COUTUMES OBSERVÉES sous ERPS, QUERBS ET AUTRES BANCS Y RESSORTISSANT.[1]

p 104

Costuymen onder Erps ende Quarebbe, ende andere Bancken daeronder sorterende.

Eerweerdighe, wijse ende seer voorsinnighe heeren, mijn heeren diecancellier ende andere heeren van den raede der Conincklijcke Majesteytgheordonneert in Brabandt, eer, dienst ende reverentie.

1. Wy, Merten van Ouder-hove, Abraham Mommaers, Joos Bierge,Gillis vanden Bossche ende Joos Jotman, schepenen van Erps ende Quarebbe,ghehoort hebbende de publicatien van seker placcaert, van weghen onsghenadighen heere des Conincx, tot Erps ghedaen, op 't overbrengen vande costuymen, ende 't selve by ons wel ende in 't langhe ghevisiteert, endeom 't selve te effectuëren voor alsoo veele in ons is, soo declareren wy,mits desen:

Eerst, als eenighe inghesetenen van de voorschreven dorpen doen som-meren eenen anderen, soo heeft die meyer eenen halven stuyver, endevan buyten lieden, die eenen inghesetenen doen daeghen in rechte tekomen, heeft den officier eenen stuyver, ende als d'aenleggere in rechtecompareert, soo maeckt hy hem hoff-weerdich, gelovende alhier te staen terecht, daeraf de meyer heeft eenen stuyver van de handt aen de roede tehouden.

Item, geeft die aenleggere nu d'ons[2] elcken ghenecht daghe dry stuy-vers, ende den clerck eenen ouden grooten; ghemerckt dat nu gheenstaende banck en is, mits der beleeninghe. Alhier tot Erps costuymelijckpleghen te recht te komen die van Mosegem, Wesenbeeke, Woluwe, Diede-gem ende S. Geertruyen Machelen, ende nu teghenwoordelijck maer Erpsende het cleyn dorp Quarebbe. Item, de procureurs hebben van elckepartye dry stuyvers voor haer-lieden.

2. Den derden artikel is insghelijcx belanghende salaris competerendeter oorsake van erven ende ont-erven.

3. Item, van alle saken reël reguleren wy ons, ende oock partyen, naer denrechte van Uccle, ende als partyen appelleren van eenighe appoinctementen

p 106

interlocutoir ende difinitive nopende de voorschreve saken reël, soo draghenwy alsulcke processen van appellatien hier aen myn heeren de schepenender hooft-bancke van Uccle, als aen onsen competenten hoofde, ende vanappellatien van saken personele draghen wy over voor de wethouderender stadt van Vilvoorden, mits dat de selve twee dorpen sorteren onder demeyerye van Vilvoorden.

4. Item, den vyfden artikel is insgelijcx alleenelijck behelsende desalarissen competerende ter oorsake van 't over-hooren van de ghetuyghen,ende in den selven artickel volght 't naer-beschreven : Ende voor de belee-ninghe van de voorschreve twee dorpen, die rentmeester van Vilvoorden,volghende seer oude herkomen, ende[3] heeft ghestelt eenen stadt-houdere,die macht hadde die [?] te goeden ende t'ontgoeden eygene goeden endegoeden chynsende onder onsen ghenadighen heere den Coninck soowanneer die verhandelt worden; ende om die oude costuymen t'onder-houden ende niet t'aboleren, soo heeft die heere van Erps ende Quarebbe,nu tegenwoordelijck ende t'sedert de beleeninghe ghestelt Peeter VanderReest voor sijnen stadt-houdere, hebbende die authoriteyt van de goedenchynsende aen Sijne Majesteyt ende van eyghen goeden te goedenen endeerven met vier van onse ghesworene eyghenoten, ende van welcke goe-dinghe hebben wy, metten voorschreven stadt-houdere, vierthien stuyvers.Ende van processen van eyghen ende chynsgoeden onder onsen ghenadighenheere plachmen eertijts over te draghen by appellatien aen mijn heerend'erf-laeten der thol-kamere tot Brussel, ende dien aengaende refererenwy ons totten rechten ende privilegien van de thol-kamere van Brusseleende van Vilvoorden, waeraf den rentmeester van den quartiere endethol-kamere voorschreven badt te[4] sijn geïnformeert dat wy[5], wantseer selden voor ons ter causen als boven processen gherijsen. Anders nochbreeder, eerweerdighe heeren, hebben moeten[6] weten wy der costuymenaengaende [niet] te declareren noch describeren, ons gheheel refererendetotten rechten van Uccle, die berustende sijn onder de voorschreven sche-penen der hooft-banck van Uccle, ende oock tot den wet-houderen der

p 108

stadt van Vilvoorden, daeronder wy staen, alsoo sy seggen, in actie per-sonele by appellatien, ghelijck voorschreven staet.

5. Item, van erf-goeden, die uyt-ghedinght worden ter causen vanverlette renten te quytene, worden uyt-ghedaeght op rekeninghe, ende vangront-chynsen daeghtmen erffelijck uyt.

6. Item, aengaende de crime oft criminele saken, als voor ons eenigesouden gerijsen, souden wy ons in dien gevallen reguleren naer den landt-charteren, blyde-incompsten ende placcaerten des keysers, [der] coningen,hertogen ende hertoginnen daerop uytgegeven ende verleent, ende voortsby ons te handelen saken criminele van dry dagen tot dry dagen, endevolgende de confessien van alsulcken delinquanten.

7. Eerweerdighe heeren, joncker Joos de Plaines heeft onder Erps endeQuarebbe juridictie ende heerlijcke bedrijven van meyer ende schepenen,ende onder Erps ende Quarebbe meyer ende erf-laten, ende hebben eenengemeynen segel, daermede sy segelen als de goeden daeronder chynsendeworden verhandelt; ende als daer eenige processen gerijsen, soo heeft dievoorschreve meyer van den hove dry stuyvers, de voorschreve schepenen elckeenen ouden grooten, ende den clerck dry stuyvers, ende de procureursoock elck dry stuyvers ; ende by appellatien, de voorschreven schepenenstaen onder Loven, chynsende onder Quarebbe, van dese voorschreveheerlijckheyt van joncker Joos de Plaines, ende d'erf-laeten van den voor-schreven hove staen by appellatie onder Uccle, ende alle personele actiencompeteren den heer van Erps ende Quarebbe.

8. 't Godtshuys van Groenendael heeft onder Erps eenen bedryf vanmeyer ende erf-laeten, ende bidden om den gemeynen segel van Erps, endeals daervore eenige processen gerijsen, heeft die meyer van den selven laet-hove van den aenlegger dry stuyvers, elck laeth elck eenen ouden grooten,ende die voorschreve procureurs ende clerck elck dry stuyvers, ende vanhoef-goedinge [sic], de meyer dry stuyvers ende de vier lathen t' samen tweestuyvers, ende van alle scheydingen ende deylingen, ende van alle actienpersoneel, heeft die heere van Erps, als over-heer, die kennisse.

9. Joncker Philips van Leefdaele heeft oock een preëminentie endegerechticheyt onder Erps, Nederockersele ende daerontrent, van meyerende erf-laeten, gebruyckende ende userende die voor costuymen alsboven, ende niet voorder, biddende oock om den seghel van Erps, ende van

p 110

alle actien personele, scheydinghe ende deylinghe oft partaghe van erf-goe-den heeft den heer van Erps, oft sijnen officier, de kennisse, ende van appel-latien van erf-goeden onder de hooft-banck van Uccle.

Eerweerdighe, wijse ende seer voorsinnige heeren, anders noch breedersen weten wy, schepenen voorschreven, volgen [volgende] den voorgaendenplaccaerte ons genadichs heeren des Conincx te rescriberen noch te verklaren,dan ghelijck hiervoren ghementionneert staet hebben wy dan geordonneert Peeter Vander Reest, onsen gesworen clerck, dese verklaringhe in den naemvan ons te onderteeckenen; ende d'welck ick, hieronder geschreven, terordonnantien als boven, geerne gedaen hebbe, op den 1 junii 1570.

Onderteeckent: P. VANDER REEST.



[1] Brabandts recht, t. 1, p.

[2] Nu d'ons, lisez simplement ons

[3] Ce ende est tout à fait surabondant ici.

[4] Badt te, lisez bat, aujourd'hui beter, et le te est de trop.

[5] Dat wy, lisez dan wy.

[6] Les mots hebben moeten sont surabondants.