W. De Groot:
REGISTER
Van de Latijnsche Woorden met hare verklaringe,
die in dit boeck ende doorgaens in de Practijck meest gebruyckt werden
A.
Abolitio, te niet doeninge.
Ab intestato, door versterf.
Absolute, naer haren aerdt, heel en al.
Acceptilatio, quytscheldinge by schenckinge.
Accessorium, by-komende, medehelpende.
Accidentalis, toevalligh.
Accrescere, aengroeyen.
Acquisitio Hæreditatis, bekominge van erffenissen.
Acquisitio Hæreditatis directa, erflatinge uyt de handt.
Acquisitio Hæreditatis fideicommissaria, erflatinge over de handt.
Actiones, middelen omme 't recht te vervolgen ende voor te staen. Actien die nu door mandementen werden ingestelt.
Actio in personam, aentael, opspraeck op eenich mensch.
Actio in rem, opspraeck op eenighe saeck.
Actor, een Eysscher, Aenlegger.
Additio, het aengaen van de erffenisse.
Advocatus, een Voorspraeck.
Agere, dingen, rechtspreken, ageren.
Ætas pupillaris, d'eerste minderjarigheyt, tot veertien Jaren in de Knechjens, ende twaelf Jaren in de Meyskens.
Ætas minor, de tweede minderjarigheyt tot 25 Jaren.
Anticipatio, tijdt-verkortingh van een recht-dagh in saecken van Appel.
Apud acta, voor eenigh gerechte.
Apud sequestrum, in bewaerde handt, in een derde handt.
Apparitores, Deurwaerders, Sergeanten van wapenen.
Arbitri, goede Mannen.
Assecuratio, asseurantie, verseeckeringe, waer by eenige Koopluyden voor een besproocken prijs aennemen yet voor alle onghevallen te Water, en te Landt te verseeckeren, ofte andersints de geteeckende somme op te leggen.
Attentata, dadelijckheden, feijtelijckheden.
B.
Beneficia juris, voordeelen die het recht gunt.
Beneficium cedendarum actionum, 't recht om voor de betalinge, van de schuld-Eysscher af te vorderen verly van 't recht, dat den schuld-Eysscher heeft op de mede Borgen.
Beneficium divisionis, 't recht om de schuld-spillingh onder de Borgen te versoecken.
Beneficium inventarii, 't recht van de Boedel-beschrijvinghe, om te mogen volstaen met het verantwoorden van den prijs van de goederen die in een Boedel werden bevonden.
Beneficium ordinis & excussionis, 't recht van een Borge, om den schuld-Eysscher af te keeren, soo lange, tot dat hy de Saeck-weldinghe uytgewonnen heeft.
Beneficium Senatusconsulti Vellejani, het voordeel des Vellejaenschen raedtsbesluyt, dat een Vrouw geen Borge mach worden, of dat de selve borgtocht tegen haer krachteloos is.
Bona, goederen ofte Haven, een Boedel.
C.
Cambium, wissel.
Canon, Jaerlijcxsche erfpacht.
Capere, Beuren.
Cavere, seecker doen, voorsienigheyt plegen.
Causa, een waerom, een saeck.
Cautio, een goede seeckerheyt, voorsienmiddel.
Cautio Mutiana, seeckeringh dat den makinghbeurder niet doen en sal jegens het bedingh, waer onder hem yets gemaeckt is.
Census, Cijns-recht.
Cessio bonorum, Boedel afstandt.
Chirographrum, een handtschrift.
Clausula, een byvoeghsel, besluytsel.
Clausula auctorisationis, waer door een Deurwaerder werdt gemachtight de beveelen van het Hof datelijck uyt te wercken.
Clausula codicillaris, yets dat men doet stellen in de uytterste wille, soose geen kracht hebben kan van een volkomen, datse ten minsten kracht hebben van een onvolkomen uytterste wille.
Clausula derogatoria, een betuyging in de uytterste wille, daer mede den maker niet en wil, dat de uytterste willen (daer naer by hem te maecken) sullen bestaen, anders als mits achtervolgende 't gunt aldaer voorgeschreven wert.
Clausula edictalis, waer door een Deurwaerder wert gemachtigt yemandt buyten 's Lands zijnde, te daghvaerden.
Clausula Salutaris, waer door eene conclusie tot yemandts meeste voordeel werdt uytgestreckt.
Clausula suspensiva, Clausule van Inhibitie, of opschortinge vande uytwerckinge van een gewijsde.
Cliens, een die by een Advocaet bedient wert, by ons, Meester.
Codicilli, onvolkomen uytterste wille.
Commodatum, Bruyckleening.
Communio, gemeenschap.
Compensatio, vergelijcking.
Compositores, gekooren Kers-Luyden, goede Mannen.
Compulsoriael, dwang-levering.
Conclusio, besluyt, of kort begrijp van der pleyters meyninge, om recht te bekomen, conclusie.
Condictio promissi sine causa, intreckinge van toeseggingh gedaen sonder redelijcke oorsaeck.
Condictio sine causa dati, weder-eysschingh van al 't gunt yemandt aen een ander, sonder rechtelijck oorsaeck heeft gegeven.
Condictio indebiti, wedereyssching van 't gunt yemant onwetende als schuld heeft betaelt, niet schuldigh zijnde.
Conditio, een indien, een midts, een bedingh.
Conditionem offerre, presentatie doen.
Conductio, Huyr.
Conferre, inbrengen.
Confessoria actio, een bekennende actie.
Confusio, vermenginge.
Conjunctive, gesamentlijck.
Consequentia reel, saecks gevolg.
Consignatio, onder regt-legging, consignatie.
Constitutio reditus, rentverschrijvingh.
Controversia, een Proces, twist-saeck.
Correi debendi, die t' samen met malkander saeck-weldinghe sijn van een toeseggingh.
Curatores, versorgers.
D.
Damni infecti, toesegging van dat een Buyrman sijnen Buyrman niet en sal beschadigen door een getimmer.
Damnum culpa datum, alle versuym waer door yemant werdt verbonden in 't stuck van dootslagh, of wonden, tot vergoedingh van schade.
Dativi tutores, Voogden by de Overheyt gestelt.
Debitor, een schuld-plichtighe.
Defensio, Weer, verweeringh, antwoordt.
De his qui dejecerunt vel effunderunt, van den geenen uyt welckers woonplaets yets is geworpen ofte gestroyt.
Delatio juramenti, de saecke tot den eedt stellen.
Delegatio, oversettinge, wanneer een schuldenaer een andere schuldenaer in sijn plaetse set, ende dat by den schuld-Eysscher werdt aengenomen.
Depositum, Bewaergevinghe ende bewaer-aennemingh.
Descendentes, afkomelingen, dalende.
De demoliendo, toesegginghe van een getimmer af te werpen.
De dolo, van niet te handelen ter quader trouwen.
De non offendendo, van yemandt, die men gedreygt heeft, niet te beschadigen.
De quota litis, van een deel te hebben in een gedinge.
De restituendo, van gelt of besit weder te geven.
Differentia specifica, wesentlijcke eygenschap.
Directe, door rechte wegen.
Disjunctive, verscheydentlijck.
Do ut des, ick geve yet, op dat ghy weder yet geeft.
Dolus, Argelist.
Domicilium, Maelstede, Woonstede.
Dominium plenum, volle eygendom.
Dominium minus plenum, gebreeckelijcke eygendom.
Dominium utile, Tocht.
Donatio, Schenckingh.
E.
Edictalis citatio siet clausula edictalis.
Emphiteusis, Erfpacht-recht.
Emptio, Koop.
Eremodicium, Alleen-pleyt, wanneer een Eysscher, na versteck van de Gedaegde, toegestaen werdt sijn meeninghe voor te dragen, ende te bewijsen.
Exceptio, uytneming, verset.
Exceptio jurisjurandi, verset uytgedaen eede.
Exceptio de non numerata pecunia, behelping met te seggen dat het geldt niet getelt is geweest.
Exceptio rei judicatæ, verset van vonnisse, ofte gewijsde saecke.
Executores testamentarii, uytwerckers van uyterste wille.
Executio sententiæ, uytwercking van een gewijsde, wanneer tot effecte werdt gebracht 't gundt daer by geordineert is.
Exercitores, mede reders.
Excommunicatio, Kerckban.
Exhibitio, vertooninge van een ding.
Ex maleficio, door blijckelijcke misdaet.
Ex quasi maleficio, misdaets gelijck door wetduydingh.
Ex negotiis gestis, uyt onderwindt.
F.
Facio ut des, ick doe yet, op dat ghy yet geeft.
Familiæ eriscundæ, schiften, scheyden ende deelen, alle onlichamelijcke en lichamelijcke saecken, die den overleden toegekomen hebben.
Fastus dies, een rechtdagh.
Fatalia appellationis, paeltijdt van een beroep, ofte den tijt die gestelt werd om een beroep te moeten voltrecken.
Fatalia appellationis introducendæ, paeltijdt binnen den welcken een beroep moet aengeteeckent werden.
Fatalia appellationis prosequendæ, paeltijdt binnen den welcken een beroep moet vervolgt, (dat is, daeghceel gelicht ende daghvaerdinge ghedaen) werden.
Finium Regundorum, verbintenisse om te gehengen, dat de oude scheydingen verklaert werden.
Forum, rechtplaets, het Hof.
Frater consanguineus, een Broeder van een Vader, niet van een Moeder.
Frater germanus, een Broeder van vollen bedde.
Frater uterinus, een Broeder van een Moeder, niet van een Vader.
Fructus, Vruchten.
G.
Genus, geslachte.
Graphiarius, Hof-schrijver.
H.
Habitatio, bewooningh van een Huys.
Hæreditas, Erffenisse.
Hæres, een Erfgenaem ofte Hoyr.
I.
Illegitimi, onwettigh geboorenen.
Illiquida, onklare schulden.
Imperium merum, opperbevel.
Incapaces, die door de wetten niet beuren en mogen.
In commercio, Wandelbaer, Handelbaer.
Incorporalis, onlichamelijck.
Indemnitas, indemniteyt, schadevergoeding, als yemant belooft een ander schadeloos te houden.
Indirecte, door omwegen.
Infraudem creditorum, tot verkorting van de inschulders.
Injuria, hoon ende lastering.
Instantia, vervolg van regts-pleging, Instantie.
Inscriptis, schriftelijck.
Instituere hæredem, Erfgenaem stellen.
In subsidium, ter noot, tot onderstant.
Interesse, het gelegen zijn aen een saecke, belang.
Interlocutoir, een vonnisse van een Rechter tusschen het begin ende eynde van een Proces, waer by eenige ordre dienaengaende gestelt wert.
Interruptie, afbreuck van een Proces.
Inventarium, beschrijving van goederen, Inventaris.
Inundatio, overloop van water.
Iudicatum solvi, dat het gewijsde voldaen werdt.
Iudicium, rechts-pleging, recht.
Iurisconsultus, een Rechts-geleerde.
Ius agendi, recht om te eysschen de nakoming van 't gunt toegeseyt is.
Ius Canonicum, Geestelijck recht.
Ius Civile, Burger-wet, Burger-recht.
Ius decimarum, Tiend-recht.
Ius deliberandi, recht van beraet.
Ius dominii vel quasi, inschuld.
Ius feudi, Leen-recht.
Ius gentium, Volcker-wet, Volcker-recht.
Ius hypothecæ, Recht van onderpant.
Ius immitendi, inbalking, inankering.
Ius in personam, sive creditum, inschuld.
Ius in rem, beheering.
Ius libelli, 't recht dat een Erfpachter weder aen een ander vergunt, om de vruchten van het goet te genieten.
Ius luminibus non obstruendi & prospectus, vry licht, of vry gesicht.
Jus non altius tollendi, belet van hooger timmering.
Jus Patriæ potestatis, de groote ende sonderlinge macht des Vaders, over de Kinderen onder zijn hant staende.
Jus personale, inschuld.
Jus personarum, rechtelijcke gestaltenisse der menschen.
Jus Pontificium, Pausselijcke rechten.
Jus possessionis, beheering.
Ius privatum, bysonder Borger-recht.
Ius publicum, wetten die lantstant raken.
Ius reale, beheering.
Ius rei vindicationis, aentael.
Ius rerum, rechtelijcke gestaltenisse der saecken.
Ius stillicidii, Drop recht.
Ius succedendi ab intestato, versterf recht.
Ius superficiarium, Huys-gebouw-recht.
L
Laudemia, Heer-gewaden.
Laudum arbitrale, uytspraeck van goede Mannen.
Legatarii, making-beurders.
Legatum, een making.
Legatum optionis, de making van keur.
Legitimi, wettig-geborenen.
Legitimi tutores, wettige Voogden.
Legitima, rechtelijcke deel der Ouders ofte Kinderen.
Lex naturalis, aengeboren Wet.
Lex positiva, gegeven Wet.
Liberi naturales, speel-kinderen.
Liberi nati ex prohibito concubitu, overwonnen kinderen.
Liquida, klare schulden.
Liquidè, sonder moeyten, effen.
Lis, proces, twist.
Litis-contestatio, is wanneer partyen ten wederzyden hare sake door eysch en antwoort rechtelijck hebben voorgedragen, ende den rechter daar door eenige kennisse van dien begint te krijgen.
Literarum obligatio, schriftelijcke toesegging.
Locatio, verhuyring.
Lucrum cessans, winstderving.
Luere, eenigh goet lossen.
M
Majestas, Hoogheyt, Souverainiteyt.
Mandatum, last-geving, last-aenvaerding
Mandatum curiæ, een daegceel of Mandement.
Materia, stoffe.
Melioramenta, kosten gedaen tot verbetering.
Metus, vare, vreese.
Minor ætas, minderjarigheyt.
Minores, onbejaerde Weesen.
Mixtio, vermenging.
Modus, een op dat.
Mortis causa, ter saecke des doots.
Mutuum, verbruyck-leening.
N
Nauta, een Schipper.
Nauticum fænus, bodemerye.
Nefastus dies, een dag als men geen recht spreeckt, een recht-swijgdagh.
Negatoria actio, een ontkennende actie.
Notarius, beampte Schrijver.
Novatio, schuld-vernieuwing verandering van een voorgaende schuld in een andere schuld-verbant.
O
Objectum, insicht, stoffe.
Obligatio, verbintenisse, schuldt-verbandt.
Obligationes ex consensu, verbintenissen die door overkomst voltrocken werden.
Obligationes ex quasi contractu, verbintenissen gelijck of daer toesegging ware, onstaene door Wet-duyding buyten overkoming.
Obligationes quæ re contrahuntur, verbintenissen die door saecx overgeving voltrocken worden.
Orator, reden-voerder, woorden-voerder, die een playdoye doet.
P
Pacta ante-nuptialia, Huwelijcksche Voorwaerden.
Pactam de non petendo, toesegging van schuld niet te eysschen.
Pactum personale, toesegging streckende op seecker mensch.
Per capita, hooft voor hooft.
Per consequentiam rei, by saecx gevolg.
Perimere, dooden, te niet doen.
Perferre poenam, breucken voor een misdaedt.
Permutationes, reuylingen.
Per stipulationem, door vrage van den een, ende antwoort van den ander.
Per stirpes, by kluften.
Peritorium, petitoir, raeuwe-eysch, als een eyscher yet raeulijck, en sonder te voren daer over recht gesproken te hebben, is eysschende als sijn eygen goet.
Pollicitatio, belofte.
Prælegatum, een vooruytmaeckinge.
Prædium dominans, een heerschend Erf.
Prædiale, Erf-hanging.
Præscriptio, verjaring, verset spruytende uyt het verloop van sekere Jaren by de Wetten daer toe gestelt.
Præses, President, voorsittende.
Præsidialis Curia, 't Hof daer den Stadthouder sijn sitplaets in heeft, doorgaens genoemt het Hof Provinciael van Hollandt.
Præstare auctoritatem, waren, machtigen.
Prætor, den opper-Rechter tot Romen.
Pragmatici, Practisijns.
Prævaricatio, slimme gangen, als yemant aen twee zyden dient.
Praxis, Practijck, rechts-vorderingh, rechts-pleging, uytwerckinge.
Precario, ter bede.
Pretium, Coop-schat.
Prima in vestitura, uytgift-Brieven.
Principalis, saeckweldige.
Privatim, onder de handt.
Privilegia, voor-Rechten.
Procurator, een Gemachtigde.
Prodigi, quist-goederen.
Prodigi quibus bonis interdictum est, des Hofs ofte Stadts Kinderen.
Promissio, toesegging.
Pure, slechtelijck.
Pupilli, onbejaerde wesen.
Pupillariter substituere, by uyterste wille sijn jonge Kinderen vervangen.
Purgatio moræ, verschooning van vertoeven, suyvering van versuym.
Q
Quæstio, een vrage, voorstel.
Qualitas, een hoedanigheyt.
Quasi dominium, gebreeckelijcken eygendom, eygendoms gelijck.
Quasi ususfructus, een naebootsing van lijftocht.
Qui personam habet testandi in judicio, die op eygen naem dingtael mag voeren.
R
Recessio à contractu, handelbraeck.
Redigere in ordinem, in ordre brengen.
Reductio, is als door beroep aen den Hove, van een uytspraeck by goede mannen gedaen, deselve wert gebracht tot het gunt goede mannen hadden behooren te seggen.
Relate, met een opsicht ergens op.
Relatio, een onderlingh opsicht tusschen eenighe dinghen, verhael van verrichtinge.
Reliqua, het kort, dat yemant by slot van reeckeningh schuldigh blijft.
Repudiatio, verlating.
Res, saecken.
Res inalienabiles, onwandel-bare saecken.
Res litigiosæ, ding-talige saecken.
Res male fidei, saecken ter quader trouwen.
Res pro derelicto habitæ, verworp-goederen.
Rem ratam haberi, dat de saeck gestadight werd.
Rem salvam fore pupillo, dat een Voogt sijn Weesen sal onbeschadicht houden.
Restitutio in integrum, herstelling, relief.
Restitutio in integrum ex laesione ultra dimidium, herstelling uyt saecke van verkorting over de helft.
Retractus, naesting.
Revocatio, herroepinge, intreckinge.
Reus, Verweerder.
S
Satisfactio, leestingh, of gemoethebbingh.
Secretarius, Gerechtschrijver.
Senatus præsidialis, het Hof van Hollandt genaemt Provinciael.
Separatio bonorum, Boedel-scheyding.
Servitutes prædiorum, erfdienstbaerheyden.
Senatusconsultum Vellejanum, Vellejaensche raedsbesluyt, siet beneficium.
Si qua causa justa videbitur, soo daer eenige wettige oorsaeck sal schijnen te sijn.
Societas, Maetschap.
Solutio, betalingh.
Solutio per partes, betalingh by deelen.
Species, Gedaenten, Af-komsten.
Spolium, roof.
Stilus, Maniere van Rechtspleging, Stijl, Rechtsbruyck, rechtsloop.
Sub conditione, by seecker geval, ofte met een bedingh.
Sub modo, mits gestelde mate.
Substantialis, wesentlijck.
Sufficere, vervulling doen.
Supellex, Huysraedt.
Suprema Curia, den Hogen Raet in Hollant.
T
Testamentum, volkomen uyterste wille.
Testamentum nuncupativum, een mondelingh gemaeckte uyterste wille.
Testamentarii tutores, Voogden gestelt door uyterste wille.
Testimonium perhibere, oorkonden.
Theoria juris, Recht-kennisse.
Titulus, een Rechten aenkomst.
Titulus onerosus, een lastige aenkomst.
Titulus lucrativus, een aenkomst sonder geldt.
Totum, een geheel.
Traditio, leveringh, opdracht.
Transactio, dading, willigh verdragh.
Transfire, verwandelen.
Tribunal, Hoge rechtplaets.
Tutela & cura, voogdye of mondborgschap.
Tutores, Voogden.
V
Valvasores, Leens-leenmannen.
Vasallus, een Leenman.
Vectigalia publica, gemeene middelen.
Venditio, verkoopingh.
Vernacula lingua, Moeders tael.
Usucapio, verjaringh.
Usus, bruyck.
Ususfructus, lijftocht.
Utile dominium, tocht.
REGISTER
Van de Bastaert-Duytsche Woorden, die in
dit Boeck ende Practijck meest gebruyckt werden,
ende alhier met goede Duytsche Woorden vertaelt.
A
Abolitie, een breede gunst of genade van een Prins, waer door hy verscheyde misdaden vergeeft.
Accepteren, aenvaerden.
Acte, een kennisse, een bescheyt.
Acte notoriael, bescheyt van een beampte Schrijver.
Acten maecken en dienen, is een saecke te beschrijven, met Eysch, Antwoort, Replijcq, Duplijcq, sonder Getuygen te hooren.
Acten maecken ende productie doen, is een saecke te beschrijven als vooren, ende daer op Getuygen te hooren.
Acten maecken ende voegen, is eenige toevallige saken by Requeste te beschrijven, daer op voldingen, ende dat selve voegen by een principael Proces, om gelijckelijck afgedaen te werden.
Additien, is een schrifture slaende op memorien ten wedersyden, inhoudende meest rechts-middelen ende wederlegging van partyen bewijsredenen.
Admiraelschap, verbont van geselschap van Schepen in Zee.
Administratie, bewindt.
Administrateurs, bewint-hebbers.
Administreren, bewind-hebben.
Advertissement, is een Schrifture vervatende de gronden van een saeck, ende die met recht-plaetsen bevestigende.
Advocaet, een Voorspraeck.
Aenwysing van goederen, is als een Deurwaerder (nae een vonnisse) versoeckt dat hem goederen aengewesen sullen werden, om daer aen de voldoeninge van het selve te verhalen.
Allodiale goederen, onleen goederen.
Anticiperen, is een gesette paeltijdt van een beroep te verkorten, om de saecke eerder te doen dienen.
Antidotael, is een versoeck te Hove gedaen, om te voorkomen dat yemant ongehoort ) niet en werde beswaerdt op het te kennen geven van partyen.
Antwoort met middelen, is een Schrifture van een verweerde, waer in hy verscheyden redenen gebruyckt, om sijn vermeten vast te maecken, ende den eysch van partyen van stuck tot stuck te wederleggen.
Apostille, siet appointement.
Appel, is een beroep van een vonnis van een lager rechter tot een hooger, met opschorsinghe van de kracht van het gewijsde.
Appointement, aenteyckening op een versoeck-Brief.
Appointement dispositijf, is een ordre van den Hove, op wat manier een sake beschreven sal werden.
Arbiters, siet arbitri.
Arrementen, sijn de overblijselen van een Proces, waer toe ymant gedaghvaert wert, om de selve aen te nemen ende te vervolgen.
Arrest, bekommering, beslagh.
Ascendenten, opgaende.
Asseurantie, verseeckering.
Assignatie, aenwijsing.
Attace, aenhang-Brief, waer mede de Sententien van andere Hoven by ons ge-executeert werden.
Attentaten, feytelijckheden tegen het verbot van een Rechter, siet, reparatie.
Atterminatie, tijd-vergunning mits stellende Borge.
Auctorisatie, siet clausula auctorisationis.
Averie, is een ghemeene bylegging over Schip ende Goederen, om te dragen eenigh verlies gevallen of lijf en goet te behouden.
B
Banckerotiers, achtervaerders, banck breeckers.
Bandyten, woest-ballingen.
Baronnen, vry-Heeren.
Beneficie, siet beneficium.
By exempel, by voorbeelt.
Brieven van seurtè, siet seurtè.
Bodemerie, is gelt doen op het kiel van een Schip.
C
Calendrier, korte aenwijsinge van de Stucken van een Proces.
Capitael, hooft-schuldt.
Capittel, Gods-huys.
Cautie, goede verseeckeringe, siet cautio.
Cessie, is een afstand van goederen onder behoorlijcken Inventaris, ten behoeve van de Schuld-Eyschers.
Chyrurgijn, een wonden-heeler.
Citatie, daging, daghvaerding.
Clausule justificatoir, is die in meest alle de Mandementen ghestelt wert waer by een Verweerder (so hy het bevel van 't Hof niet voldoen en wilt) tegen sekeren dage aldaer gedaghvaert wert om redenen te geven.
Clausule van auctorisatie, siet clausula auctorisationis.
Clausule edictael, siet clausula edictalis.
Clausule codicillair, siet clausula codicillaris.
Clausule derogatoir, siet clausula derogatoria.
Clausule van inhibitie, siet clausula suspensiva.
Clausule salutair, siet clausula salutaris.
Codicip, siet codicilli.
Collaterael, zydelingen.
Compulsoir, siet mandement compulsoriael.
Committimus, is de last van een Opper-Rechter aen een lager, om kennisse van een saeck te nemen.
Compagnie, gemeenschap.
Comparuit, is wanneer door 't afwesen, de gedaegde krijgt oorlof vanden Hove.
Compositie, siet in compositie ontfangen.
Conclusie, siet conclusio.
Confessoire actie, siet confessoria actio.
Confiscatie, is verbeurte van goederen om een misdaedt.
Consignatie, is wanneer eenige penningen werden ghebracht in de Griffie, ende soo onder recht geleyd.
Consenteren, verwillekeuren, toe staen.
Conspiratie, 'tsamen-sweering.
Constituant, Rent-verschrijver.
Contra-debat, is een schriftuyr waer by yemandt sijn reeckeninge tracht staende te houden; tegens de tegenwerpingen van sijn partye.
Conventie, is den eysch die een Aenlegger doet.
Conventionele ondersettingh, besproocken ondersettingh.
Convoy-geld, 'tgeen de goederen van uytgaen en inkomen betalen.
Copie, Afschrift.
Costumen, oude herkomen.
Crediteur, schuld-eysscher, geloover.
Curateur, besorger.
Custingen, ghestelde tijden waer op een koopschat moet betaelt werden.
D
Debat, is een Schriftuyr, daer by yemandt een reeckeninge tegen spreeckt, ofte eenige stellingen ofte over-geleyde stucken weder-leyd.
Debiteur, Schuldenaer.
Declinatoire exceptie, is waer by een gedaeghde versoeckt, van een rechter daer voor hy gheroepen is, afgewesen te werden tot sijn dagelijcxschen rechter.
Decreet, is de toestemmingh van een Rechter nopende de verkoopinghe van vaste goederen, onmondige toekomende.
Deductie, is een Schriftuyr daer by een verhael van de saecke werd gedaen, ende de selve met redenen ende middelen van rechten bevestight.
Default, is wanneer een gedaeghde in rechten niet en verschijnt noch te gemachtighde send.
Descendenten, nedergaende.
Desertie, is een verlatingh van een aengevangen beroep, wanneer yemand 'tselve binnen de tijden daer toe ghesteld niet en vervolght.
Discretie, bescheydenheyd.
Dictum, is een kort begrijp van een vonnisse, sonder byvoegingh van redenen ofte middelen.
Duplyck met middelen, in de tweede ende laetste Schriftuyr van een Verweerder, waer mede hy des Aenleggers Replijck wederleyd.
Duwarien, gifte van een Bruydegom aen sijn Bruyd, boven alle morgen gaven.
E
Eysch met middelen, is een Schriftuyre van een Aenlegger, waer mede hy in 't breede de saecke tot zijne meeninge voor draeght.
Edicte, siet clausula edictalis.
Emologeren, siet Homologatie.
Enqueste doen, is wanneer een rechter getuygen hoort ende de selve ondersoeckt op de gelegentheyt van saken.
Enqueste valetudinair, is als yemant versoeckt, dat door den Rechter eenige swacke, ofte oude getuygen datelijck mogen werden gehoort, om hem daer mede in tijd en wijle te mogen behelpen.
Exceptie, een verset, bestaet eygentlijck in de Exceptien declinatoir Litis finitæ, ende van transactie.
Executeren, uytrechten, uytwercken.
Executorien, sijn brieven, inhoudende bevel van 't Hof om eenige vonnissen te executeren ofte te werck te leggen.
Exploicteren, is de daeghceelen ende andere beveelen van het Hof te werck leggen, daer het behoort.
Exue, is het recht, eenige Steden toekomende, tot een gedeelte van hare Borgers goederen, die op een ander gaen woonen.
F
Factoor, een Koopmans bewinthebber ofte gemachtighde.
Fatalien, siet Fatalia.
Felonie, ontrouwe of versmaedheyd.
Fiscael, Graeflijckheyds Voorsorger.
Forclusie, versteck.
G
Galeye, roey-schip.
Guaranden, waren, bevryen.
Geaccuseert, beticht, beschuldight.
Geapprehendeert, begrepen, ghevat, gevangen.
Geauthoriseert, gemachtight.
Geconsigneert, onder recht geleyd.
Gedilayeert, vertrocken.
Geinterineert, gestadet.
Generael, algemeen, landgemeen.
Ghereformeerde Religie, ghesuyverde Godts-dienst.
Geleye, is een gonste van de Prins waer door hy een Schuldenaer of een Misdader, voor een tijd van de ghevangenisse, ofte verder vervolg bevrijd.
Getaxeert, geschat.
Gyselingh, is een uytwercking van een vonnisse, in saken die bestaen in yet te moeten doen, waer by yemant, die 't selve tot sijnen nadeel is, werd belast in een Herberge te gaen, ende aldaer, te blijven tot hy voldaen heeft.
Griffier, van 't Hof, Hof-schrijver.
Grieven à minima, sijn, als yemand een vonnis (ten deelen) tot sijn voordeel heeft, ende daer na geappelleert ofte beroepen wert, versoect vernietinge van 'tselve vonnisse, voor so veel hem daer by niet ghenoegh is toegewesen.
Guarand, waringe, heeft plaets in verkofte goederen.
H
Homologatie, bekentenisse, toestant.
Homagie, Manschap.
Hypotheecq, vast onder pand.
I
Impetrant, versoecken, Aenlegger.
Immeubelen, ontilbare goederen.
Incluys, binnen in begrepen.
In compositie ontfangen, is een beschuldighde van een Misdaed van 'sHofs wegen, tot een overkomst of accoord voor seeckere somme van penningen ontfangen.
Indemniteyt, schadeloosheydt siet Indemnitas.
Inductie, is wanneer de schuldeyschers voor een Rechter werden gheroepen om haer te hooren aenraden, om met haren schuldenaer op seeckeren voet te handelen.
Inhibitie, siet clausula suspensiva.
Inpersona, in eygen-hoofde.
Insolvent, onvermogen om te betalen.
Instantie, rechts-vervolgh.
Intendit, is een Schriftuyr, die een Eyscher overgeeft, wanneer de gedaegde in rechte niet en verschijnt ende van alles is versteecken, om sijn intentie ofte meyninge voor te dragen ende te bewijsen.
Interesten, geldgewin.
Interineren, ghestaden, een gunste by een Prins gedaen aen het Hof overleveren, om overwogen ende ghestadicht te werden.
Interdict, een reglement by den Opper-rechter van Romen op 't besit gestelt.
Interdict redoubleren, als yemant die in saecken van besit gedaghvaert is, tegen den Aenlegger selver van sijne zijde weder eysch doet.
Interruptie, is wanneer het vervolg van een sake, door verloop van den tijdt daer toe gestelt, werd af gebroken.
Intimatie, is een bekentmaeckinge door last van een Rechter van yet te sullen ordonneren, 't sy dat de geene aen wie die geschiet in rechten verschijnt ofte niet.
Introductie van appel, is wanneer een beroep werd aen geteeckent ende in gebracht, 't welck binnen tien dagen geschieden moet.
Inventaris van goederen, is een Register ende beschrijvinge van alle goederen die in een boedel werden bevonden.
Inventaris van stucken, is een Register ofte beschrijvinge van alle stucken van een proces, waer by de selve met letters werden aengewesen.
Juweelen, Kleynoodyen.
L
Landwinninge, is een gonste van de Reeckenkamer verkregen, om tot kennisse van het Hof, (yemand die een neerlaegh onschuldigh begaen heeft) vry geley te geven.
Legale ondersettingh, stilswijgende ondersettingh.
Legitimatie, bewettinge door 's lants Overheyt, waer door de vleck van een onwettige geboorte wert wegh genomen, en yemandt wettig gemaeckt.
Lettren requisitoir, brieven van onderlingh behulp, waer by een Rechter werdt versocht, om uyt te wercken een vonnisse by een ander rechter gewesen.
Lettren van Attache, aenhang-brieven, die aen een vonnis van een uytheems rechter werden gehecht, inhoudende toelatinge om soodanigen vonnisse, aende ingesetenen van ons Land, te werck te leggen.
Lettren van seurtè, siet seurtè.
Litigieus, in gedingh staende.
Litiscontestatie, voldingen, siet Litiscontestatio.
Litispendentie, is wanneer een saeck te vooren voor een anderen rechter is gebracht, ende daer noch is hangende, voort brengende een verset van hangende saecke.
Litisfinitæ, is wanneer een saeck by een anderen Rechter door vonnisse is af gedaen, voortbrengende een verset van gewesen saecke.
Locael, plaetselijck.
Lombarden, taeffel houders.
M
Mandement compulsoir, dwanglevering, is een daeghceel waer by een gerechtschrijver werd gedwongen, om yemant een afschrift van een vonnisse of dingtalen te geven.
Mandement in cas van asseurantie, siet assecuratio.
Mandement in cas van guarand, siet guarand.
Mandement in cas van Indemniteyt, siet Indemniteyt.
Mandement in cas petitoir, siet petitorium.
Mandement om actie te institueren, is een daegceel, waer by yemant versoeckt dat een ander die hem laet verluyden yet tot sijnen laste te hebben, 't selve rechtelijck sal hebben in te brengen.
Mandement van Cessie, daegceel om sijn inschulders te mogen dagen, siet cessie.
Mandement penael, is een daeghceel met boetdwangh, waer by yemand van wegen het Hof op een groote boete werd verboden yet te doen.
Mandement van Complaincte, is een daegh-ceel in saecken van nieuwigheyt, waer by yemand versoeckt herstelt te werden in sijn voorgaende besit, daer hy uyt geraeckt is.
Mandement van debitis, is een daegceel waer by een schuld-eysscher doet dagvaerden verscheyden sijne schuldenaers.
Mandement van willigh decreet, siet willigh decreet.
Mandement van immissie in de possessie, is een daeghceel waer by yemandt versoeckt in gelaten te werden tot het besit van eenige goederen.
Mandement van maintenue, is een daegceel waer by yemandt versoeckt gesterckt ende gestijft te werden, in een besit dat hy heeft.
Mandement van Relief, is een daeghceel waer by yemandt versoeckt tegen eenige misgrepen ofte versuym hersteldt te werden in sijn voorigen staet.
Mandement van raeuactie, siet raeuactie.
Mandement van spolie, is een daegceel waer by yemand die van yet berooft is, versoeckt al 't selve weder ter hant gestelt magh werden.
Mandement van Cassatie, is een daeghceel waer by yemandt versoeckt dat yet by den rechter vernietigt sal werden, als een handschrift, belofte, &c.
Mandement van rescissie, is een daegceel waer by yemandt versoeckt dat een handel die aengegaen is, verbroken sal werden.
Medicamenten, genees-middelen.
Memorie, gedachtenisse.
Memorien, is een schriftuyr, inhoudende een kort verhael van de gelegentheyd van een saeck.
Meriteren, verdienen.
Meubelen, tilbare goederen.
Monopolie, in koop van eenige waren om dierte te maecken.
N
Namptissement, Hand-vulling.
Namptiseren, is eenige penningen daerom gepleyt werdt, den eysscher onder borgtocht ter hand te stellen, tot dat de saecke by eyndelijcke vonnisse af gedaen wert.
Negatoire actie, siet Negatoria actio.
Notaris, beampt-schrijver.
Novalia, aengewonnen Landen.
Novatie, siet Novatio.
O
Obligatien, schuld kennissen.
Obreptie, siet obreptio.
Obtineren, bekomen.
Octroy, gunning, gunst van 't 's Landts-overheyt.
Officiers, Ampt-luyden.
Onwilligh decreet, is een verkoopinge van een schuldenaers goederen nae voorgaende vonnisse, die door de Deurwaerders begonnen, ende te Hove voltrocken werd.
Oppositie, tegenstellinge, wanneer een gedaeghde hem tegen den aenlegger in rechten in stelt.
P
Pandinge, is een aenvang van een proces, door het (quansuys) nemen van pand, om den eysch daer op te doen.
Pand-keering, is de tegen weer van een verweerder, die hem tegen de voorsz pandinge steld, ende also antwoord.
Paraphernale goederen, die een huysvrouwe tot haer eygen dispositie houd.
Pardon, is een gonste ofte genade van een Prins, waer door hy de straffe (op eenige misdaet vallende) quijtscheld.
Pardon debatteren, brieven van vergiffenis wederspreken.
Parochie, Carspel.
Partye adverse, tegendinger.
Partyschappen, zydigheden.
Petitoir, siet petitorium.
Placaten, bevelen van 's Lants Hoofden.
Præsidiael, siet Præsidialis Curia.
Poincten van Officie, sijn sodanige poincten, als een Rechter door sijn tusschen spreken den eenen ofte den anderen belast te bewijsen tot naerder onderrechtinge.
Policie, Borgerlijcken standt.
Politijcke ordonnantie, Landt-recht in Hollandt.
Positien, sijn soodanige poincten, ofte stellingen, waer op de Getuygen gehoort werden.
Practijck, siet Praxis.
Presenteren, overbodigh zijn.
Presentatie doen, is een rechtelijcke voorslagh doen, van yet, waer mede men verstaet te mogen volstaen.
Præscriptie, siet præscriptio.
President, Voorsittende.
Premie, loon.
Principael,
Principale debiteur, de saeckweldige.
Privilegien, Handtvesten, bysondere keuren, voor-rechten.
Procederende persoonen, Dingsluyden.
Processen, Gedingen.
Procureur, een Volmacht.
Prorogatie van jurisdictie, is een verder uytstreckinge van de recht-dwangh, wanneer yemandt hem onderwerpt een Rechter, dien hy anders niet onderworpen is.
Protesteren, recht bewaren.
Protectie, schut.
Protocol, klad-boeck.
Propositie van erreur, siet Revisie.
Provisie van Justitie, siet Mandement.
Publicatie, afkondigingh.
Puyr, suyver.
Purge civil, siet Mandement om actie te institueren.
Purge Crimineel, is een daegceel van het Hof, waer by yemant die van eenige misdaet berucht is, den Schout, ende een yegelijck daghvaert, om daer van suyver verklaert te werden.
Q
Quiteren, ten goede schelden, ontslaen.
Quitantie, bekentenis van voldoening.
R
Raeuactie, is een rechtelijcke aentael die voor geen ander rechter te vooren heeft gedient, ende geen eygentlijcke naem en heeft.
Reauditie, is een beroep van een vonnisse van de Commissarisen, sittende op de rolle, aen de volle vergaderinge van den Raed.
Reciproque, onderlingh.
Recommandatie, is wanneer een schuldeyscher, sijnen schuldenaer, by andere bekommert sijnde, uyt een nieuwe oorsaeck verder vast wil houden.
Reconventie, is een wedereysch, die een gedaeghde (sonder daeghceel te behoeven) doet, tegens den genen die hem doet daghvaerden.
Recredentie, is wanneer een rechter yemant toe wijst het voordeel van het middeler tijds besit.
Redoublement van 't interdict, is, wanneer een gedaegde in saecken van besit, voor stelt dat hy selver in het besit is, en daer in wil gestijft werden.
Reductie, siet Reductio.
Reformatie, is een beroep van een vonnisse tot een hooger Rechter, mits het selve ondertusschen voldoende onder borg-tocht.
Refuseren, verwerpen.
Regres, verhael op anderen.
Relief, herstelling, stellinge geheel.
Remis, is de gonste van een Prins, waer by een die een manslagh gedaen heeft sijn straffe werd vergeven.
Remissie debatteren, brieven van vergiffenis weder spreecken.
Renovatie, is de tweede aenmaningh die een Deurwaerder doet, aen den genen die een vonnisse tot sijnen nadeel heeft.
Renvoy, is een verset, waer by een gedaeghde versoeckt ontslagen te werden vanden Recht-banck daer voren hy geroepen is, en gesonden te werden naer sijn dagelijcxschen rechter.
Reparatie van Attentaten, is een herstellingh van alle dadelijckheden, die by yemandt tegen het verbodt van een Rechter sijn gepleeght.
Replijck met middelen, is de tweede schriftuyr van een eyscher, waer mede hy des gedaegdens antwoort wederleyt.
Representatie, is plaets-vullinge, wanneer de af-komelingen in de plaets van hare voorsaten tot een erffenis van hare magen komen.
Reproche, is een schriftuer, waer by yemant de getuygen van sijn wederpartye, ende haer seggen, straft ende wraeckt.
Requeste, is een versoeck brief, waer by yemand sijn begeerte ende meeninge den Hove bekend maeckt.
Requeste Civil, heusch versoeck.
Resolutien, besluyten.
Respijt, is een uytgunninge die een schuldenaer gegeven werdt, om sijn betaling te doen.
Restablissement, is een verklaringe van de Rechter, waer by hy een Aenlegger (in cas van nieuwigheyt) herstelt in het middelertijds besit.
Restitutie, wedergevinge, siet restitutio.
Restoir, vergoeding.
Retroacten, zijn de laetste dingtalen die gehouden zijn in een sake die langhe heeft stil gestaen, wanneer die weder by de hant werd genomen.
Revisie, is een hersieninghe van een misslag, die in een gewijsde vanden hoogsten Rechter gheseydt werdt begaen te zijn.
Revocatie, siet revocatio.
S
Salaris, Loon.
Salvatien, is een Schrifture waer by ymant sijn eygen Getuygen en haer seggen goet maeckt, tegen het wraecken van sijn partye.
Sauvegarde, is een Brief van het Hof, waer by yemandt in des Hoge Overheyts bescherminge werdt genomen, tegen alle gewelt ende dadelijckheyt.
Schiftinge ende scheydingh, is een verdeelinge van de goederen van een Boedel onder de mede-Erfgenamen.
Secretaris, gerecht-Schrijver.
Secretaris van 't Hof, Hof-Schrijver.
Sententie, gedenck-spreuck, Vonnisse.
Sententie definitijf, eynd-oordeel, eyndelijck Vonnis, Wijsdom.
Sententie interlocutoir, siet interlocutoria.
Seurtè, is een bevel van de Staten des Lants, waer by een schuldenaer werd bevrijdt tegens sijn schuld-eysscher van verder vervolg en gevangenisse.
Sequestratie, is wanneer eenig gelt of yet anders (waer over Proces ontstaet) in de hant van een derde wert gestelt.
Simpel bevel, is een bevel 't welck vervalt als een Gedaegde hem in Rechten bekent maeckt.
Simpelijck, recht uyt.
Solutien, is een Schrifture waer by yemant aenwijst dat hy voldaen heeft het bewijs, dat hem by den Rechter is opgeleyt, of waer by hy een rekening voor de tweede mael tegenspreeckt.
Sommatie, is de eerste vermaninghe die een Deurwaerder doet, aen een die een vonnisse tot sijn nadeel heeft, om het selve te voldoen.
Speciael, bysonder.
Speciale procuratie, sonderlinge last.
Speculatie, sinnenwerckinge.
Subjectie, onderwerpinge.
Stijl, siet stilus Curiæ.
Submissie, is een verblijf, waer by ymant sijn saecke stelt aen de uytspraeck van goede Mannen.
Subreptie ende obreptie, is qualijck ende t'onrecht te kennen geven wanneer ymandt in sijn versoeck de waerheyt swijgt, ofte onwaerheyt voorstelt.
Supersolutien, is een Schriftuyr waer by ymant aenwijst, dat sijn partye niet en heeft voldaen het bewijs, dat hem by den Rechter is opgeleyt, ofte waer by een reeckeningh voor de tweede mael werdt voorgestaen.
Surceantie, is een opschorsinge van kragt van een gewijsde voor sekeren tijdt.
Substitutie feudael, wanneer de gunst der Lant-Overheyt mede brengt dat een Leenman, van sijn Leen, beveelen mach by een, of meer Leden.
T
Taxeren, schatten.
Theorie, kennisse.
Testament, volkomen uyterste wille.
Testateur, den willer.
Ten tween finen antwoorden, is behalven het voorstellen van een exceptie ofte verset, oock peremptoirlijck ofte ten principalen antwoorden.
Termijnen, sijn bestemde tijden waer op den eenen ofte anderen van de geene die pleyten, dit of dat doen moet.
Tractaet van Treves, bestant, verdragh.
Transporte, overgift, opdracht.
Transactie, siet Transactio.
Turbatie, stoornissen.
Tweede instantie, tweede kennisse van een saecke.
V
Vacantien, recht-swijghdagen.
Vasallen, Smalheeren.
Venuencourt, siet Mandement.
Verheffen van Appel, is wanneer in saecken van beroep een daegceel van den Hove gelicht werdt.
Versteck, is, waer by ymant, die een Volmachtigde in Rechten heeft, niet en voldoet 't geen waer toe den Recht-dagh is dienende, ende sulcx daer van werdt versteecken.
W
Willig decreet, is een overdracht van verkocht goet, die (naer voorgaende daghvaerdinghe van de geene die het aengaen mach) het Hof doet, van den verkooper op den kooper, met uytsluytinge van alle anderen, die daer op aentael souden mogen hebben.