
procuratie hebbende van sijne mede-erfgenaemen ende oock eenvremde,
behoorlijcke cessie oft transport hebbende vande acte oft vonnisse,vermach het
selve vonnisse bij sijnen autheur geobtineert ter behoorlijckeexecutie te doen
stellen tegen den gecondemneerden ende d'executie bijsijnen autheur begonst te
continueren, oock sonder eenigh ander recht-voorderinghe te derven doen.
15. Van ghelijcken machmen een vonnisse met voorgaende
sommatie,als vore, ter executien doen stellen teghen den ghenen[83]
die het sterfhuijsvanden ghecondemneerden aenveert hebben, oock sonder eenighe
recht-voorderinghe, als voor.
16. Niet te min, [indien] de ghecondenmeerde oft sijne
erfgenamen, oftaenveerder vanden sterfhuijs hen daerteghen wilden opponeren, sullen
datmoghen doen, mits consignerende soo vele gelts oft ander
onbederffelijckeware als de gheheijste somme inden vonnisse begrepen soude
moghenbedraghen, ghelijck hiervore is gheseijt.
p 660
17. Item, de executeurs vanden testament, momboiren,
curateuren.rentmeesteren ende andere administrateuren van ander lieden goeden
sijnexcusabel [executabel] uijt krachte vanden vonnisse teghen henlieden
per-soonen in dier qualiteijt ghewesen, tot dat sij goeden hebben bewesen,heure
meesteren oft weesen toebehoorende, daerop men t'vonnisse soudevermoghen ter
executien te stellen, oft anderssins rechtelijck sullen hebbenghepresenteert
rekeninghe, bewijs ende reliqua te doen, ende voorder niet.
18. Item, en vermachmen niemants erffelijcke goeden ende
erfrenten bijexecutie te vercoopen sonder eerst gheproeft ende vercocht te
wesen demeubele goeden.
19. Item, men mach bij executie vanden vonnisse niet
procederen op denpersoon van eenen debiteur sonder sijne meubelen ende andere
erffelijckegoeden ende erfrenten geleghen binnen deser stadt ende bijvange van
Lieregeproeft te hebben, ten ware de selve debiteur ware notoirlijck
insufficent,latiterende oft fugitief, oft dat hij versocht ware vanden
schouteth om tebewijsen eenighe sijne meubele goeden oft erffelijcke goeden ,
om deversochte executie daerop te doen, ende bij t'selve niet en coste oft en
woudedoen; in welcken gevalle soude de schouteth den gecondemneerden ingevanckenisse
stellen ende houden tot dat hij den vonnisse voldaen hadde,soo verre die ghene
die t'vonnisse gewonnen heeft dat versochte ende diecosten daertoe behoevende
wilde verlegghen.
20. Item, aengaende vonnissen bij arbiters oft
arbitrateurs gheghevenende daeraf niet en is ghededuceert, moetmen conclusie
nemen ten eijndedie selve verklaert worden executabel, oft dat partije soude
worden ghecon-demneert heur dien volghende te moeten reguleren.
21. Item, hoe ende in wat manieren de schouteth deser
stadt ende bijvan-ghe hen [hem] heeft te draghen ende staet te doen in't
executeren vandeproceduren ende acten gheobtineert bij besette op eenighe
afflijvighe ,fugitive oft latiterende persoonen goeden, oft oock op eenighe
gronden vanerve ter causen van vercoopen renten[84]
ghe-evinceert ende uijtghewonnen,salmen vinden inde costumen deser stadt ende
bijvanghe, onder den titel:Van besetten, ende voorghedaeghden met des daer
aencleeft[85].
p 662
22. Item, hoemen procederen sal bij arreste, beijde op
persoonen endegoeden, salmen vinden inde voorschreve costumen onder den titel:
Vanarrestementen[86].
TITEL XV.RECHTEN ENDE SALARISSISN VOOR DEN HEERE SCHOUTETH
ENDE SCHEPENEN.
1. Inden eersten, sullen d'aenleggheren, willende
iemanden in rechtebetrecken, schuldigh ende ghehouden wesen ten dage vande
presentatievande sake te betalen aen mijn heere den schouteth voor sijne
beklaghboete 5 stuijvers.
2. Behoudelijck dat daeraf exempt sullen wesen, naer
ouder costumen, derentmeesteren, accijsenaers ende andere pachtinge van deser
stadt hebbende.
3. Item, van besetselen ende voorgedagen die gedaen
worden op degoeden, t'sij haeffelijck oft erffelijck, beruerlijck oft
onberuerlijck, gelegenbinnen deser stadt van Liere oft cuijpe der selver, sal
den schoutethhebben 6 stuijvers.
4. Ende de schepenen deser stadt oock soo vele, dus 6
stuijvers.
5. Item, vande leveringhe vande selve goeden, gelegen als
vore, sal deschouteth hebben 6 stuijvers.
6. Ende de schepenen oock 6 stuijvers.
7. Item, van besetselen in't naerjaer op eenighe goeden
gheleghen alsvoor inde stadt oft cuijpe der selver, de schouteth ut supra.
8. Ende de schepenen oock soo vele als vore.
9. Item, vande leveringhe vande goeden gheleghen als
voor, in't naerjaer,sal de schouteth hebben 6 stuijvers.
10. Ende de schepenen oock soo vele 6 stuijvers.
11. Item, van besetselen in't voorjaer van eenighe goeden
ghelegheninden bijvanghe sal den schouteth hebben 12 stuijvers.
12. Ende de schepenen oock soo vele 12 stuijvers.
13. Ende vande leveringhe der voorschreve goeden in't
voorjaer sullen deschouteth ende schepenen t'samen hebben 24 stuijvers, elck 12
stuijvers.
14. Item, vande besetselen van eenighe goeden inden
bijvanghe ghele-
p 664
ghen, in't naerjaer, sullen de schouteth ende schepenen
t'samen hebben 24 stuijvers, elck 12 stuijvers.
15. Item, als eenighe erffelijcke goeden inde stadt
gheleghen volkomelijcksijn uijtghewonnen ende gelevert, ten versoecke vanden evincente,
daeropschier- oft sitdagen worden gehouden, soo sal den voorschreven
schoutethhebben voor sijne presentie ende besoignie aldaer 18 stuijvers.
16. Item, de schepenen, t'sij twee oft meer, daer present
sijnde, sullenhebben 36 stuijvers.
17. Ende den secretaris oock soo vele 48 stuijvers.
18. Ende inden bijvanghe ghestaen oft gheleghen sijnde ,
sullen elckhebben dobbel recht.
19. Item, van ghelijcken, sullen sij respectivelijck
hebben vanden twee-den ende derden schier- oft sitdagh die daerop soude moghen
oft (sic) wor-den ghehouden.
20. Item, van alle brieven van requisitorien ende
compulsorien, om getuij-ghen alhier te bedwingen om heure ghetuijghenisse over
te seijnden, sal mijnheere den schouteth hebben voor sijnen wijn, hoe vele
ghetuijghen oock uijtkrachte van dien ghetuijghe [ghetuijghenisse] worden
ghehoort, 12 stuijvers.
21. Item , de schepenen sullen hebben voor henne
examinatie endeonderteekeninghe, weder de besoignie lanck oft kort is, van
elcken ghe-tuijghe 9 stuijvers.
22. Ende anderssins van ghetuijghen sonder brieven van
requisitorien tehooren van elcken ghetuijghe 8 stuijvers.
23. Item, als eenige momboiren worden ghe-eedt, sullen
schouteth endeschepenen, soo wel vande stadt als vanden bijvanghe, daeronder
datbehoort, t'samen hebben, te deijlen half bij den schouteth ende half bij
deschepenen voorschreven 16 stuijvers.
24. Item, als de voorschreve ghe-eede momboiren aengaen
ende passerenmetten lanckstlevende vande[r] weeskinderen vader oft moeder
eenighescheijdinghe oft deijlinghe, oft uijtcoop, soo sullen de voorschreve
schou-teth ende schepenen hebben, t'samen te deijlen, te weten den
schouteth,van elcken staeck negen stuijvers, de schepenen oock negen stuijvers
vanieder staeck; wel verstaende als daeronder vermelt ende begrepen soudemoghen
wesen erffelijcke goederen, anderssins niet, maer sullen alsdanalleenlijck de
schepenen hebben 16 stuijvers.
p 666
25. Item, de solarissen van mijn heeren den schouteth,
schepenen, secre-tarissen ende ghesworen erfscheijders, gerequireert wesende te
komen opeenighe erfscheijdinghe oft pachte inde stadt oft bijvange sal men
vindenonder den titel: Van erfscheijdinghe, etc.[87].
TITEL XVI. SOLARISSEN ENDE RECHTEN DE SECRETARISSEN
AENGAENDE.
1. Inden eersten, dat de secretarissen schuldigh ende
gehouden sullensijn goet ende pertinent register, te houden, soo wel van alle
contracten,goedenissen ende verleijdenissen, als van de rechtelijcke procedure
ten rolleende ten ghenachte, ende daeraf houden elck besondere ende
particuliercohieren oft registeren, ende die wel ende ghetrouwelijck bewaren,
sonderdaervan (dan met kennisse van saken ende om redenen) iemanden acces
tegheven; wel verstaende dat alle acten, soo van erffenissen, constitutien vanrenten,
transporten ende generalijck van alle andere, hoedanigh die soudenmoghen wesen,
soo wel van goederen binnen de stadt ende haere cuijpen,als inden bijvange
gheleghen, oft binnen Liere, oft bijvancks-mannen con-cernerende, bij eenen
vande twee secretarissen ghedepescheert, sullen altijtworden ghehouden even
goet, krachtigh ende van weerden, ghelijck desvan alle oude tijden altijdt is
ghepractiseert ende gheploghen gheweest.
2. Item, dat sij ten rolle- oft ghenacht-daghen ten
behoorlijcken tijdehun sullen presenteren, om den rolle oft den ghenachte te
houden, op depene bij de heeren ghestelt oft te stellen.
3. Item, dat voortaen, om alle abusen te volkomen
[voorkomen], allesubstantiele acten ende appoinctementen ten rolle
ghe-insereert sullenworden met de eijghen handt vande secretarissen, sonder toe
te laeten datt'selve sal worden ghedaen bij henne clercken, oft iemant daertoe
niet ghe-qualificeert sijnde, op pene van twelf guldens.
4. Item, sullen de voorschreve secretarissen oft
griffiers, voor elckenieuwe sake die ten rolle cft ghenachte wort
ghepresenteert, hebben 3 stuijv.
5. Ende vande ghene extraordinaire ende buijten tijdts
ghepresenteertwordende, sullen d'eerste reijse hebben 6 stuijvers.
p 668
6. Item, van elcke oude sake 4 stuijver en half.
7. Item, in saken op de lakenhalle dienende sal den
secretaris hebben,voor d'eerste presentatie 6 stuijvers, voor de naervolghende
3 stuijvers.
8. Item, alle exhibitien van schrifturen, titulen,
brieven, munimenten,verbalen, eeden, protesten, confessien ende comparitien te
teekenen, sullensij hebben 1 stuijver en half; ten ware de selve eeden,
protesten endeconfessien oft ander incidenteil acten lanck waren, in welcken
ghevallesalmen daeraf betalen naer die groot oft lanck sijn, als boven.
9. Item, soo wanneer de voorschreve partijen
extraordinarelijck dienenvan eenighe schrifturen oft instrumenten, oft eenighe
acten doen, als voor,sullen die secretarissen hebben dobbel recht 3 stuijvers.
10. Item, van een procuratie, borchtochte, cautie
incidenteil, appoincte-mente apud acta ghehouden, sullen sij hebben 3
stuijvers.
11. T'en ware d'acte van presentatie quame t'excederen thien
regulen,in welcken ghevalle sal moghen rekenen dobbel recht; ende dit is oock
teverstaen vande ordinarisse rolle.
12. Item, van besetselen ende voorghedaghen ten register
te stellen,3 stuijvers.
13. Item, van copijen van schrifturen oft munimenten in
recht overge-gheven sal den secretaris hebben van elcken halven blade pampier
aenbeijde sijde beschreven, inhoudende elcke sijde achtien regulen ende
elckenreghel derthien sillaben, sonder bedrogh, 2 stuijvers, welck de
procureursin het lichten sullen moeten betalen.
14. Item, indien partijen daeraf copijen met autentisatie
begeiren onderden secretarissen signature, sullen daeraf hebben 3 stuijvers van
ieder blat,die den procureur des versoeckende sal moeten betalen, sonder dat de
selvesullen moghen ghebrocht worden in't rapport.
15. Item, voor d'examinatie vanden ghetuijghen, van
elcken halvenblade pampier aen beijde sijden met goede leesbare letteren
gheschreven,inhoudende soo vele regulen ende sillaben als voren, sullen sij
hebben10 stuijvers ; item, vande copijen 2 stuijvers per blat.
16. Item, voor elcke acte groot oft kleijn, daervoor
sullen sij heb-ben 2 stuijvers.
17. Dies en sullen de secretarissen geene acte mogen
depescheren vaneenige vonnissen oft andere niet versocht wordende van partijen,
noch daer-
p 670
voren iet rekenen, niet meer in saken van evictien als
andere, noch op derolle de saken continueren op t'lichten vande acte, alles op
pene van nulli-teijt; gelijck sij voortaen insghelijckx niet en sullen moghen
continuereneenighe saken op t'betalen vande rolcosten, oft onder t' pretext van
eenigeandere pretensen, dan, sullen partijen oft hunne procureurs
promptelijckmogen doen betalen t'ghene sij daerover schuldigh sijn.
18. T'en ware van persoonen die ghedient wierden bij
henlieden pro Deo,in welcken ghevalle sij ten tijde van het instellen des
ghehouden sijn op derolle te doen notificeren.
19. Item, van extracten autenticque uijtter rollen, groot
sijnde thienregulen, elcken regule inhoudende derthien sillaben ende daeronder,
sullensij hebben 6 stuijvers.
20. Ende aennopende de processen communicatoir sullen de
secretarissenhebben ende ontfanghen voor haer recht van exhibitien vande
schrifturenende munimenten ghelijck hier volght, ende d'welck de procureurs
sullenverschieten, te weten : vande apostillen oft ordinantien van
communicatienoft anderssints 3 stuijvers.
21. Item, van beschrijven van iemants goeden oft maeken
van inventarisvan dien, sal den secretaris hebben voor sijn besoignie des
daeghs, den daghgherekent als vore van schouteth ende schepenen is geseijt, op
ses uren, alen duerde het maken van dien maer eenen halven dagh oft min.
22. Item, van haer comparitien op eenige erfscheijdinghe
inde stadt endecuijpe sullen de secretarissen hebben 24 stuijvers.
23. Ende inden bijvanck het dobbel van dien, ten ware
dat, om dedistantie oft circumstantie vande sake, andersins sal worden
gheordonneert.
24. Item , volgens d'ordonnantie van den sesthienden meij
anno xvc endeacht-en-tachentigh, sullen de secretarissen hebben van't maeken
van voor-waerden van eenighe ghe-evinceerde goeden die metten heere
verhuertworden 2 guldens 10 stuijvers
25. Item, van voorwaerden daerop eenighe ghe-evinceerde
goeden mettenheere gheschiet om vercocht worden 3 guldens 10 stuijvers.
26. Item, voor het maeken ende affigeren vande billetten
t'elcken sitdaghe,van elcke reijse ende sitdaghe 14 stuijvers.
27. Item, voor hunne sitdaghen sullen sij hebben ghelijck
hiervore vanschouteth ende schepenen is gheseijt 18 stuijvers.
p 672
28. Item, voor het maeken vande rekeninghe vande goeden
metten heerevercocht, naer de groote, van elcken blade 5 stuijvers.
29. Item, voor het sluijten ende onderteekenen vande
selve reke-ninghe. 6 stuijvers.
30. Item, vande gheconsigneerde penninghen procederende
van degoeden metten heere vercocht oft andere, sullen sij hebben den 40en
pen-ninck van elcken jaere, soo langhe die gheconsigneert blijven.
31. Item, soo sullen de schepenen ende secretarissen,
vacerende tot hetoverhooren van thoon, t'zij valetudinaire als andere, gehouden
zijn de selvet'overhooren op den raethuijse, ende de selve thoonen oft
depositien, behoo-relijck gesloten, te bewaren tot datter openinge sal worden
geaccordeert.
32. Item, niemant vande secretarissen en sal hem dienen
van eenigheclercken ten zij sij hebben ghedaen den eedt daertoe staende.
TITEL XVII.PROCUREURS.
1. Inden eersten, dat alhier in rechte niemant als
procureur en salgehoort oft ontfangen worden hij en zij van goeden name ende
fame, behoo-relijcken ouderdom, poorter deser stadt ende, daertoe geadmitteert
bij mijnheeren den schouteth, borghemeester, schepenen ende raet der stadt
Liere,ende eerst ende vooral hebbe gedaen den eedt naer beschreven, ende
betale24 gulden ten behoeve van de heeren schouteth, schepenen ende
secreta-tarissen.
2. Ick gelove, sekere ende sweire dat lck dragen ende
bewijsen sal deheeren schouteth, borgemeester, schepenen ende raet der stadt
endebijvange van Lier, ende mede de heeren van de lakengulde alhier, alle
eere,reverentie ende weerdigheijdt, in der bancken ende gerechten van
justitiensittende ende oock daer buijten.
3. "Item, dat ick niet dienen en sal in eenighe
saken die ick wete oftvernemen kan onrechtveerdigh te zijn, noch oock partijen
daerinne directe-lijck oft indirectelijck sterckenen sal; ende oft, hanghende
de saecke, mijvan onrechtveerdicheijt der selver ter kennisse quame, dat ick
mij alsdanverdragen sal partije daerinne voorder te dienen.
p 674
4. "Dat ick mijnen meester, mij als procureur te
werck ghestelt heb-bende, wel ende ghetrouwelijck sal dienen, maer mijn best
verstant,kennisse ende vermoghen.
5. "Dat ick mij te vreden ende content houden sal
met alsulcken loonende salaris als mij [bij] dese leste ordonnantie bij de
heeren aenghetaxeertis, oft alnoch toeghetaxeert soude moghen worden.
6. "Dat ick gheen onbeboorlijck vertreck oft
uijtstel en sal soecken omden treijn van justitien te beletten, oft om de
wederpartije te prejudicierenofte te verkorten in eenighe manieren.
7. "Dat ick met gheene partijen eenighe conventie
oft voorwaerde makenen sal, om te hebben eenigh paert oft deel vande querelen
oft saken daer-inne ick dienen sal.
8. "Dat ick niet dienen en sal in eenighe saken die
bij mijn wete zijntegen de privilegien oft rechten deser stadt ende bijvanghe
oft jurisdictiender selver, noch daertoe raet oft daet gheven.
9. "Dat ick dese leste ordonnantie ende reformatie
naer best vermo-ghen ende wetentheijdt in alle hare poincten ende articulen,
soo vele die mijoft mijne meesteren eenighsins aengaen, sal onderhouden ende
achter-volghen.
10. "Ende voort generalijck mij in als sal vueghen,
draghen ende regu-leren ghelijck, den staet van eenen goeden ende ghetrouwen
procureur ende,voorspraeke behoort. Soo moet mij Godt helpen, etc."
11. Welcken voorschreven eedt de voorschreve procureurs
deser banckenende jurisdictien jaerlijckx naer het versetten oft continueren
vande wethsullen schuldigh sijn in handen van mijn heere den schouteth, ter
presentienvan schepenen, te vernieuwen, aleer sij in recht ghehoort oft
ontfangensullen worden.
12. Item, den voorschreven eedt sullen oock schuldigh
sijn te doen die intoekomende tijden souden moghen versoecken alhier als
advocaet ontfan-ghen te worden; ghelijck sij oock hen sullen moeten vueghen
achtervol-gende deser ordonnantie, ten ware andersints ten respecte vande voor-schreven
advocaten specialijck ware gheordonneert.
13. Item, dat de voorschreven procureurs t'allen
genachte- ende rolda-ghen hen tijdelijck ende aleer den rolle oft ghenachte
begonst worde sullenmoeten laeten vinden inden raethuijse deser stadt, ende
aldaer blijven, soo
p 676
langhe als t'selve genacht, rolle oft henne saken
respective sijn durende, opde pene van ses stuijvers ter armen behoef te
verbeuren.
14. Item, dat sij gheene noodeloose uijtstellen oft
daghen en sullen ver-soecken, oft onghefundeerde exceptien proponeren, oft
malkanderen d'eend'ander eenighe langher dilaijen en sullen consenteren dan
daertoe dendagh is dienende, ende naervolghende dese ordonnantie en sijn
gheconsen-teert ende gheaccordeert.
15. Item, dat de voorschreve procureurs, in't
verbaliseren ende dicterenapud acta, hunne redenen soo kort ende klaer maeken
sullen als't doenlijckis, immers niet excederende den nombre van thien regulen,
opdat denvoortganck vanden genachte oft rolle daerdoor niet en worde beleth
oftghesuspendeert, ende dat sij in't verbaliseren oft dicteren hen
reverenteljjckende civilijck sullen draghen, sonder d'een d'ander, den partijen
oft ieman-den anders te injurieren, te schobberen oft reprehenderen, op de pene
alsvore, blijvende partije gheheel om, etc.
16. Item, dat sij hunne schrifturen gehouden sullen zijn
soo kort temaeken als't doenlijck is, sonder te ghebruijcken vele onnutte
woorden oftrepetitien, rediten, oft daerinne te brenghen eenighe extravagante
feijten,maer sullen het recht van hunnen meester pertinentelijck ende
verstande-lijck deduceren soo vele moghelijck is.
17. Item, soo en sullen voortaen niet moghen dienen in
rechte gheeneschrifturen oft requesten oft dierghelijcke stucken ten sij die
selve bij hensijn geteekent, oft bij eenen gheadmitteerden advocaet, op pene
van rejectieende dat daerop niet en sal worden gheappoincteert.
18. Item, dat de procureurs in't maeken van henne
schrifturen, endeoock in't verbaliseren, sullen schuldigh ende ghehouden wesen
merckelijckeende bij expresse de feijten ende elck feijt van dien bij partije
advers ghe-poseert te kennen oft te ontkennen, oft bij ghebreke van dien sullen
dieworden ghehouden voor bekent.
19. Item, hoewel bij de voorgaende ordonnantie den
procureur ghe-interdiceert ende verboden is, eenige latijnsche woorden te
ghebruijcken, ofteenige loeijen oft passagien vande gheschreve rechten in heure
schrifturente allegeren, soo wort heur nochtans mits desen bij provisie
toeghelatenende ghepermitteert in henne schrifturen met korte woorden te
stellen diepassagien van rechten oft schrijven vande doctoren daermede sij hen
souden
p 678
meijnen oft willen behelpen, behoudelijck dien dat sij,
noch oock de advo-caten, geen groote accumulatie van passagien van rechten,
meer dienende,tot ostentatie ende lanckheijt vande schrifturen, dan totter
decisien vandesaken, en sullen moghen insereren oft bijbrenghen, op de pene van
3 stuij-vers t'elcker reijse te verbeuren.
20. Item, alsoo de behoorlijcke gemachtighschappe der
procureurs hetprincipael fundament is van alle rechtelijcke proceduren, soo
wort welexpresselijck verboden, dat geenen procureur hem vervoorderen en
sal,active oft passive, in eenighe partijen saken te occuperen oft te
dienensonder te hebben ende te verthoonen behoorlijcke procuratie,
wettelijckgepasseert, de welcke sij ten daghe dienende sullen schuldigh sijn in
rechtte verthoonen, immers vande inwoonderen vande stadt ende bijvanghe,ten
eerstvolghenden rechtdagh, ende van afghesetenen, binnen drij wekennaer den
instel, ofte daervan ter rollen in actis te designeren dat sij alhiersouden
wesen gheconstitueert, op pene van in hennen eijghen naem tebetalen de costen
van de wederpartije, ten ware dat de partije hem vanbloede ware bestaende, in
welken ghevalle sij sullen worden gheadmitteertmits caverende de rato, ende
anders niet.
21. Item, indien eenighe procureurs bevonden wierden,
ghelijck voor-schreven staet, sonder voorgaende procuratie oft volkomen
instructie [in]eenighe saken gheoccupeert te hebben, ende hen naermaels wilden
excu-seren, deporteren oft exonereren, onder wat pretext t'selve soude
moghenwesen, dat dies niet teghenstaende teghen hen ende henne meesters
saldefault ghegheven worden ende gheaccordeert tot alsulcken eijnde
endeproffijten alsmen uijtter meriten vande saken sal bevinden te behooren;ende
sullen de procureurs alsoo gheoccupeert hebbende ghehouden sijn insulcker saken
totten eijnde toe, oock totter taxatien vande costen ende dersommatie metter
acte te doen inclusive te occuperen ende te dienen, sonderhen eenighsins te
moghen excuseren van gheenen last van partijen tehebben, absentie van raede oft
anderssins, oft verklaringhe van niet tewillen occuperen oft voorder
procederen, ten ware dat sij deden blijcken,dat henne procuratie ware
gherevoceert, op de pene als dat sij, als voor,sullen schuldigh sijn te betalen
de costen vande wederpartije; ende indien,overmits hennen ghebreke, van noode
ware henne meesteren te herdaghen,sal t'selve gheschieden ende ghedaen worden
ten coste vande selve procu-
p 680
reurs, ten ware sij de sake vonden onghefondeert ende
daervan sommier-lijck dede blijcken.
22. Item, al waer't soo, dat de voorschreven henne
ghemachtighschappeoft procuratie, als vore, in rechte hadden ghetoont, ende sij
die tot henderversekeringhe oft dat die hen in ander saken behoeffelijck soude
moghenwesen, wederom tot henwaerts hadden ghenomen, soo sullen sij
nochtansschuldigh ende ghehouden sijn, op de pene van twelf stuijvers, de
selvehenne procuratie, oft immers copije autenticque van dien, ten sluijten
vandesake alhier in recht te brenghen ende over te legghen, om die in
d'eersteoft leste vanden inventaris ghefurniert ende ghequoteert te worden.
23. Item, dat alle termijnen sullen wesen peremptoir,
ende dat denprocureur, [den] termijn sal moeten voldoen daertoe den dagh is
dienende,sonder eenighe excusatien, dilaijen oft extravaganten te soecken,
onderpretext oft schijn van naerder visie, cautie, dagh van berade,
suppletie,versoeck van procuratie oft dierghelijcke exceptien daertoe den dagh
nieten is dienende; ghelijck sij oock niet en sullen moghen versoecken
eenighefrustratoire dilaijen, oft proponeren eenighe onwaerachtighe excusatien,
opde pene van 6 stuijvers, totter voorschreven armen behoef.
24. Item, en sullen voortaen de procureurs gheen oude
saken moghenpresenteren, ten sij dat sij ghereet sijn ten daghe te voldoen, oft
iet rede-lijckx hebben te sustineren, ende anders niet, op pene dat sij
sulckentermijnen niet en sullen rekenen; maer sal den procureur advers de
sakepresenteren ende voortdrijven naer den heijsch ende staet vande sake.
25. Item, dat de procureurs, noch oock andere persoonen
durende denrolle oft ghenachte, niet en sullen moghen cauten oft spreken
daerdoord'audientie oft voortganck vande proceduren in eenigher manieren
soudeworden belet, gheturbeert oft vermindert, op de pene van ses
stuijverst'elcker reijsen bij eenen ieghelijcken contrarie doende te verbeuren.
26. Item, dat sij in hen schriftelijck oft verbael
bedinghde, makendementie van eenigh bescheet, instrumenten oft gheschriften,
schuldigh endeghehouden sullen sijn datelijck het selve over te gheven, op de
pene dat,bij ghebreke van dien, daerop gheen consideratie oft regarde ghenomen
ensal worden, ten ware uijt eenighe merckelijcke consideratien anderssints
bijschepenen wierde gheordonneert.
p 682
27. Item, dat de aenleggher oft sijnen procureur,
besonder niet teneersten ghedesigneerden daghe van rechte, en sal worden
gheconsenteerteenigh dilaije, onder pretext van d'absentie van sijnen meester,
absentie vanraede, faute van procuratie oft andersins, in eenigher manieren,
maer salvan sijne zijden moeten voldoen daertoe den dagh is dienende, oft bij
ghe-breke van dien, sal den ghedaeghde gheaccordeert worden oorlof van denhove,
ende d'aenleggher worden ghecondemneert inde costen.
28. Item, alsoo eenighe procureurs, oock mede wesende
notarissen, hunvervoordert hebben in eenighe saken daerinne sij als procureurs
zijn die-nende, te exhiberen ende in recht over te gheven sekere instrumenten,extracten,
copijen oft ander bescheeden bij hun-lieden selve ghemaeckt,gheschreven,
ghecopieert, gheteekent, contrarie den gheschreven rechtenende andere goede
manieren van doen, ende daeruijt vele ende verscheijdeninconvenienten souden
moghen ghereijsen ende ghecauseert worden, soowordt midts dese t'selve oock
verboden expresselijck te doen, op de penedat daerop in rechte gheen regarde en
sal ghenomen worden ten voordeeledes voorschreven exhibents oft sijne meesters,
al waer't oock soo dat partijeadvers daerop niet en waere excipierende.
29. Item, dat de procureurs hun niet vervoorderen en
sullen hunnebedinghde oft te bedienen stucken, acten oft schrifturen
malkanderen tecommuniceren, ende bij dien middel de griffiers te frustreren van
hun rechtvande copijen, op de pene dat sij sullen schuldigh zijn de rechten
desgriffiers te betalen.
30. Item, als den constituant aflijvigh, ghefalgieert oft
voorvluchtigh is,wordt de macht van eenen procureur ad lites verstaen ghe-eijnt
te zijn, alwaer't oock naer litiscontestatie; daeromme moeten d'erfghenamen
vandenaflijvighen ghedaeght worden om 't proces te resumeren; ende in
ghevallevan resumptie, moeten op den selven oft eenen anderen procureur
vannieuws procuratie passeren; het welck den blijvenden litigant sal
moetenbesorghen, op pene dat hij oft sijnen procureur over het continueren op
deresumptie gheene costen en sal ghenieten, al quame hij namaels te
trium-pheren in [de] sake.
p 684
TITEL XVIII.SOLARISSEN VAN DE PROCUREURS, DIE TEN LASTE VAN
PARTIJEN SULLEN TAXABEL WESEN.
1. In den eersten voor consult ende arras van alle saken
bedraghendeboven de hondert guldens, extraordinarische oft communicatoire van
minderoft meerder weirde, t'elcken 12 stuijvers.
2. Item, ende van ordinarische saken onder de hondert
guldens,maer 6 stuijvers.
3. Item, van alle saken van appellatien komende voor de
hooft-bancke 12 stuijvers.
4. Item, van alle termijnen in extraordinarische ende van
beseth, leve-ringhe oft ontseth, oft communicatoir saken 8 stuijvers.
5. Ende den eersten dobbel.
6. Item, van alle ordinarissche substantiele termijnen
soo ten rol- als tenghenacht-daghe 4 stuijvers.
7. Ende voor substantiele insertien 4 stuijvers.
8. Ende voor die van de lakenhalle 't dobbel van dien 8
stuijvers.
9. Item, ende voor d'extraheren vande notelen ende te
houden contre-rol,van ieder, kleijn oft groot 1 stuijver.
10. Passerende d'insertien voor termijn.
11. Wel verstaende dat de ghene niet houdende
contre-rollen gheennotelen en sullen moghen heijsschen oft pretenderen.
12. Ende soo verre de sake soo ghedisponeert ware dat de
procureurs,tot instructie van hunne advocaten makende hunne schrifturen,
ghenoot-saeckt wierden uijt te trecken de notelen in eenen besonderen cohier,
sal hetuijttrecken van sulcken notelen voortaen worden ghetaxeert ieder tot
eenenstuijver, wel verstaende de substantiele acten ende anders gheen;
endewelcke notelen met het libel sullen worden mede overghegheven, op penevan
datmen daerop niet en sal letten.
13. Item, ende voor de copijen van de stucken daermede bedinght
endeoverghegheven, van elcken blade, te rekenen naer hofsche grosse, 2
stuij-vers en half.
14. Item, soo sullen de procureurs voor het lichten van
copijen uijt de
p 686
griffie, 't zij van aensprake, antwoorde, replick of
duplick ende soo voort,voor hunnen termijn moghen rekenen 8 stuijvers.
15. Item, sullen de procureurs van alle termijnen bij hun
te houden inhet collegie, 't zij in materie van procuratie oft andersins,
hebben 12 stuijv.
16. Item, sullen hebben voor het stellen vande calengier,
van elcken bladeschrifture compres 3 stuijvers en half.
17. Item, vanden inventaris, voor elck articule 2
stuijvers een oort.
18. Ende vande copije te houden, ieder articule eenen
halven stuijver.
19. Item, voor de libellen van costen, niet onbehoorlijck
ghe-extendeert,ieder bladt 6 stuijvers.
20. Ende voor de copijen 2 stuijvers.
21. Item, voor het dirigeren vande ghetuijghen ende het
doen daghenvan ieder persoonen, als van outs 3 stuijvers.
22. Ten ware maer eenen en wierde gheproduceert,
alswanneer sijsullen hebben 8 stuijvers.
23. Ende voor de ghene gheleijt wordende bij partije
advers, ende deselve te sien sweiren, in alles 8 stuijvers.
24. Item, voor den cierdagh van verhueren oft vercoopen
van goederenin den bijvanghe 8 stuijvers.
25. Ende van goederen van binnen 8 stuijvers.
26. Item, voor 't stellen van requesten, kleijn oft
groot, midts verschie-tende d'apostillen 12 stuijvers.
27. Item, voor't houden vande copije 6 stuijvers.
28. Item, voor henne comparitien in materie van
erfscheijdinghe, t'samenmet hunne besoignien sullen hebben, binnen de cuijpe 18
stuijvers.
29. Ende buijten, naer meriten vande saken.
30. Dies sullen de voorschreve procureurs ende advocaten
schuldigh endeghehouden wesen hunne schrifturen wel correct ende in't nette met
goedeleesbare gheschrifte ende letteren te schrijven, ende wel te quoteren
endein een cohier te binden ende te attacheren, sonder bij hun oft hunne
clerckeniet meer voor het minuteren, grosseren oft ander pretext te heijsschen.
31. Welverstaende dat het spatium tot distinctie van
articulen ghelaetensal gherekent worden voor een linie oft regule, sonder meer.
p 688
TITEL XIX.AENGAENDE DE DIENAERS.
1. Inden eersten, want ondertusschen den voortganck vande
rolle endeghenachte wort beleth deur dien de dienaers hen niet tijdelijck en
presen-teren, om relaes te doen van hunne weten ende exploicten die sij
soudenmoghen hebben ghedaen, soo is gheordonneert dat de voorschreve
dienaerst'allen roldaghen hen tijdelijck ende voor het sitten vande heeren
commis-sarissen sullen presenteren inden raedhuijse deser stadt, ende
aldaerblijven tot dat de rolle volkomelijck sal wesen voleijndt, sonder hen
daer teabsenteren, op de pene van ses stuijvers te verbeuren t'elcker reijsen,
totterarmen belioef.
2. Item, insghelijck sullen schuldigh ende ghehouden sijn
hen tijdelijckende voor het beginnen vanden ghenachte te presenteren de
meijeren endevorsters vanden bijvanghe, ende aldaer te blijven tot dat het
ghenachtghe-eijnt sal wesen, op ghelijcke pene te verbeuren, tot behoef als
vore.
3. Item, sullen de dienaren ghehouden sijn hunne
daghementen oftsommatien te doen aenden persoon selve, soo verre het moghelijck
ende hijvintbaer is, oft anderssins t'sijnen huijse, t'sij aen sijn vrouwe,
knape,maerte oft kinderen, machtigh ende suffisant wesende daeraf rapport
tedoen, oft in heure absentien ende afwesen aen twee van hunne naesteghebueren
, suffisant wesende om daeraf rapport aenden ghedaeghde,als vore, te doen.
4. Item, sullen de voorschreve dienaren schuldigh ende
ghehouden wesenwel ende ghetrouwelijck ende met goeden bescheede henne
rapporten enderelasen te doen, met verklaringhe aen wien sij de wete oft ander
exploictsullen hebben ghedaen, ende wanneer.
5. Item, sullen de goede luijden, hens dienst van doen
hebbende, moetendienen op den solaris naer beschreven; ende oft sij in faulte
waren gheblevente daghen oft te arresteren de ghene daeraf hen commissie ware
ghegheven,sullen daeraen verbeuren noch eens soo vele als hunnen solaris is
bedra-ghende, ende sullen niet te min sonder anderwerf loon te ontfanghen,
hunexploict behoorlijck moeten doen ; ende oft sij t'selve ghelaten
haddentedoen deur collusie, correspondentie oft heijmelijck verstant vande
debiteuren,
p 690
sullen partije requirante moeten oplegghen ende betalen
de costen tercausen van dien gheschiet, ende niet min sonder solaris, als vore,
henexploict moeten doen ende volkomen.
6. Item, dat de voorschreve dienaers, iemant
ghearresteert hebbende,sonder consent vanden arrestant hen niet en sullen vervoorderen
denghearresteerden te ontslaghen, oft consent te gheven te vertrecken
uijtterstadt oft uijt den bijvanghe, t'sij onder specie van ghelofte van
wederom tekomen onder eedt, cautie oft anderssins, ten ware de ghearresteerde,
inpresentien van schepenen ende secretaris, stelde suffisante cautie,
deserbancke subject sijnde, van alhier te recht te staen ende het ghewijsde
tevoldoen, oft anderssins dede alsulckenen eedt ende ghelofte in presentie
alsvore, daermede d'arrestant hem content ende te vreden hielde.
7. Item, dat sij gheene inghesetenen vande stadt oft
vanden bijvangheen sullen moghen daghen omme te compareren voor ander dan voor
hunnecompetente rechters, noch andere officieren, van buijten komende
daertoe,oft oock anderssins eenighe assistentie oft behulpe moghen doen,
sondervoorgaende consent vanden borghemeester deser stadt oft, in sijne
absen-tien, vande[88]
twee schepenen, ende betalende den heere sijn recht, al opde pene van daeraf
arbitralijck ghecorrigeert te worden.
8. Item, sullen de dienaers binnen deser stadt hebben
ende ontfanghenvan elcken persoon, die sij sullen daghen oft wete doen 3
stuijvers.
9. Item, van goeden te beslaen, vrede te nemen oft te
ghebieden, arres-teren, sommeren, communicatien, presentatien ende
dierghelijcke acten,ghelijcke 5 stuijvers.
10. Item, de meijers inden bijvanghe, doende eenighe
exploicten oftweten, sullen sij hebben 4 stuijvers.
11. Item, van kerckgheboden te gheven, t'sij om eenighe
goeden teverhueren oft te vercoopen. sullen sij hebben insghelijckx . 4
stuijvers.
12. Item, dat de dienaers vande stadt, oft meijers ende
dienaers vandenbijvanghe, respective ghesedt sijnde in iemandts goet, sullen
hebben overdagh ende nacht, voor henne vacatien ende bewaringhe, voor cost
endesolaris, ieder daghe elcken een gulden, sonder meer, die hen vande
ghe-reedtste goeden (d'executie ghedaen sijnde) betaelt sullen worden, ende
p 692
sullen op den selven solaris op hunnen coste moeten leven
ende teiren,ende oock daervoor verbonden sijn den inventaris vande goeden goet
te doen.
13. Wel verstaende nochtans, dat in een huijs maer twee
dienaers tenhooghsten en sullen worden gheleijt, ten ware anderssins, om
redenen, bijden schouteth ende schepenen wierde gheordonneert.
14. Item, van executie te doen ende panden te haelen sal
de meijer oftdienaer, dat doende, hebben elck negen stuijvers, die hen betaelt
sullenworden als de panden ghehaelt sijn, ende niet eer; behoudelijck dat
maereenen dienaer oft meijer die haelen en sal, ten ware dat hem weijgheringheoft
obstacule daerinne gheschiede, d'welck hij ghehouden sal sijn den heereende
twee schepenen t'samen te kennen te gheven; ende de voorschrevedienaer oft
meijer, affirmerende bij eede dat waerachtigh te sijn, sal hemnoch eenen oft
meer (naer gheleghentheijt vande saken) toeghevueghtworden, die elck hebben
sullen 6 stuijvers.
15. Ende hoe ende in wat manieren men alhier ghewoonlijck
endeschuldigh is te procederen in criminele saeken, salmen vinden inde
cos-tumen deser stadt ende bijvanghe, onder den titel : Van criminele
saekenende civile boeten[89].Actum
in pleno collegio: Jor. Gommaer van Mechelen, borghemeester,Mr Martinus
Verspecken, licentiaet inde medecijnen, Jor. Floris van Meche-len, Philips van
Cortbemden, Jor. Geeraert-Franchois Lemmens, Jan Cortois,ende Mr. Joris Lackmans, notaris,
den 15en junii 1669.V.-A. VERREIJCKEN
p 694
Depositien turbswijse ghedaen over zekere costume van
Liere in materie vansuccessie, alienatie ende vertijdinghe.Depositien in turba
ghedaen bij de naerghenoemde deponenten, op denses-en-twintighsten dagh van
augusti in't jaer xvc ende lix, ter presentienvan mijn heeren schouteth ende
schepenen der stadt van Liere, ten versoeckevan Mr. Jeronijmus Vranckx,
ghesworen advocaet inder stadt van Antwerpen,in rechte staende inde qualiteijt
soo hij is procederende, als verweirder,teghens Mr Willem Artus met zijnder
consorten, aenleggeren, oock inderqualiteijt soo sij zijn procederende voor
mijn heeren borghermeester endeschepenen ende raedt der stadt van Antwerpen
voorschreve, naervolghendeder selver heeren opene brieven van requisitorien in
date den 6en dagh vanjulio lestleden, onderteekent J. JARDIN.Lauwereijs vander
Linden, schepenen vande stadt ende vanden bijvanghevan Liere, ont ontrent 65
jaeren ende hebbende inde weth vander selver stadtende bijvanghe respective
gheweest inde jaeren xl, lij, liij, liiij, lv ende lvj.Jan den Meijer, oock
schepenen vande stadt ende vanden bijvanghe vanLiere, out ontrent xlv jaeren,
ende hebbende inde weth vander selve stadtende vanden bijvanghe respective
gheweest inde jaren 46, 47. 48, 49, 51,52, 53, 56, 57 ende 58.Reijnier van
Couwenberghe, out ontrent 72 jaren, rentmeester deser stadt,ende in officie als
rentmeester ons genadichs heeren onder Liere, ontrent14 oft 15 jaeren ghedient
hebbende.Jan Cools, out ontrent 52 jaren, rentmeester ons genadichs heeren, nu
tertijt onder Liere, ende de selve officie bedient hebbende sedert den jaere
45.Mr Hendrick van Munster, out ontrent 31 jaeren, oock rentmeester deserstadt,
ende schepenen vanden bijvanghe gheweest hebbende een jaer.Peeter Lommans, out
ontrent 41 jaeren, schepene vanden bijvanghe vanLiere, ende inde selve officie
gheweest hebbende ontrent vijf oft ses jaeren.Hendrick de Velse, out ontrent
lxxxij jaeren, schepene vanden bijvanghevoorschreve gheweest hebbende ontrent
xix jaeren.Mr Wencelin Serclaes, licentiaet inde weerlijcke rechten, out
ontrent... jaeren, ghesworen voorspraecke in deser stadt ende heuren
bijvanghe,ende aldaer ghepractiseert hebbende ontrent x oft xj jaren.
p 696
Jan Brijens, out ontrent lxij jaeren ende in schependomme
vandenbijvange gedient hebbende ontrent acht jaeren.Hendrick vanden Dornonen,
oudt ontrent 38 jaeren, ghesworen clerckvande voorschreve stadt van Liere ende
van heuren bijvanghe, ende inofficien, soo van schependomme als van
clerckschappe voorschreve, geweesthebbende veerthien jaeren.Ende Andries van
Landen, out ontrent vijftigh jaeren, ghesworenenprocureur alhier ende inden
bijvanghe van Liere, ende aldaer ghepractiseerthebbende ontrent xxvj jaeren.De
voorschreve deponenten hebben bij heure eeden, die sij lijffelijck aenden
heijllghen deden, ghetuijght ende ghedeponeert turbschewijs op heteerste
articule van des voorschreven producents feijten (wesende hetliiije articule
vander duplicque, ende op het tweede vande voorschrevefeijten (wesende het
xvije articule vander antwoorden) des selfs producents;dat naer des bijvanckx
rechts van Liere, soo wanneer man ende wijf staendeheuren beijden eersten
houwelijck conquesteren oft oock te houwelijckbrenghen, oft hun inde selve
houwelijcke aenkomen eenighe erffelijckegoeden oft erfrenten binnen den
bijvanghe van Liere gheleghen, ende sijinden selven houwelijcke kinderen
hebben, dat alsdan in 't scheijden vanden bedde ende houwelijcke die
lanckst-levende is een erftochtenaer , tenrespecte van zijnder kinderen, van
zijn gheconquesteerden erffelijckengoeden ende erfrenten, mitsgaders vander
genen bij hem ten houwelijckghebracht oft inden selven houwelijcke aenkomen
(weder hij sijnen kinderenhen deel hen competerende vanden eersten aflijvighen
inde voorschreveverkreghene erffelijcke goeden ende erfrenten bewijst oft
niet); in sulckervueghen, dat hij van zijnder gheconquesteerde erffelijcke
goeden endeerfrenten, noch oock vanden voorschreve anderen goeden niet en
machdisponeren, noch die oock vertieren, vercoopen, veranderen noch belastenin
gheender manieren, ten ware zijne kinderen voor hun [hem] sterven,in welcken
ghevalle de selve lanckstlevende is ende wordt weder erfman oftproprietaris van
allen den erffelijcken goeden ende erfrenten bij hen tehouwelijcke ghebrocht
ende hen aenkomen, ende van die eene gherechtehelft van allen den
gheconquesteerden goeden ende erfrenten bij denghehuijsschen staende den
houwelijcke gheconquesteert, ende blijft oockniet te min oock noch in tochte
besitten zijn leefdaghe lanck (ghelijck hij
p 698
oock doet in leven wesende sijne kinderen die een helft
van d'ander helft,te weten vande helft competerende den eersten aflijvigen
vande ghecon-questeerde erfgoeden ende erfrenten, ende naer de doodt vanden
voor-schreven lanckstlevende succederen ende devolveren de
voorschreveerffelijcke goeden ende erfrenten op de voorschreve kinderen vanden
eerstenhouwelijcke, met seclusie van allen de kinderen die de lanckstlevende
inandere naervolghende houwelijcken soude moghen verkreghen hebben.Verklaerende
noch voorts, waert bij alsoo dat iemandt , hebbendewettighe kinderen, bij den
selven niet en bewese heure goeden, hen bij deneersten aflijvighen, het ware
van vader oft moeder, voorschreven [?]wesende, oft hem daeraf niet uijt en
cochte, ende alsoo onverdeijlt zijnde,de lanckstlevende verkreghe eenighe
erffeiijake goeden ende erfrenten,dan indien ghevalle, naer des lanckstlevende
doodt, de voorschreve kinderensouden vooruijt hebben die een gherechte helft
vander verkreghen erffelijckegoeden ende erfrenten bij den lanckstlevende
verkreghen, ende soudendaernaer inde ander helft noch komen deijlen metten
andere kinderen, diede lanckstlevende sij zijnde[90]
andere naervolghende houwelijcken soudemogen geprocreert hebben.Item, op het
derde articule, vande voorschreven feijten, wesende hetxviije vander
antwoorden, tuijghen de voorschreve deponenten, dat nae desbijvanckx van Liere
recht, eenen sone deijlt teghen twee dochteren in alle deerffelijcke goeden
ende erfrenten die zijnen vader ende moeder t'samen inheuren houwelijcke hebben
ghehouden binnen den bijvanghe van Lieregheleghen, soowel ghekomen van zijnder
moeder weghen als van zijnsvaders weghen, ende oock soowel inde goeden daer
zijn vader ende moederbeijde in zijn ghegoeijt ende ghe-erft, als daer zijn
vader alleen in ghegoeijtis, ende mach de voorschreve sonen oft susteren
bewijsen, oft hen [hem]belieft, gront ende bodem, ende oft hij wilde, soo, mach
hij sijn susterslaeten heffen aenwedde in rogghe oft in ghelde op alle de
goeden die vaderende moeder achterghelaeten hebben; ende dat mach een broeder
afquijtenals hem dat ghelieft terstont, oft sijn naerkomelingen, met vollen
verschenenpachte ende naer den hooghsten landtcoop ; ende inde successie van
deseerffelijcke goeden ende erfrenten worden ghe-excludeert die kinderen die de
p 700
lanckslevende, t'sij man oft wijf, procreert inde tweeden
oft andere naer-volgende houwelijcken.Item, op het vierde articule vande
voorschreven feijten, wesende hetveertighste vander duplicque, dat voor
bijvanckx-recht (ghelijck hier vorenis verhaelt ende verklaert) wort
gheobserveert : soo wanneer de kinderenvanden eersten houwelijcke sterven voor
den lanckstlevenden, t'zij man oftvrouwe vandeit selven houwelijcke dat die
selve lanckstlevende alsdanwort erfman ende proprietaris van alle zijn
erffelijcke goeden ende erfrentenbij hem inden selven houwelijcke
gheconquesteert ende verkreghen, endeoock vande ghene bij hem te houwelijcke
ghebrocht oft inden selven houwe-lijcke hem aenghekomen.Item, op het vijfste
articule vande voorschreve feijten, wesende het xlvjevander duplicque, dat,
contrarie vanden inhoudene van dien articule, wortnaer de voorschreve
bijvanckx-recht gheobserveert, te weten : dat dietochtenaer wel mach
verkrijghen bij transpoorte oft anderssins vandenproprietaris zijn recht oft
die proprieteijt aleer de selve proprieteijt met detocht is vergadert, sonder
zijn tocht te derven renuncieren.Ende op het sesde vande voorschreve feijten,
dat oock, contrarie vandeninhouden van dien articule, wordt naer des
bijvanckx-recht gheobserveert,te weten : dat iemandt wel mach heer ende
proprietaris worden met eenegenerale renunciatie, vertijdinghe oft verkoopinghe
van eenighe grondenoft[91]
van erven, sonder de selve gronden in specie te nomineren oft aen tenoemene,
behoudelijck dat gheschiede goedenisse ende erffenisse van deselve generale
vertijdinghe oft verkoopinghe voor heer ende hof waeronderde goeden
resorterende zijn, oft voor die schepenen van Antwerpen, mitsbetalende den
heere daeronder de goeden resorteren sijne gherechtigheijdt.Welcke voorschreve
costumen , usantien ende bijvanckx-rechten zijdeponenten ende elck van hun
hebben sien ende weten voor recht endecostume vanden selven bijvanghe, soo
langhe als zij ende elcken van hunhebben ghepractiseert ende in officie
gheweest, etc.
[1] D'après le
texte du Coutumier général ou Brabandts recht, t. I, p. 593, conféré avec
celuide l'éditionin-4°, imprimée à Malines, chez
Jean Jaye, en 1669, un manuscrit de la Commission, du XVIesiècle, etun autre du
XVIIe siècle reposant aux Archives du Royaume. V. le Rapport de M. le
conseiller de Cuyper dansles Procès-verbaux des séances de la Commission, 4e
vol. p. 64.
[2] Au lieu de :
t'zijnen laste, à sa charge, nous croyons qu'il faut lire : zijnen last, sa
charge,son office.
[3] Au lieu de:
daer, lisez: dije, comme dans le manuscrit des Archives du royaume.
[4] Au lieu de :
sijn, lisez : sijnde.
[5] Ce qui est
entre crochets manque dans le manuscrit des Archives du Royaume.
[6] Ce qui est
placé entre crochets manque dans les deux manuscrits.
[7] Les
manuscrits portent Trapeijen.
[8] Au lieu de : bloot
mes, lisez: brootmes, comme dans le manuscrit de la Commission.
[9] V. la note
ci-dessus.
[10] Au lieu de:
gaet, les mannscrits ont vaert.
[11] Au lieu de:
gerst, "orge," les manuscrits ont gars, "herbe."
[12] Placards de
Brabant, t. II, fol. 132.
[13] Ces points de
réticence ne sont pas dans les manuscrits.
[14] Les
manuscrits disent: van vijff pont, de cinq livres.
[15] Au lieu de:
eenen, les manuscrits disent abusivement : ende.
[16] Au lieu de:
gulden leeuw, lisez: gulden Leuvensch, comme dans le manuscrit de la
Commission.
[17] Le manuscrit
de la Commission dit: ge-exponeert.
[18] Au lieu de :
gheseijt, le manuscrit de la Commission dit: gheschiet.
[19] Manuscrit de
la Commission.
[20] Au lieu de:
verwaert, le manuscrit de la Commission dit: bewaert.
[21] Les mots
placés entre crochets ne sont pas dans le manuscrit de la Commission.
[22] Le mot ende
est ici en trop et ne se trouve pas non plus dans le manuscrit de la
Commission.
[23] Au lieu de:
tot ander tijt, le manuscrit de la Commission dit: tot alder tijt.
[24] Le mot oft
est en trop et ne se trouve pas non plus dans le manuscrit de la Commission.
[25] Au lieu de
cruijdeboomen : lisez, comme dans le manuscrit de la Commission:
cruijden,boomen, etc.
[26] Au lieu de :
binnen platen, lisez, comme dans le manuscrit de la Commission: binnen
derplaetsen.
[27] Manuscrit de
la Commission.
[28] Placards de
Flandre, livre I, p. 767.
[29] Au lieu de
collectien, lisez collatien, comme dans le manuscrit de la Commission.
[30] Au lieu de
bevonden, lisez bevoorwaert, comme dans le manuscrit de la Commission.
[31] Au lieu de
sonder, lisez : ende, comme dans le manuscrit de la Commission
[32] Au lieu de
heure, lisez: hueren, pachten, etc.
[33] Au lieu de:
eerst, lisez : is 't, comme dans le manuscrit de la Commission.
[34] Manuscrit de
la Commission.
[35] Au lieu de : naem,
lisez: neemt, ou nempt, comme dans le manuscrit de la Commission.
[36] Lisez :
sijnen erfghenamen, au pluriel, comme dans le manuscrit de la Commission.
[37] Lisez den
erfghenamen, comme dans le manuscrit de la Commission.
[38] Au lieu de:
maer staende, lisez: maer staen die, comme dans le manuscrit de la Commission.
[39] T'gout, l'or,
dans tous les textes; il faut lire : t'goet, le bien.
[40] Ou plutôt :
puije-geboden.
[41] Au lieu de:
ghehouwen, lisez : gehaven, comme dans le manuscrit de la Commission.
[42] Au lieu de:
ghehouden, lisez encore: gehaven, comme dans le manuscrit de la Commission.
[43] Au lieu de:
haven, lisez: hoven, comme dans le manuscrit de la Commission.
[44] Au lieu de :
ter paijementen, lisez : ter puijen, comme dans le manuscrit de la Commission.
[45] Le mot oft ne
se trouve pas dans le manuscrit de la Commission.
[46] Manuscrit de
la Commission.
[47] Titre III.
[48] Titre I.
[49] Au lieu de:
vande, lisez: dan de.
[50] Au lieu de:
erfghevinghen, lisez: erfghenamen, comme dans le manuscrit de la Commission.
[51] Au lieu de :
plaetsen, lisez paelsteen, comme dans le manuscrit de la Commission.
[52] Le manuscrit
de la Commission dit huijsingen.
[53] Le manuscrit
de la Commission dit : van sijne naeste gebueren, au pluriel.
[54] Ce mot est
corrompu et ne se trouve pas dans le manuscrit de la Commission; d'autres
coutumes ont :weijchsele, weijxele.
[55] Au lieu de :
dachuren, lisez dachhuren.
[56] Aenwedde; le
manuscrit de la Commission dit aen veede, en betail; nous croyons qu'il faut
lire: aenwedde oft rente, "en pension ou rente."
[57] Met eenen
oudercleede, le manuscrit de la Commission lit : met eenen ondercleede; nous
croyonsqu'il faut lire : met eenen overcleede; "avec un lodier ou une
courte-pointe."
[58] Titre VIII,
p. 472.
[59] Tot heuren ghelijck ende profijte, lisez: tot heuren gelijcken profijte.
[60] Verteiren; le
manuscrit de la Commission porte : vertheeren, ce qui signifierait aussi:
depenser,consommer; mais il faut lire : verthieren, qui doit etre considere
comme synonyme de "de vendre" et quisignifie proprement "vendre
aux encheres, verdieren."
[61] Au lieu de :
soo moghen die niet teghenstaende aen d'erfghenamen, lisez, comme dans le
manuscritde la Commission : soo moghen die, niet teghenstaende, d'erfghenamen,
etc.
[62] Au lieu de:
titele, lisez : tutele, comme dans le manuscrit de la Commission.
[63] Au lieu de :
consenteren, lisez: consenterende, comme dans le manuscrit de la Commission.
[64] Au lieu de : reeden,
lisez : raedde, comme dans le manuscrit de la Commission, ou riede.
[65] V. cette
ordonnance dans le tome I du Quartier d'Anvers, annexe II, p. 718.
[66] Au lieu de:
ende, lisez: ofte.
[67] Au lieu de:
ende, lisez: en.
[68] Titre XII, p.
504.
[69] Au lieu de:
volghde, lisez: volghende.
[70] Placards de Brabant, t. I, p. 513.
[71] Au lieu de:
ende, lisez : en.
[72] Cet article
est redige d'une maniere defectueuse.
[73] Bedient; ne
faudrait-il pas lire bedinght?
[74] Vel alias?
[75] Au lieu de:
aen erfve, lisez : van erfve.
[76] Titre II, p. 596, van besetten ende voorghedaeghde.
[77] Ordinantie, stijle ende maniere van procederen van den souvereijnen raede geordonneert inBrabandt (13 april 1604). Bruxelles, 1672. L'article 594 porte: Dat d'appellant mach binnen acht daghennaer d'appellatie bij hem ghedaen, renuncieren ende afgaen sijne appellatie, sonder eenighe pene oftamende daerom te betalen, behoudelijck behoorelijcke insinuatie daeraf der partijen ende oock den rechtersbinnen ses daghen naer de renunciatie.
[78] L'article 583
de l'ordonnance precitee du 13 avril 1604 porte: Dat indien iemandt hem seght
beswaert
[79] La redaction
de cet article est tres-defectueuse.
[80] Cet ende nous
parait etre en trop ici.
[81] Cet ende nous
parait etre en trop ici.
[82] Au lieu de:
erfgenamen, lisez: erfgenaem.
[83] Au lieu de:
den ghenen, lisez: de ghene.
[84] Au lieu de:
vercoopen renten, lisez: verloopen renten.
[85] Titre XII, p.
504.
[86] Titre III,
p.448.
[87] Titre XIII,
p. 524.
[88] Au lieu de:
vande, lisez: van.
[89] Titre II, p.
430.
[90] Au lieu de:
sij zijnde, lisez: bij sijne.
[91] Nous croyons
que cet oft est ici de trop.